Luchtdoop naar Napels

We hadden samen met oma en opa dit jaar besloten de sint-, kerst en andere cadeau’s zoveel mogelijk te beperken en in plaats daarvan samen een kerstbreak te nemen… restte nog de vraag: waar naartoe? De kinderen willen heel graag naar Londen, maar met de Kerst leek ons dat niet de meest ideale periode… te druk, te koud,…

Na wat wikken en wegen werden de mogelijkheden herleid tot Istanbul en Napels. En dan gaf de temperatuur de doorslag. Driesje niet, want we gingen ervan uit dat we die nu net in het luchtruim zouden kruisen op z’n weg naar huis om met de familie Kerst te vieren.

Napoli… we wisten niet goed wat te verwachten. Ik sprokkelde even zo zeer positieve als negatieve reacties. Het stond in de sterren geschreven: you hate it or you love it. Spannend dus…te meer omdat opa ook nog eens zijn luchtdoop zou krijgen én we op Kerstdag geen rechtstreekse vlucht konden nemen en tijdens de tussenstop in Wenen slechts 40 minuten hadden om over te stappen.

Een beetje gezonde spanning vooraf dus, maar alles bleek zeer vlotjes te gaan. Opa in zijn nopjes bij het vliegen, en met de wind in de staart van het vliegtuig wonnen we ook nog eens 30 minuten op duurtijd van de vlucht.

Omstreeks 14h raakten we Napolitaanse bodem en lieten ons met een vriendelijke en opgewekte taxichauffeur naar ons appartement voeren. Temperatuur van de dag: 16 graden en zonnig. Perfect terrasjesweer dus.

Eerste indrukken: een cultuurshock in vergelijking met wat we in Umbrië vorige zomer beleefden en in Rome 2 zomers geleden. Een Italiëkenner zei ons onlangs dat Umbrië de “poort” naar Zuid-Italië, de schakel en de overgang tussen Noord en Zuid is. Dit begrepen we nu volkomen. Waar er zelfs in Rome nog vrij gedisciplineerd gereden wordt, is het hier pure kamikaze op baan. Er is hier een aaneenschakeling van wasdraden in de straten, er wordt geclaxonneerd, gefoeterd en geroepen. Het pure zuiderse temperament in al zijn fascinerende vormen.

Aangekomen bij het appartement, kreeg ik het wel even warm. Onze verblijfplaats voor de komende paar dagen lag in een buurt met een zeer hoog favela-gehalte. Ik had een appartement met booking-score 9.8 uitgekozen, vlakbij het station/metro om vlot toegang te krijgen tot onze uitstapjes. Gelukkig stond de eigenaar -Antonio- ons keurig op te wachten. Met hem had ik vooraf al heel wat op- en af gemaild, in de eerste plaats om wat hulp bij het boeken van een gepast restaurant voor de eerste avond. Niet alles is open op Kerstdag en het mocht ook wat meer zijn. Antonio bleek de perfecte gastheer en ik had dus gelukkig al wat vertrouwen… maar bij het beklimmen van de 3 etages konden we niet geloven dat ons verblijf zo’n hoge score had gekregen: afgebladderde muren, kabels uit de muren en o ja, er was een lift, maar die leek al een 30-tal jaar niet meer gekeurd te zijn. Een kleine handleiding bij gebruik was ook nodig: eerst de stalen deur openen, dan de klapdeurtjes, vervolgens moet je 10 cent in een gleuf gooien en pas dan brengt die jou naar de gewenste verdieping. En best dat er iemand boven wacht om de deuren terug open te doen. Zeer authentiek, maar je hoopt wel keer op keer op de goede afloop.

Maar eens boven bleek het appartement ruim, comfortabel. mooi en zeer proper. Er stond cava, cake en chocolade klaar. Oef dus! Maar vanop het balkon kon je je ogen niet geloven… in de verte hadden we zicht op Vesuvius, onder ons leek de straat een vuilnisbelt. Na het uitpakken, besloten Willem, Lasse en ik even de buurt te verkennen. Ik heb nog nooit in mijn leven een stad gezien (of wijken in een stad) die zo weinig respectvol is t.o.v. z’n leefomgeving: vuilnis, kapotte stoelen, kapotte paraplu’s… noem maar op, het ligt hier allemaal op straat gedumpt. Onderkomen huizen, niets is onderhouden. Er is hier duidelijk ook geen geld om erfgoed te restaureren of ze maken er althans geen prioriteit van. Sommige proberen er echt wel iets van te maken, maar dan krijg je pure juxtaposities : een mooi gerestaureerde gevel, versierd met glamoureuze kerstlichtjes, maar om de hoek gebouwen vol graffiti en vuil op straat.

En op straat kom je heel veel migranten, die de oversteek van het Afrikaanse continent hebben gemaakt, tegen. En verder de sukkelaars, de bedelaars en de wat armere Napolitanen. Toeristen zie je in deze buurt niet zo

snel. Tegen de avond komt iedereen buiten om wat rond te hangen en is er een salvo van voetzoekers op het plein.

Gelukkig konden we tot het besluit komen dat we eigenlijk – op goed geluk – de verkeerde richting waren uitgelopen en dus alleen nog maar dieper in de armere wijken terecht waren gekomen.

Terug naar het appartement dan om ons klaar te maken om naar Rosolino Corner te gaan, een restaurant stijl “haute cuisine” in de baai. Plots kregen we een heel ander Napels te zien, weliswaar bij avond : de opgekuiste versie, aan de Lungomare. Dat is m.a.w. de dijk en de Place m’a tu vus van Napels.

Opa moet nog wat wennen aan de Italiaanse smaken, maar het eten was zeker ok. Hoewel we eens te meer beseffen dat we toch wel verwend zijn in België wat dit soort restaurants betreft. Laat ons zeggen dat het een verdienstelijke poging was: Napolitaanse keuken op creatieve wijze. De wijn daarentegen was meer dan ok en zoals steeds in Italy, goede prijs-kwaliteit.

Terug op het appartement was het tijd om alle indrukken te verwerken, ik denk niet dat iemand van ons nog langer dan 5 min. Wakker heeft gelegen.

Morgen staat de Vesuvius en Pompeï op het programma.

Het was SUP-er!

Laatste dag Italië! En wat voor eentje!

Het ontbijt was een goed begin van de dag, want naar Italiaanse normen heel uitgebreid. We zijn het niet gewoon eitjes en verse broodjes te vinden aan het buffet. En voor de kinderen pannenkoeken, dus hun dag kan niet meer stuk.

Daarna trekken we naar het watersportcentrum, een 800 meter verderop. De weg loopt langs het meer en op die moment is het daar nog zeer rustig. Dat is dus volop genieten.

We hebben nog altijd niet beslist wat we op het water gaan doen, maar de goesting gaat uit naar SUP (Stand-up Paddling). Dat lijkt ons haalbaar om op korte tijd onder de knie te krijgen. Surfen is ondertussen weer 2 jaar geleden en op zich technisch niet zo evident.

Het blijkt inderdaad de goede keuze. Na een korte uitleg gaat mijn kroost en hubby de plank op. Lasse is er eigenlijk direct goed mee weg. Mare en Willem na enkele plonsjes ook. Het heeft iets heel rustgevend om hen bezig te zien.

Ik zwem ondertussen nog wat tussen mijn vrienden de eenden en de zwanen. En Willem pikt me op voor een toertje samen op zijn bord.💑. Very romantic👌.

Na 2 uur is er genoeg gepaddled. Het is op den duur echt wel vermoeiend, zeker als er meer en meer motorbootjes passeren die wat deining teweeg brengen. Tijd ook voor een siësta dus. We zoeken hiervoor een mooi plaatsje langs het water en we vallen quasi collectief in slaap.

In de late namiddag maken we ons klaar voor de rest van het programma vandaag: een bezoek aan een villa botanica, “Villa Carlotta”. Jammer dat – net als we richting Tremezzo vertreken – de zon achter de wolkjes verdwijnt, want een avondzonnetje zou dit bezoek nog zoveel mooier hebben gemaakt.

Maar toch zijn we allemaal onder de indruk van de grandeur. Volgens Mare moet het geweldig geweest zijn op verstoppertje te spelen ik zo’n groot huis. Lasse vindt de nagemaakte jungle in het park vooral de moeite.

En dan is het tijd om een hapje te eten, dat hebben we nu wel verdiend, het is eigenlijk van vanmorgen geleden, buiten wat chips bij ons drankje. Slechte ouders 🤭…

We eten vandaag in het visrestaurantje om de hoek. Respect voor de mensen, want hun terras is met zicht op de haven, maar het hoofdgebouw is aan de overkant van de straat. Op gevaar van eigen leven steken ze de straat over met – toegegeven – de meest heerlijke gerechten. Maar dat zal hun helaas in het hiernamaals niet ver vooruit helpen vrees ik.

Maar, dus, zoals gezegd… goed eten! Verse vis op het bord, heel simpel klaar gemaakt.

En een mooi uitzicht!

Met pijn in het hart nemen we afscheid van “la bella italia”! Het was een geweldige vakantie, gevarieerd, rustgevend, culinair een topper en van het begin tot einde genieten.

Arriverderci Spoleto, ciao Lago di Como

Vanmorgen waren we relatief vroeg op om de auto te vullen voor het vertrek uit Spoleto. Hoewel goed voorbereid en een kwestie van laden en wegwezen, was er toch 1 blokkerende factor. Bij een laatste check van de kasten bleek Mare niet begrepen te hebben dat ze haar kleren die ze niet meer ging aandoen deze vakantie (dus NIET voor de Como-valies en NIET voor de was) ook had moeten inpakken…gevolg: nog een volledig gevulde kast. Willem had net de koffer – mits goed aanstampen – dicht gekregen! Ik dacht dat hij een toeval kreeg.

we hadden besloten zelf geen ontbijt meer te maken (kwestie van niet teveel rompslomp), maar Italiaanders gewijs een croissant + koffie te nemen in een Spoletaanse bar. Een mooier afscheid kan je je niet inbeelden.

En dan en route naar Lago di Como! We reserveerden een kamer in een puur watersport-oord. De kinderen vinden dit de max! Het domein is zeer nieuw, dat blijkt uit alles. Het is hier allemaal nog perfect in orde en de kamer blijkt een ballroom én we hebben een ruim terras met zicht op het meer.

Op de weg hiernaar toe is er af en toe druk verkeer, geen echte file, wat maakt dat we rond een uur of half 5 gesetteld zijn in Domaso. Kleine kanttekening bij het rijden op Italiaanse autostrada: dit geeft hetzelfde gevoel als aanschuiven voor een bus. Wanorde tot en met! Richtingaanwijzers zijn hier duidelijk in optie, lijnen op de weg is een game: je moet ze zoveel mogelijk in het midden van je wagen houden, ze blijven op het 3de rijvak rijden zelfs als er geen kat op het 1ste of 2de is,…de enige regel die wél min of meer gerespecteerd wordt is de snelheidslimiet. Slechts enkele macho’s durven het aan hier zwaar tegen te zondigen.

