Dolce far niente

Vandaag geen kilometers in de benen of in de auto, enkel een dagje zalig nietsdoen.

Lezen, zwemmen, paardjes aaien, terug lezen, terug zwemmen, wijntje drinken, en alles een paar keer opnieuw.

Er valt weinig anders te melden, buiten het feit dat we nog even voor het eten een bezoekje brachten aan het nabijgelegen dorpje (Ghilarza) om daar een apero te drinken.

En dan terug naar het hotel voor alweer een geweldig diner.

Schaapjes tellen

Vandaag verhuisden we van locatie en deden we het wat rustiger aan. Laat ontbijt, late check out en dan de auto in voor een panoramische rit van oost naar west. Eerst nog in een berglandschap met soms smalle wegen. Willem moest zelfs één keer uitstappen om te onderhandelen over wie terug achteruit moest. Hij won het pleit, van een Nederlander nog wel!

Onderweg kwamen we Duitsers tegen die ook genoten van een panoramische tour, ware het niet dat zij een meer opvallende wagen hadden. We reden achter hen een bergdorp binnen, de gezichten van de op straat weer talrijk aanwezige inwoners! Hilarisch!

We kruisten ook talrijke keren het spoor van de “trenino verde”, een ouderwets stoomtreintje dat – in de zomer- af en toe rijdt van het zuiden naar de oostkust en van de oostkust naar de westkust. Je komt zo natuurlijk op plaatsen waar je zelfs met de auto niet kan komen en is waarschijnlijk wel de moeite als je hier geen auto hebt. Op die manier kan je toch een groot stuk van het (land)schap zien.

En dan braken plots alle hemelsluizen open! Donder, bliksem, hagel en héél veel regen. We moesten zelfs even aan de kant gaan staan, op de weg stond het water in no time enkele centimeters hoog, dit land is duidelijk niet voorzien op dit soort weer.

Aangekomen aan het hotel, was het min of meer gestopt met regenen, maar zat de hemel nog helemaal dicht! Dus van het geplande chillen aan het zwembad voor de rest van de dag kwam niets meer in huis.

De Sardijnen zitten hier met de handen in het haar trouwens, ze weten niet wat hen overkomt: 3 onweersbuien op nog geen 2 weken tijd! Dat is al meer dan in pakweg de laatste 5 jaar!

We besloten uit te pakken en een bezoek te brengen aan het mooie Bosa. We zitten hier nu echt op de boerenbuiten, dus af en toe moet je rekening houden met een schapenfile.

Verder zie je hier ook veel paarden en koeien. We hebben trouwens paarden aan ons hotel, die vrij mogen rondlopen over heel het domein, zelfs bij het zwembad.

Verder zijn de stammen van alle bomen hier gevild, het zijn namelijk kurkbomen. De bast wordt verwerkt, een beetje zielig zicht eigenlijk.

Bosa is echt de moeite om even in rond te lopen. Heel mooi, met al die gekleurde gevels en supersmalle straatjes. Langs deze straatjes en trappen klommen we naar boven naar de Castello, waar je een mooi uitzicht hebt op de stad en de monding van de rivier de Temo in zee. Het is ook een gezellige stad, vol leven en overvolle pleintjes en terrasjes.

Om half 9 werden we terug verwacht in het hotel voor het diner, waar we toch weer buiten konden zitten. Er wordt hier elke dag gezorgd voor een menu met antipasti, primo piatti, secondi piatti en dessert. Vanavond stonden er bruchette, pasta funghi, scaloppine en de typische sardijnse Seadas met kaas en honing op het menu. Overheerlijk!

Morgen is er terug goed weer voorspeld met 31 graden, tijd dus om het zwembad hier uit te proberen!

De zilveren deur

Onze laatste volledige dag in Osini , morgen trekken we richting westkust, en dus weg van die immense bergen. We wilden graag in schoonheid hiervan afscheid nemen en de Supramonte en het Gennargentu-gebergte (letterlijk vertaald “zilveren deur”) in hun volle schoonheid bewonderen. Daarvoor moesten we enkele kilometers noordwaarts rijden.

