Nieuwe dag, nieuwe plannen. We worden wakker met de zee in zicht. Vandaag geen grote ritten, althans niet op papier. Op en af naar Piran, een nabijgelegen kuststad die pretendeert mooier te zijn dan Izola (daar komen we nog op terug).

We vertrekken vol goede moed en klimmen het stadje uit naar het eerste uitkijkpunt op Izola, door Willem aangegeven als “molshoop” (zo noemen we een klim nu die slechts enkele 10-tallen hoogtemeters kent), maar in de volle zon toch wel stevig en lang. Ondertussen voelt Mare zich niet 100%. De warmte, de vermoeidheid, het ontbijt niet goed bevallen of een combinatie van dit alles? Wie zal het zeggen, maar aangezien ze ook wat duizelig is, nemen we geen risico. Ik besluit met haar voorzichtig terug af te dalen naar het hotel nu we nog niet te ver zijn. De jongens gaan alleen met de fiets verder en we spreken af in Piran. Ik neem met Mare de bus nadat we onze fietsen terug gedropt hebben en wat in de koelte bekomen zijn.


Met de bus is het een klein halfuurtje. Net zoals de treinen zijn het hier splinternieuwe airco gekoelde coaches. Zeer comfortabel. Het openbaar vervoer is hier echt top! Punt extra voor Slovenië. De buschauffeurs daarentegen… het lijkt wel dat die één of andere verplichte gemeenschapsdienst moeten uitvoeren. Of op z’n minst kan ik hen het volgende sterk adviseren: als je je job niet graag doet, zoek dan iets anders. Passagiers afsnauwen, luid claxonneren op voetgangers omdat het niet snel genoeg gaat op een zebrapad, ei zo na de bareel die het centrum van Piran afsluit van niet-toegelaten verkeer aan diggelen rijden… het is maar een greep uit het oeuvre. En denken dat de man een slechte dag had klopt ook niet. Althans was het fenomeen zowel bij die van de heen- als die van de terugrit merkbaar.
In Piran nestelen we ons alvast op een terrasje, in afwachting van de coureurs. Na de verfrissing doen we een kleine rondgang van het stadje. Zoals in het begin al aangehaald: zo gek veel meer dan in Izola valt er niet te zien, tenzij een imposant plein en een kathedraal die boven de stad uittorent. Izola is in ieder geval sympathieker en authentieker qua sfeer.




In de late namiddag (als de jongens terug zijn van hun tocht die hen langs de kust en door olijfboomgaarden en wijnstokken leidde) gaan we naar het “strand”.
Zand is hier niet te zien, enkel grasperken en kiezelstranden om je op te nestelen. De zee is aangenaam van temperatuur en dus ideaal om af te koelen. We zien er zeer Sloveens uit, want om de haverklap worden we aangesproken door vriendelijke inlanders die we beleefd moeten zeggen dat het in het Engels moet… en dan is het gesprek snel gedaan. Buiten de horeca mensen die zo goed als perfect Engels spreken, is nagenoeg niemand de taal machtig en moet het met gebaren. 1 vrouw kwam aan Willem “koekeloere” vragen. Hij dacht dat hij in het Nederlands aangesproken werd. “Bent u ook van België”, vroeg hij. Bleek de vrouw in het Sloveens het uur te vragen (“koliko je ura”). Hier lagen we de rest van de dag plat mee, die gaat nog wel even mee gaan!

Als we net van plan zijn om iets gaan te drinken begint het te druppelen, er is een bui op komst. Welgekomen, want er zat maar weinig zuurstof in de lucht. Alle etablissementen zijn hier halfopen, dus zitten we beschut en toch “buiten”. Ook de meeuwen kennen duidelijk het verschil niet… weeral een vervelend beest erbij voor op Lasse zijn lijstje.

Vanavond sluiten we ons Slovenië hoofdstuk in stijl af. Geen gewonden, geen pech onderweg, alles smooth verlopen (met dank ook aan SNP en hun plaatselijke partners). Dat verdient een feestje. We eten in het restaurant van het hotel, dat al voor meerdere jaren op rij een plaatje van Michelin aan de gevel heeft hangen. Iets prijziger dan de rest van de restaurantjes hier, maar naar het schijnt wel zeer de moeite waard.

En of dat het dat was. Heerlijk en vooral puur gegeten! En bovendien leek de ober op Mr. Gijsbrechts van Wiskunde , alleen in een aangename versie. Dat valt ook mee.




Morgen krijgen we een transfert naar Bled, pikken we onze auto open cruisen we richting Verona. De eerste keuze was Venetië om aan ons Sloveens avontuur te breien. Maar dat leek bij nader inzien té druk om dit in volle seizoen te doen, wetende dat je met de auto ben + fietsenrek + bike. Niet erg handig. Maar Verona lijkt ons een charmant alternatief om nog 2 dagen te vertoeven. We kijken er naar uit!
