Veel te doen en te zien hier, dus dachten we even een plannetje op te maken en te elimineren/prioritiseren zodat we efficiënt konden te werk gaan zonder dat het corvee wordt, want het is tenslotte vakantie. Begin er maar aan hé… Geen ontvangst hier, wifi is hier écht zoals surfen: je moet de beste golf te pakken zien te krijgen, maar voor je het weet lig je er weer af. Dan maar de receptie. We wilden op zijn minst een wandelkaart, kwestie dat je weet als je je hotel uitstapt dat je naar links of naar rechts moet. Helaas hebben ze enkel een paar toeristische brochures die – zoals Willem terecht stelde – gelukkig geen foto’s van auto’s bevatten, anders zou het meteen opvallen dat de laatste bijwerking in de jaren ’60 moeten gebeurd zijn. Engels zijn ze hier ook niet machtig, toen we in alle talen en gebaren dachten uitgelegd te hebben dat we wilden wandelen, kwam hij af met excursies voor rotsklimmen en opperde dat het misschien voor de kinderen wat moeilijk ging zijn! Welkom in the middle of nowhere!
Tijd dus om het geweer van schouder te veranderen. Ik had sowieso de grotten van Su Marmuri met stip genoteerd op een lijstje van “te bezoeken”, dus besloten we daar mee te beginnen, ik wist bovendien waar het ongeveer was. We maakten van de gelegenheid gebruik om op weg daar naartoe een tankstation te zoeken, onze tank kon het plots nog maar 60 km trekken. Eerste dorp : gesloten en geen mogelijkheid om via een automaat te betalen. Tweede dorp: geen tankstation, derde dorp ook niet… slik! Gelukkig was er eentje in Jerzu, waar we aan afgerond 1,9 EUR (!) per liter konden tanken. Die mens moet de rijkste burger van de streek zijn !
We pikten ondertussen dingen op met onze ogen en zagen al gauw wel wat mogelijkheden voor de komende dagen.
We ontdekten ook dat zowel Osini als Gario uit 2 delen bestaat: de bewoonde stad en een wat lager gelegen verlaten spookstad. Blijkbaar is hier in de jaren ’50 een enorme overstroming geweest en zijn die dorpen gewoon weggevaagd. Uit veiligheid hebben ze de nieuwe stad wat hogerop terug opgebouwd.

Nu onze tank terug vol zat, konden we de klim naar boven aanvatten richting grotten.
Wat een prachtige vergezichten en imposante omgeving!

En dan de grotten in. Ik had gelukkig toch wat fleecejassen ingepakt, je weet maar nooit… en die kwamen nu goed van pas. Het is slechts 10°C in die grotten, dat is dan plots een temperatuurverschil van een graad of 17! Maar wat was het mooi om te zien. We waren ooit al wel eens met de kinderen in die van Han-Sur -Lesse geweest en die zijn uiteraard ook de moeite. Maar deze zijn vooral immens groot, je hebt “zalen” van 50 meter hoog en 50 meter breed, dus op geen enkel moment een beklemmend gevoel. En je kan hier de grootste (gekende) stalagtiet vinden van 25 m hoog, zo’n slordige 2 miljoen jaar oud dus. Je mag er – na de uitleg- ook vrij rondlopen, dus genoeg tijd om rond te kijken en foto’s te maken.


We zijn daar wel een paar uutjes zoet geweest, want de tocht door het bewandelbaar gedeelte is zo’n 1,5 km en dan moet je nog terug ook. Het deed daarna toch wel deugd om terug in het zonnetje te komen.

Onderweg waren we nog een bordje tegengekomen met ‘cascata’ op. Het leek ons ook nog wel leuk om daar naartoe te wandelen. Dus wij op zoek naar watervallen… die hebben we helaas nooit gevonden. Afgaande op de borden onderweg gingen we ervan uit dat we redelijk in de buurt zaten. En we kwamen al wel wat andere mensen tegen die ook tevergeefs met hun google maps in de hand (ook hier geen ontvangst) op zoek waren… tot we de juiste man tegenkwamen die ons de weg kon wijzen. We stonden er quasi pal voor, alleen was de hele waterval opgedroogd… geen lek meer! Maar niet getreurd, tijdens onze zoektocht hebben we mooie dingen gezien en een verlaten kerkje ontdekt. Zoals gezegd, er is hier altijd wel iets te beleven.


Dan werd het toch wel tijd om de innerlijke mens te versterken en reden we terug naar Jerzu, waar naar ons gevoel het meeste aanbod is qua café’s. We instaleerden ons op het terras van een bar (die had gemakkelijkheidshalve een deel van het marktplein met zijn stoelen en tafels ingepalmd). Op de vraag of er ook iets te eten viel, kregen we een uitleg in het Italiaans waar we konden uit opmaken dat het een bijna-pizza was, maar geen echte, iets met tomaten en courgette en patatten. We gokten op een combinatie van flammekuche en quiche. Maar het werd uiteindelijk wat ze beschreef: een bijna-pizza. Lekker wel! En o ja, we hadden hier ook wel weer ontvangst. Je zou het dus kunnen benoemen als een internetcafé😂.

Op weg naar het hotel deden we nog wat exploratie voor morgen, we hebben een plan nu!
En dan was het tijd om te chillen, op te frissen, te aperetieven en te eten.
