Travelday. We reizen vandaag nog eens verder door naar de kust. Maar niet voor we fatsoenlijk afscheid nemen van Sigiryia… en dat kan je enkel doen door 1 van de 2 rotsen te beklimmen. Je hebt dus zelfs de keuze: de wereldbefaamde Lion Rock of het kleinere broertje Pidurangala Rock, de heilige berg. We hebben de voor- en nadelen zorgvuldig afgewogen en besloten om niet naar Lion Rock te gaan. Hoewel imposant en van historisch belang door de overblijfselen van een kasteel op de top en fresco’s onderweg naar boven, toch zijn er genoeg redenen om voor de andere te kiezen. Om te beginnen is er altijd file op de trappen op weg naar boven en weinig beschutting. Als je boven bent, heb je een geweldig zicht op de omgeving… maar niet op de rots zelf en laat dat beeld nu net episch zijn. De prijs om op de meer dan 1200 trappen aan te schuiven is ook niet min: 25 dollar per persoon, waar je Pidurangala voor 3 EUR op kan. Dus gaan we voor de kleine broer. Die heeft het voordeel van minder toeristisch te zijn en de klim naar boven loopt deels over in de rots uitgehouwen trappen, deels over rotsen, dus er moet stevig geklommen worden. En dat is nu net wat Mare en Lasse graag doen. Achteraf gezien blijkt het tot nu toch echt wel één van de hoogtepunten geweest te zijn. De inspanning kon tellen, maar als je eenmaal boven bent is de beloning niet min en de kers op de taart is dat je van hieruit dus echt de mensen ziet aanschuiven op de trappen van Lion Rock.



We waren bovendien in goed gezelschap. Toen we aankwamen aan de tempel aan het begin van de rots (we moesten dus even onze schoenen uitdoen en een doek om onze short slagen, wat een hilarisch beeld oplevert wat Lasse betreft, in combinatie met zijn Jumbo Visma kousen), werden we voorgegaan door een 5-tal monniken. Achteraf bleek dat 1 ervan een zeer belangrijke monnik is in Sri Lanka. Volgens C komt hij hier vaak op TV en roept hij nogal veel (?). Ze worden in ieder geval met veel eerbetoon ontvangen, de mensen van de site beginnen onmiddellijk zijn voeten te kussen. Later komen we – terug dalend – zijn mede-monniken tegen die de klim ook maken. Het is mij een raadsel hoe ze op hun blote voeten en met hun lange gewaden boven raken, maar daar zal Boeddha wel voor iets tussen zitten.



Terug beneden trekken we gauw een andere t-shirt aan wegens kleddernat van het zweet, het is hier toch weer los 32 graden. En dan gaat de rit verder richting Nilaveli, een rustig kustplaatsje waar we de komende 4 nachten verblijven en waar we vooral zullen rusten, slapen, lezen en zwemmen… en voor Lasse en Willem is er een gym. Daar hebben ze allebei fel naar uitgekeken. Ze zijn al dagen aan het klagen dat ze niet genoeg bewegen… een gevoel dat Mare en mezelf nogal vreemd is, ieder zijn goesting natuurlijk. De rit zelf verloopt gezapig, er is weinig nieuws te zien, we passeren verschillende tempels en Stupa’s, het tweede grootste meer van sri Lanka en rijst die op de weg ligt te drogen.

We hebben een ruim appartement mét goed uitgeruste keuken, dus ik vraag C om langs de supermarkt te rijden om wat inkopen te doen voor de traditionele en simpele pasta Pomodoro. Dat is een gerecht dat ik altijd maak als ik de kans krijg op vakantie, want zo elke dag op restaurant verveelt ook op den duur. Bovendien is het morgen tijdrit in de Tour en dat kunnen we hier op Eurosport volgen en door het tijdsverschil valt dat pal op etenstijd. Win-win noemen ze dat dan.
Maar dt betekent wel dat ik wat ingrediënten moet scoren en dat blijkt minder eenvoudig te zijn dan gedacht. De supermarkt in Trincomalee, de grote stad hier blijkt enkel look te hebben en aardappelen, niets van groenten voor de rest. We kopen hier wel de pasta en passata en wat kruiden. Maar C is natuurlijk in zijn nopjes dat hij ons kan helpen om het hele boodschappenlijstje af te vinken. Hij stopt nog bij een mevrouwtje met een groentenstalletje voor verse tomaten en ajuin en bij de wine store voor onze voorraad wijn. Bij het zoeken naar de wijnwinkel gaat hij aan de kant om de weg te vragen en rijdt er een fietser op onze wagen… het geeft nogal een slag, maar de fietser rijdt gewoon door. De schade is toch behoorlijk, maar C ligt er niet wakker van. Nu ja, met de rijstijl hier was dit iets dat vroeg of laat moest gebeuren en dan valt het al bij al nog mee. Even later, aangekomen bij de wijnwinkel, blijkt de fietser daar ook te zijn. De man is ladderzat en als C hem aanspreekt kan hij enkel wat brabbelend uitbrengen dat hij geen remmen heeft op zijn fiets. En daarmee is de kous af, C dringt niet verder aan. Hij zegt dat dit in deze regio zo is: de mensen hier zijn zeer arm en velen vervallen in een drankverslaving. Het is hier inderdaad anders dan in de rest van het land, hier kunnen de mensen door de dorheid zelfs amper in hun eigen basisbehoeften voorzien en deze regio is ook ooit zeer zwaar getroffen geweest door de Tsunami. De huizen hier zijn allemaal één na één van dezelfde soort, opgebouwd met hulp van o.a. Europese humanitaire hulp.

Nu we alles hebben zet C ons af aan de Ocean Front condominiums. We hebben hier een mooi zwembad én directe toegang tot een minder toeristisch stuk strand. De Indische oceaan is zeer overweldigend, zwemmen kan, maar de golven zijn zeer bruut en slaan met veel kracht op het strand. Maar de temperatuur van het water is bijzonder aangenaam. Eten doen we in het restaurant van het resort. Ik neem de jumbo prawns die echt zeer groot zijn, daar is serieus wat vlees aan en dus waar voor je geld, want je betaalt er slechts 7 EUR voor. We zien het hier helemaal zitten voor de komende dagen,