Dus planden we een mini-roadtrip om het gebergte heen, en we kozen ervoor eerst de bergen te trotseren op daarna terug te keren langs de kust.

We kregen weer heel andere landschappen te zien, maar ook andere mensen en gewoontes. Dit is typisch de streek van de stugge bergbewoner, dorpen zijn hier niet heel klein, want men gaat hier eerder geconcentreerd wonen. De rest van de omgeving oogt heel desolaat.

Stilaan naderden we Supramonte, die hier de “berg der bergen” wordt genoemd. Nog één scherpe bocht verder en we hadden er een prachtig zicht op, met achterliggend de Gennargentu die deze berg lijkt te omarmen.

Eerste stop was Orgosolo, een bergdorpje dat gekend is om zijn politieke en religieuse muurschilderingen. Oorspronkelijk begonnen vanuit protest tegen de geplande bouw van een militair kamp, later uitgegroeid tot een aparte kunstbeweging.

We zetten onze tocht verder langs Oliena, een stadje dat vandaag redelijk doods aanvoelde. De dag voordien was er een groot dorpsfeest geweest en bovendien was het siëstatime.

Op de weg was het trouwens heel de tijd opvallend rustig, we kruisten amper 3 auto’s. De hoofdweg wordt ook amper onderhouden. Het is hier moeilijk rijden: de weg ligt hier en daar vol met hopen zand en steenlawines (ongetwijfeld een overblijfsel van het laatste onweer), het onkruid woekert hier welig tussen het kapotte wegdek. Hier is het, zoals Willem terecht opperde, 1-0 voor de natuur.

Dan verder naar Dorgali, dat brengt ons langs een prachtig meer, Lago del Cedrino.

In Dorgali zelf deden we een korte tussenstop om iets te eten. Overal hangen hier feestelijke vlaggetjes, de maanden juli en augustus zijn feestmaanden en elk dorp heeft dan wel iets te vieren.

Dit was voor ons vandaag het verste punt, daarna keerden we terug richting zuiden. We wilden ook nog een stopje doen aan een strandje, wat ons natuurlijk weer keuzestress opleverde.

Cala Gonone, de eerste badplaats die we tegenheeft prachtige stranden, maar de mooiste enkel via boot bereikbaar en het is er ook heel druk. Eens daar voorbij, rijd je een stukje verder van de kust, want de weg moet plaats maken voor de Gennargentu die hier majestueus in de zee uitloopt.

Deze weg is sterk kronkelend (nog nooit zoveel bochten na elkaar genomen, zegt Willem) en steeds stijgend om boven de 1000 meter uit te komen. Op dat moment rijd je bijna op gelijke hoogte met de kam van de Gennergentu, die qua kleur zijn naam alle eer aandoet.

En dan doemt plots de Gorruppu-kloof op, de “place-to-be” voor hikers. Oorspronkelijk stond dit ook nog op onze “nice to do”-lijst. Maar hiervoor moet je je toch wel beter voorbereiden. Voor de tocht naar de kloof zelf met 2 kinderen zoals die van ons moet je meer dan 1 uur tellen. In de kloof is het op sommige plaatsen op handen en voeten klauteren en ben je ook al 2 uur zoet en dan rest er nog de tocht terug naar boven. Om nog maar te zwijgen van de hoeveelheid water die je nog moet meesleuren… dat alles opgeteld, lijkt het ons op dit moment iets te hoog gegrepen. Maar we hebben elkaar plechtig beloofd hiervoor nog eens terug te keren.

Stilaan kwamen we terug in een groenere omgeving, hier is duidelijk terug meer water beschikbaar en we kwamen ook weer geitjes op wandel tegen. Die hadden allemaal een bel aan, hetgeen een gezellig geklingel geeft.

