De voorbije 2 dagen bestonden hoofdzakelijk uit horizontaal op het strand liggen. Mare heeft op die manier goed kunnen uitzieken. In feite was ze 24 u later er bovenop. We hebben voor de zekerheid hier in de apotheek 2 testen gekocht, maar dat was negatief. We houden het dus op een lichte ontsteking van keel en oren door een te straffe airco.
Het deed ook wel eens deugd om ons eigen ontbijt te maken in een fatsoenlijke keuken en naar onze normen, weliswaar vanaf nu altijd met olijfolie en een schoteltje Za’atar op tafel. Bovendien ontdekten we dat de « Bakery shop », deel uitmakend van het resort ook bij de residentiële gasten roomservice voorziet. Vanmorgen werden er dus verse croissants en enorme donuts geleverd om 8:30 h stipt. Het is dan wel niet van Fre den bakker, maar het gevoel is hetzelfde.


Verder was het dus liggen, zwemmen, opdrogen, cocktail drinken, repeat. Willem en Lasse doken nog eens de gym in, die zeker groter is dan aan de Dode Zee, maar blijkbaar was de fiets niet veel waard. Tegenvaller dus.
Aan het strand is ruimte zat, ook hier geen overrompeling en onnodig om handdoeken te leggen. Hoewel we op de eerste rij er toch al 4 zagen liggen vandaag van, bleek later, een Spaans gezin. Foei!
Tot gisteren namiddag was heg enige spannende dat we konden melden dat we regelmatig bezoek krijgen van Tristrams spreeuwen die zonder schroom op je stoel neerstrijken. Zo van dichtbij hebben ze echt wel een zeer scherpe bek en stevige klauwen. Die hebben er dus al wel meermaals voor gezorgd dat ik pijlsnel uit de horizontale positie kom.

De tweede keer dag mijn hartslag de lucht in ging was toen ik net het water in was om te verkoelen (het is hier rond een uur of vier een 45 graden) en ik op kleine afstand een serieuze vin boven de oppervlakte zag steken. Het was duidelijk dat dit exemplaar wat groter was dan bbq-waardig (enfin, je zou hem al in verschillende stukken erop moeten leggen). Ik was in recordtijd terug op het strand. Achteraf gezien belachelijk om te denken dat het een soort haai zou geweest zijn (de laatste weken worden verschillende plaatsen aan de Rode Zee. o.a. in Egypte, geteisterd door haai aanvallen op achteloze zwemmers zoals ik), maar er zitten er wel. Enfin, ik kijk nu toch wel dubbel zo goed rond als ik wat ga dobberen, met als gevolg dat ik ook de niet-gevaarlijke vissen zie tussen onze benen zwemmen. Je bent gewoon opmerkzamer.
Avondeten deden we in een restaurant in de buurt, maar dat was tot nu toe de minst goede ervaring. Het was niet echt slecht, maar we hebben zeker al beter gegeten en zeker ook gedronken. Willem bestelde witte wijn (hij bedoelde een fles), maar klaarblijkelijk (het was er nogal traditioneel met veel locals) dachten ze dat hij alleen zou drinken en kwamen met enkel een glas voor hem aanzetten. Na 1 slok geproefd te hebben, hebben we wijslijk besloten om de fles te laten voor wat het is en verder te gaan met de spa bruis.
Aangezien Mare terug fit genoeg was, nam ik opnieuw contact op met onze vrienden in de woestijn om af te spreken voor de jeepsafari. Het plan was om in de late namiddag naar daar te rijden en meteen na de trip terug te komen. We hadden ´s middags al wat gegeten in het hotel en de kinderen hadden hun zinnen gezet op Mcdo, (dat hier vlak om de hoek zit) voor achteraf. Maar dat was natuurlijk buiten nonkel ‘Arafat’ en nonkel ‘Paf’ gerekend (deze laatste heeft Willem zo gedoopt omdat het nogal een kettingroker is), de 2 broers/eigenaars.
Bij aan komst aan het kamp was er een warm onthaal door nonkel ‘Paf’ die totaal niet meegekregen had wat we kwamen doen. Hij dacht dat we terug kwamen overnachten. Na veel 5-en en 6-en was de dinar gevallen. We hadden ook de voorziene tocht in uren wat ingekort (oorspronkelijk 4 uur), zodat we niet te vroeg op de dag vanuit Aqaba moesten vertrekken en zodat de temperatuur voor de woestijnsafari al wat draaglijk was. Gevolg was dat ´nonkel’ Arafat met zijn pick-up al weg was voor een tocht met andere gasten en dat er in allerijl een oplossing werd gezocht voor ons. Omari, de zoon van nonkel ´Arafat’ belde wat rond en daar kwam de kookploeg terug gereden met de pick-up waarvan nonkel ´Paf’ 2 dagen geleden nog fier over zei dat hij al 30 jaar oud was. Omari zou onze chauffeur worden, wat we fijn vonden. Hij kan helemaal niet zo goed Engels, maar het is een zeer lieve, eerder verlegen jongen. We hielden alleen ons hart vast voor het feit dat de auto het zou kunnen trekken, zo op die woestijnduinen. Maar dat waren zorgen voor later en eigenlijk ook niet voor ons. Er werd nog gauw een snowboard in de laadbak gedropt en dan mochten wij ook instappen. De verwachtingen waren hoog, het was tenslotte bijna « sunset » tijd.

