In alle vroegte…

Onze nieuwe vrienden hielden het nog tot een uur of half drie uit in de centrale tent op het terrein en dat weerklonk tot in onze tent. Het werd dus een korte nacht, want om 5h30 klingelde onze wekker ons uit bed. Goed zot natuurlijk om op vakantie zo vroeg op te staan, maar we wilden de zonsopgang niet missen. Uiteindelijk hebben we nog een uur moeten wachten voor dat madame soleil helemaal achter de berg is komen piepen. Met een pull aan, voor de eerste keer nodig deze reis, want s nachts is het op die hoogte best wel koud en is er vooral koude wind. Maar het schouwspel op de tegenoverliggende berg waar de eerste zonnestralen de hemel en de rotsen meer en meer in vuur en vlam zette was prachtig. En eens ze er was, warmde de zon ons snel weer op. We kropen daarna kog even terug in de tent, het ontbijt zou pas tegen 7h30 geserveerd worden.

Goed ontbijtje en zalig (opnieuw) wakker worden zo op onze berg, maar de kinderen waren nog steeds doodmoe, dus lieten we hen nog even terug naar de tent gaan om wat te rusten. Voor ons was er entertainment genoeg. Raad (hij zegt dat zijn naam “donder” betekent), een van onze kampvuurvrienden heeft een eigen zaak in materiaal om koffie te zetten. Hij is dus meegewipt op de slow coffee trend. In dat kader was hij trouwens onlangs nog in Brussel, Gent en Brugge. Hij schijnt alle goede Belgische koffieshops te kennen. Hij haalde plots een hele set (inclusief mini gasvuur) boven om een koffie tasting te doen. We beloven hem een paar pakketjes van Ray & Jules op te sturen, de koffiebranderij bij ons in de buurt die op lage temperatuur en met behulp van zonne-energie en herbruikbaar water koffiebonen brandt.

We hebben nu wel genoeg koffie binnen om aan de rest van de dag te kunnen beginnen en we maken de kinderen wakker voor de “Mountainhike” die start vanuit het kamp. De groep vrienden hadden gisteren ook grootse plannen en zouden vóór en nà het ontbijt een hike gaan doen (“feel free to join”), maar na hun nachtelijke escapades hebben ze zich – tot hun vertrek – teruggetrokken in de gemeenschappelijke tent waar kussens liggen om te rusten. Dan waren wij wat dat betreft flinker. De temperatuur bedroeg ondertussen trouwens ook alweer een kleine 30 graden. De wandeling ging – zoals nogal logischerwijs af te leiden is uit de naam – voor de helft bergop en nog stevig ook. Volgens de tracker overbrugden we 200 hoogtemeters. Onnodig te zeggen wel dat het uitzicht adembenemend was. Dieren (die zitten er, o.a. Ibix en vossen) zijn we jammer genoeg niet tegen gekomen. Salamanders des te meer en vogels ook. Er zitten in het reservaat 170 verschillende soorten. Wat zoogdieren betreft zouden er 137 soorten zitten, daarvan kunnen we er 1 afvinken: de muis. Die had Mare gisterenavond gespot en per ongeluk ook gemeld dat ze die gespot had. Dat was waarschijnlijk nog een reden waarom ik niet zo heel vast heb geslapen, je ligt tenslotte op een matras (weliswaar een comfortabel exemplaar) in je tent.

We deden 1h20 over de wandeling van 4 km, het hoogteverschil en de temperatuur meegerekend, met 2 pubers die nog altijd moe waren: il faut le faire. Pluim voor onszelf. Toen we terug beneden waren, zochten we onze spullen bij elkaar en lieten we ons terug met de truck naar boven rijden. Dit was met stip de beste stop tot nu toe. Dat wil wel wat zeggen want over de voorgaande hadden we ook niet echt reden tot klagen.