Het kuststadje Santa Maria Navarese klonk ons al vanaf het begin als muziek in de oren, dus wilden we dat wel eens uitproberen als plonsstop. Het strand was ondertussen al wat minder bevolkt, het was tenslotte al na 5 uur. Ideaal dus om nog wat te kunnen chillen en te zwemmen.

En dan was het tijd om terug naar “Da Maria” te gaan. Er was net iets teveel wind om buiten te zitten, dus konden we het etablissement ook eens vanbinnen bewonderen. We kregen een plaatsje in wat een geïmproviseerde living leek, zeer speciaal, we voelden ons direct thuis! En alwéér was het lekker en een gezellige boel en alwéér waren we de enige toeristen.

Het was onze laatste avond in Osini, dus in het hotel aangekomen pakten we al wat dingen in. Morgen checken we om een uur of 11 hier uit en reizen we verder naar Abbasanta. Dan doorkruisen we het land van oost naar west. Benieuwd wat we dan weer zullen ontdekken.

Hop met de beentjes!

Nuraghe, nuraghi… het blijft iets dat ons vreemd is. Dus hoog tijd om eens van dichtbij te ontdekken wat het nu precies is. Het geluk wil dat er niet ver van ons hotel een site is met de best bewaarde en grootste nuraghi van de streek, die van Serbessi. Speciaal aan dit exemplaar is dat je nog tot op het dak kan zonder dat je je leven riskeert. In principe kan je een heel eind met de auto er naar toe, maar we wilden vandaag ook een stevige wandeling maken, dus lieten we onze auto op 3 KM van de site achter. Het was een goed bewandelbare weg tussen de bomen, de kanten bezaaid met oneindig veel stenen en rotsblokken en af en toe een opening waar je een glimp opving van één of ander prachtig uitzicht.

De verschillende soorten uitwerpselen op de weg lieten ons raden welk dier erbij hoort. Dat kan gaan van herten over everzwijnen tot geiten. Maar jammer genoeg hebben we geen enkel exemplaar gezien.

De eerste 2 Km kwamen we dus geen kat (of andere diersoort) tegen, wel een vreemde ervaring als je de enige weg opgaat naar een toch wel toeristische attractie… hier zijn werkelijk geen platgetreden paden!

Stilaan zagen we ons einddoel voor ons opdoemen en beseften we dat er ons nog een serieus klimmetje stond te wachten, want we hadden tot nu toe vooral bergafwaarts gewandeld.

Effectief, de laatste 700 meter gingen we flink in het rood. Dook er plots een hokje voor onze neus op’met 2 ´bewakers’ van de site, die uiteraard enkel een uitleg in het Italiaans konden geven. Waarom zouden ze ook anders, naar onze schatting en – op basis van wat met onze eigen ogen gezien hebben – passeert hier zo’n 30 man per dag. En dan is het nog hoogseizoen ook! Bovendien zijn de meeste toeristen in deze afgelegen stukken van Sardinië zelf Italianen. Enfin, ik had er weer zo goed als niets van verstaan (het gaat ook zo snel hé), maar Willem dacht wel het merendeel begrepen te hebben. Nog even verder klimmen en we zaten op de site met nuraghi.

Een beetje omkadering is misschien wel gewenst. Nuraghi zijn tapsvormige torengebouwen die opgetrokken zijn uit los op elkaar gestapelde grote stenen. Het markante is dat ze meer dan 1500 jaar oud zijn en er nog heel veel niet ingestort zijn. Ze zijn dus op een zeer ingenieuze manier gebouwd. Hun functie? Afhankelijk van hun positie gaat dit van uitkijkpost (op een kaap aan zee) tot toevluchtsoord (in de bergen, zoals deze die we bezochten) bij aanvallen van vreemde volkeren. Die zijn er door de eeuwen heen best veel geweest : Feniniciërs, Moren, Romeinen, Germaanse vandalen, Spanjaarden,… noem maar op!

