Afscheid in schoonheid

Ontbijten in Italië is een uitdaging als je geen fan bent van zoet. Maar gelukkig zijn er in een stad als Verona dappere ondernemers die expliciet de kaart trekken van ‘continental breakfast ‘ met een moderne twist en dit met succes. Het is met geluk dat we een plaatsje kunnen bemachtigen. Er is blijkbaar toch appetijt (ook bij de Italianen zelf) om wat anders te eten dan enkel rechtstaand een croissant met een bakje “teer”.

Met een goed gevulde maag kunnen we aan onze stadstour beginnen. We volgen een Komoot wandeling die ons langs alle highlights voert.

Zicht van op Torre dei Lamberti

Casa di Giulietta (gecreëerd op basis van het werk van Shakespeare, niet omgekeerd)

Het walvisbot, dat hangt onder de brug tussen Piazza delle Erbe en Piazza dei Signori. Het zou vallen als iemand die nog nooit gelogen heeft eronder door loopt.
Zicht op één van de vele bruggen over de Adige
Zicht vanaf Castel San Pietro
Arena, gebouwd vóór Colosseum van Rome, nu gebruikt voor opvoeringen (o.a. Opera)

Het is echt een mooie stad, veel te zien maar toch behapbaar. Met iets meer dan 10 km in de benen en een brandende zon op ons hoofd moeten we even passeren bij het appartement om wat af te koelen en ons te verfrissen voor we kunnen gaan shoppen. We zitten pal in het centrum, dus dat is heel praktisch om daarna onze zakjes en pakjes te droppen vóór we aperitieven en eten. Willem kon er niet aan weerstaan om zijn neus bij Bialetti binnen te steken. Lasse verloor zijn hart aan een regenvestje van A.C. Milan en Mare is superblij met haar nieuwe Birkenstocks. Dat laatste is een absolute hit hier, iedereen loopt ermee rond.

We kiezen voor een frisse Franciacorta bij een hippe bar. Eten doen we bij Ristorante Greppia, een absolute aanrader, zowel wat betreft het eten als de bediening. De Melanzane en de Fettuccine tartufo is om duimen en vingers niet enkel af te likken, maar ook mee op te eten. Uit nostalgie drinken we een flesje “Montefalco” dat we goed hebben leren tijdens onze vakantie in Umbrië een paar jaar geleden.

Nog een limoncello en grappa om af te sluiten en dan is het verhaal Verona over. Morgenavond slapen we in ons eigen bed.

Cáo Slovenia! Ciao Italia

Op de laatste ochtend in slovenië worden we na het ontbijt opgehaald door een busje van het fietsverhuurbedrijf voor een transfert naar Bled. Daar staat onze auto in Mulej farm op ons te wachten. Het is 1,5 uur rijden vanuit Izola.

Onze chauffeur is een voormalige Sloveense tourguide en ski kampioen. Hij heeft ons heel veel te vertellen over zijn land en zijn volk. Hij is er duidelijk trots op. Markante weetjes over de taal bijvoorbeeld: bij ons spreek je over 1 persoon en 2 personen of meerdere personen. Zij hebben 3 mogelijkheden: 1 persoon, 2 personen en meerdere personen, hetgeen de grammaticale aanpassing van de zinnen uiteraard complexer maakt. En ze hebben nóg meer dialecten dan bij ons en zo sterk aanleunend bij de buurlanden dat het zou kunnen dat de ene Sloveen een Tjech beter kan begrijpen dan een andere Sloveen aan de andere kant van het land.

Over de berg Triglav (hoogste berg van Slovenië – 2864 m) wist hij te vertellen dat je pas een echte Sloveen bent als je hem beklommen hebt. Eens boven mag diegene die je naar boven begeleid heeft je zoveel slagen op je poep geven als je oud bent. Dus, zoveel te jonger je bent om hem te beklimmen, zoveel te beter.

Hij was bovendien zeer grote fan van Dries Mertens en had geen begrip voor het geit dat de bondscoach hem niet had geselecteerd voor het EK. Zo lang hij bij Napoli speelde ging hij naar verschillende matchen kijken, met de auto vanuit Bled. Superfan dus.

Hoe dichter we Bled naderen en de Julische Alpen, hoe meer we het eens zijn dat dit toch we het mooiste deel van Slovenië is dat we zelf doorkruist hebben.

Eens aangekomen in Bled, vertrekken we richting Verona, een rit van 4 uur. Onderweg realiseren we ons dat we ons anders hadden moeten organiseren qua bagage. We mogen de stad met de auto enkel in tussen 10h en 13h en tussen 16h en 18h. Dat was dan even schakelen en nadenken, maar niets dat niet kan opgelost worden.

De eerste indruk van Verona is positief. We merken al snel bovendien dat we morgen niet enkel aan sightseeing moeten doen, maar ook shoppen op onze lijst moeten zetten. Wie zegt dat 1 dag genoeg is om Verona te bezoeken? Zo ontdekken we een Bialetti winkel met speciaal uitgebrachte series. Zalig!

Ons appartement is gelegen rond de binnenkoer van een oud en klein “paleisje” met een nogal krakkemikkige lift, op de 3de verdieping. Dat wordt dus traplopen.

We doen ‘s avonds al een klein toertje “op den wilde boef”, soms nog het leukst om kleine hoekjes en kantjes te ontdekken. We eten een antipasti op het groote plein aan de Arena en een simpele pasta in een trattoria weg van de drukte.

Morgen is het onze laatste volledige dag voor we terugkeren naar België.

Koekeloere

Nieuwe dag, nieuwe plannen. We worden wakker met de zee in zicht. Vandaag geen grote ritten, althans niet op papier. Op en af naar Piran, een nabijgelegen kuststad die pretendeert mooier te zijn dan Izola (daar komen we nog op terug).

We vertrekken vol goede moed en klimmen het stadje uit naar het eerste uitkijkpunt op Izola, door Willem aangegeven als “molshoop” (zo noemen we een klim nu die slechts enkele 10-tallen hoogtemeters kent), maar in de volle zon toch wel stevig en lang. Ondertussen voelt Mare zich niet 100%. De warmte, de vermoeidheid, het ontbijt niet goed bevallen of een combinatie van dit alles? Wie zal het zeggen, maar aangezien ze ook wat duizelig is, nemen we geen risico. Ik besluit met haar voorzichtig terug af te dalen naar het hotel nu we nog niet te ver zijn. De jongens gaan alleen met de fiets verder en we spreken af in Piran. Ik neem met Mare de bus nadat we onze fietsen terug gedropt hebben en wat in de koelte bekomen zijn.

Met de bus is het een klein halfuurtje. Net zoals de treinen zijn het hier splinternieuwe airco gekoelde coaches. Zeer comfortabel. Het openbaar vervoer is hier echt top! Punt extra voor Slovenië. De buschauffeurs daarentegen… het lijkt wel dat die één of andere verplichte gemeenschapsdienst moeten uitvoeren. Of op z’n minst kan ik hen het volgende sterk adviseren: als je je job niet graag doet, zoek dan iets anders. Passagiers afsnauwen, luid claxonneren op voetgangers omdat het niet snel genoeg gaat op een zebrapad, ei zo na de bareel die het centrum van Piran afsluit van niet-toegelaten verkeer aan diggelen rijden… het is maar een greep uit het oeuvre. En denken dat de man een slechte dag had klopt ook niet. Althans was het fenomeen zowel bij die van de heen- als die van de terugrit merkbaar.

In Piran nestelen we ons alvast op een terrasje, in afwachting van de coureurs. Na de verfrissing doen we een kleine rondgang van het stadje. Zoals in het begin al aangehaald: zo gek veel meer dan in Izola valt er niet te zien, tenzij een imposant plein en een kathedraal die boven de stad uittorent. Izola is in ieder geval sympathieker en authentieker qua sfeer.

In de late namiddag (als de jongens terug zijn van hun tocht die hen langs de kust en door olijfboomgaarden en wijnstokken leidde) gaan we naar het “strand”.

Zand is hier niet te zien, enkel grasperken en kiezelstranden om je op te nestelen. De zee is aangenaam van temperatuur en dus ideaal om af te koelen. We zien er zeer Sloveens uit, want om de haverklap worden we aangesproken door vriendelijke inlanders die we beleefd moeten zeggen dat het in het Engels moet… en dan is het gesprek snel gedaan. Buiten de horeca mensen die zo goed als perfect Engels spreken, is nagenoeg niemand de taal machtig en moet het met gebaren. 1 vrouw kwam aan Willem “koekeloere” vragen. Hij dacht dat hij in het Nederlands aangesproken werd. “Bent u ook van België”, vroeg hij. Bleek de vrouw in het Sloveens het uur te vragen (“koliko je ura”). Hier lagen we de rest van de dag plat mee, die gaat nog wel even mee gaan!

Als we net van plan zijn om iets gaan te drinken begint het te druppelen, er is een bui op komst. Welgekomen, want er zat maar weinig zuurstof in de lucht. Alle etablissementen zijn hier halfopen, dus zitten we beschut en toch “buiten”. Ook de meeuwen kennen duidelijk het verschil niet… weeral een vervelend beest erbij voor op Lasse zijn lijstje.

Vanavond sluiten we ons Slovenië hoofdstuk in stijl af. Geen gewonden, geen pech onderweg, alles smooth verlopen (met dank ook aan SNP en hun plaatselijke partners). Dat verdient een feestje. We eten in het restaurant van het hotel, dat al voor meerdere jaren op rij een plaatje van Michelin aan de gevel heeft hangen. Iets prijziger dan de rest van de restaurantjes hier, maar naar het schijnt wel zeer de moeite waard.

En of dat het dat was. Heerlijk en vooral puur gegeten! En bovendien leek de ober op Mr. Gijsbrechts van Wiskunde , alleen in een aangename versie. Dat valt ook mee.

Morgen krijgen we een transfert naar Bled, pikken we onze auto open cruisen we richting Verona. De eerste keuze was Venetië om aan ons Sloveens avontuur te breien. Maar dat leek bij nader inzien té druk om dit in volle seizoen te doen, wetende dat je met de auto ben + fietsenrek + bike. Niet erg handig. Maar Verona lijkt ons een charmant alternatief om nog 2 dagen te vertoeven. We kijken er naar uit!

Jodela-i-ti

Tijd voor actie ! Laat ons zeggen dat we genoeg op ons gat hebben gezeten. Op naar de het zeetje!

We trekken richting Adriatische kust en daar kijken we weer erg naar uit. Alweer een ander mooi stuk van Slovenië ontdekken.

We doen weer een groot stuk door het bos, gravelwegen omhoog. Dat gaat dus traag en langs de kant stroomt een beekje. Dat verontrust vooral Mare, want beren zijn verlekkerd op vis. Dus terechte vraag: zit hier vis in de beek? Ikzelf zet voor een keer mijn turbo op (de klim is toch wel weer 4 km in totaal) en laat Lasse volgen. In no time zijn we boven, ik heb amper afgezien. Zo een turbo gaat echt vanzelf. Lasse heeft daarmee ook een mooie intervaltraining gedaan… Mare en Willem komen luid bellend boven in de gruppetto.

We dachten dat we dus stilaan uit het berengebied waren, maar integendeel. Overal staan waarschuwingsborden met beren op en in de meer toeristische zones staan allemaal levensgrote beren in hout te pronken.

Zo ook aan het meer waar we stoppen om te zwemmen. volgens Mare weet je het wel als er een houten waterskiënde beer in het midden van het meer staat.

De waterslang in actie

Bovendien blijken in het meer ook nog eens waterslangen te zitten. We zien er eentje net op het moment dat Lasse het water wil induiken, waarop hij roept: »stopt dat dan nooit met die beesten!? ». Geen chance vandaag. Blijken we later effectief nog zeer diep een donker bos in te moeten duiken…kilometers lang. Ik ben op de kop al luid jodelend (ik heb by far de luidste stem van ons 4) naar boven gereden. Iemand moet vanavond wel de rekening betalen om mijn stem terug te smeren.

En o ja, we zijn vandaag ook nog achterna gezeten door 2 wild blaffende honden bij het uitrijden van een dorp.

Maar eerlijk, vandaag was het een zeer mooi ritje, we schijnen de hoogtemeters elke dag steeds beter te verteren. en het landschap steeds glooiend (nooit plat) maar met mooie valleien.

We rijden voor de rest vlotjes naar Rakek. Hier hebben we afgesproken met iemand van de organisatie die ons en de fietsen de laatste 60 km vervoert naar de Adriatische kust. Tot 10 km voor de kust zien we nog steeds het typische groene, heuvelachtige Slovenië voorbij zoeven. Daarna komen we in een compleet andere wereld. Alles is plots heel mediterraans (lees: Italiaans) en we worden keurig gedropt in het havenstadje Izola.

