De zilveren deur

Onze laatste volledige dag in Osini , morgen trekken we richting westkust, en dus weg van die immense bergen. We wilden graag in schoonheid hiervan afscheid nemen en de Supramonte en het Gennargentu-gebergte (letterlijk vertaald “zilveren deur”) in hun volle schoonheid bewonderen. Daarvoor moesten we enkele kilometers noordwaarts rijden.

Dus planden we een mini-roadtrip om het gebergte heen, en we kozen ervoor eerst de bergen te trotseren op daarna terug te keren langs de kust.

We kregen weer heel andere landschappen te zien, maar ook andere mensen en gewoontes. Dit is typisch de streek van de stugge bergbewoner, dorpen zijn hier niet heel klein, want men gaat hier eerder geconcentreerd wonen. De rest van de omgeving oogt heel desolaat.

Stilaan naderden we Supramonte, die hier de “berg der bergen” wordt genoemd. Nog één scherpe bocht verder en we hadden er een prachtig zicht op, met achterliggend de Gennargentu die deze berg lijkt te omarmen.

Eerste stop was Orgosolo, een bergdorpje dat gekend is om zijn politieke en religieuse muurschilderingen. Oorspronkelijk begonnen vanuit protest tegen de geplande bouw van een militair kamp, later uitgegroeid tot een aparte kunstbeweging.

We zetten onze tocht verder langs Oliena, een stadje dat vandaag redelijk doods aanvoelde. De dag voordien was er een groot dorpsfeest geweest en bovendien was het siëstatime.

Op de weg was het trouwens heel de tijd opvallend rustig, we kruisten amper 3 auto’s. De hoofdweg wordt ook amper onderhouden. Het is hier moeilijk rijden: de weg ligt hier en daar vol met hopen zand en steenlawines (ongetwijfeld een overblijfsel van het laatste onweer), het onkruid woekert hier welig tussen het kapotte wegdek. Hier is het, zoals Willem terecht opperde, 1-0 voor de natuur.

Dan verder naar Dorgali, dat brengt ons langs een prachtig meer, Lago del Cedrino.

In Dorgali zelf deden we een korte tussenstop om iets te eten. Overal hangen hier feestelijke vlaggetjes, de maanden juli en augustus zijn feestmaanden en elk dorp heeft dan wel iets te vieren.

Dit was voor ons vandaag het verste punt, daarna keerden we terug richting zuiden. We wilden ook nog een stopje doen aan een strandje, wat ons natuurlijk weer keuzestress opleverde.

Cala Gonone, de eerste badplaats die we tegenheeft prachtige stranden, maar de mooiste enkel via boot bereikbaar en het is er ook heel druk. Eens daar voorbij, rijd je een stukje verder van de kust, want de weg moet plaats maken voor de Gennargentu die hier majestueus in de zee uitloopt.

Deze weg is sterk kronkelend (nog nooit zoveel bochten na elkaar genomen, zegt Willem) en steeds stijgend om boven de 1000 meter uit te komen. Op dat moment rijd je bijna op gelijke hoogte met de kam van de Gennergentu, die qua kleur zijn naam alle eer aandoet.

En dan doemt plots de Gorruppu-kloof op, de “place-to-be” voor hikers. Oorspronkelijk stond dit ook nog op onze “nice to do”-lijst. Maar hiervoor moet je je toch wel beter voorbereiden. Voor de tocht naar de kloof zelf met 2 kinderen zoals die van ons moet je meer dan 1 uur tellen. In de kloof is het op sommige plaatsen op handen en voeten klauteren en ben je ook al 2 uur zoet en dan rest er nog de tocht terug naar boven. Om nog maar te zwijgen van de hoeveelheid water die je nog moet meesleuren… dat alles opgeteld, lijkt het ons op dit moment iets te hoog gegrepen. Maar we hebben elkaar plechtig beloofd hiervoor nog eens terug te keren.

Stilaan kwamen we terug in een groenere omgeving, hier is duidelijk terug meer water beschikbaar en we kwamen ook weer geitjes op wandel tegen. Die hadden allemaal een bel aan, hetgeen een gezellig geklingel geeft.

Het kuststadje Santa Maria Navarese klonk ons al vanaf het begin als muziek in de oren, dus wilden we dat wel eens uitproberen als plonsstop. Het strand was ondertussen al wat minder bevolkt, het was tenslotte al na 5 uur. Ideaal dus om nog wat te kunnen chillen en te zwemmen.

En dan was het tijd om terug naar “Da Maria” te gaan. Er was net iets teveel wind om buiten te zitten, dus konden we het etablissement ook eens vanbinnen bewonderen. We kregen een plaatsje in wat een geïmproviseerde living leek, zeer speciaal, we voelden ons direct thuis! En alwéér was het lekker en een gezellige boel en alwéér waren we de enige toeristen.

Het was onze laatste avond in Osini, dus in het hotel aangekomen pakten we al wat dingen in. Morgen checken we om een uur of 11 hier uit en reizen we verder naar Abbasanta. Dan doorkruisen we het land van oost naar west. Benieuwd wat we dan weer zullen ontdekken.

Plaats een reactie