Gezien we het gisteren in de namiddag wat kalmer aan hadden gedaan, brak er vandaag een drukke dag aan, er stonden 3 kleppers op het programma. Een goed ontbijt met een behoorlijke vitamientjes shot was zeer welkom. We eten hier op ons eigen terras, dus met zicht op al dat prachtig groen en de dag die zich op gang trekt

Eerste afspraak van de dag is met C beneden aan het begin van onze straat om richting Lipton’s seat te rijden. We weten absoluut niet wat we mogen verwachten. Hiervoor had ik me nog niet voorbereid, dus we volgen C. Het blijkt een flink eind rijden te zijn en ik weet plots weer waaròm ik het nog niet had weerhouden als must see. We waren in eerste instantie van plan om veel met de tuk tuk te doen of openbaar vervoer en dan was dat net een tik te ver. Dus hier speelt dan toch het voordeel van last minute een driver genomen te hebben. Hoewel ik en Mare het er soms wel moeilijk mee hebben, die mannen leggen er hier wat teveel eieren onder en je moet ook wat tegengas bieden af en toe of ze zouden met hun auto recht uw hotellobby binnenrijden. Maar er zijn zeker ook voordelen dus en Willem en Lasse liggen heel de dag plat van het lachen met hem. Ondertussen weten we dat hij ex “special forces” is en dat merk je wel.
Maar op naar Haputale en omgeving dus. Haputale zelf doet me heel Indisch aan, in zeer scherp contrast met wat er vlak daarna komt: een adembenemende rit in de bergen tussen de theeplantages. Op 6 km van de top moeten we overstappen in tuk tuk’s, de weg wordt daar te smal om met gewone wagens te kruisen, de afgronden zijn ook weinig of niet afgeschermd en zeer diep op sommige plaatsen. We rijden door een klein dorpje waar voornamelijk theeplukkers wonen met hun gezin in zeer bescheiden huizen, we passeren een school en een klein hospitaal. Af en toe duikt er een imposante villa op van de “plant manager” of de “assistant plant manager” (die laatste al weer wat minder imposanter dan die van de eerste) op. Er is dus nog steeds flink wat hiërarchie blijven plakken vanuit de koloniale periode.


Het zijn meestal vrouwen die zich bezig houden in de plantages, ze zijn net aan het lunchen als we voorbijrijden. Ze zijn zeer bont gekleed, dragen kleurrijke gewaden. In deze regio zijn het quasi allemaal Hindi en dat zie je toch duidelijk.





Boven gekomen is er aan één kant van de berg flink wat mist komen opzetten, dus dat zicht hebben we dan helaas niet. Maar de geur van de theestruiken is zalig. We lopen nog wat rond, nemen wat foto’s (ook met het standbeeld van Mr Lipton) en besluiten terug naar beneden te bollen. We hebben nog flink wat op het programma staan vandaag. Halverwege krijgt de chauffeur van een auto voor ons (die dus het goede advies om met een tuk tuk naar boven te gaan compleet in de wind had geslagen) het aan de stok met die van een opkomende tuk tuk. Geen van beiden willen een duimbreed wijken en kruisen zou beteken dat de auto de ravijn in gaat. Chaos alom, monsterfile van tuk tuk’s aan beide kanten, claxon concert dat je oren tuiten en tot overmaat van ramp krijgt onze tuk tuk ook nog een klapband. Enfin, een 20 min later waren we terug op weg. Hoe dat die verkeersagressie precies opgelost is geraakt, dat weet ik nog steeds niet goed, volgens mij zit C er voor iets tussen. En ondertussen had onze chauffeur ook een reservewiel gestoken, terug op weg dus. Ware het niet dat die het nu plots nodig vond om ons bij elke bocht te stoppen, ons eruit te jagen om een 10-tal geposeerde foto’s te nemen. Vooral Mare was een interessant object en bij momenten leek het net of we met fotograaf op pad waren om haar communiefoto’s te nemen. We zijn uiteindelijk toch beneden geraakt, al was het dan ondertussen al 1 uur.