Als we de eerste glimp van het meer opvangen, in combinatie met die prachtige bergen, maakt ons hart een sprongetje!

Even de kamer gewoon worden, minimaal uitpakken en hop… de zwempakken aan voor een verkoelend dipje in het water.

Er is een zwembad, maar dat laten we links liggen om dadelijk naar het meer te gaan. We zijn eerst nog wat aarzelend. Is het niet te koud? Maar na een paar passen in het water voel ik al dat dat best wel meevalt en dat er warme stromen zijn. Ik ben zelf geen “zwembadmens” en de kinderen eigenlijk ook niet, maar des te meer zijn we “meerzwemmers”. Het is echt genieten! De mooie bergen rondom je, de eendjes die meezwemmen!

We doen nog een korte wandeling langs het meer, nemen een aperitiefje in de bar en maken ons daarna klaar voor het “stapje in de wereld”. Er zijn hier redelijk wat campings en dat maakt me nostalgisch naar mijn kindertijd. We gingen altijd kamperen en eigenlijk was dat toch super leuk. Deze flashback maakt dat een instant super-relax gevoel mij overspoeld.

Er is – op een boogscheut hier vandaan- een geweldig visrestaurant, maar dat bewaren we voor morgen. Vandaag proberen we pizzeria “La Ronde”, een vrij toeristische zaak maar wel lekker!

Én als kers op de taart : er is “citron givré”, één van Mare haar lievelingsdesserts! Voor mama en papa is er een afsluitende Limoncello, geserveerd ik nogal Duits uitziende glaasjes. Niet verwonderlijk, want het merendeel van de toeristen hier blijken Duitsers te zijn.

Wat er morgen op de planning staat is nog te beslissen: een bootje huren, waterski, surfen of Sup… of gewoon zwemmen tussen de eendje. Het zal voor iedereen een verrassing zijn.

We love Spoleto

Op de valreep hebben we vandaag nog de traditionele magneet voor de frigo thuis gescoord. In al ons genieten en relaxen waren we dat nog bijna vergeten.😅

Vanmorgen konden we niet snel genoeg aan het zwembad liggen en ons laten dobberen in de “donut”. We zijn bijna de enige overblijvende gasten en de familie is in de vroege voormiddag al vertrokken met zijn allen: het kot voor ons alleen dus en bijgevolg genieten we van de zalige rust, de zon en elkaars gezelschap. En de wespen… ik heb voor de 2de keer in mijn leven een wespensteek mogen ontvangen… de wesp kon er niet aan doen, ze zat op de verkeerde moment op de verkeerde plaats.

In de namiddag doen we nog een aperitivo (we maken m.a.w. de frigo leeg) en pakken al wat in. Als Angela thuis is, gaan we alvast de rekening vereffenen. We betalen zelfs minder dan voorzien. Prijs-kwaliteit is “Il Sogno” een echte aanrader! Mooi en zeer goed gelegen, appartementen dik in orde, vriendelijke mensen en een mooie streek.

Tegen een uur of half zeven vertrekken we richting stad. We willen nog een laatste toertje doen, om in schoonheid afscheid te nemen.

Daarna hebben we gereserveerd in “Cantina de Corvi” (het restaurant van de 15de), op expliciete vraag van de kinderen, en daar kunnen we zeker niets op tegen hebben. Het is weer Umbrië puur natuur😋… suggestie van de dag: pappardelle met eekhoorntjesbrood of ragu van everzwijn. Of gewoon iets met truffel natuurlijk😉. En als antipasto nemen we allemaal de “Cozze”, we hadden van de vorige keer onthouden dat die overheerlijk afgekruid zijn en klaargemaakt in de beste olijfolie.

De wijn die we erbij drinken is op aanraden van de baas, een Sagrantino van 2007, die zeker niet teleurstelt. Sagrantino is geen gemakkelijke druif, die goed moet verzorgd worden, maar eens in de fles kan je de wijn zeer lang bewaren.

Als we even in ’t stad zijn begint het te regenen. We horen alweer de hele dag ergens ten lande donder en bliksem, maar we ontsnappen tot nu weeral aan de regen. Op 15 dagen tijd hebben we qua weer zeker niet te klagen gehad. Elke dag rond de 30 graden of meer. Enkel de laatste dagen wat meer bewolking en regen op een moment dat het ons het minst stoort.

We zeggen vanavond bewust vaarwel aan Spoleto, het was een aangename ontmoeting.

Morgen vertrekken we richting Como voor onze laatste dagen op Italiaanse bodem.

Benieuwd wat we daar nog gaan tegenkomen…

Op het nippertje…

Hoewel gisteren de dag wat bewolkt geëindigd is, baadt ons vakantiehuis vanmorgen weer volop in de zon. We slapen extra lang uit vandaag. Daarna is het bellen en facetimen met de grootouders, die zitten – traditiegetrouw – allemaal in Nieuwpoort voor de Bernardusfeesten (en dat is the place-to-be in België op dit moment zo te horen, wegens hoge temperaturen). Bovendien is opa vandaag jarig🎂!

Daarna rijden we naar het vertrekpunt van onze activiteit van de dag: de Giro dei Condetti. Deze wandeling kunnen we als het ware zien vanaf ons vakantiehuis, want ze ligt aan de “achterkant” van Spoleto en zal ons de gelegenheid bieden het zicht op onze “thuisstad” vanuit een ander perspectief te benaderen. De startplaats is bovendien het aquaduct, nabij het kasteel. Voor 2016 kon je deze wandeling vanaf het kasteel aanvatten, want dan kon je nog over het aquaduct lopen. Met de aardbeving van 2016 heeft het bouwwerk (wat vermoedelijk al in een niet zo perfecte staat was) de tik teveel gekregen en werd het op dat moment afgesloten voor het publiek.

Tot nu toe is het aquaduct nog niet hersteld. Dus zit er niets anders op dan een paar kilometer verder te rijden en daar de auto te parkeren.

De wandeling is een 7-tal km en sterk stijgend. Je smeert best je benen even in alvorens eraan te beginnen. Ze gaat wel deels door het bos, dus daar kan je profiteren van de schaduw, maar de steilste stukken baden in de volle zon.

Gelukkig hebben we voldoende water mee, want je komt ook geen bronnetjes tegen. Geweldige uitzichten daarentegen des te meer.

Terug bij onze auto besluiten we even verder naar boven te rijden, naar het bergdorpje Monteluco om even iets te drinken en een kleinigheidje te eten. Voor je het weet zit je hier, mits een paar stevige haarspeldbochten, richting 1000 meter hoogte.

Op weg naar boven stoppen we nog even bij het kruis van Monteluco, waar we elke avond zicht op hebben, want mooi verlicht. Dat blijkt in werkelijkheid een banale elektriciteitspaal te zijn.

Ook het zicht op ons vakantiehuis krijgen we van hieruit mee.

Er zijn in feite enkel hotels in Monteluco en dan nog wel van het “mondaine/vergane glorie”-type. We posteren ons op een terras van hotel “Albergo Ferretti” en worden bediend door een zeer vriendelijke man die ons meedeelt verliefd te zijn op een Belg: Kevin De Bruyne! We krijgen prompt een analyse van zowel het Belgische, als Italiaanse voetbal. Er zijn mijn gedacht maar weinig Italianen te vinden die niet voetbalgek zijn.

We bestellen wijn, bier, water, cola en een kleine taglieri (fromaggi, salume, prosciutto). De keuken was eigenlijk al gesloten, maar ze zouden voor ons wel iets uit hun mouw schudden. Resultaat was een enorme schotel, minstens voor een heel leger!

En dan kwamen ze ons tussendoor nog vragen of het wel voldoende was!

Ondertussen hoorden we een onweersbui naderen, er zijn hier de laatste dagen stevige hitteonweders, maar dit is de eerste keer dat we er echt in zitten. Toch krijgen we geen regen te zien, die klettert, zo blijkt achtera, een stuk verderop. Het gedonder en de gebliksem horen we des te erger. Vlak voor we naar de auto stappen is er een enorme knal vlakbij.

Op weg naar beneden worden we tot 5x toe bijna de kant ingereden door Carabinieri, brandweer en ambulances. Eén keer komt er een enorme brandweerwagen scherp de bocht door gevlamd en raken we echt de weg af! Dat was op het nippertje😰. De wildste speculaties doen ondertussen de ronde in onze auto. We vermoeden dat de bliksem effectief is ingeslagen, en dat er brand is ontstaan…of erger: dat er iemand is geraakt.

Thuisgekomen zoeken we de regionale nieuwssites af. We ontdekken tamelijk snel het nieuws: de hulpdiensten sporen de bron van de brand op, er zijn inderdaad rookpluimen te zien in het “heilig bos”, hetgeen zich in en rond het heiligdom van San Fransciscus in Monteluco situeert. Een 15-tal minuten later is er een 2de update: het was vals alarm. Enkele broeders waren wat struikgewas aan het snoeien en hebben dit opgestookt! Niet gelogen, echt gebeurd!

Thuisgekomen moeten we toch even bekomen van de emoties voor we ons klaarmaken voor de avondactiviteit😂.

Vanavond hebben we gereserveerd in een – wat belooft – goed restaurant te zijn in Montefalco. Het is een 30-tal minuten rijden, maar hier vind je toch wel de meeste uitgelezen eetgelegenheden qua smaak en de wijn is natuurlijk ook meer dan ok, aangezien Montefalco het hart van de Sagrantino is.

We reserveerden in “La Foresteria”, je moet aanbellen om binnen te kunnen, het restaurantgedeelte voor ’s avonds is op de eerste verdieping. Je wordt warm onthaald, en het interieur geeft een huiskamergevoel.

Het eten is effectief van een hoog niveau en ligt eigenlijk op het raakvlak tussen de Franse en Italiaanse keuken. Ingrediënten van hier, recepten met een hint van ginder. De eigenares is een Française, haar man een bergdorp-Italiaan. Ze hebben lang in Frankrijk gewoond, en hebben nu al 7 jaar hun restaurant hier. Eerst in Norcia, na de aardbeving zijn ze naar Montefalco afgedaald. Hoe je het ook draait of keert, in heel Umbrië kom je dagelijks in aanraking met de gevolgen van die aardbeving.