Op weg naar de fietsparking van het hotel

In het hotel zijn ze zo vriendelijk om in de lobby de slottijdrit voor ons op te zetten (voor de rest is blijkbaar niemand geïnteresseerd). Ze zijn verbaasd dat we oeverloos respect hebben voor Tadej en hem de gele trui gunnen. Weeral die bescheidenheid!

We eten vis en zeevruchten recht uit de zee… heerlijk!

We genieten nog 2 dagen van de zee, morgen een relax ritje naar een nabijgelegen kuststadje en de zoutpannen. Heel benieuwd en vooral: geen risico op beren!

In de watten leggerij van de hoogste plank

We worden wakker met een donkere hemel en wolken die elk moment op uitbarsten staan. Regendagje dus. De plannen voor vandaag waren sowieso gericht op het wat rustig aan doen: rustig ontbijten, de krant lezen, voor Willem een loopje doen. Na de middag dachten we 15 km verder op gaan te zwemmen aan een klein meer waar onze hoteleigenaars ook een bar hebben.

Maar de vooruitzichten voor de dag zien er niet goed uit qua weer. Dit maakt wel dat we zonder “schuldgevoel” echt op ons lui gat kunnen zitten vandaag.

Het ontbijt was deze keer geen buffet, maar à la carte. My god, wat was dat lekker én veel én allemaal kraakvers: eggs Benedict, toast met advocado en roerei, verse pancakes met chocolade, slagroom en fruit. Granola met Griekse yoghurt en fruit. Wat een verwennerij! En ook de koffie is excellent! We zetten ons na het ontbijt in de comfortabele zeteltjes en onmiddellijk krijgen we weer water geserveerd en de vraag of we nog iets willen. Het hotel en de eigenaars zijn als een warm dekentje. Alles straalt gezelligheid en huiselijkheid uit, zelfs als je de TV aanzet.

Voor de rest van de dag is het enkel Willem die nog actief is door een klein loopje te doen. De rest leest, kijkt, slaapt, kortom profiteert van de rust. We overwegen nog even op van de sauna gebruik te maken, maar komen te conclusie dat we de voorbije dagen al genoeg gezweet hebben en de komende dagen dit nog zullen ervaren. We verbruiken minstens 10 liter water per rit en we moeten niet per se stoppen voor een plasje (gelukkig, want stoppen in het bos om even een boom te gebruiken is deze ritten niet aan te raden).

Willem is redelijk snel terug, althans vroeger dan verwacht. op zijn pad, bij het inlopen van het bos merkte hij een bord op met nogal onheilspellende informatie. Iets wat leek op een lynx dat een hert opeet. Met alle commotie over beren en co van de afgelopen dagen is hij uit voorzorg teruggedraaid.

Bij thuiskomst en na vertaling van de affiche bleek het te gaan om een waarschuwing om honden aan de leiband te houden. Niet meer en minder dan wat er standaard bij ons in de bossen hangt om de hertenkalfjes te beschermen. Op dé duur zie je overal spoken natuurlijk.

We kijken samen naar de Tour, wat een geweldige rit alweer en zien met trots Stuyven prominent in beeld. In de lobby eten we een « kleine » snack. Lasse proeft de homemade Tiramisu, wij nemen de charcuterieschotel met een heerlijk glas wijn.

Over het algemeen zijn we het eens dat de Slovenen best wel trotser mogen zijn over alles wat ze te bieden hebben. Ik denk aan de man aan de balie in Ljubljana die me verrast aankijkt als ik zeg dat ze een prachtig land hebben. Of de obers die verontschuldigend melden dat ze enkel Sloveense wijn hebben waarvoor ze nota bene 1,5 EUR vragen. Ik heb hier in al die tijd enkel nog maar zeer kwaliteitsvolle wijn gedronken die absoluut kan concurreren met Italiaanse wijn. Alles is hier netjes, goed georganiseerd, van hoge kwaliteit. En alles met als kers op de taart met de glimlach. We zijn absoluut fan.

We facetimen nog even met de grootouders, het is een blij weerzien. En daarna – bij wijze van « never change a winning team » gaan we terug naar de Harlekin.

De batterijen zijn terug opgeladen voor morgen. Dan gaan we richting de kust. Qua moeilijkheid een vergelijkbare rot met gisteren, dus toch weer een mooie inspanning . Volgens de weerapp is het morgen terug 29’graden en zonnig . We spreken aan het station van Rakek met Tania van de organisatie. Het laatste stuk naar Izola is geen goede (fiets)weg en daar pikt ze ons op voor een transfer naar ons hotel in het haventje.

Morgen eten we verse vis uit de zee.

Watch out for the big bad bear

WAT EEN DAG! Vandaag reisden we door naar Ribnica. we laten het hooggebergte definitief achter ons en begeven ons naar bossen en heuvels die te vergelijken zijn met onze Ardennen. De klimmetjes worden minder steil, maar zeker niet minder lang.

Normaal gezien volgen we de zonder problemen de SNP app voor de route, maar die stond aangekondigd met potentieel beren gevaar. We doorkruisen momenteel effectief de Sloveense bossen en we logeren de komende 2 nachten op de kruising van Notranjska en Škocjan, 2 grote bosgebieden waar 1600 bruine beren wonen. Niet dat er een heel grote kans is dat je oog in oog met eentje komt staan, maar ze is er wel. En het is ook zo dat de laatste jaren er meerdere aanvallen per jaar zijn. En dit is natuurlijk makkelijk terug te vinden op het WWW. Dit was genoeg voor Lasse (maar ook Mare deze keer) om een andere route uit te werken. Tot laat in de avond is hij in de weer geweest met zijn Garmin en Google, mét resultaat! Bos kan je hier niet vermijden, maar je kan wel zorgen dat je een route kiest met zo weinig mogelijk gravelwegen (dus waar nog passage van verkeer is) en kortere etappes dwars door het bos om van het ene dorp naar het andere te komen. Keerzijde van de medaille: het zou een zwaardere rit worden. We deden iets meer dan 45 km, maar wel ook bijna 900 hoogtemeters. Het wordt effectief puffen en afzien, want we hebben het grootste stuk ook nog eens wind op kop. Weinig recuperatie dus na het klimmen.

Het eerste stuk was nog met de trein om de grootstad uit te komen. Zoals steeds zeer comfortabel reizen, alleen ging de deur waar we met onze fietsen moesten uitstappen niet meer open. Paniek bij de conducteur (anders dan bij ons zitten ze hier graag op schema) en ik ongeduldig geschuifel bij onze mede-reizigers als gevolg. Zelf kon hij blijkbaar niets ondernemen, waardoor er een heen-en weer geroep en ruzie ontstond op het perron, waar we uiteraard niets van begrepen. Uiteindelijk is de machinist de redding komen brengen met een speciale sleutel en konden we alsnog uitstappen.

Ondanks de gewijzigde route hadden we toch ook nog een snelcursus “wat doe ik als ik een beer tegenkom” genomen. Belangrijkste is uiteraard kalm blijven en niet weglopen, de beer wint altijd! Verder met luide stem kenbaar maken dat je er bent en zonder oogcontact rustig achteruitstappen… de beer ruimte geven om weg te gaan (en hem niet in het nauw drijven), dan is de kans groot dat hij niet aanvalt. Doet hij het toch, dan moet je in foetushouding met je gezicht naar de grond gaan liggen. Dat is de theorie… we willen het liefst het in de praktijk niet hoeven na te vertellen. Of erger: niets meer te vertellen hebben. Mare haar statement says it all: “ik wil het liefst niet opgegeten worden door een beer, maar als het gebeurt en je komt daarmee in de krant kunnen mensen wel zeggen: wow, wat heeft die nog doorstaan”.

Maar het feit dat ik dit hier schrijf wil dus zeggen dat we geen beer gezien hebben en veilig en wel zijn aangekomen in Ribnica, onze 4de bestemming (Vila de Casa). Niet voor we bijna onze banden en schoenen naar de filistijnen hebben geholpen op nieuwe asfalt. We moesten een strook werken passeren, waarvan 1 stuk duidelijk net net was geasfalteerd en dat konden we keurig vermijden. Een ander stuk zag er ok uit (er reden ook al vrachtwagens over) en bij navraag bij de werkmannen kregen we hun fiat om erover te stappen. Maar helaas was de consistentie nog van het type Prit (geen Pattex en geen secondenlijm gelukkig). We hadden plots allemaal “klikpedalen”, enfin onze schoenen bleven goed aan de pedalen plakken. Onze banden zijn ondertussen ok, de schoenen die hebben we bij het betreden van het hotel wijselijk even uit gedaan. Stonden we daar mooi in te checken op onze sokken. Gelukkig is dit een kleinschalig hotel en kwam de gastvrouw dadelijk ter hulp met emmers en sponzen om de fietsen te kuisen.

Het dorpje straalt, hoewel hier weinig te zien is, veel vakantiesfeer uit. Er zijn hier maar een handvol hotels en voor de restaurants geldt hetzelfde. Maar zoals we altijd zeggen : 1-tje dat goed is van elk is voldoende. We logeren opnieuw in een boutique hotel dat bijzonder smaakvol is ingericht. Er ligt bij aankomst een handgeschreven kaartje klaar op de kamer met een praline van eigen huis, want naast ontbijt dat ze serveren hebben ze hier ook een patisserie.

-1 praline die al in de mond zat voor de foto kon genomen worden

Willem en ik doen een toerke van de “city” terwijl Mare en Lasse nog wat chillen op de kamer (en Lasse er in slaagt om vlotjes de chromecast te installeren om de Tour aankomst te kijken). Mare is ondertussen ook gebeten door de fietsmicrobe en ze kijken (voor Lasse herbekijken) de nieuwe reeks van de Tour de France op Netflix.

Ons “toerke” brengt ons naar het best aangeschreven restaurant van het dorp om te reserveren voor vanavond en naar een zomer pop-up terras op het binnenplein van het kasteel. Het is een heel mooie en goed onderhouden site. We zien ouders met kinderen toestromen die vrijdagavond het weekend met vrienden komen inzetten.

Eten doen we bij “Harlekin”, een zaak met meer parking dan zitplaatsen, maar wel lekker eten. De Sloveens keuken valt zeker niet tegen. Altijd veel keuze uit gegrild vlees. Bij de vis staan er steeds verschillende bereidingen van inktvis en forel op de kaart. En er zijn altijd voldoende verse groenten. Vooral de paddestoelen zijn hier een delicatesse. En verder vaak risotto met truffel of zeevruchten en uiteraard overal pizza!

Het is een kort stukje wandelen naar huis en iedereen is blij om in het alweer aanlokkelijke bed te duiken. Slapen is geen probleem hier !

A stroll in the city

Zo fris als een hoentje worden we wakker. Het moet gezegd, de bedden hier in Slovenië zijn van hoogstaande kwaliteit. We hebben vandaag een rustdag, dus kunnen we het effectief ook wat rustiger aan doen. Langer doezelen, wat treuzelen bij het opstaan en lang ontbijten.

Dat treft, want groot hotel = groot ontbijtbuffet = keuze stress. Ook in de ontbijtruimte is het zoeken naar een vrij tafeltje, achteraf gezien een wonder dat we nog 2 kamers toebedeeld hebben gekregen. We nemen noodgedwongen een tafel die vrijkomt vlak bij het buffet, wel wat drukker (het is een va et vient van jewelste) maar een ideale positie voor een observator zoals mezelf. Zo zie ik een man die zijn bord vol legt maar tegen hij het buffet verlaat het al half leeg gegeten heeft (grote honger) of een Nederlandse dame die alle appels van de korf vastneemt en terug legt om dan eentje te kiezen (voor niets verlegen), …

Na het ontbijt zijn we zo snel mogelijk weg want de airco wordt uitgezet wegens check-up tot 13h. Blijkbaar is de hitte hier uitzonderlijk (30 graden) en 5 graden meer dan normaal (dixit Maja van de receptie, ook bij haar thuis heeft ze grote airco problemen). Volgens de locals hier ligt door het warme weer ook de telefoonlijn regelmatig plat. Als we de stad in willen trekken blijkt de wifi uit te liggen. Volgens Willem hebben zich waarschijnlijk vergist van kabel. Dat belooft!

We doen vandaag de stadstour die in onze SNP app gesuggereerd wordt te voet. Die brengt ons opnieuw naar het Tivoli park, de groene long van de stad. Het is heel uitgestrekt, in het begin ook mooi aangelegd met keurige wandelpaden in dambord, gebouwtjes, beelden en fonteinen. Naarmate je dieper gaat wordt het meer en meer een bos.