Eens op het dak van de grootste nuraghe aangekomen, heb je een prachtig zicht op de omliggende bergtoppen en de vallei. En het feit dat je daar met z’n 4 alleen rondloopt geeft een machtig gevoel.

O ja, er was ook nog een grot. Die was mooi hoor en van groot historisch belang, maar we hadden er gisteren wel een ander exemplaar gezien, dus daar waren we minder van onder de indruk.

Terug op weg naar de auto dan, nadat we afscheid hadden genomen van onze vrienden in het hokje. De 3 km in omgekeerde richting was nu heel de tijd stijgend. Mare liep voorop en had de goede cadans gevonden, zij bepaalde een stevig tempo. In no time waren we terug aan de auto. Qua workout kon dit wel tellen!

Aangekomen bij de auto besloten we – nu we toch bezig waren – ook nog een bezoekje te brengen aan de Scala di San Giorgio. We waren er nu al een paar keer voorbij gereden op weg naar ons hotel (dat ernaar vernoemd is), maar hadden nog niet de tijd genomen om effectief de beklimming te doen. Het is een massieve rots van het soort dat je enkel via touwen en klimijzers op kan. Maar de heilige Giorgio vond ooit dat het mogelijk moest zijn om makkelijke naar de andere kant te komen en heeft trappen laten uithouwen in de rots zelf. En nu kan je er dus zelfs met het kleinste kind op! Tijd dus voor workout nr. 2 van de dag.

En alweer prachtige zichten o.a op de omliggende dorpen Gairo en Osini. Ik denk dat we genoeg familieselfies hebben voor de rest van ons leven.

Daarna was het tijd om iets te gaan drinken in het hotel en ons op te frissen. We vinden de wijn hier heel goed en wilden toch eens passeren bij een wijnboer. We zitten hier specifiek in de streek waar de cananau druif wordt geteeld, dus was het nu of nooit.

Op’weg naar daar, hadden we in Jerzu een afslag gemist, wardoor we in de wel zeer smalle steegjes terechtkwamen met de auto. Ik heb Willem nog niet vaak weten panikeren, maar nu brak het koud zweet hem toch wel uit! En ik… ik heb meer mijn ogen dicht gehad dan open. Op sommige plaatsen moesten we de zijspiegels inklappen en hadden we langs beide kanten nog amper 1 cm over. Deze straatjes zijn nog net voorzien op de generatie van hoekige Fiat Panda’s, maar daar stopt het bij. Zo’n exemplaar reed trouwens vlotjes achter ons. Een glaasje wijn om de emoties en de schrik door te spoelen was dus meer dan welkom!

We bezochten ´Vitivinicola Antichi Poderi’ om wat wijntjes te proberen en te kopen.

Na wat research hadden we al begrepen dat deze wijnen bijna niet te verkrijgen zijn in België. De wijnboer kon dit bevestigen. Hij voert heel weinig uit en enkel een beetje naar Duitsland. Via Duitse sites had ik er al wat gevonden, maar de prijzen die ze daar vragen zijn ridicuul! Jammer genoeg hebben we niet genoeg plaats meer in de auto om een grote voorraad in te slaan, maar we kunnen wel een aantal flessen meenemen om thuis nog eens herinneringen op te halen.

Nu we toch in Jerzu waren, besloten we het stadje ook te voet even te verkennen en daar te eten. Jerzu is een typisch bergdorp, met meer kappers en café’s dan bakkers, Met kleine straatjes en waar je je niet van de indruk kan ontdoen dat je 30 jaar terug in de tijd reist.

De café’s hebben allemaal een stapel stoelen staan, je neemt er eentje af en zet je erbij op de stoep of op straat, waar er nog plaats is. Althans, voor zover je een man bent. De vrouwen zitten samen op het pleintje, druk pratend op een bankje onder de bomen met hun kroost. En de wat oudere weduwen haasten zich, volledig in het zwart gekleed, naar de avondmis.