Lasse ontpopt zich hier meer en meer tot gourmand. Zijn antipasto is “octopus met zomertruffel”, zijn primo een pasta met truffel. Ik neem “gepocheerd ei met truffel” en Eend als hoofdgerecht. Willem “Mellanzano” en “steak tartare”. Mare zweert bij penne pommodori (stond niet op de kaart) en een Tagliata. Alles klaargemaakt met een twist en wat extra – niet voor de hand liggende – ingrediënten. En dat alles tegen een zéér schappelijke prijs, ook de wijn trouwens.

Al bij al een echte aanrader, zeker als je de setting en de bediening nog mee in acht neemt.

Een mooie voorlaatste dag hier in Umbrië. Morgen zal het vooral een laatste keer genieten zijn van het zwembad en het uitzicht hier, inpakken en afsluiten met apero en eten in Spoleto.

Avventura

“Hoe haal ik het toch altijd in mijn hoofd”, dacht ik vanmorgen. De bibber sloeg me toch wel even op de benen. Ik had nog de straffe verhalen van Mare in Sort in gedachten… maar vandaag gingen we RAFTEN! Ik had het bovendien zelf gezocht.

Je kan dit hier perfect doen in de uitlopers van Monti Sibillini, in de vallei van de Nera rivier.

De zon schijnt nog bij het ontbijt, maar ze verwachten regen. Waar, wanneer en voor hoe lang, dat is niet duidelijk. Ons idee is, in ’t water word je toch nat. En de temperaturen blijven hier uitstekend!

Nog te vroeg op het appèl, reden we nog even naar boven naar Vallo di nera, een heel klein dorpje met aan de rand een bar/trattoria/kruidenier, met waarschijnlijk nog een hele rits andere functionaliteiten. Van hieruit had je al een mooi zicht op de vallei en de kloof.

We hadden gereserveerd bij “Nomad rafting”, een barak met aftandse camionetten en tenten als kleedkamers. Echt wat je verwacht van een raftingkeet.

Bij aankomst zagen we een ander gezin staan, waarvan we op de eerste slag wisten dat het Vlamingen waren. Je haalt ze er op een of andere manier toch altijd uit. En ja hoor, afkomstig uit Begijnendijk! Leuke mensen, maakt dat je je al wat meer op je gemak voelt.

We kregen onze wetsuits, waterschoenen, reddingsvesten en helmen om aan te trekken, hetgeen op zich al een hele karwij was. De man uit Begijnendijk zorgde voor de billenkletser van de dag: “ik denk dat ik nu weet hoe een sardientje zich moet voelen”.

Vervolgens kregen we een briefing in het gebrekkig Engels met de safety instructions. Dat waren er een heleboel en ze werden gegeven door 1 instructeur, die letterlijk zei dat hij niet wist hoe de andere hun commando’s gaven. Hoopgevend😥…ik onthield vooral “down”, waarbij je zo snel mogelijk je peddel binnen moet trekken en jezelf uit de voetbindingen moet wrikken én in de boot moet gaan liggen, zo plat mogelijk met je hoofd zover mogelijk omlaag … en dat allemaal binnen de seconde!

En dan vertrokken we met de busjes naar de startplaats. Onmogelijk om op dat moment te weten wat het meest riskante was: met die chauffeur de bergen in of de rafting op zich. Bellen achter het stuur terwijl je haarspeldbochten neemt is hier blijkbaar toegelaten. Er is nog een derde boot met een gezin van 5. Dat blijken Ieren te zijn, waarmee we nog een goed stukje gaan lachen onderweg. De moeder zien we even later steil achterover de boot afslagen, midden in een versnelling.

Onze stuurman is een Argentijn, hier voor het seizoen, die tevens ook aan de wereldbeker rafting delneemt. Ok, nu was ik toch al wat meer op mijn gemak. In goede handen dus! Nog even oefenen op het eerste, wat kalmere stuk en dan was het full force vooruit. En eerlijk waar, ik heb ervan genoten! Prachtige natuur, het zonlicht scheen fantastisch mooi tussen het gebladerte. Af en toe wel even op mijn tanden moeten bijten, bijvoorbeeld bij de waterval. (Dus toch wel even geschreeuwd).

De 2 à 2,5 uur op het water vliegen voorbij. Er zijn een aantal leuke stops en plaatsjes waar je in de rivier kan springen vanaf een rots. Braambessen trek je à volonté van de struiken. We hadden de actioncam mee, maar een fototoestel meenemen in de boot is helaas quasi onmogelijk. Op gezette tijden duikt hun eigen fotograaf op om foto’s te nemen. Bij terugkomst in de “keet” kan je een stick kopen met de foto’s voor 15 EUR. Goede Belgen zijnde, spreken we af met het andere gezin. We kopen 1 stick en ze sturen asap de foto’s door via e-mail. Beeldmateriaal kan ik dus helaas nog niet toevoegen.

Na ons avontuur en verfrissende douche achter het gordijn, nemen we afscheid en rijden we even door naar Trevi. We hebben sinds deze ochtend niet meer gegeten en zo’n inspanning op het water wakkert je appetijt aan. Op het plein eten we een heerlijke hamburger (met pancetta en kaas, voor de meer dan schappelijke prijs van 4,5 Eur). Wat is eten hier toch lekker én goedkoop!

Tijdens het raften kregen we wat meer zicht op de oude spoorlijn Spoleto-Norcia, die je nu met de fiets kan afrijden. De spoorlijn werd aangelegd voor de 1ste elektrische trein van Italië, de tunnels met de hand in de rotsen gekapt. We bekijken even voor de komende dagen op fietsen te huren, want dat moet ook wel de moeite zijn.

De geur van salie…

Om het evenwicht te bewaren, lassen we vandaag terug een rustdag in.

Het belooft wederom een zeer zwoele dag te worden, maar er is kans op een warmteonweer hier en daar. Wat maakt dat er af en toe een stevige wolk voorbij komt geschoven, op zich nog wel goed, want af en toe wat verkoeling kan geen kwaad.

Een rustig voortkabbelend dagje, de zwaar zieke opa komt even mee het zwembad in, al is dat een hachelijke onderneming. De man kan nog amper op zijn benens staan, dus er is hiervoor wel wat mankracht nodig.

Mare is in volle voorbereiding van haar eerste training volgende week.

Tegen een uur of 5 ontsnappen we letterlijk aan de hel die losbarst, wij zitten nog in de zon, welliswaar met een stevig windje, 5 km verderop zien we ze gertrakteerd op een enorm onweer.

De wind brengt een geweldig fenomeen teweeg: de enorme saliestruik die groeit tegen het huis geeft zijn geuren vrij. Een zalige, maar overweldigende salie-geur daalt over de zwembadzone neer.

en vanavond eten we carbonara van Willem😉 met een goed glaske rode wijn erbij…We zitten hier goed op onze berg!

Morgen gaan we weer terug wat actie ondernemen. Het is nog een verrassing voor Larsson en Mare, dus houden we het ook hier nog even geheim🤫.

Stille pracht!

Vandaag werd het even heel stil in ons hart. Overdonderd van het begin tot het einde: van alle natuurpracht, maar evenzeer door de keerzijde van de medaille. We bezochten vandaag het natuurpark “Monti Sibillini”, dat een natuurlijke grens vormt tussen Umbrië en Marche. Gekend voor onder andere de “Piano Grande” een enorme hoogvlakte op 1500 meter, die in het voorjaar – voor zover je ogen kunnen kijken – bedekt is met een blauwe en rode bloemenzee. Helaas was deze opgeving ook het epicentrum van de aardbeving in 2016.

Om tot daar te komen zijn er 2 “grote” wegen, waarvan er eentje blijkbaar enkel in het weekend open is. Alles is hier nog (of nog niet) in opbouw. Ook op de weg (via Norcia) die wel open is, moet je af en toe wachten voor een rood licht. Er is slechts 1 baanvak overgebleven, het andere is verdwenen.

We passeren het ene na het andere bergdorpje dat in puin ligt of nog voor meer dan de helft in de stellingen staat. Mensen wonen ondertussen al 3 jaar in containers aan de rand van de dorpen.

Ook op de top – in Castelluccio – zijn nog welgeteld 3 eetgelegenheden open in hun oorspronkelijke staat. De rest zijn tijdelijke oplossingen, aangebouwd aan het eigenlijke gebouw. Ze laten het bewust ook zo, al te vaak geconfronteerd met wederopbouw en schade.

De rest van het dorp is met dranghekken afgezet, er lopen militairen rond om de boel in de gaten te houden en te verhinderen dat mensen toch “binnenglippen”. Dit zegt veel over de staat van de ruïnes.

Om heel stil van te worden…

We eten er een broodje met porchetta (dat is hier zowat het equivalent van hot-dog/hamburgerkraam-eten van bij ons). Lasse eet een Zuppa Lenticchie, echte bergkost.

Maar ook heel stil word je van de prachtige natuur die je te zien krijgt op de hoogvlakte en de weg ernaar toe. Een desolaat maanlandschap, maar wel een lappendeken van kleuren. Het lichtspel op de bergen is fenomenaal. De vlakte is eindeloos weids, hier en daar ontwaar je een herder met een kudde schapen. We brengen er heel wat tijd door, omdat je elke 50 meter een ander adembenemend zicht krijgt.

Op de terugweg naar Spoleto stoppen we uiteraard ook nog in Norcia, het eens zo fiere dorp gekend om zijn charcuterie: Prosciutto e salumi di Norcia. Ook hier heeft de aardbeving lelijk huis gehouden. De meeste handelaars zijn verhuisd naar een straat buiten de stadspoorten, waar een rits chalets zijn neergezet bij wijze van pop-up winkel.

Een aantal hebben geluk gehad en konden hun hebben en houden in het stadje zelf vrijwaren.

We informeren of het ok is om vacuum verpakte vleeswaren mee naar huis te nemen. Kwestie om wat bij te dragen aan het heraanzwengelen van de economie daar. We hebben tenslotte nog 2x een rit van een 7-tal uur voor de boeg. Maar dat blijkt zelfs niet nodig te zijn, ze leveren met TNT wereldwijd! Aan de spandoeken te zien van het plaatselijk actie comité, is er weinig of geen steun gekomen van de regering voor de heropbouw. Er waren relatief weinig doden voor een ramp op dergelijke schaal, dus de deining die het heeft teweeggebracht eerder gering. Maar de materiële schade is echter niet te overzien.

Aan de heropbouw zijn ze dan ook nog met mondjesmaat begonnen. Men is nu aan de kerk bezig, en dan is het enkel nog maar brokstukken ruimen.

Verder komen we onderweg ook redelijk wat imposante forelkwekerijen tegen, een specialiteit hier.

Ondanks de miserie die we vandaag gezien hebben, blijft ons toch ook vooral de schoonheid van de bergen bij en we besluiten dat we échte “bergliefhebbers” zijn. Een berg oprijden, de haarspeldbochten, de uitzichten, de eenzaamheid, de desolaatheid gecombineerd met de juiste muziek op de achtergrond kan mij werkelijk tot tranen toe bewegen.

