Petra is voor de meeste mensen dé reden om naar Jordanië te komen en is 1 van de zeven wereldwonderen. De site is een paar jaar geleden ook toegevoegd aan de Unesco lijst van werelderfgoed. Allemaal mooie titels dus Aangezien we het Colloseum al bezochten, is dit nummer 2 op de lijst van wereldwonderen dat we kunnen schrappen. De stad, waarschijnlijk ontstaan in de 1ste eeuw v.c. en ontdekt door een Zwitser in 1812, is door de Nabateeërs volledig uitgehouwen uit de rotsen. Er woonden rond de eeuwwisseling naar schatting 25.000 mensen. De verwachtingen zijn dan uiteraard ook zeer hoog gespannen, voor het ene gezinslid al hoger dan voor het andere uiteraard.
Normaal gesproken bezoekt men de site gedurende 2 dagen en start men liefst om 6 uur ‘s ochtends met het bezoek. Heel extreem zijn er mensen die er 3 dagen kunnen rondhangen. Ik was al zeer tevreden dat we tegen 11 uur zouden binnen wandelen en dat de kroost het de rest van de dag zou uithouden. Bovendien was de nacht weer onderbroken, want we verblijven terug in een stad en we werden verschillende keren gewekt voor de oproep tot het gebed. De minaret staat op nog geen 100 meter van ons hotel.
We ontbijten om 8h30 en effectief, na nog 2 keer terug het hotel moeten binnen gaan voor vergeten voorwerpen, konden we nog voor elven de tocht naar de Siq, de befaamde toegangsweg van de stad aanvangen.
Het ontbijt was prima verzorgd en zeer uitgebreid. Geen buffet hier trouwens, aan tafel geserveerd. We zijn dan ook met 6 gasten in totaal aanwezig hier. Dan kan je rekenen op volledige aandacht natuurlijk.

De temperatuur scheen wel mee te vallen, er werd rond de 30 graden voorspeld. Dat is niet weinig voor een serieuze inspanning, maar ook doenbaar. De toegangsweg is trouwens goed begaanbaar en redelijk schaduwrijk, omdat je eigenlijk door een canyon wandelt. Prachtig wel die stenen, een mengeling van zandsteen en graniet. En voor je het weet bereik je de “Treasury”, het welbekende mausoleum. Wel goed opletten hier voor paarden, paard en kar en… golfkarretjes om de afgepeigerde toeristen terug naar de uitgang te brengen. Soms zijn de doorgangen bovendien zeer smal.



We lopen verder de site af en dan is het al bijtanken in een “oase”, want in volle zon en door het woestijnzand lopen is best lastig. Maar we hebben tijd, dus een pauze tussendoor kan zeker geen kwaad. we passeren o.a. de « straat met facaden », de « royal tombs », het « Nymphaeum », de « winged lion temple » en het theater. Allemaal even indrukwekkend.



Deze tijd van het jaar lijken er meer gidsen, ezelsbegeleiders, ruiters, ezels, paarden en kamelen te zijn dan toeristen. Je wordt constant aangesproken “want a donkey ride”? Zeker naarmate je de klim naar Ad-Deir (The Monastery) nadert. Er zijn dus werkelijk mensen die zichzelf op een ezel hijsen en dat beest de 900 trappen laat doen. Ik weet dat ezels lastdieren zijn, maar het ziet er toch wat zielig uit. Wij proberen het te voet. De mensen die we kruisen zien er toch nog ok uit, dus we overleven het wel. Lasse zijn motto is: op’t gemakske, af en toe stoppen en even in de schaduw afkoelen, dan lukt alles. Heel Petra doen op 1 dag is niet mogelijk, dus moet je keuzes maken. En dan lijkt dit hetgeen dat een must do is. Ik had heel graag de “backdoor hiking” willen regelen. Dat wil zeggen dat je via “Little Petra” wordt afgezet met de 4×4 en dat je in omgekeerde richting de site binnenkomt. Dat wil ook zeggen dat je de 900 ongelijke, in steen uitgesleten trappen enkel naar beneden moet wandelen en niet eerst naar boven en dan ook nog eens omgekeerd naar beneden. Maar die toegang is blijkbaar sinds covid afgesloten en niet meer heropend. Er zijn nog wel wat oplichters die je zogezegd kunnen afzetten, maar die gebruiken dan een zij-ingang waar je niets aan hebt.

