27400 stappen voor de eerste dag in Parijs, dat zegt al veel denk ik. Stappen (of met de fiets) is sowieso de beste manier om een stad te leren kennen, alle hoekjes en kantjes te ontdekken, de sfeer op te snuiven. Ondergronds zie je enkel mooie metrostations en meestal nogal nukkige mensen.
Nochtans zag het er ‘s ochtends niet te best uit. Tot 10 uur wel, geen druppel en zalig (niet te warm) weer had ik gemerkt toen ik verse croissants om de hoek ging halen. Maar toen we onze neus buitenstaken om op tocht te vertrekken begon het te drashen. Vlug vlug wat paraplu’s kopen, want die hadden we niet bij. Het plan was om dan te beginnen met het Louvre. Vooral Lasse wou daar graag naar toe. Voor Mare maakte het niet uit en wij waren meer pro Musée d’Orsay, hoewel we dat allebei al gezien hadden. We vreesden ook dat het Louvre ons een hele dag zou nemen. Daarom spraken we af dat we er een aantal zaken zouden uitpikken en het daarbij houden.
Maar dan brak als bij wonder plots de zon terug door en was het gestopt met regenen. We zouden die dag nog één stortbui meekrijgen, maar toen zaten we net op een terras een wijntje (letterlijk een mini-glas) van 7 EUR te drinken. Het eten is hier naar onze termen relatief goedkoop, de drank daarentegen naar goede gewoonte niet.

Verandering van plan: zolang het goed was, wilden we profiteren en stapten we verder naar de Notre Dame, waar je uiteraard niet binnen kon, maar waar we toch benieuwd waren of er nog veel te zien was van de brand. Conclusie: langs de buitenzijde alleszins niet.



Dit was tot nu toe met uitstek de drukst bezochte toeristische plaats die we tegen kwamen. Het is vooral laveren tussen de poserende mensen, met sommige partners-fotografen krijg je zowaar medelijden. We zagen er die tot 8 keer toe een nieuwe poging moesten doen om de juiste foto op hun smartphone te toveren en telkens terug naar af verwezen werden. Soms is mensen kijken 1000 keer interessanter dan gebouwen.

Het is zondag en het duurde even voor de straten zich begonnen te vullen met Parisiens. Maar tegen een uur of 1 begon het toch aardig druk te worden rond te Seine, die zich uiteraard leent tot gezellig kuieren met de familie, zeker als de zon van de partij is. Tot dan kwamen we enkel toeristen tegen en dat zijn er nu bitter weinig. We hebben wat dat betreft goed gegokt om naar hier te komen. Het is zeer rustig in Parijs. We moeten enkel zorgen dat we zelf wat oppassen: zoveel mogelijk in openlucht, drukke bars of café’s vermijden en zelf goed ons mondmasker dragen en handen wassen en ontsmetten, want ze nemen het hier echt niet nauw met de maatregelen.
En wij flaneerden nog wat verder langs Rive Gauche tot aan het Louvre. Het was een korte wachtrij, op een 10- tal minuten waren we binnen. In normaal omstandigheden sta je hier zonder reservatie of « skip the line » vlot 2 uur aan te schuiven. Eens binnen was er nog even een schermutseling. In onze rugzak zat blijkbaar een kurkentrekker die ik had meegenomen van thuis. Je kent dat, zit je in een B&B of een huurhuis, wil je een fles wijn openen en niets te vinden: Tantalus en zo. Maar nu zorgde dit object ervoor dat Willem helemaal binnenstebuiten werd gekeerd en dat de kurkentrekker in de sectie « na het bezoek terug op te halen voorwerpen » werd opgeborgen.
En dan kon de pret beginnen. Er zijn natuurlijk wel wat schilderijen die je absoluut wil zien, maar ook de setting en het gebouw op zich is de moeite waard. Bij de Mona Lisa was het aanschuiven om er vlak langs te passeren en dát zou echt wel 1 uur duren. Dat deden we dus niet, je kon er ook zijdelings langs en dat was zeker al voldoende. We hoefden nu niet per se te ontdekken of ze je scheel aankijkt of niet.


De andere schilderijen die we wilden zien bevonden zich in delen van het gebouw waar je soms bijna alleen was : Rubens, Delacroix, Rembrandt, Van Eyck. Straf !


Ik denk dat we nog het meeste tijd hebben doorgebracht op de +2, deel Richelieu waar het licht fantastisch binnenviel en waar zowel Mare, Willem als ikzelf met onze camera’s aan de slag gingen.



Ik weet niet precies hoe lang we hebben rondgelopen, maar onze voeten begonnen redelijk pijn te doen en onze maag te knorren. Tijd om wat frisse lucht te happen en onze magen te vullen. We kwamen boven aan de kant van Jardin de Tuilerie, waar er veel Parisiens aan het genieten waren. Je zag in de verte 1 stroom mensen komende van (of gaande naar) Champs-Elysées en Arc de Triomphe.

Na de innerlijke mens te hebben versterkt gaan we te voet terug naar ons appartement om wat te rusten en te douchen.
Om een uur of 7 trekken we richting Sacre Coeur en Montmartre, the place to be (zeker op een zondagavond) voor pubers (zoals die van ons) en jonge koppels. Meer hoeft dat ook niet te zijn. Ik kan me perfect inbeelden dat ik op 18 hier ook zou komen zitten met een stokbrood, wat kaas en een biertje (of in mijn geval: wijn). Mare kan ook al niet wachten tot ze alleen met wat vrienden hier naartoe kan komen. De sfeer is er onbetaalbaar, iedereen geniet, er zijn muzikanten en dansers die sfeer brengen. Het uitzicht is uiteraard ook fantastisch, maar dat is niet wat domineert.




Montmartre zelf (het gedeelte boven de kerk) is zeer gezellig en het is aanlokkelijk om hier iets te eten, maar we weten dat dit de grootste « tourist trap » van heel Parijs is, dus gaan we stilaan de berg af naar beneden (het is ondertussen al 9 uur) om iets te zoeken om te eten. We belanden bij een Indiër met een mooi terras op een mooie plaats én (in Parijs checken we toch altijd graag even) stevige recensies. Bovendien zien we dat er nogal wat locals zitten, dat stelt ons toch ook altijd gerust.
En effectief, niet dat we de grootste Indische keuken- kenners zijn, maar het was overheerlijk! Het was trouwens een mix tussen Indisch en Libanees. Enige « minpunt »: het was een alcoholvrij restaurant. Maar na zo ongeveer al 14 dagen elke dag minstens 1 glas te drinken, vinden we dit geen ramp.


En dan was het toch nog weer een 15-tal minuten stappen naar het appartement. En zo kom je dus aan bijna 28.000 stappen op 1 dag, voor Mare en mezelf ongetwijfeld nóg meer, want gemeten met Willem zijn horloge.
Thuisgekomen springen we nog snel de « kruidenier » hiertegenover binnen voor koffie voor morgenvroeg. De man die het uitbaat blijkt een sheriff te zijn (zo ziet hij er toch uit) en stopt niet met in zichzelf te praten. Koffie wil ik er bovendien nog wel kopen, maar het fruit en andere verse waren die er bloot liggen toch maar liever niet. Het pak koffie had een laagje stof e.a. substanties die niet zo duidelijk aan te tonen waren. Dus meer dan een charmante buitenkant van de winkel kan de man niet bieden.

We bekijken nog even de foto’s van de dag, maar heel lang heeft het niet geduurd voor iedereen in een diepe slaap is gevallen, dromend van een nieuwe goedgevulde dag in Parijs. Morgenavond hebben we tickets voor de Eiffeltoren.