Duidelijk onder de indruk, passeren we thuis nog even om ons op te frissen en een plonsje te doen. We gaan vanavond – op verzoek van de kinderen – een pizzeria proberen die volgens de andere gasten in Il Sogno met zekerheid de beste van Italië is. Benieuwd of de pizza’s deze keer wél concurrentie zijn met die van Carlo.

Dus wij naar “la Ginestra”, op ’t eerste zicht – bij aankomst – een wedding chapel & venue in Reno. We werden, wegens niet gereserveerd, in een ruimte dicht bij de houtoven gezet, waar ik licht ongemakkelijk van werd. Een sauna kwam qua tempetatuur in de buurt. Even acclimatiseren was de boodschap!

Maar de pizza’s waren inderdaad heerlijk. Zelfs ik, als notoire niet-pizza eter, kon ervan genieten. Qua sfeer en gezelligheid en gastvrijheid steekt Carlo er nog steeds met kop en schouders boven uit. Hoewel de ene na de andere verjaardagstaart hier ook de keuken verlaat, inclusief fancy verjaardagsdeuntje!

Tenslotte bestellen we nog een limoncello, waarop de fles – het leek wel limonade – “all you can drink”-gewijs op tafel werd gezet. Je zou dan denken, het spul valt qua strafheid wel mee… maar na 1 bodempje laat je toch de kelk wijselijk aan je voorbij gaan.

Al bij al een zeer geslaagde avond dus!

Dolce far niente

Vandaag weinig te vertellen, meer rustdag als deze kan je niet hebben. Het meest inspannende dat vandaag gebeurd is, zijn de boodschappen. Dit gezegd zijnde, hebben we toch weer iets nieuws ontdekt. Althans, ikzelf had dit nog nooit gezien: wijn in brik.

Om nog maar eens de dualiteit van onze ligging te illustreren : op 15 min. wandelen staan we in het midden van een wat grotere stad, toch zien we dagelijks een herder op de ons omliggende weiden zijn schapen weiden.

We zijn allebei beginnen aan een goed dik boek. Ondertussen is het 38 graden op de teller en gaan we het zwembad in-en uit…. Mare kruipt van de hangmat naar de loungezetel, haar zwemband en terug.

Lasse gaat met zijn vriend Alessandro van het zwembad, naar het voetbalveld, naar de kicker en de tafeltennis, via de PS4 bij de familie en terug naar het begin. Hij leert Italiaans, en omgekeerd krijgt Alessandro Nederlandse les

Tussendoor even een antipasti + aperitivo.

Ondertussen komen we hier ook meer te weten over de familie waar we logeren. Angela en haar schoonzus beredderen hier al de hele week alles, inclusief herstellingen mét boor. We komen nu te weten dat haar man en zijn broer 1,5 week geleden in allerijl vertrokken zijn naar Rome. Opa heeft een hartaanval gekregen, de oma is dementerend. Vandaag is er hier de grote hereniging, opa is mee en oma hebben ze jammer genoeg in een rusthuis moeten plaatsen. Niet zo fijn allemaal. Opa heeft het moeilijk, is aan het revalideren, kan moeilijk ademen en stappen. Maar hij krijgt van de zonen wel een Aperol Spritz als hij uitrust aan het zwembad. Heel mooi om te zien allemaal!

Bijkomend detail: de 2 broers hebben in Serie A gespeeld en zijn nu allebei voetbalmanager/coach. Geen wonder dat hier een echt voetbalveldje werd aangelegd!

Als avondeten serveer ik een homemade pasta pesto met tonijn en verse burrata.

Vanavond is Brugge weer aan zet, dus het kwam goed uit dat we rustig thuisbleven voor onze Brugge-fanaten hier 😂. Komt er nog bij dat wij op een klein scherm via streaming moeten kijken, terwijl “Larsson” (de “r” is terug in het verhaal) dankzij Alessandro is uitgenodigd bij “de familie”‘om comfortabel op de eerste rij de match op groot scherm te kijken😅. Bleek dat het multiview was met de match van Ajax. De nonkel van Alessandro is dan nog op de zolder gekropen om te morrelen aan de receiver om de match exclusief te kunnen kijken. Er hangt een uitwisseling Vaalbeek-Milaan voor de volgende vakantie in de lucht denken we 😉.

morgen vertrekt Alessandro terug naar Milaan waar hij woont, dus is het afscheid nemen voor de 2 vrienden.

Vakantiegevoel in het kwadraat!

Vandaag hadden we afgesproken met Ilse, Pieter, Kasper en Arne aan het Lago Trasimeno. Lien, hun nichtje kwam ook graag mee om Mare nog eens te zien. We spraken af aan het Trasimeense meer, wat net op de grens ligt van Umbrië en Toscane. Zij verblijven met de hele familie Blanckaert in de regio van Montepulciano.

Het was een bloedhete dag, de temperatuur klom vlot naar een 37 à 38 graden. We dachten dus dat het de goede keuze was om aan het water te vertoeven. Op zich was dat ook wel zo, maar zelfs daar was de temperatuur nog maar net te verdragen.

Plaats van afspraak was Passignano sul Trasimeno, één van de kleine badplaats-dorpjes aan het meer, met een goede verbinding naar het grootste eiland : Isola Maggiore. En zelfs op dit eiland is het van noord naar zuid amper 2 km.

Wachtend op de boot dronken we al iets met zicht op het meer. Na een tochtje van een 20-tal minuten meerden we aan aan de kade van Isola Maggiore, een klein vissersdorpje met – naar schatting – evenveel kerkjes als huizen en inwoners (18 in 2011).

De kerken, hoe minuscuul ook zijn hier allemaal uitgerust met elektrische kaarsjes om te laten branden. We dachten dat dit typisch was aan de grote trekpleisters, zoals de kathedraal in Assisi, maar zelf hier is dit het geval.

Er is ook een natuurpark op het eiland, hoewel “parco” wel een heel groot woord is voor de wandeling tussen de bomen. Vanop Maggiore heb je zicht op het kleinste eiland van het meer, Isola Minora, dat in privé-bezit is. Er staat dus welgeteld 1 huis. We bedachten ons dat het wel idyllisch lijkt, maar dat we dit nu toch wel nét iets te eenzaam zouden vinden.

Er is nog een klimmetje naar boven, hetgeen Lasse en ik voor de helft hebben voorverkend, maar uiteindelijk leidde dit pad naar nog een kerk en kwamen we onderweg enkel nog wat kapelletjes en fazanten tegen.

We keerden terug naar het begin van het eiland om de drinkbussen te vullen en een ijsje te eten.

Zwemmen was iets dat we in het achterhoofd hadden gehouden om hier te doen, maar dat bleek allesbehalve evident. Er is hier geen kristalhelder water aan de oevers. Je zou al een stuk het meer op moeten om dan een plonsje te kunnen doen. Aan de kanten is het eerder modderig water en de geur is ook niet overal superfris. Zeker als je daarna niet kan douchen en er nog een restaurantbezoek op de planning staat is dit niet echt een aanrader.

Terug gekomen op het vasteland zochten we nog even naar een zwemgelegenheid, maar het meer gaf ook van hieruit geen soelaas.

We kwamen nog een openluchtewembad van een hotel tegen, waar je ook iets kon drinken. Ideaal dachten we, maar daar was een badmuts dan weer verplicht. Laat dat nu net iets zijn dat we niet bij hadden voor 5 kinderen🤔.

Dan maar terug een terrasje bij wijze van apero, in afwachting van het avondeten. Wat kunnen we daar nu op tegen hebben? We dronken een Trebbiano Spoletino daarbij en wisselden nog wat meer tips uit over wat er hier allemaal wel niet te zien is.

Eten deden we met zicht op het meer, in een heel simpele pizza-pasta zaak. Eenvoudig, maar lekker. Meer moet dat niet zijn! Alleen Lien sprong een beetje uit de band met haar Nutella-pizza!

Het was alweer super-gezellig en mega-ontspannend ! Ook de kinderen hebben er stuk voor stuk van genoten, een geweldige bende samen.

Bij vertrek, de duisternis was reeds goed ingedaald, werden we – zelfs ik die daar nooit last van heb – opgegeten door de muggen. In de auto dachten we dat het aan het regenen was, bleken het drommen muggen te zijn die zich te pletter vlogen tegen de voorruit! Nooit gezien!

We spraken af om snel hier een vervolg aan te breien in België met onze nieuw veroverde schatten (wijn, olijfolie, andere ingrediënten,…) en culinaire ideeën.

Orvieto

Vandaag trekken we naar Orvieto. Zowel Willem als ik zijn hier heel heel lang geleden al geweest. Maar of we er ons nog veel van herinneren…

Het is toch wel 1,5 uur rijden. Halfweg weet ik plots niet meer zeker of ik vanmorgen het gasvuur wel goed heb afgezet. Typisch! Ik bel dan maar vanuit de auto naar Angela, maar moet het verschillende keren uitleggen voor ze het begrijpt. Haar Engels is, zoals bij de meeste hier, niet zo geweldig. Een kwartiertje later stuurt ze me dat alles ok is. Oef!

Orvieto dan. Er zijn weer 2 parkings aan de rand van de stad. Er is er eentje waar je met een kabelbaan naar boven gebracht wordt. Klinkt leuk? Ja, maar dan moet je aansluitend nog een pendelbus nemen. Het is zondag vandaag en in volle toeristisch seizoen… ons vangen ze geen 2 keer!

Dus de andere parking dan maar, met een eindeloze reeks roltrappen naar boven. We nemen die met veel plezier, want het is ondertussen namiddag en toch wel een graad of 35. We worden trouwens getrakteerd op een heel mooie fototentoonstelling al roltrap nemend. Leuk concept!

Orvieto is uiteraard een heel drukbezochte stad, net zoals Assisi. Verschil is wel dat er hier wat meer “out of the box” wordt gedacht, voor zover dat hier mogelijk is. Hippere winkels ipv bazaars, leuke barretjes,…

De Duomo is uiteraard de moeite en de herinneringen komen toch wel wat terug. Mare moet er weer aan geloven, ze vergeet altijd een iets langer short/rokje en gewone t-shirt aan te trekken als we een kerk gaan bezoeken. Dus wordt ze elke keer in de nieuwste collectie van de sacrale mode gehuld😂.

Er is ook nog een tentoonstelling van Emilio Greco in de aanpalende ruimte. Zijn beelden van badende vrouwen staan hier te bezichtigen. Verder springen we nog even binnen in het pauselijk paleis. Ooit de serie “the Borgias” gezien? Je kan je je dan levendig inbeelden hoe het toen moet geweest zijn.