We passeren het museumplein (veel moderne kunst), het Parlement en we aanschouwen het opzetten van de “United bears exhibition”, een wereldtour tentoonstelling van allemaal dezelfde grote beren door verschillende kunstenaars over de hele wereld ontworpen, met als doel mensen te laten nadenken over culturele diversiteit en leven in vrede.

Ingang parlement, de beelden die de ingang omringen vertegenwoordigen de werkende mens
United Bears Exhibition

We merkten een aantal dagen geleden een affiche op aan de bushalte in Sole (een gehucht van Bled of all places) van een pop-up exhibition van Banksy in Ljubljana. Dus dat schreven we op ons lijstje om in de stadstour op te nemen. Geniale kunstenaar !

Daarna kwam de fanfare van honger en dorst weer langs. Vandaag was het aan het water zeer rustig en konden we zomaar zonder veel hindernissen neerstrijken op het terras van een pizzeria (de geur als we langskwamen was de beste ambassadeur).

Rustdagen zijn zo “overrated”, we breien nog een stevig vervolg aan onze stadswandeling. We passeren vele leuke pleintjes en steegjes en ontdekken bij het zoeken naar het restaurant voor vanavond weer een heel andere vibe in de stad die ons doet denken aan de hipste buurten van Parijs en de omgeving van Tour & Taxis in Brussel. Het is op zijn minst gezegd een veelzijdige stad.

Afsluiten doen we op het “dak” van de stad aan het kasteel. We nemen we de funicular, waar een bruidspaar ons komt vervoegen. Veel valt er voor de rest niet te bespeuren, buiten een mooi uitzicht. Bovendien kost de rit naar boven (die minder dan 2 min. duurt) 16 EUR op en af.

Daarna is het tijd om wat af te koelen (de temperatuur stijgt tot ver boven de 30 graden, wat zal het volgende zijn dat uitvalt?) we bestellen dadelijk 3 flessen water in de hotelbar en zien hoe Campi de Tour wint. Feest in café Mombassa vanavond!

En ondertussen beginnen we aan de volgende episode van Fawlty Towers (je weet wel, die van “I am from Barcelona, I know nothing). We hadden vanochtend wat was afgegeven en die stond -dacht ik – keurig klaar op onze kamer als we terugkwamen. Grote ergernis als blijkt dat men alles aanrekent, maar dat Lasse zijn 2 witte hemdjes er niet bij zitten. Ik kon dus weer op pad naar de receptie. Daar tref ik 2 mannelijke receptionisten (commotie alom met die 2, Peppi en Kokki zijn er niets tegen) die – heel gedienstig – dadelijk housekeeping op pad sturen om de hemden van “Olaf” te zoeken (ik bedoelde het merk, zij begrepen mijn zoon Olaf heet). Na een 10-tal minuten verschijnt de dame terug zonder iets, ze had een verkeerde sleutel mee gekregen. Ze beginnen dan wat in de lade te rommelen om een berg sleutels boven te halen zonder de juiste te vinden. Enfin, na veel 5-en en 6-en (ik weet niet wie het heeft opgelost en hoe, hopelijk moet er morgen geen nieuwe deur geplaatst worden) verschijnt 1 van de 2 mannen toch met de 2 hemden om de hoek. Check!

Vanavond aten we bij “Tabar”, het ligt iets buiten de drukke toeristische buurt, maar het is nog steeds slechts 10 min. stappen. Het is duidelijk de buurt waar de lokale jonge goedverdieners komen (lees: het type “Dansaertvlaming”), veel andere toeristen hebben we niet gezien. Ik had dit restaurant vooraf gespot omdat ze een zeer uitgebreide kaart van natuurwijnen hebben en meer bepaald een grote selectie orange wijnen (mijn favoriet). De eetformule is traditionele Sloveense keuken met een moderne twist in tapas vorm. Zeer lekker (wel prijzig) en voor onze grote eter (Lasse dus) hebben we 4x de “grilled meat” moeten bestellen. Maar zeker een verademing qua porties, want meestal als je in Slovenië iets in medium formaat bestelt, kom je een week toe (zoals de pizza’s vanmiddag). Er wordt hier standaard ook met doggybags gezeuld heb ik al gemerkt.

Terras van Tabar

Morgen springen we terug onze fiets op en zoeken we opnieuw de stilte en rust van de natuur en kleine dorpjes op.

Sterven en dan Ljubljana zien

Zaaaalig geslapen, zeer goede bedden in skofja. Een echte aanrader hotel Loka. Zo vriendelijk, alles perfect in orde én verse eieren van eigen kippen naar wens klaargemaakt.

We verlaten Skofja via de oude stad, op naar de hoofdstad! Maar niet zonder nog een stevige rit te trotseren met klim van maar liefst 10 km. We zijn al goed voorbereid op wat komen gaat (lees: Mare en ik kunnen de signalen die Willem en Lasse uitsturen al beter”lezen”). We weten wat ons te wachten staat, goed doseren is de boodschap en eten en drinken wanneer de gids het zegt. Dat is best wel moeilijk, want eigenlijk heb je nog niet zo gek lang geleden ontbeten, honger heb je in de verste verte niet. Maar dan sta je daar plots langs de kant van de weg een rijstkoek binnen te stuwen om een hongerklop en lege benen te vermijden.

Het is 37 km in totaal. Buiten die 10 km is het parcours best wel te doen (buiten de gravel afdaling van ook nog eens 10K dwars door het bos). We gokken erop dat we een 2u en 15 min zullen bezig zijn met de klim. Maar dat was buiten Mare gerekend. Ongelooflijk hoe ze haar eigen tempo zoekt, gestaag naar boven met relatief weinig rustpunten. Er is niets wat zij niet kan op karakter en met het “koppeke”.

Dus… voor we het weten zijn we aan de laatste 17 km bezig en dus aan de afdaling. Die gaat dan weer minder vlot dan voorzien, want een gravelpad dat op sommige plaatsen zeer steil naar beneden loopt en met diepe groeven door het uitvloeien. Best wel tricky en het vraagt veel focus. Lasse rijdt ook hier altijd voorop, hij voelt zich duidelijk als een vis in het water op dit soort paden. Plots zien we een reebok vlak voor zijn wiel wegspringen (ongelooflijk hoe hoog ze gaan in hun vlucht). Gelukkig geen ongelukken, Lasse komt er met de schrik van af. Wel jammer dat we dit niet op camera hebben.

Wanneer we onze klim begonnen, aan de voet van de col kwamen we nog steeds vriendelijke en zwaaiende mensen tegen. De boeren tijdens de klim: idem. Maar bij het afdalen en hoe meer we de stad naderen, hoe minder hartelijk de mensen ( en vooral de vrouwen) werden. We zien meermaals kamikaze pilotes in hun auto vloeken omdat ze wat moeten inhouden voor fietsers. Ik ben daar hyper gevoelig voor en zie de bui al hangen…

We komen in eerste instantie dus echt goed op tijd aan in Ljubljana, een meevaller dus. De eerste indruk van de stad als we langs het Tivoli Park binnenrijden? Proper en netjes (zoals alles wat we in Slovenië al gezien hebben) en een aangename ambiance. Ook ons hotel ziet er veelbelovend uit. Tot we aan de receptie staan (ik zie vanuit een ooghoek onze bagage al staan) en blijkt dat ze onze reservatie niet terugvinden. Domper op de feestvreugde als je daar helemaal bezweet staat, snakkend naar een douche. Het slaat zelfs om in ergernis als de « verantwoordelijke » er wordt bijgeroepen en die botweg zegt dat ze op geen enkel manier ons kan helpen, ook als staan we daar met een nota bene uitgeprinte versie van ons reisoverzicht. We bellen het reisbureau die het gaan uitzoeken en dan worden we daar aan ons lot overgelaten. Niet : zet je even, kunnen we al iets aanbieden om te drinken. Empathie is duidelijk niet voor haar weggelegd. Haar 2 stagiairs staan er met plaatsvervangende schaamte op te kijken.

We zitten “rustig” te wachten op wat het zal worden als ik plots onze geleverde bagage in het vizier krijg en merk dat mijn beautycase er niet bij zit, de kers op de taart dus. Gelukkig zien we 15 min later de man van ons vorig verblijf binnengestormd komen mét mijn tas. Ik snel even naar hem toe. De brave man kan blijkbaar zich niet in het Engels uitdrukken, maar uit zijn gebaren kan ik afleiden dat hij terug thuis was en heel het eind is moeten terugkeren toen hij merkte dat hij iets vergeten uit te laden was…extra punten voor Skofja loka! Ik denk dat hij wel aan mijn gezicht kon afleiden dat ik heel opgelucht en dankbaar was.

Wachten op goed nieuws

Een uur later komt de tot dan zeer onaangename receptioniste ons melden dat er dus effectief een fout is gebeurd en dat ze alvast 2 kamers kan voorzien voor vannacht en dat hun boekingsysteem bezig is voor de 2de nacht. Indien niet, zullen ze een oplossing zoeken. Plots worden we echte klanten en spat de vriendelijkheid ervan af. Of we al rustig onze fietsen kunnen wegbrengen naar hun beveiligde parking. Als we terug boven zijn is alles plots geregeld: onze kamers zoals voorzien voor 2 nachten. Met 1,5 uur vertraging kunne we ons installeren.

Dit is exact wat ik probeer te vermijden door altijd de hele reis zelf te regelen: wat je zelf doet, doe je beter. En de kleinere hotel eigenaren of B&B uitbaters die weten waarvoor ze werken en hebben nog nooit teleurgesteld. Maar stay postive! De kamers zijn top! En we zitten hier echt pal in het centrum.

Ondertussen vallen we om van de honger, dus besluiten we in de hotellobby iets te drinken en wat hapjes te nemen én naar de aankomst van de Tour te kijken.

Na nog een kleine siësta op de kamer zijn we zeer benieuwd en klaar om de stad in te duiken. Lublijana mag dan wel de hoofdstad zijn, zo heel groot is het er niet. en de stad kreunt duidelijk onder de massa toeristen die het moet slikken. Alle terrassen, echt letterlijk allemaal zitten bomvol. Overal staan mensen te wachten op een tafeltje. Na een kleine wandeling door de stad, starten we ook onze zoektocht. Ik had wel wat zaken vooraf opgezocht, maar dat was een maat voor niets helaas. Er is 1 restaurant waar we 3 keer gepasseerd zijn in de hoop een tafeltje te bemachtigen, zonder succes (ze namen buiten geen reservatie aan). Waar er nog tafeltjes beschikbaar waren bleken ze al gereserveerd te zijn. Dus bleven we maar wat rondkuieren en dronken we een lekkere wijn in een Vinotheek.

Ondertussen dansten de Slovenen er lustig op los op het grote plein.

Iets na 9 uur belanden we toch op een terras langs het water (de keukens zijn open tot 22 h!), waar we nog eens een 20-tal minuten moesten wachten tot onze tafel opnieuw gedekt was en we een kaart kregen. De garçons zagen er uit of ze elk moment konden bezwijken. Die van ons was ondertussen al van 10 u ‘s morgens non stop op de been zo bleek en de man was duidelijk heel blij dat hij niet nog eens een lastige klant te bedienen kreeg. Hij legde ons in de watten. Ik at er lekkere gegrilde octopus en we dronken een Slivovitsj op de goede afloop van de dag.

adijo bled

Vandaag nemen we afscheid van Bled. We laten ook definitief onze auto achter, vanaf nu is enkel de fiets ons vervoermiddel.

Het is niet enkel een lange rit, het blijken ook maar liefst meer dan 800 hoogtemeters te zijn. Slik dus! We smeren onze kuiten goed in.

Het was de eerste keer dat we onze bagage moesten klaarmaken voor ophaling, dus dat was even kijken hoe ons te organiseren om alles zo compact mogelijk te maken en niet teveel « losse » stukken te hebben. Kwestie niet te riskeren dat er iets per ongeluk blijft liggen, dat zou zeer onaangenaam zijn na zo een lange rit.

Wij op pad met onze ervaren gids Lasse. Het moet gezegd, hij doet dat perfect. Hij geeft tijdig aan welke kant we op moeten, wanneer we best eten en drinken voor er een zwaar stuk volgt en is de beste mental coach in moeilijke tijden. Die jongen heeft een toekomst.