Op naar nieuwe oorden: Wadi Musa, waar we 2 nachten blijven om Petra te bezoeken. Onze etappe bedroeg 1,5 uur en we reden voornamelijk langs uitgestrekt woestijnachtig gebied met zeer weinig bewoning, tenzij hier en daar een nomadenkamp. Af en toe passeerden we een klein dorpje waar de kinderen altijd enthousiast zwaaien naar ons.

Eerste indruk Petra: toeristischer dan de rest van wat we al gezien hebben, maar aanvaardbaar. Er is hier geen overrompeling van volk en om iets te vinden om te eten is er keuze genoeg. We zien vanuit ons hotel de site liggen en dat is best wel indrukwekkend: een mastodont van een rotsformatie midden in de stad, waarvan je weet dat er vele mysteries achter schuil gaan… kwestie van de spanning op te bouwen.

We spoelden het stof van de bergen van ons af in de douche en trokken op pad door de hoofdstraat. Toeristischer staat gelijk aan proppers aan de restaurants, maar laat ons zeggen dat ze eerder uitnodigend dan opdringerig zijn. We stapten helemaal tot aan het visitors center en ontdekten de “Cave bar” waar ze zowaar bier en cocktails hebben. Ik bestelde “one night in Petra” en voelde na 2 slokken dat ze niet heel zuinig waren geweest met de alcoholische ingrediënten. Ik kon er weer tegen voor een paar dagen! De ober was zelf fan van Kriek (liet hij weten, na de obligate vraag van waar we zijn). Maar hij drinkt het gemixt met Tequila, want anders is het een drank voor vrouwen volgens hem.

Onderweg kwamen we ook nog een bedoeïen tegen, recht uit de cast van “Laurence of Arabia”. Willem had niet in de mot dat de man in zijn toch wel opvallende jeep zat en was foto’s aan het nemen. Toen hij zich ging excuseren hingen we er uiteraard aan vast. Heel vriendelijk hoor, maar op een paar minuten tijd kenden we heel zijn levensverhaal en moesten we alle moeite van de wereld doen om zijn aanbod om ons mee te nemen beleefd af te slaan. Hij leeft normaal gesproken in de woestijn en is daar een soort “rescue ranger” om gestrande reizigers te redden. Hij wou absoluut zijn auto laten zien, hij heeft een matras om op het dak te slapen, hij heeft een jerrycan verbonden aan een douchekop, keukenmateriaal, kortom zijn auto is zijn huis. “Freedom” zegt hij. Hij was in Wadi Musa om zijn 102-jarige moeder te bezoeken, hij heeft 7 broers en 9 zussen. En hij begreep niet dat we om 18 h hier rondliepen, niets te zien volgens hem. Hij wou ons mee naar “Little Petra” nemen, waar alle locals op vrijdagavond naartoe trekken om samen te zijn en te bbq-en. Enfin, we moesten hem maar komen zoeken als we hem nodig hadden.

Dan was het tijd om te gaan eten, er was een goed restaurant naast ons hotel. Ik had dat alvast vooraf genoteerd en was het ook het enige restaurant dat niet met een propper werkt, hetgeen mijn gedacht geen toeval is. Willem probeerde voor de eerste keer “manseff”, hét traditiegerecht van Jordanië. Dat wordt gemaakt met lamsschenkel, yoghurt, rijst. Hij kreeg er wel de waarschuwing bij dat hij het – zoals het hoort – met zijn (enkel) rechterhand moest eten, geen bestek toegelaten. Bij het serveren werden er nog instructies gegeven over de manier waarop het moest gegeten worden. Hilariteit alom!

De rest van het eten mocht er ook zijn, ik nam “Musakhan” een kipgerecht met een plat brood en in rode wijnazijn gedrenkte uien.

Het zou best wel eens kunnen dat we hier morgen terug komen eten.

Petra by night is trouwens heel mooi, we konden nog genieten van een prachtig tafereel. we zijn heel benieuwd naar wat we morgen gaan te zien krijgen.

Plaats een reactie