We lopen verder door de stad, richting Pozzo di s. Patrizio, een oude waterput met een gang om of te dalen en eentje apart om terug naar boven te gaan. Zeer praktisch gemaakt voor die tijd en eerder ongewoon. Dit soort toepassing was in die tijd vooral terug te vinden in etablissementen waar men bij het naar buitengaan liever niemand tegenkwam. Het zijn toch weer 450 treden, op zich een makkie, ware het niet dat we allemaal nogal moe zijn en weten van de warmte. Dus passen we om deze put te bezoeken.

We dwarrelen nog wat rond in het stadje en het nabijgelegen stadspark om even de koelte op te zoeken.

Op weg naar huis maken we nog een tussenstop aan”Lago di Corbara”, dat we op de heenweg ook al zagen blinken. Voor zover we kunnen kijken, geen kat te zien, enkel een heleboel watervogels. Nochtans leent het meer zich tot tal van watersporten… waar is iedereen?

Tijd om ons thuis op te frissen. Ons appartement staat er – dankzij Angela – gelukkig nog steeds. We willen namelijk daarna het restaurant aan het “Zoet Water” van enkele dagen geleden eens uitproberen (Fonti del clitunno in Trevi).

Aangekomen aan Il Sogno zijn we de auto nog niet goed uit of we horen :”hey Lassoooooooonn!” over de vallei van Spoleto weerklinken. De kleine Italiaantjes hebben hem gemist vandaag en – sinds ze geconnecteerd zijn via Instragam – hebben ze tenminste al door dat er geen “r” in zijn naam zit. Binnen de kortste keren zijn ze alweer aan het voetballen en zwemmen. We houden het voorlopig bij Larsson, klinkt goed😉.

We nemen nog een apero in een hoekje aan het zwembad, met zicht op Spoleto, beter als dit kan je eigenlijk niet hebben en gaan door de foto’s van de dag.

Het restaurant is een echte aanrader! Ik neem de vers gevangen forel van de gril, Willem een mixed grill van varken en de kinderen hun pizza komt ongeveer in de buurt van die van Carlo. De bediening is geweldig! En Lasse is ondertussen fan van brushetta met truffel !

Morgen hebben we afgesproken bij het “Lago di Trasimeno” met het gezin Blanckaert- Bruggemans. Zij zijn op vakantie in Toscane, bijna op de grens met Umbrië. We kijken er al naar uit!

Wijntjes proeven!

De kinderen slapen hier altijd lang, wat op zich goed is, want voor je het weet moeten ze weer elke dag vroeg uit de veren. We besluiten onder ons 2 te voet naar de bakker te gaan in Spoleto. Als je goed doorstapt, langs het bos naar beneden en via de onverharde weg terug, doe je er een uurtje over.

Het was zalig rustig in dit gedeelte van de stad, het niet toeristische deel, waar ons moeke op zaterdagochtend door vake wordt afgezet voor de kapper. We besloten, zoals echte locals ook nog een koffietje mee te pikken in een bar.

Het is hier in Il Sogno ‘wisseldag’, er zijn 3 gezinnen vertrokken vanmorgen, de nieuwe lichting is nog niet aangekomen, waardoor we bijna helemaal alleen zijn hier (buiten Angela natuurlijk). We nestelen ons dus aan het zwembad terwijl Willem op zoek gaat naar het vlees voor vanavond voor “zijn” BBQ.

Om 15h worden we verwacht, hier een 10 km verderop, voor een wijnproeverij bij Cantina Collecapreta. Een zeer bescheiden Cantina met natuurwijnen, ons warm aanbevolen door Marc van “Surlie” (wijnbar in Wandelingstraat in Leuven). Heel toevallig gingen we de vrijdag vóór we op vakantie vertrekken daar iets drinken. Ik kies een wijn van zijn suggestiebord -“Le Cese”, een Sangiovese- en we vragen van waar die komt. Zegt die: Spoleto! Wij vertellen natuurlijk dat we daar binnen 1 dag naartoe trekken. Blijkt die man daar zelf een huis te hebben en is dat tevens zijn uitvalsbasis om jaarlijks de wijndomeinen te bezoeken waarvan hij wijn aankoopt. De wijn die ik drink is subliem. Dus gaan we vandaag met zijn complimenten langs bij Anna en Vittorio.

De weg ernaar toe toont ons een toch nog iets ander landschap dat we tot nu toe hebben gezien, meer bergachtig en nog desolater. Heel mooi, de boerenbuiten hier.

Het wordt een zeer aangename ervaring, we worden warm onthaald door Anna, krijgen zeer goede wijnen én eigen gefabriceerde prosciutto, salumi, panchetta en olijfolie te proeven.

Ze spreekt wel geen woord Engels, dus alles is in het Italiaans. Ikzelf versta wel de grote lijnen, maar groot was mijn verbazing te ontdekken dat Willem toch iets beter Italiaans spreekt dan ik ooit geweten heb.

De vrouw des huizes drinkt gezellig een glaasje mee en weet 100-uit te vertellen over de geschiedenis van hun wijndomein, de streek en hun gewoontes. En elke wijn op zich heeft wel een verhaal. Zo is de Barbera een van oorsprong Piëmontese druif, maar deze werd “meegebracht” door haar grootvader na WOII. Hij was mee gaan vechten in Noord-Italië en dronk daar elke dag Barbera. Hij was zo verzot op deze wijn dat hij die heeft aangeplant in zijn eigen wijngaard en tot op heden worden er elk jaar nog een paar vaten hiervan gemaakt.

Hun Trebbiano Spoletino heeft een donkergele, gouden kleur. Dit komt omdat ze de velletjes van de druiven mee laten rijpen. Het is een wat zwaardere, maar zeer evenwichtige wijn die trouwens perfect matcht met de pancetta die ze ons laat proeven.

De etiketten en de website zijn ontworpen door de zoon, die architect is in Firenze. Zelf zijn ze daar allemaal niet mee bezig. 1 dochter woont aan de overkant en de jongste dochter die nog studeert en bij hen inwoont helpt mee op het domein.

Enfin, voor we het weten hebben we met haar een 2-tal uurtjes doorgebracht en kopen we zoveel wijn als we nog kunnen mee naar huis vervoeren in onze auto. Dat wordt creatief puzzelen. Ze heeft geen wisselgeld (en uiteraard ook geen bancontact). We zeggen dat het ok is, we hebben hier tenslotte heel wat wijn geproefd en te eten gekregen (bij de grotere domeinen betaal je hier sowieso 25 EUR p.p. voor). Daar wil ze niets van weten en geeft ons als wisselgeld nog een extra fles olijfolie mee!

Nog een weetje: “Le cese” is trouwens verkozen tot één van de 100 beste wijnen van Italië.

Ook bijgeleerd vandaag: bij een spoorwegovergang hier moet je -minstens – dubbel zoveel tijd uittrekken. We hebben zeker 10 min. staan wachten en toen we aangereden kwamen, was de bareel al dicht. We twijfelden even aan het feit dat er hier ook siesta van toepassing is 😂.

Dus al bij al een leerrijk dagje. Terug thuis steekt Willem de BBQ aan voor wat Umbrische worstjes (salsicce) met rozemarijnpatatjes en een mix van gegrilde groenten.

Larsson speelt ondertussen voetbal, ping-pong en kicker met de zijn Italiaanse vrienden. Ze communiceren in het Engels, heel schattig!

Mare en ik genieten van de prachtige zonsondergang boven Spoleto.

Afsluiten doen we met een potje Trivial (gewonnen door de papa), waar er een paar billenkletsers passeren…het is weer grappen en grollen geblazen.

Morgen staat – normaal gesproken – Orvieto op de planning. Hiervoor zijn we een 1,5 uur onderweg, maar in een totaal andere richting dan we tot nu toe gedaan hebben. Dus morgen zeker meer nieuws!

Vrijdag rustdag

Laat ontbijten, tegen de middag naar de markt in Spoleto voor vers fruit en groenten en ondertussen maken we nog wat réclamé voor ons Joke haar Straffe streek. Straks nog een stukje vlees in de Conad en we zijn gesteld voor vandaag.

De wekelijkse markt is zeer bescheiden qua grootte, nochtans horen we een Britse bejaarde vrouw in haar telefoon roepen “I am at the market in Spoleto, it’s a very big one!” Waarschijnlijk komt de dame uit pakweg Castleton, want Mare opperde terecht dat de markt in Heverlee zelfs groter is.

De kraampjes eindigen net onder de roltrappen die je naar het hoger gelegen gedeelte van de stad kunnen brengen. We hebben dit nog niet uitgeprobeerd en kunnen ons niet bedwingen om dit alternatieve vervoermiddel toch eens uit te proberen. Het neemt zo’n 10-tal roltrappen om helemaal boven te geraken.

Het hoogste punt is het kasteel op de Rocca Albornozian, heel mooi qua zicht op Spoleto uiteraard én op ons vakantiehuis.

De binnenkant van het kasteel houden we voor een andere keer, nu dalen we terug af naar de Duomo. Het plein voor de kathedraal spreekt tot de verbeelding, temeer omdat er overal in de stad panelen met oude foto’s hangen van het “Festival dei due mundi”, de eerste keer georganiseerd in 1958 en toen uniek in zijn soort. Het festival bestond niet enkel uit klassieke muziek, maar ook dans, theater, film,… en ontving klinkende namen zoals Rudolf Noureev en Roman Polanski. De start – en slotceremonie vindt altijd plaats op de Piazza della Duomo.

We strijken dan ook met plezier neer op een terrasje op dit plein om te genieten van het zicht op de kathedraal. Het was vooraf niet de bedoeling om de tour van Spoleto te doen, maar dat is nu eenmaal vakantie: je doet wat je wil wanneer je wil en vergeet vooral niet te genieten.

We pikken nog wat dingen op in de supermarkt en als 4-uurtje is het “aperitivo en antipasti”-tijd.

En daarna strijken we eindelijk neer aan het zwembad. De ene zijn programma is al drukker dan dat van de andere. Mare blijft in ons huisje voor het 3de seizoen van Casa del Papel te kijken, Lasse en ik spelen een toernooitje Uno (dat eindigt op 3-3, dus nog verder te beslechten) en Willem… laat ons zeggen dat die een drukke dag had.

De kinderen en neven van de eigenares vinden Lasse duidelijk leuk en roepen hem van alle kanten toe. Ze hebben alleen wat moeite met zijn naam en maken er Larsson van. We nemen dit gemakkelijkheidshalve voor de rest van de vakantie dan ook maar over.