Ondertussen zijn we dag 3, van de ritten, we hebben al 110 km achter de kiezen. We leren elke dag veel bij: Mare kan ondertussen al rijdend drinken van haar bidon, we remmen vóór de bocht, ik heb leren doseren als het bergop is (en val dus niet meer stil halfweg), we kennen de signalen met de ellebogen om aan te geven dat er een hindernis komt en we kunnen een lange afdaling op gravel doen zonder ongelukken. Enkel ik heb blijkbaar nog problemen met opstappen, want ik ben uit stilstand de grond op gekletst (zonder veel erg, een kleine schram op de knie. De slappe lach van Mare was erger dan de pijn). Om het met de woorden van Lasse te zeggen: il faut le faire, een klik pedalen val zonder klik pedalen.

Het eerste stuk gaat vandaag heel vlot, we zijn in no time in het Middeleeuws dorpje Radovljica, gelegen op 500 m hoogte met een mooi zicht op de omgeving én het is tevens de hoofdstad van de bijenteelt en chocolade. Good to know!

Het werd aangeraden om hier even halt te houden en het is inderdaad de moeite. Op het Linhart plein lonkt een mooi terras dat tegenover de muziekacademie gelegen is. We worden getrakteerd op prachtige pianomuziek door de openstaande ramen.

We drinken iets (willem kiest voor Ice coffee en ontdekt dat daar effectief ook een bol ijs mee gemoeid is, voor Lasse is het al tijd voor een pannenkoekje, het zijn echte coureurs die mannen) Ik doe ook een kleine toer door het stadje en ontdek fresco’s op de muren van de huizen en een historische peperkoek bakkerij. We kopen daar wat peperkoek, het is echt onze rode draad aan het worden.

En dan zetten we onze tocht verder en zitten we heel snel aan Km 18 waar onze eerste klim begint en die door iedereen zwaar onderschat werd: 4,5 km waarvan de laatste 800 m aan gemiddeld 15%… we moesten er collectief even van bekomen.

Het bleek zeker ook niet de laatste kuitenbijter van de dag te zijn. Stilaan komen we ook in een meer bosrijk gebied, wat enerzijds goed is om af en toe af te koelen. Anderzijds is er meer kans op dieren. Niet in het minst insecten. Bij een rustpauze bleek er een mier in Lasse zijn shirt gekropen te zijn, die hem pakweg een km later beet met dadelijk een schouder vol ´blaren’, maar verder geen gevolg. Wat erger is: Lasse moet op bijna elke col minstens een 10 à 15 min wachten op ons. Soms komt hij nog eens op en af gereden, maar als het sowieso al afzien was natuurlijk niet. En dan kiest hij voor de veiligheid van bijv. De kijkhut op eenzame hoogte. Helaas kunnen beren ook klimmen, dus zijn gevoel van veiligheid was gauw verdwenen toen Mare dit opmerkte ( hier zitten wel degelijk 1600 beten in de bossen).

Ik denk dat we wel zeker 20 dorpjes hebben doorkruist, allemaal even aantrekkelijk, maar zonder enige voorzieningen qua stock inslaan. Ik was me echt al ongerust aan het maken, ons water was aan het wegslinken met de meter.

Tot we dan toch, net voor een nieuwe stevige klim, een Mercator ontwaarden (achter een halve bos) met een bar ernaast. Halleluja, de redding was nabij.

We besloten op ook nog een ijsje te eten (de helft van het gezelschap toch, mijn Nectarine heeft nog nooit zo goed gesmaakt) en iets te drinken bij de bar nadat we half de winkel hadden leeggeplunderd. Op zijn minst gezegd: het gezelschap dat samen met ons op het terras zat was van zeer folkloristische aard. Bij het Sloveens is het soms niet echt duidelijk of er nu gewoon een geanimeerd gesprek bezig is of dat ze elke moment met elkaar op de vuist kunnen gaan.

Allé hop, klaar voor de volgende 30 km en ja, het venijn zit hem in de staart… de laatste 5 km worden ingezet met een klim naar een charmant kerkje. Het dorp zelf telt letterlijk 4 huizen en ik heb – tegen het tempo dat ik boven kwam – ze goed kunnen tellen.

Mare is weeral geheel op eigen kracht telkens op eigen tempo boven gekomen, ik heb vandaag voor het eerst 1 trapje hoger dan « eco » geschakeld op de laatste steile stukjes (turbo heb ik nog niet uitgetest). Met een zware fiets met goed gevulde zijzakken (ah ja, want jij rijdt toch elektrisch) op de laagste stand naar boven is zo goed als zonder ondersteuning. Maar het laat je wel toe op de vlakke stukken meer te recupereren. Maar zweten en afzien doe je sowieso!

We zijn eigenlijk allemaal blij als we de oprit kunnen opdraaien van Hotel Loko en opgevangen worden door de meest sympathieke gastvrouw. De valiezen staan al netjes voor de deur van onze kamer te wachten, de airco staat op en de douche is nog nooit zo heilzaam geweest. Onze huid brandt zichtbaar nog na van de zon én de inspanning.

We eten in the old town, een schril contrast met de moderne blokken, inclusief hangjongeren 100 meter verder. Om één of andere reden snakten we allemaal naar een goede pasta… toch ook coureur allures dan.

Ik denk niet te liegen als ik zeg dat we binnen de kortste keren allemaal in dromenland gaan liggen. Morgen leidt de etappe ons naar Lublijana waar we 2 nachten zullen verblijven en de 2de dag de stad gaan verkennen te voet. Even de fiets aan de haak dus voor een dagje « rust ».

Meer en meer…

Of ik had dit bericht ook “Mare en de dieren” kunnen noemen. Als we haar laten doen moeten we een tent meenemen en tijdens onze rit overnachten. Bij elk dier zou ze stoppen. Lasse daarentegen, die zou er zo snel mogelijk van wegrijden.

Maar vandaag dus al ‘meer’ wat de klok slaat. We starten onze tocht rond het meer van Bled waar het in de ochtend nog zalig rustig en koel is. We klimmen een goed eind naar het station van Bled-Jezero deze keer.

We nemen de trein richting Bohinj, het noordoosten van Slovenië, waar – je kan het al raden – het « beroemde » meer van Bohinj is gelegen. We doen een rondrit van 22 km in een wijde lus. Daarna is het nog 34 km terug naar Bled. Dat doen Lasse en Willem alleen. Er zit namelijk een klim bij tot op 1200 meter hoogte… en dat is bovenop de 500 hoogtemeters die we reeds doen wat teveel van het goede voor Mare en mezelf. Te meer omdat dit pal op het heetste van de dag valt en er weinig beschutting is op die hoogte. Dus nemen we wijselijk de trein terug. Er komen ook telkens nog 5 à 6 km bij van en naar ons appartement.

De Bohinj regio is ronduit fantastisch om te fietsen. Er komt geen einde aan het speciaal aangelegde fietspad tussen de weiden en vlaktes vol wilde bloemen!

De route wordt afgewisseld met klimmetjes door kleine dorpjes.

We nemen een korte rustpauze aan het meer zelf. Even de voeten in het water om af te koelen en te genieten van de rust die het meer brengt én om te discussiëren over hoeveel km lang dat meer nu wel is. Iedereen heeft een andere mening en iedereen zit er ook glad naast. Het blijkt 4,5 km lang te zijn, genoeg plaats dus voor iedereen om te komen relaxen. Het moet gezegd, het meer van Bled heeft meer allure, de omgeving is mondainer. Het heeft een zekere uitstraling met het eilandje en het kasteel dat er hoog boven uit torent. Maar ik geniet meer van de rust en de pure schoonheid van Bohinj en het feit dat er ruimte is.

Vissen kan je hier trouwens zo goed als met je handen vangen, zo dicht komen ze bij je en zo helder is het water.

Voor we aan de zwaarste klim van de dag beginnen, passeren we langs de Mercator supermarkt. Tijd om terug wat proviand in te slaan met een hoog koolhydraten gehalte en wat snelle suikers. En bovenal om eens iets anders te hebben dan peperkoek, die komt ondertussen mijn oren uit. Waar we andere vakanties uitgebreid gaan lunchen en een apero nemen, beperkt het zich nu tot bulken op een picknickplek in de schaduw. Het is eens iets anders. We slaan graankoeken, rijstwafels, cola, bananen en powerbars in.

We passeren nog even bij de Mostnicakloof en dan is het klimmen klimmen en nadat we afscheid nemen van de boys is het voor ons 2 km dalen met haarspeldbochten aan 10%… met de wind in de haren! De weg is pas vernieuwd en als we beneden komen zijn ze er nog aan het werken, wat maakt dat er maar zeer weinig auto’s gepasseerd zijn en we bijna vrije baan hadden.

Op de trein is het maar liefst een uur wachten, maar daardoor kunnen we terug wat bijtanken. Eens we vertrekkensklaar op de trein zelf zitten (in de koelte van de airco, het zijn hier allemaal splinternieuwe treinen en zeer comfortabel) komt de conducteur ons melden dat we 15 min vertraging zullen hebben. Tot zover het feit dat we vol bewondering waren over de stiptheid van de trein hier. Anderzijds, een conducteur die zich persoonlijk bij iedere passagier komt verontschuldigen hiervoor is ook du jamais-vu. Bij ons mag je al blij zijn dat de vertraging keurig op het bord wordt aangekondigd. Ondertussen zijn Willem en Lasse halfweg hun klim.

Uiteindelijk komen we 2 uur later terug in Bled aan. Quasi net op tijd om naar het appartement te snellen, de zwemkleren op te halen en de jongens op te wachten aan, jawel, het meer van Bled. We drinken nog samen iets op het Bled festival en dan keren we even terug naar huis (we zullen nog maar eens terug gaan voor het diner) voor de welkome douche en maken we onze valiezen. Die komen ze morgen ophalen aan de receptie en worden naar ons volgend hotel gebracht terwijl wij naar daar fietsen.

We vliegen morgen naar Skofja Loka, een klein middeleeuws stadje en schuiven we stilaan op naar Lublijana, we hebben 60 km voor de boeg.

Benieuwd naar onze nieuwe locatie voor 1 nacht

Marokko, Albanië, Schotland?

Niets van dat alles… hoewel al deze bestemmingen wel de revue zijn gepasseerd. Vanuit het gegeven dat ik de gewoonte heb onze vakanties zelf van A tot Z te plannen en dit – met de formule van dit jaar – niet kon, kreeg ik het in de plaats van de mensen van het reisbureau zelf op mijn heupen van onze besluiteloosheid.

Ik moet misschien beginnen bij het begin en vertellen wat precies de plannen zijn. Aangezien Lasse recent volledig de kaart van het wielrennen heeft getrokken en hij in deze periode midden in het koersseizoen zit, is 2 à 3 weken zonder fietskilometers niet gewenst. De optie huisje in het noorden van Portugal (dan kon Lasse elke ochtend zijn training afhaspelen), gecombineerd met een citytrip in Madrid werd dan weer tamelijk kordaat afgeschoten door Mare wegens « te passief ». Vandaar het compromis van de fietsvakantie, bleef enkel nog de bestemming als heikel punt over. Marokko was ideaal geweest, prachtig land en cruisen door de Atlas, het zei ons allemaal wel iets. Maar uiteraard sterk afgeraden in de maanden juli en augustus. Marrakesh schuiven we dus door naar de herfstvakantie eventueel. Albanië dan. We zijn al in Montenegro geweest, zeker de moeite daar. Maar de routes waar je tot bijna 2000 meter moet klimmen zou een mooie uitdaging geweest zijn voor de mannen in huis, maar voor mezelf en Mare een ware domper op de feestvreugde. Schotland dan. Mooie natuur van het type dat we nog niet vaak zagen, maar o.a. het weer (potentieel meer van hetzelfde als in België, dus elke dag regen) heeft ons op het laatste moment alsnog doen switchen naar … Slovenië. Ook niet vlak uiteraard, maar veel afwisseling en flexibiliteit in de route én de garantie op goed weer: de beslissing was gevallen (na weken twijfelen en onderhandelen). 11 dagen ter plekke, 9 fietsdagen van de Julische Alpen tot de Adratische kust, tussen de 45 en 60 km per dag. Ikzelf op e-bike, Mare en Lasse met hybride fiets en Willem met zijn eigen gravelbike. We gaan voornamelijk over onverharde paden.

Spannend! Zeker en vast ook door het feit dat ik het gevoel heb totaal niet voorbereid te zijn, alles werd geregeld door de absolute topservice (tot nu toe toch) van SNP Natuurreizen. Maar ook door de aard van de reis: zal dit ons bevallen? Wat met het verschil in niveau: de helft van het gezin neemt « gellekes » mee voor topprestaties, de andere helft bekijkt het als iets recreatief en ziet de kabbelende beekjes en de mooie picknickplaatsen al zitten. Het is in ieder geval een serieuze « gezinsteambuilding » , dus ook : benieuwd! In ieder geval zal ik me niet al te veel zorgen moeten maken over de vakantiekilo’s als we ‘s avonds ons voeten onder tafel steken. Of ik nog de fut zal hebben om elke dag onze avonturen neer te pennen, dát gaan we nog moeten afwachten.