Een groepje jongens tussen de 10 en 15 zagen we samentroeoen in een hoekje van het plein, een soort opbodspelletje spelend en stiekem trekkend van hun eerste sigaret.

En als kers op de taart komt er plots een man met kind op een paard voorbij gegalopeerd in de toch wel drukke hoofdstraat, los erop zonder zadel!

We hebben dit alles zorgvuldig kunnen observeren, want we hadden een ideaal plaatsje gevonden op het terras van ristorante “Da Maria”. We waren hier naar Italiaanse normen zeer vroeg om te dineren, de vaste ober was nog niet aangekomen voor de service (die zagen we iets voor 20h komen binnenwaaien). La mama riep haar dochter erbij (we schatten haar een jaar of 11) om ons te bedienen. Dat deed ze vlekkeloos, duidelijk al van jongs af aan de kneepjes geleerd. De zoon van een jaar of 7 mocht eerst nog wat voetballen met de maten op het plein, maar werd – eens het drukker werd – ook aan de afwas gezet.

De bediening was dus uitstekend, de setting geweldig en het eten tenslotte overheerlijk. En dat alles voor een zeer zacht prijsje! We komen hier zeker morgen terug!

Het werd tijd om onze tocht naar boven – in het donker deze keer – terug aan te vatten. Gelukkig kennen we ondertussen elke bocht wel, dus gaat het al wat vlotter en kwamen we met een écht vakantiegevoel, mijmerend over een prachtige dag, terug aan in ons zeer afgelegen hotel voor een afzakkertje en een potje UNO voor het slapengaan.

Deeper underground

Veel te doen en te zien hier, dus dachten we even een plannetje op te maken en te elimineren/prioritiseren zodat we efficiënt konden te werk gaan zonder dat het corvee wordt, want het is tenslotte vakantie. Begin er maar aan hé… Geen ontvangst hier, wifi is hier écht zoals surfen: je moet de beste golf te pakken zien te krijgen, maar voor je het weet lig je er weer af. Dan maar de receptie. We wilden op zijn minst een wandelkaart, kwestie dat je weet als je je hotel uitstapt dat je naar links of naar rechts moet. Helaas hebben ze enkel een paar toeristische brochures die – zoals Willem terecht stelde – gelukkig geen foto’s van auto’s bevatten, anders zou het meteen opvallen dat de laatste bijwerking in de jaren ’60 moeten gebeurd zijn. Engels zijn ze hier ook niet machtig, toen we in alle talen en gebaren dachten uitgelegd te hebben dat we wilden wandelen, kwam hij af met excursies voor rotsklimmen en opperde dat het misschien voor de kinderen wat moeilijk ging zijn! Welkom in the middle of nowhere!

Tijd dus om het geweer van schouder te veranderen. Ik had sowieso de grotten van Su Marmuri met stip genoteerd op een lijstje van “te bezoeken”, dus besloten we daar mee te beginnen, ik wist bovendien waar het ongeveer was. We maakten van de gelegenheid gebruik om op weg daar naartoe een tankstation te zoeken, onze tank kon het plots nog maar 60 km trekken. Eerste dorp : gesloten en geen mogelijkheid om via een automaat te betalen. Tweede dorp: geen tankstation, derde dorp ook niet… slik! Gelukkig was er eentje in Jerzu, waar we aan afgerond 1,9 EUR (!) per liter konden tanken. Die mens moet de rijkste burger van de streek zijn !

We pikten ondertussen dingen op met onze ogen en zagen al gauw wel wat mogelijkheden voor de komende dagen.

We ontdekten ook dat zowel Osini als Gario uit 2 delen bestaat: de bewoonde stad en een wat lager gelegen verlaten spookstad. Blijkbaar is hier in de jaren ’50 een enorme overstroming geweest en zijn die dorpen gewoon weggevaagd. Uit veiligheid hebben ze de nieuwe stad wat hogerop terug opgebouwd.

Nu onze tank terug vol zat, konden we de klim naar boven aanvatten richting grotten.