En dan rest het avondeten nog : saltimbocca met een typische Umbrische pasta (Strangozzi) en paddestoelen. We hebben hier geen afwasmachine en dus een beurtrol voor de afwas. Dan koppel je best het het aangename aan het nuttige, want Brugge speelt tegen Eupen vanavond. Lang leve Yelo Play!

Iedereen – alle andere gasten – inclusief eigenares en haar gevolg zijn hier weg, dus is het hier zalig rustig op ons terras. In volle namiddag, als quasi iedereen hier is, kan het best wel druk zijn. Gezellig druk, dat wel en iedreen is vriendelijk maar bewaart de nodige afstand. Er zijn hier enkel Italianen, buiten 1 Vlaams koppel.

Al bij al een rustige dag dus en ik denk dat we dat morgen ook nog zullen doortrekken. Ik moet onze Larsson ten slotte nog inmaken met Uno😉.

What a day, what a day!

Vanmorgen wat uitgeslapen, gisteren was het een vermoeiend dagje. Een uitgebreid ontbijt, op’t gemakje klaarmaken en dan zijn we vertrekkensklaar voor een dagje vol water.

Althans, dat was het plan… eerst naar la Cascata delle Marmore, op een half uurtje hier vandaan en daarna naar het meer van Piediluca om te gaan zwemmen.

De watervallen zouden zeer overweldigend zijn en een sterk staaltje van de natuur lijken, maar dan komt het addertje: ze zijn volledig kunstmatig aangelegd. De aanleg is reeds omstreeks 270 v.c. begonnen in opdracht van een Romeinse Consul (om overstromingen tegen te gaan). Ze kunnen dus gewoon met 1 druk op de knop aan en uit gezet worden!

De website van deze bezienswaardigheid had een speciale shuttle voorzien vanop een parking, net buiten de stad. 2 EUR p.p. heen en terug. We dachten : fijn! Geen gedoe met parking zoeken in de omgeving, onreglementair geparkeerd staan e.d. Mooi geregeld, dachten we! Maar deze maatregel (tijdelijk bleek achteraf) in combinatie met het feit dat het 15 augustus was – had een belletje moeten doen rinkelen.

De heenrit met de shuttle verliep nog ok, je koopt een ticket op de parking met volgnummer. Na 2 bussen (om de 10 min.) hadden we prijs en konden we mee.

Toegekomen aan de cascata moesten we nog tickets kopen en werden we geconfronteerd met het feit dat vandaag niet alleen de gebruikelijke toeristen van de partij waren, maar ook “extended framily’s” om samen de feestdag te vieren. Alleen al aanschuiven voor een ticket was complete chaos. Een ticketdame ging “effe lunchen”, waardoor mensen die aan de beurt waren plots weer achteraan in de rij moesten aanschuiven.

Enfin, gewapend met het juiste ticket begaven we ons naar de ingang en kruisten we mensen (bijna) in gala gekleed met sleehakken. Beetjf rare plek voor deze outfits, wetende dat je moet klimmen en trappen doen. Maar blijkbaar is dit echt wel the place-to-be voor een “zondagse m’as-tu-vu”. Er komen ook veel gezinnen om beneden te picknicken. Het is natuurlijk ook wel verfrissend, want quasi overal voel je de nevel van de waterval. Gelukkig werd het kaf van het koren gescheiden als je aan de stevigste klimmetjes begon en werd het iets rustiger. Nochtans kruisten we af en toe een mannen met opgeplooide buggy.’s. De baby was niet altijd in het vizier. Op den duur maak je dan de wildste speculaties. Maar blijkbaar kon je een tweede bus nemen om je ook boven laten af te zetten, om dan af te dalen.

Billenkletser van de dag. Iemand zei: er zijn hier toch wel wat mensen met een zweetgeur, waarop Lasse: “dat zweet ik wel zeker!”

Heel leuke wandelingen wel (De 1 en de 2 zijn een aanrader), waar je op verschillende plaatsen onder de waterval staat of rakelings passeert, waardoor je soms doorweekt bent.

Zo is er “het balkon der geliefden”, waar je eerst door een grot loopt en dan onder de waterval een koude douche krigt. Dolle pret verzekerd!

Qua beleving is dit zeker de moeite om te doen, qua drukte liever op een andere dag.

Rond een uur of vier besloten we naar beneden te stappen en de bus terug naar de parking te nemen… en dan kwam de absolute domper. We stonden op den duur met een 200-tal mensen te wachten op een bus. Geen volgnummers meer, geen rij en dus complete chaos. Er was al 1 bus gepasseerd, een druppel op een hete plaat. 3 shuttlebussen passeerden zonder te stoppen om even verder mensen op te pikken om naar het bovenste punt van de waterval te brengen. De volgende bus stopte plots 20 m verder dan de vorige waardoor de latere aanschuivers eerder konden opstappen dan die mensen die dachten nu eerst aan de beurt te zijn. De gemoederen raakten danig verhit.

Tijd om van taktiek te veranderen dus, want de situatie leek hopeloos. Stappen naar de parking leek ons een brug te ver, want toch nog een 9-tal km langs een gevaarlijke baan. Taxi’s waren met geen ogen te bespeuren…tot Willem op het idee kwam om mij alleen uit te sturen bij de volgende bus. Hij schatte mijn kansen hoger in, ik ben nogal goed in “wringen” (dixit Willem🤭) en heb daarenboven jarelange ervaring met het juiste opstapplaatsje zoeken op overvolle treinen naar Brussel.

De bus komt, ik verander nog strategisch van plaats, laat de mensen voor mij – in voor mij onverstaanbaar Italiaans – tegen elkaar schelden en roepen. (ik pik enkel iets op van “educacione” of zo) en maak van de verwarring gebruik om op de bus te glippen. Yes! Nog een blik richting Willem en de kids, die een vreugdedansje maken en weg ben ik om de auto te halen en hen terug te komen oppikken.

Tijd om naar het meer te gaan was er niet meer, helaas. Dat zal voor een andere dag zijn. We reden terug richting Spoleto op ons klaar te maken. Ter gelegenheid van Ferrogosto had Willem gereserveerd in één van de betere restaurantjes van Spoleto. Iets om je op te verheugen, ware het niet dat ik in Spoleto nog een afslag van een rond punt mis… en opeens midden in de kleine straatjes terechtkom, stijl: het is hier max. 2m20 breed en er staat ook nog een Fiat geparkeerd😱. Waar ik daarstraks nog de held was, werd ik plots de pineut! Gelukkig heeft Willem hierin al enige ervaring en heeft hij het stuur overgenomen. Met een rits claxonnerende auto’s achter ons uiteraard.

Het restaurant (Cantina de’Corvi) dan: in 1 woord heerlijk! Typische Umbrische keuken, mooi buiten zitten en geweldig lekkere wijn.

Een mooie afsluiter van een bewogen dagje, we hadden genoeg om over na te praten.

Morgen gaan we onze inkopen doen op de markt en een rustdagje aan het zwembad inlassen.

Trevi, Spello, Assisi en Montefalco

Deze ochtend is Willem een loopje gaan doen. Het is te zeggen: hij ging vers brood kopen en “en passant” zou hij dan gaan lopen. Handig, zo’n man in huis! Wij slapen/luieren ondertussen nog wat langer.

Bij het ontbijt bespreken we het programma van de dag. We hebben vooraf weinig of niets uitgestippeld. Enkel per categorie “reistijd” een aantal must do’s opgelijst, zodat we – afhankelijk van de goesting van de dag – ’s ochtends snel kunnen beslissen.De temperatuur zal vandaag rond de 28 graden schommelen, ideaal dus om de benen te strekken.

Op de weg van Spoleto naar Assisi kom je achtereenvolgens Trevi en Spello tegen. Aangezien we als tip kregen eerder in de late namiddag naar Assisi te gaan, hebben we voldoende tijd om deze tussenstops te doen.

Voor je in Trevi toekomt, zou er nog een rustig plekje zijn : Fonti del Clitunno. Een rustige oase zogezegd, een prachtige plaats om even te vertoeven. In werkelijkheid was dit het Zoet Waterpark in ’t mini en bovendien moest je ook nog inkom betalen… dat was gauw beklonken. Er was wel een leuk restaurantje, dus het idee was om’s avonds op de terugweg daar een simpele pizza te eten, maar helaas op woensdag enkel voor de lunch open. Staat met stip genoteerd voor als we de komende 1,5 week geen inspiratie hebben😂.

Dan naar Trevi zelf, de “koningin van de olijven’. Zelfs vanuit de auto ruik je de olijven als je tussen de gaarden passeert. De uitsmijter van de dag komt deze keer van Willem: Wie zingt bij de Romeo’s en woont tussen Spoleto en Assisi? Gunter Trevi! 🤦🏻‍♀️

Trevi zelf is een zeer kalm en aangenaam stadje, met – traditiegetrouw – een eindeloos netwerk aan kleine straatjes en zeker niet toeristisch. Vanop de stadswal heb je een prachtig zicht op de omliggende steden: Montefalco aan de overkant, Spello en Assisi verder op de weg.

Na Trevi komt Spello, ook wel gekend als het bloemendorp. De klim naar boven was pittig, maar zeker de moeite waard. Elk klein straatje en steegje hebben de bewoners versierd met eindeloos veel bloemen. Een prachtig zicht en deze aanblik is niet voor niets het meest ge-instagramd op de # van Umbrië. Keerzijde van de medaille : best wel toeristisch en de mensen zijn er minder welcoming dan in de rest van de dorpen. Niet te lang blijven rondhangen dus.

Na een quick stop voor een drankje in een lokaal barretje (bar barizzo, te mijden want heel duur en een zeer onvriendelijke man), trekken we verder richting Assisi. Onderweg stoppen we even voor een picknick in de schaduw met zicht op onze bestemming.

3 steden op rij van het type “zie mij hier blinken op de bergflank”, met verplicht parkeren aan de rand beneden, is goede fitness. Soms zijn er roltrappen naar boven, maar daar bedanken wij voor. Wat ik wel niet begrijp is dat iedereen buiten de stad moet parkeren, maar er nog massa’s auto’s door de straten gejaagd worden. Typisch zuiders uiteraard, dit was bijv. in Lissabon voor mij het meest storende element. Maar in Rome hebben ze het anderzijds wel al begrepen en is het grootste stuk van het historisch centrum verkeersvrij. Om de haverklap moet je hier een bazaar induiken omdat er een paar auto’s passeren in de toch al smalle straten.

En dan werden we weer getrakteerd op een geweldig staaltje van Italiaans straattheater: roepen en claxonneren dat het een lieve lust was! Aan een hotel werd er blijkbaar valet parking voorzien. Een beetje genante situatie als je dan stilvalt bij het parkeren, vervolgens 20 min. de straat blokkeert en de eigenaar je moet komen redden (gewoon omdat het een Lamborghini was).