In één ruk naar Slovenië is doenbaar, maar het is vakantie, dus maken we nog een tussenstop in Beieren, meer bepaald in Landshut. Vooraf nog nooit van gehoord, maar het blijkt een zeer charmant stadje te zijn aan de Isar. De huizen hebben allemaal een suikerspin kleur en door het goede weer heerst er een fijne ambiance.

Ons hotel (Amalia Boutique hotel) is een mooi gerestaureerd gebouw (het oude postkantoor) aan het water. De oorspronkelijke elementen werden behouden, hetgeen een mooie mix tussen oud en nieuw geeft.

Eten doen we bij een Italiaans restaurant in de ‘Altstadt’, waar de pizza’s echt wel er los over gaan qua grootte.

Teruggekomen in het hotel hebben we nog een kleine intermezzo als we pas in ons bed liggen. We hebben twee 2-pers kamers, de kinderen liggen 1 verdieping lager. net in dromenland krijgen we telefoon van Mare dat er iemand hun kamer was binnengekomen (weliswaar ook direct weer vertrokken). Onverklaarbaar, want de deur was dicht en het is een kaartsysteem om open te maken. Na wat commotie, een passage aan de receptie en een herverdeling van de kamers kunnen we terug gaan slapen. Dat komt er natuurlijk van als je in de auto onderweg luistert naar Podcasts van ´De Volksjury’.

Als we onze weg na het ontbijt verder zetten naar onze eerste bestemming in Slovenië, Bled passeren we het ene mooie dorpje na het andere. We kunnen ons niet bedwingen en stoppen net voor we Oostenrijk induiken voor een koffie op het plein van Burg zur Burghausen, waar men niet zuinig is op de wijn en de prijzen voor een degelijke maaltijd 1/3 minder zijn dan vorige week op de wei van Werchter én waar er aan de lopende band getrouwd wordt.

Slovenië binnenrijden doen we ook deze keer langs de bergpas, aan de grensovergang slibt het nogal samen en riskeer je behoorlijk lang in de file te staan, dat geldt voor beide richtingen. Dat was ook zo als we naar Montenegro reden en op de terugweg van Kroatië naar Gasthuisberg was dat het moment dat de ambulance zijn zwaailichten aanstak om 2 uur file te vermijden. De klim naar boven is best wel pittig (18%) maar als de aftandse VW Passat (bouwjaar 1994?) die de hele weg zwarte domp braakt boven geraakt, dan wij zeker ook.

En dan arriveren we in Bled, waar we alvast een toertje rond het meer doen en de eetgelegenheden verkennen voor vanavond.

Op 3 km van het centrum wacht ons appartement voor de komende nachten. En daar zitten we echt letterlijk en figuurlijk “op den bled” in een gehucht.

We slapen op een boerderij, benieuwd voor de biologische streekproducten morgen bij het ontbijt.

Vanavond gaan we te voet naar de city, morgen start ons fietsavontuur.

The end…

Na 17 dagen cruisen in het mooie Sri Lanka beginnen we aan onze laatste dag en vliegen we terug naar Dusseldorf . Deze keer hebben we een korte overstap in Dubai, dus zijn we nog dezelfde dag terug in Vaalbeek.

Maar vandaag genieten we nog van wat Negombo te bieden heeft. C komt ons een laatste keer ophalen voor een citytour en wat shopping. Negombo is alweer in niets te vergelijken met alle andere steden. 80 % van de inwoners hier zijn Christenen, de stad is bezaaid met kerken en beelden van Jezus, Maria, de heilige Antonius en nog meer. Anders dan bij ons worden ze op elke straathoek voorgesteld zoals ze dit met de boeddhabeelden doen. Het is net of je door een gigantische kerststal wandelt. Zo kan je op een bank uitrusten met Jezus, het is eens wat anders dan met de Kotmadam op de Oude Markt.

Al van heel vroeg ‘s ochtends tot ‘s avonds laat zijn mensen hier aan het bidden. We zien ‘s avonds op weg naar het diner een moeder op de grond zitten met haar 3 kinderen, omringd door kaarsen en allen ingetogen biddend.

Naast dit bijzonder kenmerk is Negombo vooral ook een vissersstad. Met de Oceaan aan één kant en de lagune langs de andere komt hier van ‘s nachts 2 uur tot laat in de namiddag massa’s vis samen in de verschillende vismijnen van de stad. De geur is heel doordringend, de chaos compleet. Er is geen doorkomen aan. We zien haaien op de grond liggen, klaar voor verkoop. Moten tonijn worden vers afgesneden, het is een onderhandelen van jewelste.

We willen graag wat souvenirs meenemen, onder andere een houten olifant en schildpad op naast onze kameel uit Jordanie in de boekenkast te zetten. C brengt ons naar een degelijke winkel, hierdoor kopen we degelijke spullen. De volgende stop is een winkel voor handtassen. Geen cadeautje voor mama, maar een nieuwe reistas. We hebben meer gekocht dan we in gedachten hadden. Het past niet meer in onze bagage en dus moeten we een extra tas inchecken.

We passeren ook de plaats waar de vis gedroogd wordt, een specialiteit in Sri Lanka. voetbalvelden vol vis die op zeilen op de grond ligt te drogen.

En daarna gaan we terug naar ons hotel voor de laatste uren zonnekloppen. ‘S avonds laten we ons naar het Blue Lagoon restaurant van het Jetwing hotel voeren voor een diner aan de rand van het water. Lekker eten, lekkere wijn, goed gezelschap en heel veel mooie herinneringen om te overlopen. We staan versteld van wat we allemaal gedaan en beleefd hebben deze 17 dagen.

Ons vliegtuig vertrekt in de gietende regen. We hebben ongelooflijk veel chance gehad. De enige regen tijdens onze reis, was ‘s nachts. Die regenponcho’s die we ingepakt hadden waren dus overbodig. Naar het weer bij thuiskomst te oordelen zullen ze daar nog wel van pas komen helaas.

Sri Lanka heeft ons veel geboden. Een mooi en zeer veelzijdig land met veel potentieel. Een ruwe diamant. En vooral de mensen zullen ons bijblijven: we hebben geen enkele slechte ervaring gehad. Altijd gelukkig en content!

Back to the sea

Er stond vandaag een langere rit op het programma voor onze laatste etappe. We rijden terug naar de kust, de Oostkust nu wel te verstaan. We overbruggen 180 km, waarvan meer dan de helft op gewone wegen, door dorpen en steden. We hadden wel het geluk dat het zondag was. Geen vrachtwagentjes en woon-werkverkeer, dus dat ging beter vooruit dan gedacht. C had ook zijn nest geroken (Negombo, waar we zullen verblijven, ligt net boven colombo en het hotel is op 37 km van zijn huis), dus veel stops hebben we deze keer niet gemaakt. Eentje was wel weer de moeite van het vermelden waard. We waren nog geen 15 min Anuradhapura City uit, of hij sloeg al een zandweggetje in waar geen einde aan leek te komen. Bleek dat zijn nicht hier een kleine tabaksfabriek heeft en hij wou ons deze laten zien en uiteraard even goedendag zeggen bij zijn familie. Ze verbouwen er tabak om te eten, niet om te roken. Even was er nog een spraakverwarring, want hij sprak net voor we arriveerden over zijn “relation”. Hmmm, dachten we… C, de snoeper! Maar het bleek wel degelijk over de dochter van de broer van zijn moeder te gaan. We kregen uiteraard een uitgebreide rondleiding, moesten poseren voor een foto of 20 met de verschillende gezinsleden (ondertussen zijn er al meerdere generaties betrokken) en ei zo na werden we verzocht voor de lunch, want de lokale visboer kwam met zijn brommer recht van het meer aan gesneld met vers gevangen vis. Hoewel ze eenvoudig leven, zie je wel dat deze mensen goed boeren. Hun huis werd verbouwd, ze hebben allemaal mooie kleren aan en ze hebben heel wat personeel dat dus ook op zondag aan het werk was, terwijl zij duidelijk rustdag hadden.

We deden een plas/kleine lunch/koffie pitstop langs een wegbarretje. Lasse zijn dagelijks bordje rijst, een appelflap, 2 broodjes ei, 3 koffie’s en 2 cola: 3,70 EUR. En langs een kraampje stopten we voor een paar soorten cashewnoten, de specialiteit van de streek hier.

We komen iets na de middag aan in ons nieuwe oord. Zwemmen in de zee is hier onmogelijk, de golven zijn torenhoog, je bent hier als zwemmer niet tegenop gewassen. We zitten hier op een landtong. Zelf hebben we zicht op zee vanop een penthouse terras met jacuzzi. Beneden is het zwembad en aan de achterzijde is de laguna. Ook dit is weer niet het meest toeristische stukje kust, maar ideaal om nog een paar dagen op ons gemak te rusten.

Eten kan hier ook, maar we willen toch ook nog een stapje in de wereld zetten. We kiezen een visrestaurant uit in het meest levendige stukje van Negombo. Wat gaan we dat eten hier missen thuis!

Vive le vélo

Gisteren lieten we de kust even voor wat het is en verhuisden we terug naar het binnenland, naar de meest noordelijke plek waar we tijdens deze trip zullen komen: Anuradhapura. We hebben er aardig lang over gedaan om de naam van deze stad te onthouden en juist te schrijven.

Het was een blij weerzien met C, hij was die ochtend met de bus van Colombo (waar hij woont) gekomen. Zijn ‘van’ was de hele tijd op de parking van het resort blijven staan, hij was al om 4 uur vanochtend vertrokken om om 12 uur ´s middags in Nilaveli aan te komen. Hij gebruikt de staatsbussen, dat gaat bijzonder traag en het is ook een slordige 279 km. Toen hij 4 dagen geleden naar huis vertrokken was, kwam hij pas om middernacht thuis. De motor van de bus had het onderweg begeven en was voor herstelling binnengegaan met alle reizigers aan boord. De herstelling had 1 uur geduurd.

Hij wou ons absoluut ook nog een Hindoeïstische tempel laten zien, dus stopten we in Trincomalee aan het ´Dutch Fort’ dat ´Thirukoneswaram Kovil’ herbergt. Die tempel hadden we een dag eerder al vanaf de boot opgemerkt, hoog op de rotsen. Qua fauna verraste de weg ernaar toe ons met grote kudden hertjes. Waar ze bij ons bij de minste toenadering wegvluchten, leven ze hier als tamme dieren aan de kant van de weg. In het ´echt’ en van zo dichtbij valt het des te meer op dat het prachtige dieren zijn.

De tempel zelf is ook best indrukwekkend. Het verschil met de boeddhistische tempel zit hem voor mij vooral in de kleuren, die spatten van het scherm. In het Boeddhisme houden de meer neutrale kleuren de boventoon. Het komt wat schreeuwerig over, ik ben persoonlijk meer voor de eenvoudige stijl. Maar ook hier leren we weer veel bij qua gebruiken en rites. Zo komen vrouwen die zwanger willen worden naar de tempel, kopen een houten bakje dat een wiegje moet voorstellen en hangen dit op aan de bomen bij de tempel. Vervolgens slaan ze een kokosnoot stuk op een steen, zodat de melk eruit kan lopen. Daarna zijn ze klaar om kinderen te baren. Bij boeddhistische tempels is het gebruik van kokosnoten voor het offeren net weer uitgesloten. De omgeving van de tempel is echt wel prachtig, zo uitkijkend over de zee.

Nog een ritje door de stad en daarna is het en route naar Anuradhapura voor de volgende 2 dagen, waar het verschroeiend warm is. We stoppen nog even bij Mihintale, een bedevaartsoord op een berg, maar die gaan we even skippen: te warm, te moe en het zwembad van ons volgend hotel lonkt.

