Toch wel 2 uur rijden naar Saint-Émillion… zijn we nu niet compleet gek geworden? Dat schiet toch wel door je hoofd als je spoorslags na het ontbijt de auto instapt, niet om wat uitstekende wijnhuizen te boezoeken, maar om naar de “contre la montre” te gaan kijken. De rit liep over 30 km van Libourne naar Saint-Émillion tussen de wijngaarden. Een heel mooie streek, met al die prima onderhouden en majestueuze chateaus her en der. Ik kan me voorstellen dat deze rit op TV ook een lust voor het oog moet geweest zijn.
We hadden wel nog plan B (het tussenpunt in Montagne) en plan C (dat was terugkeren) in gedachten, want zomaar aan de aankomst geraken, dat leek ons geen evidentie, zeker niet omdat we daar toekwamen als de eerste renners al gestart waren. Dat bleek niet zo ver van de waarheid, quasi elke toegangsweg was op 5 km al afgesloten. Maar een korte consultatie bij een meer dan behulpzame gendarme, leerde ons dat we via via nog wel aardig in de buurt konden komen. En inderdaad, we zwierden onze auto op 1,8 km van het dorp tussen de wijnstokken neer en gingen te voet verder. Eerst lieten we ons nog vangen door het syndroom van kuddegedrag, waardoor we vastliepen op de VIP-toegang. Willem deed nog een vergeefse poging om ons hier binnen te krijgen, maar dat was eerder hilarisch dan dat het iets bijbracht.


De tweede poging om op het parcours te raken was wél succesvol, we volgden deze keer een groep scouts en raakten al bunkerend door de wijngaarden op de juiste plek. Méér nog: plots stonden we in de straat waar alle ploegen hun bus en auto’s hadden opgesteld. Bij Lotto Soudal ontwaarden we onze Belgische vrienden Philippe Gilbert en Thomas De Gendt. Indrukwekkend ook die ploegbussen, die compleet uitgerust zijn met ingebouwde wasmachine en al.



Even verder liepen we naast het podium door naar de toegang tot het parcours. Dadelijk binnenlopen konden we niet, de coronaregels werden hier ook gerespecteerd en je kon pas binnen als er evenveel mensen buiten kwamen. Mondmaskers, dat was duidelijk je eigen verantwoordelijkheid, want heel veel mensen droegen het niet en werden er ook niet op gewezen.
We veroverden een plaatsje, eerste lijn (er was namelijk ook geen tweede en derde lijn, juist door het mondjesmaat binnenlaten van de toeschouwers) op 100 meter van de finish, net waar je ze de bocht ziet uitkomen en ze dus iets van snelheid minderen: perfecte locatie om foto’s te trekken. Weliswaar met high-speed continuous shooting én AI servo modus.

En dan was het genieten van de sfeer en de renners die – elk ongeveer om de 3 minuten doorgevlamd kwamen. Je werd goed vooraf gewaarschuwd als er een renner zat aan te komen, doordat iedereen dan met zijn vuisten op de metalen afsluiting bonkt.
En dan hoorden we via de speaker de eerste berichten over Wout binnenkomen, vooral dat hij al een zeer indrukwekkende tijd neerzette bij de tussenmetingen. In Montagne, het laatste tussenpunt, had hij 21 seconden voorsprong op Asgreen, die tot dan al die tijd al aan de leiding stond. Het wachten duurde daarna minder lang dan wat we berekenden,we zagen de heli al cirkelen. Hij was nóg versneld! De menigte schreeuwde en een daverend lawaai ging uit van de vuisten tegen de hekken… hier was de uitspraak :”the crowd goes mad” van toepassing. Wat kan die jongen op veel sympathie rekenen, enkel bij Alaphilippe en Pogacar was het enthousiasme ook zo groot. Nochtans hebben we zeer weinig Belgen gespot.

Nadat alle renners gepasseerd waren, veroverde ik een plaatsje om de podiumceremonie te fotograferen. Hiervoor moest ik wel wat halsbrekende toeren uithalen. Willem keerde met de kinderen al terug naar de straat van de ploegbussen om post te vatten bij Jumbo Visma, net op tijd om – via de ploegleider – de drinkbus van Van Aert te kunnen recupereren. Die zat nog vol met gekoelde drank. Lasse kon het niet laten om de inhoud in zijn mond te spuiten. Dus àls er al sprake zou zijn van doping, dan zouden we het snel genoeg merken :). (Noot: we zijn al een goede 18 uur verder en Lasse reageert nog compleet “normaal”.


We vroegen de ploegleiding bevestiging dat hij hier nog zou passeren, dat was het geval. We zijn dan best nog wel een tijdje blijven staan, tot plots de laatste mobilhome vertrok en hij dus blijkbaar toch al op een andere manier was vertrokken. Zelfs dat is hem vergeven, ander keertje dan maar. Ik stond nochtans helemaal klaar om luidkeels “Kempen boven” te scanderen.
We keerden via de wijngaarden terug naar de auto, ondertussen (buiten Lasse dan) compleet gedehydrateerd, want – ook naar goede gewoonte – hadden we voor de temperaturen weer te weinig water mee in de rugzak. Dat terwijl de koffer volstak. Op en rond het parcours is er ook niets te krijgen. De focus daar ligt op TDF gadgets, eerder dan “de dorstigen laven”.
Normaal gesproken zouden we op de terugweg nog het dorpsfeest van Barbaste meepikken, maar we hadden zoveel prikkels te verwerken gekregen, dat dat nu even een brug te ver was. We stopten in Nérac voor een rustige pizza en een zeer goed fles Buzet. Een mooie afsluiter van een mooie dag!

