Vandaag werd het even heel stil in ons hart. Overdonderd van het begin tot het einde: van alle natuurpracht, maar evenzeer door de keerzijde van de medaille. We bezochten vandaag het natuurpark “Monti Sibillini”, dat een natuurlijke grens vormt tussen Umbrië en Marche. Gekend voor onder andere de “Piano Grande” een enorme hoogvlakte op 1500 meter, die in het voorjaar – voor zover je ogen kunnen kijken – bedekt is met een blauwe en rode bloemenzee. Helaas was deze opgeving ook het epicentrum van de aardbeving in 2016.
Om tot daar te komen zijn er 2 “grote” wegen, waarvan er eentje blijkbaar enkel in het weekend open is. Alles is hier nog (of nog niet) in opbouw. Ook op de weg (via Norcia) die wel open is, moet je af en toe wachten voor een rood licht. Er is slechts 1 baanvak overgebleven, het andere is verdwenen.


We passeren het ene na het andere bergdorpje dat in puin ligt of nog voor meer dan de helft in de stellingen staat. Mensen wonen ondertussen al 3 jaar in containers aan de rand van de dorpen.


Ook op de top – in Castelluccio – zijn nog welgeteld 3 eetgelegenheden open in hun oorspronkelijke staat. De rest zijn tijdelijke oplossingen, aangebouwd aan het eigenlijke gebouw. Ze laten het bewust ook zo, al te vaak geconfronteerd met wederopbouw en schade.

De rest van het dorp is met dranghekken afgezet, er lopen militairen rond om de boel in de gaten te houden en te verhinderen dat mensen toch “binnenglippen”. Dit zegt veel over de staat van de ruïnes.


Om heel stil van te worden…
We eten er een broodje met porchetta (dat is hier zowat het equivalent van hot-dog/hamburgerkraam-eten van bij ons). Lasse eet een Zuppa Lenticchie, echte bergkost.


Maar ook heel stil word je van de prachtige natuur die je te zien krijgt op de hoogvlakte en de weg ernaar toe. Een desolaat maanlandschap, maar wel een lappendeken van kleuren. Het lichtspel op de bergen is fenomenaal. De vlakte is eindeloos weids, hier en daar ontwaar je een herder met een kudde schapen. We brengen er heel wat tijd door, omdat je elke 50 meter een ander adembenemend zicht krijgt.


Op de terugweg naar Spoleto stoppen we uiteraard ook nog in Norcia, het eens zo fiere dorp gekend om zijn charcuterie: Prosciutto e salumi di Norcia. Ook hier heeft de aardbeving lelijk huis gehouden. De meeste handelaars zijn verhuisd naar een straat buiten de stadspoorten, waar een rits chalets zijn neergezet bij wijze van pop-up winkel.

Een aantal hebben geluk gehad en konden hun hebben en houden in het stadje zelf vrijwaren.


We informeren of het ok is om vacuum verpakte vleeswaren mee naar huis te nemen. Kwestie om wat bij te dragen aan het heraanzwengelen van de economie daar. We hebben tenslotte nog 2x een rit van een 7-tal uur voor de boeg. Maar dat blijkt zelfs niet nodig te zijn, ze leveren met TNT wereldwijd! Aan de spandoeken te zien van het plaatselijk actie comité, is er weinig of geen steun gekomen van de regering voor de heropbouw. Er waren relatief weinig doden voor een ramp op dergelijke schaal, dus de deining die het heeft teweeggebracht eerder gering. Maar de materiële schade is echter niet te overzien.

Aan de heropbouw zijn ze dan ook nog met mondjesmaat begonnen. Men is nu aan de kerk bezig, en dan is het enkel nog maar brokstukken ruimen.

Verder komen we onderweg ook redelijk wat imposante forelkwekerijen tegen, een specialiteit hier.

Ondanks de miserie die we vandaag gezien hebben, blijft ons toch ook vooral de schoonheid van de bergen bij en we besluiten dat we échte “bergliefhebbers” zijn. Een berg oprijden, de haarspeldbochten, de uitzichten, de eenzaamheid, de desolaatheid gecombineerd met de juiste muziek op de achtergrond kan mij werkelijk tot tranen toe bewegen.
Duidelijk onder de indruk, passeren we thuis nog even om ons op te frissen en een plonsje te doen. We gaan vanavond – op verzoek van de kinderen – een pizzeria proberen die volgens de andere gasten in Il Sogno met zekerheid de beste van Italië is. Benieuwd of de pizza’s deze keer wél concurrentie zijn met die van Carlo.
Dus wij naar “la Ginestra”, op ’t eerste zicht – bij aankomst – een wedding chapel & venue in Reno. We werden, wegens niet gereserveerd, in een ruimte dicht bij de houtoven gezet, waar ik licht ongemakkelijk van werd. Een sauna kwam qua tempetatuur in de buurt. Even acclimatiseren was de boodschap!

Maar de pizza’s waren inderdaad heerlijk. Zelfs ik, als notoire niet-pizza eter, kon ervan genieten. Qua sfeer en gezelligheid en gastvrijheid steekt Carlo er nog steeds met kop en schouders boven uit. Hoewel de ene na de andere verjaardagstaart hier ook de keuken verlaat, inclusief fancy verjaardagsdeuntje!

Tenslotte bestellen we nog een limoncello, waarop de fles – het leek wel limonade – “all you can drink”-gewijs op tafel werd gezet. Je zou dan denken, het spul valt qua strafheid wel mee… maar na 1 bodempje laat je toch de kelk wijselijk aan je voorbij gaan.

Al bij al een zeer geslaagde avond dus!