We bespreken met C hoe we het morgen zullen aanpakken. Anuradhapura’s grootste troef is de oude stad, met zijn vele tempels en restanten van een ver verleden als eerste hoofdstad van Sri Lanka. Wil je de meest belangrijke dingen meekrijgen, is het quasi onmogelijk om alles te voet op 1 dag te doen. 2 dagen is voor ons teveel van het goede. Ik was dus op zoek gegaan naar een andere formule en hierdoor bij de fiets uitgekomen. Ons hotel verhuurt ook fietsen, maar ik had geen zicht op de kwaliteit (we hadden al eens aan de lijve ondervonden dat remmen niet altijd even belangrijk zijn hier) en we zitten wat meer afgelegen van de site wat maakt dat we een stuk door de nieuwe stad moeten en dat is pure kamikaze. Na wat googelen kwam ik bij een fietsverhuurder uit die goede reviews had qua fiets materiaal en die bovendien op 1 minuut van de ticket office gelegen is. C stelde voor om nog even te passeren daar om zeker te zijn van de beschikbaarheid en om de kwaliteit alvast te testen. Hijzelf had sinds corona geen adresje meer van fietsverhuur en was gelukkig als een kind dat hij deze via ons vond, want de ligging was inderdaad perfect en de fietsen (van Japanse makelij) comfortabel. Het enige bizarre is dat de bubbel plastiek van bij de levering nog rond de stangen hangt. Dat zal wel met doorverkoopwaarde te maken hebben of zo. Lasse en Willem kozen voor het type mountainbike, Mare en ik voor een stadsfiets. C wou ons eerst met zijn busje volgen, maar zwichtte uiteindelijk toch ook voor de fiets. Dat stemde mij al meer gerust, want tussen ons gezegd en gezwegen, ik zag hem ons al overal op de hielen volgen, luid claxonnerend en halsbrekende toeren uithalen om ervoor te zorgen dat wij veilig kunnen rondtoeren, zich niets aantrekkend van de andere weggebruikers. Anderzijds weten we ook niet of hij überhaupt goed kan fietsen, dus dat kon ook nog stevig tegenvallen. Afwachten tot morgen dus.

In het hotel aangekomen is het plonzen en douchen en ook eten doen we ter plekke. Het hotel heeft een gezellig restaurant met goede commentaren, dus gaan we het niet verder zoeken. We leggen naar goede gewoonte nog gezellig een kaartje en we worden allen met de dag competitiever.

En dan was het vanmorgen de fiets op. Lasse zei dat hij C er wel eens zou afrijden. Maar die bleek echt wel goed op de fiets te zitten en trapte ook stevig door. Hij zegt dat hij thuis 1 fiets heeft voor het hele gezin. We kopen tickets en beginnen onze tocht langs stoepa’s, bassins, tempels, ruines van monnikenscholen en koninklijke verblijven. Anuradhapura is een pelgrimsoord, het is vandaag zaterdag en dus zien we volle bussen met gezinnen toestromen die op bedevaart komen. Volgens C komen ze soms al van zeer ver. Elk gezin of groep neemt ook zijn plaatselijke monnik mee om mee te bidden. We zien ook voor het eerst kind-monniken, ze zijn 7 à 8 jaar. Boeddha beslist over je leven, ook over het feit dat je monnik wordt. We komen maar weinig toeristen tegen en worden ondergedompeld in het praktiserend geloof van de Singhalesen, hetgeen een hele belevenis is. Onze kaken zullen op het einde van de dag pijn doen van het lachen naar de mensen. Iedereen begroet ons, zwaait naar ons, lacht naar ons.

Het is ondertussen behoorlijk warm, het fietsen brengt door de wind wat verkoeling, maar de trappen naar een tempel en de tegels eromheen zijn ondertussen oververhit en die moet je op je blote voeten doen. Bovendien is een aap er met ons water vandoor, die stak als bidon op Willem zijn fiets, we vinden de restanten een eindje verder. Het beest is er zelfs in geslaagd om de dop eraf te krijgen. Eerder waren we ook net op tijd terug om te verhinderen dat ze er met onze schoenen vandoor gingen. Ze lagen al her en der verspreid. Op heterdaad betrapt!

We verkoelen ons even bij een cafeetje dat niet meer is dan een tent. De eigenaar en zijn vrouw zijn superlief en we vragen hen om roti te maken voor ons. Dat is een soort pannenkoek van stevig deeg, gemaakt op een houtvuur. We kiezen als vulling banaan en honing en eentje met kokos.

Dat blijkt zo veel te zijn en we zijn nog steeds het Sri Lankaans ontbijt aan het verteren, dat we een doggybag vragen (we krijgen hiervoor een stuk krantenpapier) om vervolgens hiermee de straat over te steken en het te schenken aan een vrouw (die zo mager is, dat kan niet gezond zijn) en haar man. Ze zitten hier om de mensen te entertainen met een afgetraind aapje, een Python en Cobra. Volgens C zijn ze zeer arm en hebben ze zelfs geen dak boven hun hoofd. Mare wil al heel de reis een aap vastpakken, maar zo in het wild kan je dat onmogelijk riskeren. Dus dan maar de ´circusmanier’ zullen we maar zeggen. We krijgen erbovenop nog een demonstratie slangen bezweren en laten de mensen achter met genoeg geld om de komende week goed te eten.

Ondertussen horen we van C dat er in het dorp een hele buzz rondgaat over het feit dat de President op komst zou zijn om de site vandaag te bezoeken. Dat wil weer lukken. Eerder hadden we al het genoegen om te eten naast een belangrijke minister, de berg op te klimmen met de belangrijkste monnik van het land en nu dit? Waar gaat dit eindigen? Boeddha himself?

We hebben een prachtige dag, rijden bijna 10 km rond met de fiets en nemen mooie en serene herinneringen mee. Tegen half 3 ronden we af met een bezoek aan ‘Jaya Sri Maha Bodhi’, de heilige boom. Dit blijkt de apotheose van de pelgrimstocht te zijn, want hier is het echt over de koppen lopen.

We leveren onze fietsen terug in bij onze brave verhuurder. Ik beloof hem een goede review te schrijven, waardoor plots zijn aller schattigste zoontje met een tros bananen van eigen kweek komt aanzetten. Kinderen zijn hier altijd mooi en die glimlach doet ieders hart smelten. Het is ook duidelijk dat kinderen hier heel belangrijk zijn. Je ziet hier echt veel mooie gezinnen rondlopen die er werkelijk gelukkig uitzien. En de kinderen zelf zijn altijd vriendelijk, gedisciplineerd en beleefd. We zijn hier al wel wat andere exemplaren van andere origine tegengekomen moet ik zeggen. We kunnen nog wat leren van deze mooie ingesteldheid.

De rest van de middag komen we wat bij in het hotel. Morgen weer een nieuwe spannende dag.

Slow, slower, slowest…

Beeld je in: er staan een Duitser en een Jamaicaan aan de bar iets te bestellen. Zegt de Jamaicaan:”bij ons gaat alles 5 keer trager dan op een ander”. Maar sinds ik met een Singalese ben getrouwd weet ik dat het hier nog 10 x erger is… ik ben het ondertussen al gewoon”. En hij heeft vrees ik 100% gelijk. Zeker hier aan de kust, waar het het hele jaar door 30 + graden warm is, wordt er nooit gestapt, altijd gesloft. Een menukaart brengen: 20 min. Drank brengen: 30 min. Eten: daar wacht je los meer dan een uur op. Ons stoort het niet zo, we zijn op vakantie en je kan er tenslotte rekening mee houden. Maar je ziet rond je andere toeristen hiervan de muren oplopen. Hilarisch en soms plaatsvervangende schaamte tegelijk. Het is echt niet vanuit slechte wil, het is van niet beter kunnen ook. Maar wat zeker in het voordeel pleit: het eten is hier overheerlijk! Vooral alles vanuit de zee is om duimen en vingers af te likken. Koken kunnen ze zeker wel.

Dus dat is wat we de laatste dagen hebben gedaan: mee lui geweest, lekker gegeten, een pintje, cocktail of verse sapjes gedronken… en veel gelezen. Mare is begonnen aan boek 5. Ze zit er bijna doorheen. Én we hebben de twee belangrijkste en beslissende etappes in de Tour op een groot televisiescherm kunnen volgen.

Dat we hier alleen zijn is veel gezegd, maar rustig is het hier zeker. We zitten aan het meest rustige strand van de Oostkust, een heel eind van de grote kuststad Trincomalee. Er is hier dan ook niet veel te vinden. 1 avond kook ik zelf maar was de olie nog vergeten en had ook nog graag gemalen kaas gescoord. We nemen een tuk tuk naar de dichtstbijzijnde “supermarkt”. Onze driver is een Tamil, die ook van Jamaica lijkt te komen. Hij rijdt op blote voeten, we liggen alle drie 10 min plat van het lachen als er plots een koe over de haag springt (het was inderdaad een gek zicht – situatiehumor) en hij rijdt bijna rechtstreeks de winkel van een vrouw binnen die in Bokrijk niet zou mistaan. Onnodig te zeggen dat ze geen gemalen kaas hebben. Olie wel, we nemen ook nog servetten mee om als keukenrol dienst te doen. Voor de kaas stelt hij voor nog eens een paar km verder te rijden, maar we houden het voor bekeken. Meer dan wat schellen Ziz kaas zal er toch niet inzitten. Dat was zowat het meest spannende dat we beleefden in 2 dagen. Buiten het feit dat we af en toe opgeschrikt worden door een verdwaalde koe op het strand.

Dus… vonden we het vandaag tijd om nog eens in actie te schieten. Om 5h10 ging onze wekker. We werden met de motorboot voor ons hotel opgepikt. Het is hier al hetzelfde. Het boot verhuurbedrijf is letterlijk 50 m verder op het strand. En dan is het onder een mooie zonsopgang richting dolfijnen. De man zei ons gisteren dat we 100% zeker dolfijnen zullen spotten, voor walvissen is het niet het moment in deze regio. We appreciëren de man zijn eerlijkheid. We krijgen de trip aan goede prijs en na de dolfijnen gaan ze met ons naar een koraalrif om te snorkelen.

De zee was vanochtend heel onstuimig, een echte held ben ik hier niet in. De kinderen herinneren zich nog levendig de boottocht met een speedboot in Turkije waar ik van pure schrik op de poep van de kapitein sloeg. Ook hier ging bij momenten onze voorsteven enkele meters de lucht in om met een klap terug neer te komen. Maar eens de eerste dolfijnen opduiken, is de schrik gauw weg. Ze springen bijna in onze boot. Heel indrukwekkend om te zien, zo mooi in de glinstering van het water en mooi synchroon springend en zwemmend. Na een 45 min en ettelijke scholen dolfijnen later, maakt onze boot rechtsomkeer. Echter, niet op volle kracht. Onze kapitein roept iets naar een naburige boot die dichterbij komt om een stuk visdraad toe te werpen. Hiermee gaat hij wat prutsen aan zijn motor. Just our luck, ondertussen geen andere boot meer te zien in de weide omtrek… we zien ons al een aantal uur doelloos ronddobberen alleen in een onmetelijke zee… maar onderschat nooit een singalese bootsman… hij laat ons nog wat highlights lans de kuststreek zien en dan is het terug volle petrol vooruit. We worden na een kleine pauze terug opgehaald voor het snorkelen. Nog even was het dikke paniek, Willem had zijn gsm in de rits van zijn reddingsvest gelaten. We waren niet geheel zeker of we voor deel 2 dezelfde boot/begeleider zouden hebben. Maar het geluk was aan onze zijde. 40 min later was hij terug bereikbaar… het was bijna een “Oh no, seconds before disaster”.

De golven zijn zeer wild en het water wat troebel op dit moment. We zien wat mooie exemplaren voorbij zwemmen, maar de pracht en praal zoals op de foto’s hier vinden we niet terug. Maar wel een leuk uitstapje al bij al.

En om 11 uur zetten we al terug voet aan wal, zodat we nog een hele dag hebben op na te genieten en een middagdutje te doen. Bij de lunch is er een Hollandse familie geland met 4 kleine kinderen die duidelijk nog moeten ontdekken hoe het hier werkt en dat “ik heb honger” roepen en met mes en vork op tafel kloppen geen signaal is voor onze kok hier om een versnelling hoger te gaan. We gaan ons vanavond nog amuseren. Voor ons heeft hij al de beste tafel gereserveerd om 19h30 voor onze schotel met schaaldieren. Een glimlach, dank u en een degelijke fooi helpen wel.