Op naar de volgende stop: Nine Arches Bridge. Die brug was bij onze kinderen zelfs al gekend wegens populair op Tik Tok. Het is inderdaad een prachtig gelegen brug en de een paar keer per dag komt een typische trein voorbij, niks spectaculairs op zich dus. Toch troepen mensen hier samen om dé foto te nemen. De weg ernaar toe is door het bos/jungle. Deze plaats wordt ingepalmd door uitheemse (lees Europese) sparren. Het is even klimmen en dalen en best wel een inspanning met deze temperatuur en luchtvochtigheid. Bovendien dragen Lasse en Willem uit voorzorg voor de muggen een lange broek, Mare en ik wagen het er op in korte. C verzekert ons dat enkel in Negombo Dengue muggen zijn en ze enkel uitvliegen tussen 6 en 9 ‘s ochtends en 3 en 6 in de namiddag. Top zo een mug die kan kloklezen en stipter is dan de trein hier. Want aangekomen aan de brug vragen we even na wanneer de trein zou passeren en naargelang de persoon aan wie je het vraagt, varieert het tussen 20 minuten en 1,5 uur. Ondertussen is er wel al aardig wat volk toegekomen en krijgen we zicht op de meest bizarre poses om de engagement rate op hun Insta profiel de hoogte in te krijgen, er zijn er die letterlijk aan de brug gaan hangen, zonder enige vorm van bescherming. De brug is maar liefst 24 meter hoog, onnodig te zeggen dat je een val niet kan overleven. Volgens C zijn het Tamils en die hebben geen respect voor het leven zegt hij (een beetje minachtend).


20 min later passeert de trein (die we morgen zelf gaan nemen) en klimmen we terug naar boven voor een volgende klim naar Little Adam’s Peak die 2243 m hoog is en voor Boeddhisten een heilige berg. Halfweg is er een poolclub, waar je een hele dag kan dobberen in de infinity pool met zicht op de bergen en je kan laten fotograferen op een grote schommel (waar je op vastgemaakt wordt uiteraard) zodat het lijkt dat je plots alleen in de bergen bent, een megaschommel versierd met bloemen tegenkomt, je net je lang rood wapperend kleed aan had en algauw een bloemenkrans had gemaakt van de meest prachtige bloemen… die illusie kan je wekken voor de luttele som van 25 dollar. De schommel zelf wordt in gang getrokken door een kabel en daarna zijn er mannen met helmen die om beurten van een platform springen en aan een touw onderaan de schommel hangen om zo met hun eigen gewicht de schwung erin te houden. We zien het graag gebeuren vanop een afstand, Lasse zegt dat hij het wel zou zien zitten om als vakantiejob de man met de helm te zijn. We trekken verder voor het moeilijkste stuk: steile rotsen en meer dan 1000 treden wachten op ons. Boven gekomen zie je dadelijk dat het de moeite waard is, wat een zicht! We blijven even boven om hiervan te genieten.



Dan keren we terug naar beneden en naar ons hotel. Ondertussen is het 18h en weldra donker. Rond 19 h is er een elektriciteitspanne in de hele regio, Willem stond net onder de douche. Dat gebeurt hier wel regelmatig, had ik ook vooraf al gelezen. Dus zeker een goed plan om een zaklamp mee naar hier te nemen. Die zorgt er ook voor dat we verder kunnen tot de noodgenerator van ons hotel aanslaat, maar dat kost ook wel wat moeite. Een klein uur later is alles terug gerepareerd. We vertrekken nog met zaklamp te voet naar het dorp om te gaan eten en zoals beloofd door onze ober van gisteren, krijgen we effectief de beste tafel van het restaurant. Als ik achteraf hoor hoeveel fooi Willem gisteren gaf, begrijp ik plots waarom. We worden zeer goed bediend. We gaan met de tuk tuk van onze lieve hoteleigenaar terug. Morgen springen we de trein op naar Nuwara Elyia, een rit door de bergen.