We hebben weer eens goed kunnen lachen.

Ik was toch wel bijzonder onder de indruk van de fresco’s in de Basiliek van San Franciscus. Als ik het goed heb is het van 1991 geleden dat ik hier was, maar blijkbaar heb ik het destijds nog niet ten volle kunnen appreciëren, het was me in ieder geval niet in die mate bijgebleven.

Tegen een uur of 6 kregen we een collectief hongertje en hadden we genoeg kerken gezien voor 1 dag. Op de terugweg passeren we Montefalco (hét wijndorp van Umbrië), waar er al een paar dagen een festival bezig is. We besloten daar te stoppen en de kinderen hun goesting in pizza te stillen.

Parkeren was geen sinecure, want zowat alle tijdelijke waarschuwingsborden spraken elkaar tegen. Maar uiteindelijk vonden we toch een plaatsje, op hoop van zegen dat er straks plots geen stoet van pakweg 100 paarden of koeien moet passeren, want dat was niet zo duidelijk.

Geweldig om te zien: om een uur of 7 stond er nog maar enkel een tribune op de Piazza Mercatore en waren ze hier en daar wat aan het prutsen om zaken op te bouwen. Bleek dat de processie, inclusief Middeleeuws toernooi mét afzetten van alle straten amper 2 uur later door te gaan. Dat was een staaltje efficiëntie ten top!

We vonden een geweldig restaurant mét pizza en een op z’n minst interessant interieur: de muren en plafonds hingen vol met van alles en nog wat, o.a. kaders met vervallen en achtergebleven bank- en kredietkaarten. Mijne winkel dus, interessant studiemateriaal😋.

En dan was het tijd voor de processie. Ze kwamen met een gevolg van het marktplein, naar beneden richting stadspoort om zich te verdubbelen in aantal en dan met z’n allen terug te keren naar het marktplein. Ongelooflijk, volgens mij liep de halve stad mee in de stoet!

Op de Piazza zelf werd er dan nog een boogschutters toernooi gehouden, een competitie tussen de verschillende wijken van de stad. Afgeladen volle tribunes schreeuwden hun vertegenwoordiger-boogschutter naar de overwinning. Prachtig!

Dan was het tijd om – in het donker uiteraard – terug te keren naar Spoleto. Ik was de chauffeur van dienst, wat maakte dat het bij ons in de auto ook nog wat straattheater werd. Ondertussen stonden alle straten vol geparkeerd, de ene auto al wat meer reglementair dan de andere. Dit zorgde ervoor dat er soms slechts millimeters ruimte was om te manoeuvreren.

Als we de rekening op het einde van de dag maken, dan hebben we 4 steden gedaan op 1 dag. Goed gewerkt dus!

Morgen is het hier uiteraard ook een heilige rustdag, want Ferragosto (halfoogst). We zouden dus om goed te zijn omstreeks 9h30 in de mis moeten zitten. Tijd om gaan te slapen!

Zwemmen, slapen, eten, drinken, repeat…

De nachten zijn hier gelukkig koel genoeg, want binnen de kortste keren stijgt overdag het kwik terug naar 37 graden. De komende dagen worden er terug normale temperaturen voorspeld (lees: rond de 30) en kunnen we wat op verkenning gaan.

Vandaag is luieren aan het zwembad, af en toe vanuit een schaduwplekje, een betere oplossing.

Vanmorgen was ons eerste werk naar de supermarkt gaan. Arbeid vóór ontspanning! Altijd een belevenis op vakantie en niet op 1-2-3 klaar, want er zijn zoveel dingen te ontdekken en de ideeën voor het menu van de komende dagen kunnen rijpen. We hebben hier een keuken + bbq, dus is het zeker de bedoeling om af en toe zelf iets te koken met de geweldige producten van hier. Aubergine bijvoorbeeld vind je hier in wel 5 verschillende vormen en kleuren!

Alleen al de rayon van de pasta beslaat 2 gangen.

En dan de wijn uitkiezen😱😱… niet verwonderlijk dat onze 2 pubers er eerder de brui aan gegeven hebben. Het werd een ochtendvullende activiteit.

Op 20′ van Spoleto vind je de wijnstreek Montefalco met de typische druif Sagrantino. Een domeinbezoek staat zeker op de planning, nu is het nog kiezen “op den wilde boef”. Meer daarover weldra, want er zit nog een tof verhaal aan vast! Wat de witte wijn betreft gaan we voor de typisch Umbrische Grechetto.

Enfin, we kunnen eten en drinken vanavond.

Verder vullen we de dag met zwemmen, Scrabble (we wijden hierbij niet uit over de winnaar) en een korte siësta.

Willem en Lasse drogen tussendoor ook nog even 2 van de pakweg 6 kinderen en neefjes van de eigenares af met voetbal (10 en 13 jaar en supporters van Torino en Juve): Italië – België : 10 – 1! De match werd vroegtijdig stil gelegd, want de Italianen moesten zogezegd gaan eten…

En dan is het tijd voor het belangrijker werk: Brugge speelt de voorronde van de CL tegen Kiev en “la Mama” maakt ondertussen het eerste homemade diner op Italiaanse bodem. Het werd een eigen versie van spaghetti all’amatriciana met rigatino en gegrilde groenten.

Om te bekomen van de spanning van de match ( het wordt 10 tegen 10, een owngoal van Brugge en pure horror in de slotminuten, wegens 6 minuten extra) en het eten, genieten we nog van het uitzicht “by night” en de volle maan. Het is hier zalig rustig! Enkel wat klokken vanuit het dal gehoord om 20h50, een middeleeuwse traditie om aan te kondigen dat de stadspoorten gingen sluiten.

Morgen is het terug tijd voor wat actie! Benieuwd wat de dag brengt.

Regen, mist en 40 graden

De nachtrust was op z’n minst anders dan gewoonlijk te noemen. Ons hotel ligt recht tegenover de kerk en de klokken werken daar naar de gekende zwitserse nauwkeurigheid : op het half uur 3 slagen, op het uur in volle harmonie en dat vanaf een uur of 3 ’s nachts. Maar zoals ik tegen mijn goede vriendin Ilse reeds zei (die met haar gezin, ook op weg naar Italië, de nacht ervoor in dezelfde kamer sliep): dan weet je dat je op vakantie bent en niet thuis in je bed ligt om de volgende dag te gaan werken😉.

Aan het ontbijt werden we verwelkomd door een zeer lieve mevrouw die de tijd nam om het aanbod van het buffet te overlopen (inclusief de nutella) en wel 6 keer kwam vragen of we iets anders wilden dan dat wat er al stond. Je werd er zowaar wat ongemakkelijk van.

En dan “en route” voor de volgende etappe richting Italië. Geen dag te vroeg zou ik zo zeggen, want het regent sinds vannacht pijpenstelen en de bergen die we gisteren nog konden bewonderen zijn vandaag in een dik pak mist gehuld.

In de auto krijgen we nog een paar goei moppen van Lasse als opwarmer: waarom is Rusland niet vlak? Er zit een Poetin!

Deze keer moeten we niet twijfelen of we de Ghotard tunnel nemen of de pas. Boven valt er toch niets te bewonderen nu, en bijgevolg de extra tijd die het neemt om over de berg te rijden niet waard. 17 km lang door de tunnel dus. We hopen op beter weer op de terugweg, want het zicht via de bergpas is toch altijd de moeite.

We rijden de Ghottard binnen aan 15,5 graden en komen de San Gottardo buiten aan 27,5. Enkel het zonnetje ontbreekt nu nog, maar de tijdingen van de vriendjes die ondertussen in Bologna zitten zijn veelbelovend.

En effectief, na 130 km rijden is de zon er! Dit gecombineerd met een echte Italiaanse chanson uit de boxen: daar kan niets tegenaan!

geen lek file onderweg, een tussenstop voor een pizzapunt en vervolgens laten we Lombardije, Emilia-Romagna en Toscane achter ons en rijden Umbrië binnen.

We passeren voor de laatste trek heel wat dorpjes die we op onze short list hebben staan om te bezoeken: Perugia, Assisi, Montefalco, Trevi… Dat brengt heel wat animo teweeg, want liggen stuk voor stuk aanlokkelijk te schitteren in het glooiende landschap.

De aanwijzingen tot aan de onverharde weg, die ons naar onze stek moet brengen waren vrij duidelijk. Toch slagen we erin om met 4 het huis te missen…dat was nochtans niet echt aangeraden, het stijgt en daalt nogal en Willem moet alles uit de kast halen om de auto, zwaar geladen als die is, terug boven te krijgen… kwestie van de temperatuur nog wat te doen stijgen😱 (die was op die moment nog maar 40,5) !

Maar dan wordt ons geduld beloond en komen we aan bij “Il Sogno” waar we warm onthaald worden door Alexandra, die ons enthousiast een uitgebreide rondleiding geeft. We wisten dat er een mooi zicht zou zijn op Spoleto, maar nu het voor echt was, stonden we toch even perplex!

Even snel uitpakken, een plonsje en daarna naar Spoleto om iets te eten.

De duisternis was ondertussen ingetreden en het was even zoeken in een wirwar van sterk stijgende straatjes om de “bewoonde wereld” met restaurantjes te vinden (en daarna onze geparkeerde auto aan de rand van de stad).

En nu flink slapen. morgen moeten we eerst onze provisie inslaan in de plaatselijke supermarkt. Altijd iets om naar uit te kijken, want veel dingen om te ontdekken. We lassen een rustdagje in om even te wennen aan het huisje en te genieten van de prachtige omgeving.

Destination Umbria

Precies 1396 km zijn we bij vertrek verwijderd van onze eindbestemming Spoleto, en daarmee kunnen we bijna niet méér in het middelste middelpunt van de laars zitten.

Vergeleken met de voorgaande jaren wagen we ons deze keer aan een eerder rustig concept, aangezien we 2 weken vanuit dezelfde uitvalsbasis opereren. Onze eerste prioriteit: de kinderen overtuigen dat dit niet saai hoeft te zijn. En na een hele vakantie van ‘hut naar her’ zullen ze ons nog dankbaar zijn voor een paar rustigere dagen aan het zwembad met zicht op het mooie Italiaanse land.

Maar de 14 uur durende trip doen we uiteraard niet in 1 trek, het is tenslotte vakantie. Onze eerste tussenstop is voorzien in Luzern.

Willem is hier een tijdje “kind aan huis” geweest voor een project, het stond al lang op zijn verlanglijstje om ons de stad te laten zien. Hij was destijds in volle voorbereiding van een marathon, dus hij had op alle mogelijke uren van de dag Luzern en omgeving al lopend verkend… lekker makkelijk dus: follow the leader!