We begonnen zeer moedig aan de klim, maar aan die trappen leek geen einde te komen. Onderweg naar boven zijn de enige schaduwplekken de vele souvenierstalletjes (het zijn er zeker 50) bemand door bedoeïenen. Er zijn er zelfs een aantal onder hen die nog steeds op de site slapen, net zoals vroeger nadat de Nabateeërs de stad hadden verlaten. Het is tussendoor ook nog oppassen geblazen als er weer een bedoeïen op een ezel naar beneden komt gevlamd, nadat die een toerist boven heeft afgezet.

Puffen, zweten, afzien was het, dat is zeker. Maar ook wel een ervaring. Op het einde moedigen de souvenieruitbaters je zelfs aan en helpen je door de laatste loodjes.
En dan bereik je eindelijk een indrukwekkend gebouw (groter dan de Treasury). Is het specialer? Niet zozeer. Maar op een manier dan toch weer wel. Omdat je weet dat dit de weg was die al meer dan 2000 jaar aan een stuk wordt genomen om naar dit klooster te lopen, omdat het een overwinning is als je er geraakt en dat niet iedereen de moed heeft om dit te doen.
Het is wel even op positieve komen nadien en natuurlijk genieten van het zicht, voor we de tocht terug naar beneden aanvatten. Zeg trouwens nooit op weg naar boven dat je misschien later even naar hun souveniers kijkt. Ze zijn erop getraind en hebben blijkbaar een goed geheugen… komt als een boomerang terug : »you promised madame that you would buy later», de «maybe» die je erbij had gezegd vergeten ze gemakshalve.

De tocht naar beneden ging vlotter en sneller, maar dan is het nog 4 km verder naar de uitgang. Tot aan de Treasury houden we het uit. Maar vooral Mare wil graag met paard en kar naar de uitgang gebracht worden. We kunnen de prijs vastzetten op 30 JOD, hetgeen nog steeds niet weinig is, want het is eigenlijk relatief gezien maar een kort stukje. Maar niet-zeurende kinderen na meer dan 4 uur ronddwalen in Petra mogen gerust beloond worden. We hebben de dag ervoor ook gezien hoe ‘s avonds laat mannen de paarden nog aan het verzorgen waren. Er zijn ‘weiden’ langs de weg hier. Dus zijn we er redelijk gerust in dat deze dieren wel goed verzorgd worden. En dan wordt het een memorabele rit langs de rotswanden van de SIq. Mare gelukkig, Lasse zag een beetje bleekjes. Dan is het toch nog dik 10 min stappen door de hitte naar het visitors center en vooral «The Cave bar» voor een welverdiende cola/pint/cocktail.

In het hotel is het snel douchen om in de lobby Wout Van Aert de slottijdrit te zien rijden van de Tour. Hij wint en dus maakt dat de dag alleen nog maar completer.

We klokken ondertussen af op 23.000 stappen, veel zin om er nog veel extra te zetten op zoek naar eten hebben we niet. Maar dat moeten we nu ondertussen wel eens gaan doen, eten gaan zoeken. Onze magen beginnen serieus te knorren. We hebben namelijk sinds vanmorgen slechts 1 doos Pringles met ons 4 binnengewerkt. Je hoofdbekommernis is voldoende drinken en je bent zo erg bezig met de inspanning en het is overdag zo warm, dat je eigenlijk niet eens aan eten denkt. Gelukkig weten we waar het goed is en zullen we ongetwijfeld zeer welkom zijn bij Mohamed van Zawaya. Bijkomend, niet te versmaden voordeel: we kunnen er zowaar vanuit ons hotel naartoe rollen als het nodig is.
Hij zag ons effectief graag komen :’welcome back my friends’. We krijgen meer hapjes dan we bestelden, tegen de tijd dat we het hoofdgerecht voor onze neus krijgen zitten we eigenlijk al vol. Lasse neemt vanavond ook de Mansaf, heel moedig van hem, want ook hij moet het met zijn handen eten.


De kers op de taart komt er als OHL zijn eerste match van het seizoen tegen Kortrijk wint en we op die manier ontdekken dat Mohamed geen Jordaniër is maar een Egyptenaar. Dat komt omdat Musa al-Taamari, een Jordaanse speler bij OHL gescoord heeft. Lasse was natuurlijk super enthousiast en we vragen of aan Mohamed of hij ook fan is. Aangezien hij Egyptisch is volgt hij het niet zo, dus nee. Hij werkt 8 maanden in Jordanië en de rest van het jaar is hij in Egypte bij zijn vrouw en kinderen. Daar worden we dan weer even stil van bij onze muntthee van het huis.
Morgen rijden we door naar de woestijn, iedereen van ons kijkt er erg naar uit. We slapen in een bedoeïenen tent, die – naar alle eerlijkheid en althans op foto – er comfortabeler uitziet dan onze tent in Dana. Spannend!