Lion rock

Travelday. We reizen vandaag nog eens verder door naar de kust. Maar niet voor we fatsoenlijk afscheid nemen van Sigiryia… en dat kan je enkel doen door 1 van de 2 rotsen te beklimmen. Je hebt dus zelfs de keuze: de wereldbefaamde Lion Rock of het kleinere broertje Pidurangala Rock, de heilige berg. We hebben de voor- en nadelen zorgvuldig afgewogen en besloten om niet naar Lion Rock te gaan. Hoewel imposant en van historisch belang door de overblijfselen van een kasteel op de top en fresco’s onderweg naar boven, toch zijn er genoeg redenen om voor de andere te kiezen. Om te beginnen is er altijd file op de trappen op weg naar boven en weinig beschutting. Als je boven bent, heb je een geweldig zicht op de omgeving… maar niet op de rots zelf en laat dat beeld nu net episch zijn. De prijs om op de meer dan 1200 trappen aan te schuiven is ook niet min: 25 dollar per persoon, waar je Pidurangala voor 3 EUR op kan. Dus gaan we voor de kleine broer. Die heeft het voordeel van minder toeristisch te zijn en de klim naar boven loopt deels over in de rots uitgehouwen trappen, deels over rotsen, dus er moet stevig geklommen worden. En dat is nu net wat Mare en Lasse graag doen. Achteraf gezien blijkt het tot nu toch echt wel één van de hoogtepunten geweest te zijn. De inspanning kon tellen, maar als je eenmaal boven bent is de beloning niet min en de kers op de taart is dat je van hieruit dus echt de mensen ziet aanschuiven op de trappen van Lion Rock.

Zicht op Lion Rock

We waren bovendien in goed gezelschap. Toen we aankwamen aan de tempel aan het begin van de rots (we moesten dus even onze schoenen uitdoen en een doek om onze short slagen, wat een hilarisch beeld oplevert wat Lasse betreft, in combinatie met zijn Jumbo Visma kousen), werden we voorgegaan door een 5-tal monniken. Achteraf bleek dat 1 ervan een zeer belangrijke monnik is in Sri Lanka. Volgens C komt hij hier vaak op TV en roept hij nogal veel (?). Ze worden in ieder geval met veel eerbetoon ontvangen, de mensen van de site beginnen onmiddellijk zijn voeten te kussen. Later komen we – terug dalend – zijn mede-monniken tegen die de klim ook maken. Het is mij een raadsel hoe ze op hun blote voeten en met hun lange gewaden boven raken, maar daar zal Boeddha wel voor iets tussen zitten.

Terug beneden trekken we gauw een andere t-shirt aan wegens kleddernat van het zweet, het is hier toch weer los 32 graden. En dan gaat de rit verder richting Nilaveli, een rustig kustplaatsje waar we de komende 4 nachten verblijven en waar we vooral zullen rusten, slapen, lezen en zwemmen… en voor Lasse en Willem is er een gym. Daar hebben ze allebei fel naar uitgekeken. Ze zijn al dagen aan het klagen dat ze niet genoeg bewegen… een gevoel dat Mare en mezelf nogal vreemd is, ieder zijn goesting natuurlijk. De rit zelf verloopt gezapig, er is weinig nieuws te zien, we passeren verschillende tempels en Stupa’s, het tweede grootste meer van sri Lanka en rijst die op de weg ligt te drogen.

Drogen van de rijst

We hebben een ruim appartement mét goed uitgeruste keuken, dus ik vraag C om langs de supermarkt te rijden om wat inkopen te doen voor de traditionele en simpele pasta Pomodoro. Dat is een gerecht dat ik altijd maak als ik de kans krijg op vakantie, want zo elke dag op restaurant verveelt ook op den duur. Bovendien is het morgen tijdrit in de Tour en dat kunnen we hier op Eurosport volgen en door het tijdsverschil valt dat pal op etenstijd. Win-win noemen ze dat dan.

Maar dt betekent wel dat ik wat ingrediënten moet scoren en dat blijkt minder eenvoudig te zijn dan gedacht. De supermarkt in Trincomalee, de grote stad hier blijkt enkel look te hebben en aardappelen, niets van groenten voor de rest. We kopen hier wel de pasta en passata en wat kruiden. Maar C is natuurlijk in zijn nopjes dat hij ons kan helpen om het hele boodschappenlijstje af te vinken. Hij stopt nog bij een mevrouwtje met een groentenstalletje voor verse tomaten en ajuin en bij de wine store voor onze voorraad wijn. Bij het zoeken naar de wijnwinkel gaat hij aan de kant om de weg te vragen en rijdt er een fietser op onze wagen… het geeft nogal een slag, maar de fietser rijdt gewoon door. De schade is toch behoorlijk, maar C ligt er niet wakker van. Nu ja, met de rijstijl hier was dit iets dat vroeg of laat moest gebeuren en dan valt het al bij al nog mee. Even later, aangekomen bij de wijnwinkel, blijkt de fietser daar ook te zijn. De man is ladderzat en als C hem aanspreekt kan hij enkel wat brabbelend uitbrengen dat hij geen remmen heeft op zijn fiets. En daarmee is de kous af, C dringt niet verder aan. Hij zegt dat dit in deze regio zo is: de mensen hier zijn zeer arm en velen vervallen in een drankverslaving. Het is hier inderdaad anders dan in de rest van het land, hier kunnen de mensen door de dorheid zelfs amper in hun eigen basisbehoeften voorzien en deze regio is ook ooit zeer zwaar getroffen geweest door de Tsunami. De huizen hier zijn allemaal één na één van dezelfde soort, opgebouwd met hulp van o.a. Europese humanitaire hulp.

Nu we alles hebben zet C ons af aan de Ocean Front condominiums. We hebben hier een mooi zwembad én directe toegang tot een minder toeristisch stuk strand. De Indische oceaan is zeer overweldigend, zwemmen kan, maar de golven zijn zeer bruut en slaan met veel kracht op het strand. Maar de temperatuur van het water is bijzonder aangenaam. Eten doen we in het restaurant van het resort. Ik neem de jumbo prawns die echt zeer groot zijn, daar is serieus wat vlees aan en dus waar voor je geld, want je betaalt er slechts 7 EUR voor. We zien het hier helemaal zitten voor de komende dagen,

Elephant attack

Wat met zekerheid kan gezegd worden is dat een Sri Lankaan ´s ochtends in alles verschilt van pakweg de Italiaan. Er wordt hier uitgebreid moeite gedaan voor het ontbijt. Alleen al de massa’s fruit snijden moet veel tijd kosten. En ons hotel in Sigiryia spant de kroon tot nu toe. Als je kiest voor een Sri Lankaans ontbijt, dan staat de tafel vol: fruit, springhoppers, coconut samabal, Dhal,… noem maar op. Dit valt met de beste wil van de wereld niet weg te werken. Maar wel lekker!

In de voormiddag doen we het «’easy going’ aan het zwembad tot half 2. Het is hier nog steeds laagseizoen en alle andere gasten die er gisteren waren zijn weg, de nieuwe nog niet hier, dus hebben we het rijk voor ons alleen. Mare is al aan haar derde boek begonnen, Lasse leert een kaarttruc.De eigenaar van het hotel heeft ons gisterenavond geëntertaind met de zijne en nu wil Lasse hem imponeren straks.

Deze namiddag staat in het teken van de olifant. Het nationaal park hier in de buurt (Kaudulla/Minneriya) herbergt grote kuddes olifanten. En dat hebben we mogen weten… we hebben er meer dan 150 gezien, we zijn op den duur de tel kwijt geraakt. Prachtig om die dieren in het wild bezig te zien en bij momenten is het ook redelijk schrikken. Geheel ongevaarlijk blijkt dit niet te zijn. Plots zien we onze chauffeur panikeren en vol gas vooruit stuiven als blijkt dat we éen deel van de groep (vooral de kleintjes) afscheiden van het andere deel. Mare was net aan het filmen. De adrenaline spatte uit onze jeep. We zijn een 3-tal uur in het park, maar vervelen doet het niet. Ze komen ook echt vlakbij. En vooral de allerkleintjes (van 1 maand oud) en de echte grote oude exemplaren zijn zeer indrukwekkend.

Op weg naar huis passeren we een « Elephant crossing zone », waar zoals het woord het zegt vooral ‘s avonds en ´s ochtends olifanten kunnen oversteken, niet altijd even gezapig, dus dat kan wel af een toe een wreed accident veroorzaken. En je kan het al raden… plots stopt C nogal bruusk om vervolgens in achteruit terug naar de plek te rijden waar er een olifant ons aan de kant van de weg staat aan te staren. Hello Dumbo!

In het hotel aangekomen worden we goed ontvangen door de gastheer en zijn personeel, allemaal zeer jonge mensen hier. Allen om ter vriendelijkst, al spreken ze niet allemaal even goed Engels, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door een immer brede glimlach. Het eten staat na onze douche (want wat een stof hebben we vergaard in dat park) klaar en daarna spelen we nog met de kaarten én is het tijd voor Lasse zijn truc.

We praten nog wat met de eigenaar en die blijkt wel wat meer in zijn mars te hebben dan een hotel managen alleen. Zijn grote droom is een keertje naar Tomorrowland komen want hij is bezig met de organisatie van het grootste festival in Sri Lanka: Deep Jungle. Hij is 25 en heeft alles vanaf zijn 14 geleerd in de horeca. Hij doet me denken aan de jonge generatie in Amman vorig jaar, waar je ook een groot verschil zag met de oudere: meer bewust nadenken over de toekomst van het land, zowel naar ecologie als naar gezondheid toe. Het was fijn praten met hem en hij heeft een heel netwerk van kennissen en vrienden aan de kust, onze volgende stop voor een paar dagen. We mogen hem altijd bellen als we iets nodig hebben en hij zal het dan voor ons op 2 minuten fixen. Zo werkt dat hier.

Shopping day

We laten vandaag Kandy achter ons en rijden een kleine 200 km verder door richting noorden. Als we landen in Sigiryia, onze bestemmingen, zullen we ongeveer pal in het midden van het eiland zitten en terug in een meer vlak landschap met rijstvelden. C heeft het nogal vlug over het feit dat het dor is, maar dat is hier zwaar te relativeren. Er is hier zeker geen gebrek aan water, dus overal is er toch genoeg groen te bespeuren.

Rijstveld

Onderweg hebben we 3 stops. De eerste is een traditioneel batik fabriekje. Het blijkt helemaal iets anders te zijn dan wat ik verwacht had. Bij batik denk ik aan het geknoopverfde t-shirts. Maar dit was wel wat andere koek. We kregen de uitleg over het hele proces waar ze wel degelijk stoffen in verfbaden steken, maar telkens een patroon uitwerken met een mengeling van paraffine, hars en was om andere delen af te schermen van die bepaalde kleur. Dit om zo na dagen werk te komen tot een mooi tafelkleed, wanddecoratie of kleren. Heel indrukwekkend, maar een uitstervende stiel, want de vrouwen (en man, want dat is de ontwerper van de patronen) zijn allemaal boven de 50 à 60 jaar. Ze slagen er niet in op nieuw bloed aan te trekken. Bovendien waren we de enige bezoekers, waar het voor corona moeilijk was een plaatsje te vinden op hun parking (dixit C).

Uiteraard kochten we in hun winkeltje wat spullen. Lasse kocht een mooi hemdje, het lijkt zo uit een street ware winkel te komen. Het zou nog goed aanslaan bij ons. Willem kreeg ook een outfit aangemeten, maar die kwam eerder uit het circus, dus daar hebben we voor gepast.

Volgende stop was een « spice garden ». Dat stond hoog op mijn verlanglijstje om te doen. We kregen meer inzicht in de verschillende kruiden die in onze keukenkast staan en massa’s tips over hoe je bepaalde combinaties tegen kwaaltjes kan gebruiken. Verder ook veel uitleg over de verschillende exotische vruchten, waarvan we er uiteraard al een heleboel geproefd hebben. Eentje nog niet, Durian, waarvan onze gids zei: ‘smells like hell, tastes like paradise’. Geweldige quote! Dit gezegd zijnde weet ik niet of ik er al klaar voor ben om dat exemplaar te proeven. Top of the bill was dat we – bij wijze van demo – allemaal een nekmassage kregen. Als we een echte wensen, dan kon je dat zeker in het hotel regelen volgens onze gids… euh… als dit een neppe was, dan zou ik wel eens willen weten wat een echte teweeg brengt.

Kruidnagel
Cacao
Rode ananas, niet eetbaar. Afslankmiddel.

Uiteraard sloegen we in de bijhorende kruidenwinkel ook een voorraad in van middeltjes die we kunnen gebruiken voor al onze kwaaltjes. Tegen dit tempo zullen we echt nog een reiszak extra moeten kopen om in te inchecken. Ik kreeg ook een vrucht mee van de kruidnagel plant. Volgens onze brave man kan ik die nog gerust planten als we terug zijn. Ben benieuwd.

De laatste stop was in Dambulla. Hier vind je een zeer bekend tempelcomplex waar je massa’s boeddhabeelden kan bewonderen in de uitgeholde rotsten, die ook nog eens prachtig gedecoreerd zijn. Het enige ´vervelende’ aan tempels is dat ze altijd minstens 500 traptreden hoog liggen… bij een temperatuur van 32 graden kon dit wel weer tellen.

