Vanmorgen hadden we vooral boter nodig om onze benen in te smeren. Willem had 4 fietsen gehuurd die zouden worden afgeleverd aan de parking van de « Voie verte » in Condom, het startpunt van een traject van 17 km lopende tot aan Montréal-du-Gers. Het parcours is aangelegd op een oude spoorweg, dus relatief vlak, je kan hier en daar het pad verlaten en aanvullen met een bezoek aan de omliggende dorpjes.

Om 11 uur stond de verhuurder van de fietsen ons keurig op te wachten met 4 Trek-fietsen. Hijzelf was een Welshman van origine, een zeer aimabele man. En wij weg voor een tochtje van een paar uur. Eerste sortie was richting Cassaigne, dat hadden we nog niet bezocht. Eens je de spoorweg verlaat is het dadelijk wel stevig klimmen, in totaal hebben we vandaag 352 hoogtemeters gedaan. Helemaal mijn ding niet. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, is’t bergop rijden. Ik kan niet doseren, rij niet graag als een slak omhoog. Dus bijgevolg rijd ik steevast te snel om goed te zijn en ben ik al gaar om terug naar huis te keren op de eerste bergtop. Maar enfin, we zijn er geraakt.


Cassaigne, prachtig dorpje met een Middeleeuws kasteel. Je kon er ook Armagnac proeven, maar met nog dik 40 km voor de boeg leek ons dat niet het beste plan. Voor de rest, zoals zo vaak hier, geen estaminet te bespeuren. Verder door dan maar naar Mouchan, maar om de grote wegen te vermijden (ze rijden hier echt wel als gekken en fietspaden zijn er nergens) neemt Willem ons op sleeptouw door de (zonnbloem)velden. Weeral bunkeren dus.


Mouchan zelf is ook alweer een onooglijk klein en ingedommeld dorp. Ondertussen is ons water al bijna op, de temperaturen beginnen toch weer aardig de hoogte in te gaan. Maar ook hier geen café, noch winkel te bespeuren. We volgen de pijlen « lavoir – fontaine », in de hoop dat daar water is. Dat is er op zich ook wel, maar we zijn toch niet 100% zeker dat het drinkbaar is. En niemand in de buurt om ons dit te bevestigen of te ontkennen. Bij het buiten rijden van het dorp komt er dan ook toch net een vrouw haar voordeur uit. Ik pols toch even en effectief was het « non potable ». De vrouw is zo vriendelijk om onze flesjes te vullen met kraanwater. Iedereen is hier ongelooflijk vriendelijk en behulpzaam trouwens. Ook onderweg met de fiets, letterlijk elke passant, zonder uitzondering, wenst je een goedendag.
Daarna pikken we de draad terug op op de « voie verte » tot op het eindpunt. Je kan uiteraard nog verder rijden, maar dan is de weg niet helemaal goed aangelegd en we moeten ook nog de hele weg terug. We hadden ongeveer om 16h terug afgesproken om de fietsen in te leveren.


Morgen trekken we richting Parijs, we gaan nog even tot bij Sue & Robin om alvast afscheid te nemen en daar komen we tot de ontstellende ontdekking dat dit het laatste jaar is dat ze de gîte verhuren. Volgens hen worden ze te oud. Wat vinden we dat jammer, we kunnen hier dus nooit meer naar terugkeren.
Vanuit het huis zien we daarna een enorm hert aan de rand van de wei sluipen, erg op haar hoede. We durven niet teveel lawaai maken om haar niet af te schrikken, dus geen foto hiervan. Maar wat prachtig om te zien !
En dan vertrekken we naar Le Fréchou, één dorp, verder voor de marché gourmand, aanbevolen door Sue als de beste in zijn soort. We merkten in ieder geval dadelijk het verschil met Nérac: gescheiden in- en uitgang, mondmaskers voorradig aan de ingang (zonder kom je er niet in), alcogel en ruimte tussen de tafels. Het is er gezellig druk, er hangt een leuke en ongedwongen sfeer. Op het podium zet een ensemble van blazers (trompet en saxofoon) de muziek in, een bont allegaartje van mensen die duidelijk veel lol hebben.



We drinken een Floc de Gascogne en eten er een stukje foie bij. De kinderen vinden niet dadelijk hun goesting tussen het eten (en qua drank is er enkel alcohol), dus besluiten we naar Nérac te rijden om te eten bij L’Escadron Volant op het pleintje bij de chateau de Nérac. Dat gedeelte van het stadje voelt erg Toscaans aan. Het is een mooie afsluiter van dit stuk van onze vakantie. De streek is ons enorm bevallen, het is « La france profonde » zoals Robin zegt: puur natuur, eenvoudige maar vriendelijke mensen, de natuur heeft hier ruimte voor vrij spel en de enorme rust die ervan uitstraalt is al overheersend. We vertrekken hier met een zeer goed gevoel.