Wat een prachtige vergezichten en imposante omgeving!

En dan de grotten in. Ik had gelukkig toch wat fleecejassen ingepakt, je weet maar nooit… en die kwamen nu goed van pas. Het is slechts 10°C in die grotten, dat is dan plots een temperatuurverschil van een graad of 17! Maar wat was het mooi om te zien. We waren ooit al wel eens met de kinderen in die van Han-Sur -Lesse geweest en die zijn uiteraard ook de moeite. Maar deze zijn vooral immens groot, je hebt “zalen” van 50 meter hoog en 50 meter breed, dus op geen enkel moment een beklemmend gevoel. En je kan hier de grootste (gekende) stalagtiet vinden van 25 m hoog, zo’n slordige 2 miljoen jaar oud dus. Je mag er – na de uitleg- ook vrij rondlopen, dus genoeg tijd om rond te kijken en foto’s te maken.

We zijn daar wel een paar uutjes zoet geweest, want de tocht door het bewandelbaar gedeelte is zo’n 1,5 km en dan moet je nog terug ook. Het deed daarna toch wel deugd om terug in het zonnetje te komen.

Onderweg waren we nog een bordje tegengekomen met ‘cascata’ op. Het leek ons ook nog wel leuk om daar naartoe te wandelen. Dus wij op zoek naar watervallen… die hebben we helaas nooit gevonden. Afgaande op de borden onderweg gingen we ervan uit dat we redelijk in de buurt zaten. En we kwamen al wel wat andere mensen tegen die ook tevergeefs met hun google maps in de hand (ook hier geen ontvangst) op zoek waren… tot we de juiste man tegenkwamen die ons de weg kon wijzen. We stonden er quasi pal voor, alleen was de hele waterval opgedroogd… geen lek meer! Maar niet getreurd, tijdens onze zoektocht hebben we mooie dingen gezien en een verlaten kerkje ontdekt. Zoals gezegd, er is hier altijd wel iets te beleven.

Dan werd het toch wel tijd om de innerlijke mens te versterken en reden we terug naar Jerzu, waar naar ons gevoel het meeste aanbod is qua café’s. We instaleerden ons op het terras van een bar (die had gemakkelijkheidshalve een deel van het marktplein met zijn stoelen en tafels ingepalmd). Op de vraag of er ook iets te eten viel, kregen we een uitleg in het Italiaans waar we konden uit opmaken dat het een bijna-pizza was, maar geen echte, iets met tomaten en courgette en patatten. We gokten op een combinatie van flammekuche en quiche. Maar het werd uiteindelijk wat ze beschreef: een bijna-pizza. Lekker wel! En o ja, we hadden hier ook wel weer ontvangst. Je zou het dus kunnen benoemen als een internetcafé😂.

Op weg naar het hotel deden we nog wat exploratie voor morgen, we hebben een plan nu!

En dan was het tijd om te chillen, op te frissen, te aperetieven en te eten.

Tra mare e montagna

Terug gepakt (elk jaar nemen we minder en minder mee, maar blijkbaar toch nog altijd veel te veel), konden we vertrekken naar onze volgende bestemming. Onze eigenaar was weinig flexibel met uitchecken, dus besloten we om niet meer in het appartement zelf te ontbijten en wel onderweg in een pasticcieria. Althans, Willem en de kinderen aten, ik dronk koffie en fruitsap. Ze hadden enkel koeken met crème in, zelfs geen gewone croissant en als er iets is wat ik ’s morgens niet binnenkrijg, dan zal het dat wel zijn. “Op uw kin kloppen” noemen ze dat.

Onze eindbestemming lag zo’n 126 km verderop (centraal-oost) in Sardinië en het eerste stukje beloofde nog mooi kustgebied te zijn, dus bleven we zo lang mogelijk de kustweg volgen. In Villasimius reden we langs een stagno (moeras), waar er alweer flamingo’s te spotten waren, zij het maar een paar. Die moeten zich vergist hebben van seizoen, want op deze plaats verzamelen ze zich in de winter, komende vanuit de meer zuidelijke gebieden. Maar van ons mochten ze blijven, het is en blijft mooi om naar te kijken.

