Vakantiegevoel in het kwadraat!

Vandaag hadden we afgesproken met Ilse, Pieter, Kasper en Arne aan het Lago Trasimeno. Lien, hun nichtje kwam ook graag mee om Mare nog eens te zien. We spraken af aan het Trasimeense meer, wat net op de grens ligt van Umbrië en Toscane. Zij verblijven met de hele familie Blanckaert in de regio van Montepulciano.

Het was een bloedhete dag, de temperatuur klom vlot naar een 37 à 38 graden. We dachten dus dat het de goede keuze was om aan het water te vertoeven. Op zich was dat ook wel zo, maar zelfs daar was de temperatuur nog maar net te verdragen.

Plaats van afspraak was Passignano sul Trasimeno, één van de kleine badplaats-dorpjes aan het meer, met een goede verbinding naar het grootste eiland : Isola Maggiore. En zelfs op dit eiland is het van noord naar zuid amper 2 km.

Wachtend op de boot dronken we al iets met zicht op het meer. Na een tochtje van een 20-tal minuten meerden we aan aan de kade van Isola Maggiore, een klein vissersdorpje met – naar schatting – evenveel kerkjes als huizen en inwoners (18 in 2011).

De kerken, hoe minuscuul ook zijn hier allemaal uitgerust met elektrische kaarsjes om te laten branden. We dachten dat dit typisch was aan de grote trekpleisters, zoals de kathedraal in Assisi, maar zelf hier is dit het geval.

Er is ook een natuurpark op het eiland, hoewel “parco” wel een heel groot woord is voor de wandeling tussen de bomen. Vanop Maggiore heb je zicht op het kleinste eiland van het meer, Isola Minora, dat in privé-bezit is. Er staat dus welgeteld 1 huis. We bedachten ons dat het wel idyllisch lijkt, maar dat we dit nu toch wel nét iets te eenzaam zouden vinden.

Er is nog een klimmetje naar boven, hetgeen Lasse en ik voor de helft hebben voorverkend, maar uiteindelijk leidde dit pad naar nog een kerk en kwamen we onderweg enkel nog wat kapelletjes en fazanten tegen.

We keerden terug naar het begin van het eiland om de drinkbussen te vullen en een ijsje te eten.

Zwemmen was iets dat we in het achterhoofd hadden gehouden om hier te doen, maar dat bleek allesbehalve evident. Er is hier geen kristalhelder water aan de oevers. Je zou al een stuk het meer op moeten om dan een plonsje te kunnen doen. Aan de kanten is het eerder modderig water en de geur is ook niet overal superfris. Zeker als je daarna niet kan douchen en er nog een restaurantbezoek op de planning staat is dit niet echt een aanrader.

Terug gekomen op het vasteland zochten we nog even naar een zwemgelegenheid, maar het meer gaf ook van hieruit geen soelaas.

We kwamen nog een openluchtewembad van een hotel tegen, waar je ook iets kon drinken. Ideaal dachten we, maar daar was een badmuts dan weer verplicht. Laat dat nu net iets zijn dat we niet bij hadden voor 5 kinderen🤔.

Dan maar terug een terrasje bij wijze van apero, in afwachting van het avondeten. Wat kunnen we daar nu op tegen hebben? We dronken een Trebbiano Spoletino daarbij en wisselden nog wat meer tips uit over wat er hier allemaal wel niet te zien is.

Eten deden we met zicht op het meer, in een heel simpele pizza-pasta zaak. Eenvoudig, maar lekker. Meer moet dat niet zijn! Alleen Lien sprong een beetje uit de band met haar Nutella-pizza!

Het was alweer super-gezellig en mega-ontspannend ! Ook de kinderen hebben er stuk voor stuk van genoten, een geweldige bende samen.

Bij vertrek, de duisternis was reeds goed ingedaald, werden we – zelfs ik die daar nooit last van heb – opgegeten door de muggen. In de auto dachten we dat het aan het regenen was, bleken het drommen muggen te zijn die zich te pletter vlogen tegen de voorruit! Nooit gezien!

We spraken af om snel hier een vervolg aan te breien in België met onze nieuw veroverde schatten (wijn, olijfolie, andere ingrediënten,…) en culinaire ideeën.

Plaats een reactie