Slow traveling

Vandaag namen we afscheid van Ella, vonden we wel jammer, want er hing een zeer goede sfeer. We danken zeer hartelijk onze gastvrouw en gastheer die ongelooflijk goed voor ons gezorgd hebben. Onze bagage wordt nog met de tuk tuk naar beneden gebracht tot bij C die zoals steeds keurig staat te wachten om ons naar het station te brengen voor de trein naar Nuwara Elyia. Op ons ticket staat 10h15, maar bij aankomst blijkt dat dat het vertrekuur is in Badulla, 40 km van Ella en dat hij pas op 11 uur zal passeren. We mogen ook het perron nog niet op. Het ticketsysteem is hier niet zo eenvoudig. Ik boek online, maar het eigenlijke ticket moet je vooraf nog ophalen in het station. Als je het perron op komt, wordt je ticket gecontroleerd en je plaats om te wachten aangewezen. Op de trein wordt je ticket nog eens gecontroleerd en bij het verlaten van je eindbestemming staat er iemand om je ticket in te leveren. De lokale NMBS is , zoals je al kan raden, een staatsbedrijf. We maken dus rechtsomkeer. C brengt ons nog even bij wijze extraatje naar een uitkijkpunt dat hij goed kent (wat kent hij niet) en daarna drinken we nog iets in de bar tegenover het station, waar om 10 uur ‘s ochtend al stevige reggae muziek uit de boxen knalt.

De treinen zijn hier misschien wel wat kaduk, de stations zijn in goede staat en geheel in koloniale stijl. De kostuums van de stationschefs en conducteurs zijn spot on. De chef draagt een kraakwit type mariniers kostuum, zijn hulpjes zijn in het bruin en de conducteur op de trein in het donkerblauw. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat ze een zekere sérieux uitstralen, daar valt niet mee te lachen.

Spoorlopen is bij ons tegenwoordig bijna op straffe van dood, hier is het de normaalste zaak van de wereld. Terwijl we op het perron staan te wachten zien we minstens 10 mensen passeren, op weg om boodschappen te doen of iets anders. Ze nemen huer gewoon de kortste weg (we zitten per slot van rekening in de bergen) ook al riskeren ze daarmee een ledemaat of hun leven.

En dan arriveert onze trein, een oud geval, maar uiteindelijk best wel comfortabel. Geen airco, maar alle ramen gaan open, want iedereen hangt hier constant uit het raam en er hangen kleine ventilators aan het plafond. Er waait een heerlijk briesje door de wagon. Ik reserveerde lang vooraf een zitje in de “observation class”, dat is de laatste wagon en de achterwand is geheel uit glas, waardoor je een weids zicht krijgt op de omgeving.

We zijn goed gezeten voor wat gekend staat als één van de mooiste treinreizen ter wereld. En wie zijn wij om hier tegen in te gaan. Op de 3 uur dat we onderweg waren (de trein rijdt tegen een 50 km/u) hebben we ons geen seconde verveeld… ogen kom je te kort. In het begin zijn het voornamelijk gewassen zoals bonen, kolen,…verder op zitten we terug volop tussen de theeplantages. We passeren heel veel huizen en boerderijen en krijgen zo een mooie inkijk in het gewone leven hier. Mensen staan langs de kant te zwaaien naar alle toeristen die uit de ramen en deuren van de trein hangen. In elk station is er wel iets te zien of te beleven. Ze komen rond in de wagon, nu eens met popcorn, dan met gebakken kip… we passen wijselijk hiervoor.

Bij aankomst in het station van Nanuoya staat C ons al op te wachten met onze bagage om ons naar het centrum van Nuwara te brengen. Maar eerst stopt C nog aan een tankstation op bij te tanken. Daar leren we weer een nieuwe praktijk. Terwijl het tanken bezig is begint hij het busje heen en weer te schudden. We dachten eerst dat het voor te lachen was, haha grappig, maar blijkbaar was het bedoeld om de luchtbellen uit de tank te halen. De Vampire in Walibi is er niets tegen, nog even en we moesten de spuugzakjes boven halen. Zijn idee om de tank meer dan bomvol te krijgen.

We zitten hier weer in een compleet andere wereld. Alles ademt hier Britse grandeur van weleer uit. Mooie koloniale huizen, golfterrein midden in de stad en zelfs een paardenracebaan. Hij brengt ons naar het Grand Hotel voor een lunch in één van de beste Indische restaurants van Sri Lanka (volgens hem). En weeral: wie zijn wij om dit tegen te spreken. Het eten was delicieus. Voor de setting waren we mogelijks wat underdressed, maar dat was niet aan de vriendelijke man die ons bediende te merken. Voor de ingang van het restaurant stond plots een bodyguard die 3 mannen begeleide. Bleek het later over een Minister te gaan die naast ons zat te eten. Veel poeha dus.

De keerzijde van deze stevige lunch (wat we normaal gesproken niet doen hier, meestal houden we het bij wat hapjes die we delen) is dat we daarna enkel nog zin hebben om naar ons hotel te bollen om wat te chillen. In het hotel kan je ‘s avonds ook à la carte eten, dus spreken we af met C dat hij ons de volgende ochtend komt halen voor alweer een goed gevuld programma: een wandeling door Nuwara om wat mooie gebouwen te bezoeken, een toertje rond het meer (waar we al langs reden) en op weg naar Kandy een bezoek aan een tea factory voor een tea tasting.

Het hotel is een mix van modern en Britse klassieke stijl. We hebben thee in het salon bij het inchecken, eten doen we in de huiskamer. Buiten ons is er nog een groep Britten die na het eten aan het bridgen slagen. Best wel gezellig. En voor te slapen hebben we warmte dekens in ons bed. De nachten kunnen hier best koud zijn en chauffages hebben ze hier niet. Het voelt zoals thuis, want dat hebben we in de winter ook in ons bed liggen. We genieten van de rust en halen wat “Vive le vélo” in.

Plaats een reactie