Vanochtend werden we zalig gewekt door jungle geluiden… niet te geloven dat je uiteindelijk toch midden in een stad zit.
Mohan heeft zijn best gedaan voor ons eerste healthy onbijt in Sri Lanka. Veel hebben de mensen hier misschien niet, maar fruit en groenten zijn er à volonté. Dus is de tafel gevuld met vers gesneden papaya, watermeloen en banaantjes en krijgen we elks een watermeloen smoothie voorgeschoteld.

Zoals te verwachten stond C om klokslag kwart voor 11 claxonnerend voor de deur, we zien het patroon ondertussen. Vandaag trekken we richting oosten, de kustlijn af naar Yala National park. We slapen vannacht in een glamping tent op amper 50 meter van het park.
Maar eerst dus de rit naar ginder, we vragen C om zo lang mogelijk langs de kust te blijven. De zuidkust van Sri Lanka heeft wondermooie bountystranden, maar gezien je deze periode van het jaar hier meer kans hebt op regen, heb ik nog 2 maand geleden onze reisroute omgegooid en zullen we onze strandvakantie aan de oostkust houden.



C stelt voor om een korte tussenstop te doen in de schildpaddenboerderij. Hier vangen ze schildpadden op die gekwetst zijn om hen verder te verzorgen.


Dit is vooral Mare haar ding, Lasse is niet zo diergezind. Dat zullen we later op de dag nog meermaals mogen merken.
Onderweg vertelt C honderduit over wat we zien. Wat hebben we geleerd vandaag? Dat boeddhistische kinderen 5 dagen naar een gewone school gaan en op zondag, volledig in maagdelijk wit gekleed, naar de boeddhistische zondagsschool. Dat kaneel van een struik/boom komt. Dat er hier zoiets bestaat als katoenbomen en dat in deze streek de weg bezaaid ligt met kraampjes die hoofdkussens verkopen. Dat er per jaar 120 mensen sterven door olifanten. Dat de vissers die op palen vissen in zee ook effectief er een hele dag staan.

We zien het landschap veranderen van zeer groen naar geleidelijk aan minder groen, naar quasi volledig dor. We zien meren vol lotussen, maar ook draden met elecriciteit die gespannen worden om de olifanten van de snelweg af te houden. En meer en meer zien we tempels en immense boeddhabeelden opdoemen.


C stelt voor om ergens te stoppen voor een kleine lunch en daardoor doen we wat we zonder zijn hulp nooit zouden doen: eten in een ´barak’ langs de wegkant. Hopelijk hebben we er morgen geen spijt van.

Ons laatste stukje naar het kamp (C blijft geloven dat we in een hotel zitten en enkel een bezoekje brengen aan een kamp. Dat we aan de rand van een park met olifanten, luipaarden, beren en krokodillen slapen in een tent weigert hij precies te geloven) is er eentje waar we de schrik van ons leven krijgen. Er steekt plots een klein kind op een fiets over, zonder kijken, vanachter een bestelwagentje dat brood verkoopt, C kan nog net met alle macht door een noodstop een ramp vermijden, we vliegen allemaal de auto door. Het gezegde ´het scheelde geen haar’ was in deze situatie verre van uit de lucht gegrepen. Ei zo na was onze vakantie over. Het verkeer is hier echt kamikaze, maar nog rustig in vergelijking met India, zegt een andere reiziger/kampgast ons later op de dag.
Bij het oprijden van de zandweg naar het tentenkamp worden we al dadelijk getrakteerd op een bende apen die ongeneerd naar ons blijven kijken vanaf de kant van de weg. We worden ontvangen door een handvol « rangers » die ons begeleiden naar de ‘opperranger’ die ons in zijn buitenbureau incheckt en de laatste instructies geeft: schoenen ´s nachts binnen de tent houden, anders zijn de apen ermee weg. Alles wat we mee hadden van koekjes, Pringels en dergelijke zijn geconfisceerd. De dieren ruiken wat er in je tent ligt en zullen met alle macht proberen binnen te komen (het gaat hier dan voornamelijk over eekhoorns). En morgenochtend worden we om 5u15 verwacht voor onze safari.


En dan is het spannend wandelen naar onze tent, die redelijk ver afgelegen is van de gemeenschappelijke ruimtes. Dat belooft voor vanavond als we moeten terugkeren na het diner. Gelukkig heeft Willem een zaklamp en zijn Zwitsers zakmes mee ;).

Mare is dadelijk helemaal door het dolle heen, Lasse iets minder. Die gaat ervan uit dat er zeker en vast een beer op de BBQ zal afkomen die we straks voorgeschoteld krijgen, ons meteen erbij zal oogooien en ons daarna smakelijk zal oppeuzelen. Voor één keer is hij zelfs bereid een koude plat te eten, historisch moment zullen we maar zeggen. De tent is groot, mooi ingericht (er hangen zelfs kaders op), uitgerust met gezellige schemerlampen, wc, douche en ventilators. We installeren ons even en ploffen alle 4 op ons bed voor een zeer diepe powernap van meer dan 1 uur. De wildernis blijkt zeer rustgevend te zijn.



We douchen ons even (zalig douchen, zo in de vrije natuur) en gaan naar de restaurantruimte voor de apero. we worden daarna uitgenodigd voor een candlelight dinner met soep, pork & chicken on the BBQ en dessert.

Na het eten volgt nog een guided night walk langs de randen van het National park, op zoek naar diertjes… het kost ons wat moeite om Lasse mee te krijgen, nog steeds in de overtuiging dat we met garantie aangevallen zullen worden door een luipaard. Maar verder dan kikker, tarantula en pauw komen we niet. We leren wel veel bij, want de gids van dienst in André Ngo 2.0, onze allerliefste neef van Amerika die alles weet over reptielen.

We gaan met een meer als voldaan gevoel naar onze tent, morgen vroeg dag voor een nieuw avontuur.

Net voor we onder de wol duiken ontdekt Mare al een eerste indringer: salamander gespot, al is het een echt miniatuur exemplaar. Weldra echter gevolgd door grote broer. ‘

