Op verkenning

Onze nacht was op zijn minst weer speciaal te noemen… een typisch verhaal voor ons, anders zou mijn dagelijks verhaal ook maar saai worden natuurlijk.

We lieten ons raam vannacht uiteraard open staan om wat te koelte binnen te krijgen, weliswaar met het gordijn ervoor gedrapeerd. Om een uur of 2 word ik wakker van wat lijkt een dier te zijn dat in de kruin van de boom voor het raam zit (we slapen op de 1ste verdieping). Ik maak Willem wakker en plots horen we iets in onze kamer. Na het licht gauw aangestoken te hebben, blijkt dat we bezoek hebben van… Milou, de poes van Isabelle! Die staat nu miauwend voor onze deur, vragend om deze open te doen, zodat ze naar haar eten beneden in de keuken kan. Als ik later – na een nachtelijk toiletbezoek – voorbij Lasse zijn kamer kom en de deur op een kier zie staan, vermoed ik dat ze zich daar ergens heeft genesteld. Later blijkt dat ze effectief via Lasse zijn kamerraam terug de wijde wereld moet ingetrokken zijn. We zijn nu wel goed gewaarschuwd voor de nacht die volgt.

Het ontbijt onder de koele bomen op het terras geeft ons een echt vakantiegevoel. De haan van de buren is al van 6 uur aan het kraaien en begeleid ons ook verder tijdens het ontbijt. Opa moet wel wennen aan de koffiekoppen, die – zoals zo vaak in B&B’s in Frankrijk – van het type soepkom zijn en nogal groot uitvallen en geen oor hebben. Verder is er natuurlijk zelfgemaakte jam in alle soorten en gewichten, zelfgebakken cake in alle maten en gewichten, frans brood met gezouten boter en verse abrikozen.

Na het ontbijt gaan Willem en Lasse de spieren wat losrijden en fietsen naar het dorp van Monieux en de nabije omgeving errond. Oma, opa en ikzelf volgen met de wagen en wachten hen op ter plekke. Ik doe een kleine wandeling om wat foto’s te nemen in het dorpje zelf. Dat is wel wat klimmen onder toch wel hoge temperaturen. Oma en opa wachten even beneden.

Terwijl de mannen nog een afdeling doen, vatten wij de rit aan naar de « Gorge de la Nesque », via een spiksplinternieuw aangelegde asfaltweg die vooral ook plaats geeft aan klimmende en dalende fietsers. Het uitzicht boven bij het uitkijkpunt is fenomenaal en laat ons uiteraard weer een glimp opvangen van de Reus.

Daarna is het tijd om door te rijden naar Bédoin, waar we nog iets eten alvorens we de Mont Ventoux met de wagen gaan verkennen. We ontdekken er een leuke bistro, « Le Flandrien », uitgebaat door Vlamingen, maar het blijkt bijzonder populair te zijn. Er is geen plek en na wat vruchteloos wachten op een telefoontje (we staan op de «wachtlijst»), besluiten we toch maar ergens anders te gaan eten.

Lasse heeft het in zijn hoofd gestoken dat hij morgen absoluut via Bédoin wil vertrekken, maar dat is echt wel de moeilijkste kant. Hij zegt hier op zeer goed voorbereid te zijn. We proberen hem nog op andere gedachten te brengen door via Sault af te dalen, waaruit ontegensprekelijk blijkt dat dat de langste, maar de minst steile kant is. Benieuwd of het impact heeft gehad… we zullen het morgen weten.

Aangekomen op de top zoekt Lasse koortsachtig de eigenlijke eindstreep (en vermoedelijk ook de Strava-streep). Hij wil uiteraard het risico niet lopen om te vroeg de handen in de lucht te steken. Figuurlijk gesproken dan, want de slotmeters zijn niet van die aard dat je makkelijk je handen van het stuur kan losmaken. Ik zie zowel Lasse als Willem over de balustrade naar beneden kijken, naar de weg die ze morgen zullen volgen. Ik zie vastberadenheid, maar ook wat nervositeit.

We dalen af via Sault. Heg dorp ligt er wat verlaten bij. Amper mensen op de terrassen n in de straten, het is veel te warm (38 graden). We drinken iets en gaan dan terug naar onze B&B, om wat te rusten en ons op te frissen. Vandaag eten we buitenshuis. De eerste resto’s die ik bel (op aanraden van Isabelle) blijken « complet » te zijn. Ik vind uiteindelijk onderdak bij ´Bistro Canaille’. Ze zijn in principe ook « complet », maar de eigenaar belooft ons toch nog een tafeltje te fabriceren onder de platanen. De man doet ons denken aan Carlo Il Daino. die zou ook iedereen boven elkaar stapelen om toch nog maar een plaatsje te voorzien. Het eten is prima, de vriendelijkheid van het personeel ook. We eten Gamba’s, Piece du boucher en veau.

Daarna blijven we niet te lang meer hangen, het is bedtijd. Morgen om 6h30 zorgt Isabelle voor het ontbijt zodat we om 8 uur er in Bédoin kunnen aan beginnen. Het belooft een stressy dag te worden, maar waarschijnlijk ook een hele mooie. Dit is dé reden waarom oma en opa zijn meegereden: hun kleinzoon (en ops’s petekind) zien aankomen op de top van de Ventoux. Dat is zo goed als familiegeschiedenis schrijven. Maar misschien heb ik nog wel het meeste stress: ik moet zorgen dat ik zowel Willem als Lasse volg en kan bevoorraden (ze zullen elk hun eigen tempo rijden) en daarnaast moet ik ook voor de perfecte shots en fimpjes zorgen voor het foto archief. Dit alles met een automaat (ben ik niet gewoon, ik heb enkel nog maar handgeschakeld in de bergen gereden) en zorgend dat ik geen accidenten doe of iemand omver kegel.

En Mare stelt heg nog steeds goed. Ze hebben vandaag hun eerste vrijwilligerswerk achter de rug.

Plaats een reactie