Daarna zijn we al aardig in de buurt van ons volgend hotel en willen we nog maar 1 ding: in het veelbelovende uitziende zwembad plonzen. Het hotel noemt ´Into the wild’ en die naam blijkt niet gestolen te zijn. Tot groot jolijt van Mare lezen we in de reviews dat hier onlangs een olifant in de tuin stond. We blijven de rest van de dag ter plekke, ze hebben een eigen restaurantje, dus heel handig. Het wordt dus rusten, lezen en zwemmen.

Looking over Boeddha’s shoulder

Where to begin? Het gaat hier bij momenten in een sneltreinvaart. We wisselen bewust wat meer rustige dagen af met een goed gevuld programma. Vandaag zat het wat tussen de 2. Aangezien we voorlopig hier alleen in ons (eerder kleinschalig) hotel zijn, profiteren we ervan om in de voormiddag wat te lezen op het geweldige balkon hier. We ontbijten op ons gemak buiten op het terras. Deze villa is echt zo mooi! En ze zijn hier zeer vriendelijk, daar niet van. Maar nogmaals wordt het ons duidelijk dat arbeid hier zeer goedkoop is. Ik tel 4 personen voor 4 gasten.

Iets voor de middag vertrekken we te voet naar Kandy city. Dat is hier eerder ongebruikelijk, de meeste mensen laten zich voor een boogscheut per tuk tuk vervoeren. Voor mezelf is wandelen door een onbekende stad, een beetje verdwalen, de ogen de kost geven en zelf ontdekken nog steeds een belangrijk element dat de reis compleet maakt. We worden dan ook meerdere malen aangesproken door tuk tuk drivers, maar een simpele « no, thank you » volstaat dan, het is nu niet dat ze opdringerig zijn. Maar we komen hier in de woonwijk ook een lieve oude man tegen die al van ver roept dat hij « Portugees » is en hier al 25 jaar blijkt te wonen.

We wandelen langs het meer om daar aan de kant een schildpad te ontdekken, die plots ook lijkt vergezeld te zijn door een paar watervaranen. Dat zit hier samen wat gezellig te wezen, vlak voor een bushalte waar kinderen en omaatjes rustig staan te wachten. Op zich blijken ze niet gevaarlijk te zijn als ze zich niet bedreigd voelen, maar ze bijten wel en zijn giftig.

We passeren ook de ‘Tempel van de Tand’, een zwaar beveiligde indrukwekkende site. Hier was vroeger ook het koninklijk paleis. Maar dat laten we voor vanavond, want dan gaan we om half 7 kijken naar de ceremonie van de tand die 3 keer per dag doorgaat. In het koninklijk badhuis kan je wel vrij in en uit lopen.

Aan het einde van het rustige meer sta je plots in een drukke, stinkende en chaotische stad. Kandy is ooit de hoofdstad geweest, telt nu 112.000 inwoners en ik vermoed net zoveel of zelfs meer voertuigen die zich door de stad trachten te murwen. De wegen zijn breed, de voetpaden te smal om de grote mensenmassa te slikken. Oversteken is op gevaar van eigen leven, tenzij je kilometers loopt om toch een verkeerslicht te vinden. En als het groen wordt om over te steken zorg je er best voor dat je de Olympische tijd van de 50 m sprint tracht te evenaren of ze rijden er al terug je hielen af. In vergelijking met dit hier was Amman vorig jaar een walk in the park.

We besluiten om even de koelte op te zoeken (het is hier momenteel ook 30 graden) en uit de uitlaatgassen te gaan en belanden in een thee bar. De special of the day is niet één of andere theedegustatie maar ‘1 buy, 1 free pizza’ tot groot plezier van Mare en Lasse die altijd honger hebben als er pizza is. De eigenaar vraagt of hij een foto van ons mag nemen als hij de pizza serveert. Een paar uur later prijken we op zijn Facebook account als de ‘Happy customers from Belgium’. GDPR is hier nog niet doorgedrongen, maar als we hem daar een plezier mee kunnen doen…

We bellen C dat we hierna een beklimming willen doen naar Sri Maha Bodhi Maha Viharaya, de tempel met het gigantische boeddhabeeld dat hoog boven de stad uittorent. Dat is slechts 20 min stappen, maar uiteraard zeer steil. Nog voor we aan onze eigenlijke klim beginnen stopt hij al naast ons met zijn busje en moeten we alle moeite van de wereld doen om hem te overtuigen dat het ok is voor ons om te stappen. Hij zal ons dan boven opwachten.

Op weg naar boven komen we een 20-tal giechelende en goedlachse middelbare schoolmeisjes tegen, ze blijken op weg te zijn naar hun weeshuis halfweg de berg. Dat was even toch confronterend.

We kopen bloemen, laten onze schoenen achter op de top en zijn klaar om onze eerste tempel hier te betreden. De bloemen leggen we bij het boeddhabeeld beneden, we staan even stil bij alles en iedereen dat ons dierbaar is en dan gaan we de trappen op die uitkomen achter het hoofd van de grote boeddha (die meer dan 26 m hoog is) en waar je een mooi uitzicht hebt over de stad. We zijn het er allemaal over eens dat dit toch wel het hoogtepunt van Kandy is.

We zijn ondertussen nogal plakkerig, dat heeft boeddha alvast niet kunnen verhinderen en gaan ons even terug opfrissen in het hotel, om dan gauw naar de Kandy dansshow te gaan. C heeft voor ons vooraf kaarten gefixt. Het is een ´must see’ hier in Kandy, dus reppen we ons vol spanning naar de plaatselijke stadsschouwburg want we weten echt niet wat we mogen verwachten. Aangekomen merken we dat het spektakel wat het midden houdt tussen een cinemake doen (want ze komen rond met chips, popcorn en drankjes) en een soort operette, want je krijgt een beduimeld programma in je handen.

Een uur lang is het absoluut vermaak met traditionele dans, zang, acrobatiek, circus, vuurspuwers én vuurlopers … allemaal in prachtige traditionele klederdracht.

Op het einde vragen ze iedereen naar voor te komen, ook op het podium om naar de vuur lopers te kijken en daar liep het even mis. Alles verloopt wat hectisch en er wordt wat gedrumd. Plots horen we naast ons een slag. Blijkt dat er een Franse dame van het podium was gevallen… het leek al bij al nog mee te vallen, maar dat had heel wat dramatischer kunnen aflopen… maar ondertussen ging de show gewoon verder.

De Tempel van de Tand is vlak naast het cultureel centrum, dus na de show konden we dadelijk doorwandelen. Ondertussen was het gouden uurtje aangebroken en werden de camera’s boven gehaald om de prachtige boeddha op beeld te vereeuwigen.

We worden door C door de Security geloodst en bij de ticketing (waar een lange rij staat) neemt hij ons geld en verdwijnt er spoorslags mee, om dan binnen de 2 minuten terug te verschijnen met tickets in de aanslag. Hoe doet hij het, hoe doe hij het. Op blote voeten ondertussen, met een mandje vol bloemen betreden we de tempel, uiteraard van een heel ander kaliber dan die van vanmiddag.

We gaan de trap op om klaar te staan voor de ceremonie. Die bestaat eruit dat een schrijn met de reliek van de hoektand van Boeddha (echt of niet echt, dat maakt in religie niet veel uit) 3 x per dag te voorschijn wordt gehaald. Ondertussen staan er rijen mensen aan te schuiven om aan het altaar waar het schrijn bewaard wordt te passeren. Op zich dus niet veel verschillend met pakweg wat in Napels gedaan wordt met het ‘wonder van de heilige San Gennaro’. Het wordt er aardig druk, meer en meer mensen komen nog toe om bloemen voor het altaar te leggen. En dan gebeurt het, de deur gaat open, de massa begint zich te verplaatsen naar rechts en naar achter. Je moet moeite doen op je recht te houden… dus van het spektakel zelf heb ik althans niets gezien. Lasse en Willem zijn wat groter en hebben een halve foto kunnen nemen… maar wat er nu precies gebeurd is… geen idee… en dan is het voorbij en kunnen we rustig de rest van de tempel verkennen, die prachtig gedecoreerd is en vol goud zit.

Waar we het allemaal over eens zijn, is dat – zonder ons vooraf zwaar te verdiepen in het boeddhisme – de essentie zeer duidelijk over gebracht wordt in alles. Dat mensen met een boeddhistisch geloof zo arm als wat kunnen zijn, maar zeer rijk in hun hart. En dat dit geloof open is voor iedereen, ook voor niet-gelovigen.

We zakken daarna terug af naar het rooftop restaurant van gisteren en worden hartelijk ontvangen door de Britse eigenaar die het top vindt dat we 2 times in a row bij hem komen. Onze tafel staat klaar. Never change a winning team, wat goed is, is goed (ook altijd rekening houden met het risico op darmproblemen). Daarenboven wordt je de tweede dag altijd nog wat meer in de watten gelegd.

High tea in the mountains

Noot van de redactie: de blog van vandaag werd geschreven door Lasse, inclusief stevige inside jokes!

Vandaag namen we al afscheid van het hotel in Nuwara Eliya. Na 1 dagje chillen was het alweer tijd voor activiteiten en ook veel reizen met Sandy? C? Baba G? Of was het Sanjee? We zullen hem C noemen… Alleszins, er zijn nog een paar zekerheden in het leven! En één daarvan is: C komt nooit te laat, dus op het afgesproken uur stond hij er alweer met zijn busje. En hij had deze keer ook een muts aan want het was toch redelijk koud in Nuwara Eliya, omdat dat een bergdorpje is op toch wel behoorlijke hoogte. En aangezien hij in Colombo woont en dat een “hot area” is voelt dat voor hem ongeveer hetzelfde aan als een koude winterdag in België voor ons. Het plan was om het stadje eens te voet te verkennen voor we al vertrokken naar het volgende. Maar dat was uiteraard buiten C gerekend. Want stel je voor dat wij een meter te veel stappen… Gelukkig beginnen we hem na een paar dagen al te kennen en weten we hoe we hem op een subtiele en vriendelijke manier duidelijk moeten maken dat we een ander plan hebben. Dus konden we toch rustig het stadje verkennen. Buiten een fantastische iPhone winkel stelde het stadje niet zo heel veel voor. Dus besloten we om eens te gaan kijken naar de paardenrenbaan, maar inplaats van rennende paarden zagen we een aantal schoolgaande kinderen die bezig waren aan een schooltoernooi met sporten zoals: Lopen, verspringen en uiteraard de nationale sport “circket” (?).

Omdat ik mama wou helpen met haar training van de dodentocht besloot ik te doen alsof ik naar de WC moest en haar op die manier extra stappen gunnen.

Na de WC stop besloten we C te bellen om ons te komen ophalen en trokken we richting een tea factory. In de tea factory kregen we een rondleiding en zagen we de indrukwekkende en lange weg dat het theeplantje aflegt om uiteindelijk iets drinkbaar te worden. We deden de rondleiding trouwens samen met een Limburgs koppel. Ondanks dat er volgens de vrouw die ons rond leidde in deze periode veel Belgen zijn in Sri Lanka, was dit toch wel heel toevallig. Na de rondleiding kregen de kans om thee te proeven. En het bleef ook bij thee en dus geen theeën… Maar natuurlijk was er weer C die er toch voor zorgde dat er wat extra thee te proeven viel!

Vervolgens stopten we nog ergens langs de weg voor een lunch in een restaurant met een prachtig uitzicht, lekker eten en een boertige ober om daarna te beginnen aan een lange autorit met C die zich in een formule 1 race waande, en duidelijk een ander idee heeft over wat een “good drive” is. Maar na de helse autorit was er tijd om te bekomen in de botanische tuin van Kandy, of gewoon het stadspark van Leuven met wat extraatjes zoals een orchideeën tuin of wietplanten.

Na de wandeling gingen we naar het nieuwe hotel. Toen we aankwamen werden we overdonderd door het prachtige uitzicht aan het hotel tijdens het gouden uurtje.

Na het inchecken maakten we ons klaar om te vertrekken naar een door mama gevonden afgelegen rooftop restaurant, dat duidelijk een succes was aangezien we er morgen al terugkeren!

Plots was er paniek want één van de enige zekerheden in het leven viel weg! Toen we het restaurant buiten stapten zagen we zijn auto staan… Maar waar was C? Was hij dan toch te laat? Gelukkig vond papa hem na een tijdje slapend in de auto, want het was al 22 uur, en dat is naar Sri Lankaanse normen bijzonder laat. Gelukkig bracht zijn slaapkop ons veilig thuis waar we konden gaan slapen met het geruststellende idee dat het niet meteen om 7:30 opstaan is voor “tourism” maar we eindelijk nog eens kunnen uitslapen.