Een ‘warm’ welkom in Sri Lanka

Lang naar uitgekeken, vele uren voorbereiding later, op het punt gestaan een kant en klare reis te boeken, maar dan breekt de dag aan dat je vertrekt voor hopelijk een nieuwe “ervaring van ons leven” :Sri Lanka. Eerste keer Azië, dat kan tellen.

En dat was vanaf de eerste dag al van datte… eerste keer met Emirates vliegen… dat schept verwachtingen. En die lossen ze echt wel volledig in…everything is possible… included an Instax photo made by… de stewardessen.

Enfin, etappe 1: van Vaalbeek naar Dusseldorf. Dat scheelde ons los 1000 EUR op de tickets, de moeite om naar daar te rijden dus. Die ervaring hadden we al met onze Griekenlandreis en die was top! Auto inleveren, gewassen en gestreken terug krijgen… we do it! En via een shuttle bus staan we op minder dan 10 min in de vertrekhal.

Eerste vlucht van 6 uur tot Dubai is met een Airbus A380… 2 verdiepingen, 3 gangen. Voor een schrikkepiet met vliegangst zoals ik een droom, want je voelt amper dat je in de lucht zit. Daarna 3,5 uur “amusement” op de luchthaven van Dubai. Om in transit van gate A naar F te komen, doen we er maar liefst 25 minuten met de bus over. De tweede etappe is met een kleiner vliegtuig en van bij het opstijgen tot het landen krijgen we continu met turbulenties af te rekenen. We doen geen oog dicht, wat maakt dat we al bij al slechts een uurtje of 2 geslapen hebben die nacht.

Tweede domper op de feestvreugde kregen we bij ‘immigration’ te verwerken. Ik had blijkbaar een fout gemaakt in Mare haar geboortedatum bij de aanvraag van haar visum. dat moest dus ter plekke opnieuw aangevraagd worden en kregen we opnieuw 60 EUR (cash!) aan ons broek. Toen Willem een betaalbewijs vroeg was het toestel zogezegd stuk (?).

Onze chauffeur staat ons netjes op te wachten om eindelijk aan ons Sri Lanka avontuur te beginnen. Hij stuurde vooraf al tot 2 x toe het naambordje door dat hij zou meebrengen: “ilse Van Hoof & family”, handig voor mochten we na een lange en zware vlucht plots onze eigen naam niet meer weten.

Op naar ons vervoermiddel voor de komende 17 dagen waar onze chauffeur (en ja, ik blijf hem “chauffeur” noemen, want niemand van ons 4 kan zijn naam verstaan, laat staan onthouden. Ik zal hem dus vanaf nu als ‘C’ aanduiden) ons verrast met 4 kokosmoten en rietjes om onze dorst te lessen tijdens de 2 uur durende rit naar Galle, onze eerste bestemming. We krijgen er meteen ook een hele uiteenzetting bij over de typologie van de kokosnoten. De eerste indrukken zijn fenomenaal: het landschap telt 50 tinten groen en groener en plots zien we vanaf de snelweg in de verte een immens wit Boeddhabeeld opduiken op een berg tussen het groen: zeer indrukwekkend. Maar voor de rest van de rit dommelen we allemaal om beurten in, we hebben nog wat slaap in te halen.

In Galle heb ik een casa geboekt, een villa met 3 slaapkamers en zwembad om in alle rust op onze “effe” te komen, goed wetende dat de reis sowieso vermoeiend zou zijn. Het is een huis van 150 jaar oud in koloniale stijl. Zeer mooi en wat afgelegen.

We worden bij aankomst opgewacht door de housekeeper die voor ons zal zorgen… en dat doet hij als de beste. Een hongertje? Dan springt hij zijn fiets op naar een nabijgelegen winkel en een klein half uur later staat er een lichte maaltijd met rijst en kip op tafel. Zin in een apero? Hup op zijn fiets voor witte wijn. Groot is ons jolijt als hij met een fles Martini Dry terug komt (Willem had droge witte wijn gevraagd). Maar hé, wie gaat hier nu over klagen. We hangen wat rond het zwembad, proberen de vele nieuwe dierengeluiden wat thuis te brengen en slapen wat bij. Nu eens worden we gewekt door de trein die blijkbaar vlak achter ons doorkomt, dan weer door de adzan van de moskee in de buurt. 85 % van de bevolking is hier bhoedist, maar er zijn ook best wat moslims. En verder is het genieten van het geritsel van de bladeren, de vele vogels die fluiten of “roepen”, af en toe een aap en de stilte van de tempel naast ons.

Verder mogen we niet klagen bij een temperatuur van 29 graden en een luchtvochtigheid van 80 %. Van het moessonseizoen (dat deze periode van het jaar hier in het zuiden en het westen heerst) hebben we nog niet zoveel gemerkt. En de muggenplaag waar Willem zich vooraf zorgen over maakte (een prik van een besmette mug kan dengue veroorzaken): ik heb tot nu toe 1 mug gezien.

Tegen 18 uur komt C ons ophalen om naar Galle Fort te gaan, de overblijfselen van de Nederlandse bezetting en de place to be bij zonsondergang. De zee is hier zeer onstuimig door de wind. C vertelt ons over de Tsunami van 2004 en de 50.000 slachtoffers. We worden er stil van.

We wandelen op de resten van de omwalling verder door naar de vuurtoren om een restaurant te zoeken met zeevruchten op het menu, want die springen hier quasi rechtstreeks op je bord. We belanden bij ‘1 minute by tuk-tuk’, wat voor verwarring zorgt bij C als hij ons belt om te horen waar hij ons moet oppikken (oh, you take tuk-tuk back?). De zeevruchtenschotel, genaamd ‘it takes 2 to tango’ is overheerlijk. De kinderen houden het bij pasta en pasta, want dat krijgen ze thuis nooit.

We trakteren bij thuiskomst Mohan (zijn naam kunnen we wel onthuiden) nog op een martini als we terug komen en laten hem vertellen over zijn leven hier : hij heeft een vrouw en 3 kinderen, die op een uur van Galle wonen. Zo lang er gasten zijn blijft hij hier. Zijn kinderen gaan naar de staatsschool, maar daar is hij niet zo gelukkig mee. De kwaliteit van het onderwijs is niet goed, maar een privéschool kan hij simpelweg niet betalen. Er is hier echt wel veel armoede, al spreken ze allemaal hoopvol over de verbetering die ze de afgelopen maanden zien.

We kunnen het alleen maar samen met hen hopen en een goede fooi geven voor hun zeer excellente diensten.

Plaats een reactie