We kwamen al rond de middag toe (het voordeel van op een zondag te vertrekken, geen enkele file gehad), dus alle tijd om op het gemak de stad te verkennen en een terrasje te doen langs het water.

Een stad met twee gezichten: rechts van de haven het toeristische centrum, oude glorie in zeer goede Zwitserse staat, in de jachthaven zelf de meest moderne gebouwen en de “hangplaats” bij uitstek voor de locals. Eerlijk gezegd moeilijk om te beslissen wat nu het meest aanspreekt.

Een obligate family fotoshoot kon uiteraard niet ontbreken.

Wegens vertrek om 6 uur vanmorgen en gisteren nog maar net terug van chirokamp konden we Mare en Lasse na ons tochtje quasi bijeen vegen en besloten we verder door te rijden naar ons hotelletje, een kwartiertje verder op in Alpnach. Altijd weer spannend om te kijken waar je terecht komt. Maar dat viel reuze mee. Een echt landgasthotel https://www.schluessel-alpnach.ch/van het beste soort. Nikske design uiteraard, veel hout en rood-wit geruite decoratie en zitbanken in plaats van fancy stoelen. Maar laat dit nu net dat zijn waardoor we ons welkom voelen. Als kers op de taart kregen we ook een ´room with a view’.

Het plan om misschien na een verkwikkende douche terug richting Luzern te trekken werd stante pede en unaniem naar de prullenmand verbannen.

Hebben ze hier ook nog een gezellige biergarten en een restaurant met streekproducten (homemade cordon bleu en capuns… rest je je enkel nog af te vragen: “wat drinken we daarbij”?

Bijkomend voordeel: na deze geweldige maaltijd rol je direct moe maar voldaan je bed in, klaar voor de tweede etappe morgen.

Guete-n-obig!

The rich & the famous…

De tocht naar Olbia verliep vlot. We zouden vanaf 11 uur kunnen inchecken in ons nieuw hotel, dat pal in het oude centrum van Olbia lag. Daar aangekomen, bleek het een B&B zonder receptie te zijn, gelukkig was er net iemand aanwezig, lees: aan het rondhangen. Maar onze kamer bleek verre van klaar en hij was duidelijk ook niet op de hoogte dat er een familiekamer gereserveerd was. Het werd dus weer Commedia dell’arte van de bovenste plank: hij trommelde in de gauwte nog wat volk op, er werd wat druk gedaan, ik stond met onze bagage op de stoep, Willem bleef ondertussen in de auto in een smalle straat waar je niet mocht parkeren. De andere passanten moesten dus voorbij rijden, half het uitgezette terras van het naburig restaurant meenemend.

Na een minuut of 20 mocht ik mee naar boven, en kreeg de uitleg volledig in het Italiaans. Ik knikte maar wat en liet de bagage achter om daarna terug in de auto te springen.

Het plan was om eens naar Costa Smeralda te rijden en te gaan rondneuzen in Porto Cervo, de thuishaven van de rich & famous (o.a Gwyneth Paltrow en Steven Spielberg) en waar er een rits aan imposante yachten en auto’s te zien zou zijn.

De oude haven is mooi en dat is ook waar de dure winkels, stijlvolle restaurants en loungebars zich bevinden. Een cocktail aan 35 EUR, een simpele pasta pommodoro aan 25 EUR en we zagen een outfit in de etalage voor een kind ter waarde van 1070 EUR!

De echt grote yachten hadden we nog niet gezien, dus reden we nog een stukje verder naar het nieuwe stuk haven, maar dat viel wel wat tegen. We hadden ons verwacht aan iets zoals Puerto Banus in Malaga, maar hier geen mooie boulevard om te flaneren en zien en gezien te worden. Er was letterlijk geen kat.

We reden dan maar terug naar Olbia en passeerden nog wat magnifieke zichten en stranden waar het letterlijk over de koppen lopen was. Ik heb een sterk vermoeden dat de “rich” hier effectief iets aan het water toevoegen, want zo blauw hebben we het nog nooit gezien.

Terug in Olbia maakten we nog een avondwandeling, vonden we een gezellig loungebar voor een apero, een streekproductenwinkel voor souvenirs en een restaurant op het pleintje bij onze B&B om te eten.

Olbia is heel charmant en mooi. Mooie gevels met een wat Victoriaanse uitstraling en het straatbeeld vol mooie kleurige bloemen.

Wat dat restaurant betreft (Officina del Gusto), dat bleek een mooie afsluiter te zijn. Heel lekker gegeten en gedronken in een mooie setting. Het kwam recht uit de boekjes. Ware het niet dat er een dakloze, die het pleintje als zijn stek voor de avond en nacht had gekozen, de hele tijd de rust verstoorde door op iedereen te roepen en te tieren. Nu is er al sowieso heel veel Polizia en Carabinieri op de been in heel Sardinië (ze doen ook veel controles aan uitvalswegen bijvoorbeeld). Maar hier werden steeds meer agenten opgetrommeld om de brave ziel te overtuigen weg te gaan. Op den duur stonden ze daar met z’n achten en werden er ook nog – denken we – sociale werkers opgetrommeld en druk getelefoneerd. De dakloze trok het zich allemaal niet aan en even later lag hij in zijn slaapzak rustig op een bank te slapen en dropen de inderhaast opgetrommelde troepen stilletjes af. Typisch !

En dan was het stilaan tijd om te gaan slapen, het zou weer een korte nacht worden. Morgenvroeg om 7 uur worden we verwacht in Golfo Aranci (op 20 minuten van onze B&B) en nemen we de ferry van Corsican Ferries richting Livorno.

Een beetje van alles: natuur, cultuur en vooral veel plezier!

Zaterdag trokken we rond de middag naar het noorden om te kanoën. Hoewel hier meerdere riviertjes zijn die er zich toe lenen, hebben we enkel in Valledoria een organisatie gevonden die excursies aanbiedt op de Coghinas rivier. We werden om 15 uur verwacht voor een tocht van enkele uren, dus hadden we ook nog tijd om Castelsardo te bezoeken. Dat viel op zich een beetje tegen: erg toeristisch en je merkt dat men in de meeste etablissementen een druk seizoen achter de rug hebben. De glimlach is er soms niet meer bij.

Valledoria was een echt paradijs voor kiters, surfers en allerhande watersporters. Daar waar de rivier in zee uitmondt zijn verschillende “stagni”, waar de wind – afhankelijk van de ligging- meer of minder vat op heeft, dus voor ieder niveau wat wils. We deden een tocht die tussen de 2 à 3 uur neemt, stroomopwaarts (dus in de andere richting dan normaal), want er was redelijk wat wind. Dus moesten we redelijk wat inspanning leveren om vooruit te komen. Mare en ik zijn verschillende keren in het riet terechtgekomen, hilariteit alom dus bij de boys die plat lagen met ons gekibbel en pogingen om er terug uit te geraken. Voor de rest ideaal tochtje om een “couchke” bij te krijgen en te genieten van de stilte en vele vogelsoorten.

Die avond wilden we nog eens buiten het hotel gaan eten, kwestie van wat afwisseling te hebben en voeling te krijgen met het dorp en de bevolking. Op weg naar daar ontdekte ik eindelijk een kurkbedrijf. Al veel gevilde bomen gezien, maar nog geen plek waar het allemaal samenkomt.

Ik had een zeer a-typisch restaurant qua uitstraling gevonden (met een mooi tuintje, weg van de straat, in tegenstelling tot de meeste restaurants dus), maar met een uitgesproken sardijnse kaart. Willem had als voorgerecht iets met kalfszwezerikken en ik probeerde de gefrituurde zeeanemoon (Orziadas). De pizza benaderde voor het eerst die van Il Daino (volgens Lasse). Een echte aanrader!

De volgende dag was onze laatste volledige in Abbasanta. Oorspronkelijk wilden we Alghero nog bezoeken, maar we kozen ervoor om de wat grotere stad links te laten liggen en richting Cabras te rijden. Dat is een oud vissesdorpje, met een stuk of wat prachtige stranden in de buurt en de mooi gelegen archeologische site Tharros.

We liepen naar deze site via het strand en omwille van de sterke wind waren er best wel sterke golven die op het strand beukten. Dolle pret voor Mare en Lasse natuurlijk, die een spelletje deden om de golven te slim af zijn. Alleen was één grote golf Lasse te slim af! Van kop tot teen kloddernat en alle reservekleren lagen nog in de auto… dat werd dus uitwringen en in de onderbroek wachten tot alles min of meer droog was. Gelukkig werkt die eilandwind sneller dan een droogkast en konden we vrij vlug verder.

De site van Tharros was oorspronkelijk een haven door de Feniciërs opgericht. Heel mooi, omdat ze letterlijk bijna in zee ligt.

Daarna wilden we eindelijk het strand met de speciale quartzkorrels wel eens met onze eigen ogen bewonderen, in Is Atturas. Er werd deze zomer extra de nadruk gelegd op het feit dat veel toeristen deze kleine steentjes in een pot mee naar huis nemen en hierop strenger zou toegezien worden. Agenten in burger patrouilleren op het strand en wie betrapt wordt, krijgt onmiddellijk een boete die oploopt tot 3000 EUR.

Terug op de parking hadden we prijs… zou straf zijn om al 3700 km gereden te hebben sinds ons vertek, Rome gepasseerd te zijn en geen kras of deuk in de auto. Een braaf koppeltje van een jaar of 60 parkeerden zich naast ons met de dochter op de achterbank, net op het moment dat we vertrokken. Een flinke windstoot zorgde ervoor dat de deur van mevrouw tegen onze auto vloog en muurvast kwam te zitten. Grote paniek bij het echtpaar, een beetje aandoenlijk eigenlijk. De “scusi’s” vlogen in het rond! En geen letter Engels natuurlijk! Gelukkig konden we met de dochter communiceren en gegevens uitwisselen. Geen grote schade, maar het wil natuurlijk weer lukken.

Op de terugweg maakten we nog een stop bij de boog van het kustdorp S’archittu. Hier kan je nog een wonder der natuur bewonderen (er zijn er zoveel op Sardinië): een rots die door de het water op zo’n manier werd bewerkt, dat er een boog ontstond.

Het dorpje zelf had voor de verandering een soort dijk om over te flaneren, dat waren we hier nog niet veel tegengekomen.

Er was voor het eten nog tijd voor een aperoke aan en een plonsje in het zwembad van het hotel. Daarna ons laatste avondmaal hier en tijd om afscheid te nemen van Oman, de ober en manusje-van-alles in het hotel. Hij komt van Mali, studeerde in Parijs (en spreekt dus perfect Frans) en woont en werkt al 6 jaar in het hotel. Een echte chou chou!

Morgen trekken we nog 1 keer verder, richting Olbia en Costa Smeralda.