Daar gingen we dan de woestijn in. Bij de eerste stop konden we al dadelijk ´sandboarden’. Na alle spectaculaire dingen die we hier al deden, is dit een eitje. Maar wel leuk om te doen en het levert ook prachtige plaatjes op.



Dan reden we door naar de « Nabatean temple » waar je nog op slechts 6 km van de Saoudische grens zit. Hier stonden zeker zo’n 50 kamelen bij elkaar, wachtend op liefhebbers om een ritje te maken.


Toen we terug plaatsnamen in de laadbak merkten we al dat het starten wat langer duurde… niet dat de motor sputterde, maar er was iets dat niet klopte. Maar we reden dan uiteindelijk toch verder door naar Khazali Canyon.

De auto stond licht bergop geparkeerd en toen we terug wilden vertrekken heeft het toch wel zo’n 10 minuten geduurd voor Omari de juiste versnelling vond. Blijkbaar was er toch iets serieus mis en moesten we ons goed vasthouden aan de takken van de bomen want de jeep schokte dan eens achteruit, dan eens vooruit de zandberg op. Dit is weer typisch voor ons om in deze situatie terecht te komen. Gewoon instappen in een jeep en zonder problemen rimpelloos genieten van een tocht staat niet in onze woordenboek. Maar dat maakt het net zo leuk, we fantaseerden al dat we onder de blote sterrenhemel moesten wachten tot nonkel ‘Arafat’ ons kon komen takelen.
Maar zo ver was het nog niet. We reden door naar « Lawrence ´s spring « , de uitvalsbasis van Lawrence of Arabia in WO I en de tegenoverliggende zandduinen zijn ook nog eens het decor van de film « Dunes » geweest. We kregen hier ook een thee aangeboden van een Bedoeïen die volgens Mare en Lasse dadelijk kon gecast worden als de goede slechterik, wat dat dan ook mag zijn.



Hier terug vertrekken was een kleine ramp en we kregen zo langzamerhand medelijden met Omari. Het stond hier vol jeeps en naar goede gewoonte kris-kras door elkaar. Jordaniërs kunnen langs geen kanten met de auto rijden, zijn super chaotisch in het verkeer, denken dat claxonneren voldoende is om geen aanrijdingen te hebben en zetten hun auto in elk beschikbaar gat dat ze denken te zien. Vertrekken kon nog met veel schokken en veel moeite, maar hij moest daarbij ook serieus gas geven en dan heb je niet de luxe om precies te mikken tussen 2 geparkeerde jeeps. Wat moet die jongen gezweet hebben ! Maar ere wie ere toekomt, hij is er toch in geslaagd om ons daar weg te krijgen én met de glimlach!

De laatste stop was de rots waar je een mooi zicht hebt op de zonsondergang. We waren net op tijd op nog een plaatsje op de eerste rij te bemachtigen. En dan was het genieten. De woestijn is met stip toch onze favoriete plek hier. Hoewel we Dana en de bergen ook machtig vonden, is dit toch net dat tikje extra. Die weidsheid, dat licht, dat rustgevende, je voelt je heel klein. Het is hier prachtig!



We reden met het laatste licht terug naar het kamp (het laatste vertrek met de jeep was een steile bergaf, dat ging vlotjes). Daar aangekomen werden we uiteraard dadelijk uitgenodigd voor de thee. Nonkel ´Paf’ bleef aandringen om ook te blijven eten, maar we zeiden dat we toch graag voor het echt pikkedonker willen vertrekken. We stonden dan ook vertrekkensklaar toen nonkel ´Arafat’ kwam aangereden met zijn gezelschap. Hij kwam dadelijk met open armen afgelopen en er was nu geen sprake meer van vertrekken zonder mee aan te schuiven voor het avondmaal.
We beleefden dus een 2de keer het ritueel van de pot uit de grond. Het was trouwens exact dezelfde maaltijd als 2 dagen terug, niet dat we dat erg vonden want het is super lekker, die geur alleen al bij het openen van het deksel. En uiteraard werd er ook weer gedanst. Er waren meer gasten aanwezig dan toen wij er verbleven en de groep zorgde ook voor meer ambiance. We stonden plots met 30 in een kringetje de aanwijzingen van de klusjesman te volgen voor het ritme. Voor het echt helemaal uit de hand liep namen we dan toch maar afscheid en werden we uitgezwaaid door nonkel ´Arafat’. Net voor we de auto instapten kwam Omari nog achterna gelopen met een bord dessert en dan reden we in het pikkedonker onder een prachtige sterrenhemel de woestijn uit.
Het moderne en toeristische Aqaba is perfect om een paar dagen op adem te komen, maar de vriendschap die je voelt bij de bedoeïenen, de ervaring, de gastvrijheid en ook de omgeving, of het nu in de bergen is of in de woestijn, in Amman of tijdens een tocht in een Wadi: dat is hetgeen je hart met warmte vult en waar je energie van krijgt.

We komen na een pittige rit (in het donker rijden ze hier nog slechter), komen we veilig aan in ons resort. Wat een dag alweer!