Daarna gingen we op zoek naar “Capo Cabonara”. Er zijn hier ongelooflijk veel baaien met bijhorende kapen en er staat meestal wel enige vorm van bebouwing op, een nuraghe of een castello. Dachten we dat we het gevonden hadden, bleek het een andere kaap en een ander bouwwerk te zijn, maar evengoed weer prachtig hoor!

Op naar de volgende dus. Via een zeer smalle lange zandweg met diepe getrokken sporen (niet evident met een laaghangende auto), kwamen we aan een afgelegen strand met zicht op … jawel, onze Carbonara! We hadden er zowaar honger van gekregen, dus besloten we onze picknick op te eten en daarna een plonsje te doen.

Het was hier rustig en ideaal om te snorkelen, dus werden de maskers nog eens bovengehaald.

Na onze tussenstop reden we wat meer het binnenland in en zagen we stilaan imposante bergen opdoemen.

Ter hoogte van het stadje Tertenia reden we nog een laatste keer richting zee, voor een korte break met koffie en een ijsje, om daarna de klim naar boven aan te vangen.

En wat een klim!! We doorkruisten 3 dorpjes : Jerzu, Ullusai en Osini zelf.

In Ullusai zei Miss GPS “sla hier scherp linksaf”, wat ze bedoelde was: “keer op het eerst volgende pleintje terug en rij dan rechts naar boven het straatje in”. Onmogelijk om zo haaks je bocht te nemen.

De straatjes zijn in deze dorpjes al bijzonder smal, staan er uiteraard ook nog auto’s geparkeerd én zit de plaatselijke bevolking ook nog samen op wat stoeltjes… je kan niet anders dan bijna hun poep eraf te rijden.

Maar om aan ons hotel te geraken moesten we ook nog de Scala di San Giorgio, een massieve rotspartij, passeren. We hebben nu al flink wat in de bergen gereden in ons leven, maar dit was wel héél pittig!

En dan kwamen we eindelijk aan bij ons hotel: afgelegen, zeer rustig en mooi. De familiekamer is hier zeer ruim, met balkon. Als je de balkondeuren opent, waan je je in pakweg Oostenrijk, want de houtovens geven hun specifieke geur af. Dat gecombineerd met berglucht: een mens zou van minder gelukkig worden.

We installeerden ons en dan was het tijd om te eten in het restaurant van het hotel. De recensies beloofden een goede kwaliteit tegen een schappelijke prijs, hetgeen ook waarheid bleek te zijn. Handig, want je rijdt hier niet zomaar even terug een paar dorpen verder om een restaurant te zoeken. Om te beginnen zijn er al amper aanwezig en bovendien was het ondertussen al donker.

De komende dagen zullen we voornamelijk in de woeste natuur doorbrengen. Willem kan al niet wachten om morgen tijdens een loopje op verkenning te gaan.

Cruisen

Vandaag trokken we de andere kant op, richting westkust. Dat betekent Cagliari voorbij, richting het eiland Sant’Antioco. Zo ver zijn we uiteindelijk nooit geraakt. Om te beginnen hadden we een lazy ochtend. We vertrokken pas rond de middag. Bovendien viel onze mond – ééns we op de weg tussen pakweg Pula en Teulada zaten – constant open van verbazing. We stopten hier en daar voor het uitzicht of reden een zandwegje af richting strand voor een plonsje of pootje te baden. Of om naar wat flamingo’s te kijken. Dat schiet zo niet op natuurlijk.

Deze kustweg staat inderdaad bekend om zijn panoramische vergezichten. Gisteren was het bovendien een groot stuk van de dag bewolkt. De temperatuur blijft hoog (28 graden), maar dit levert een geweldig dramatische lucht op, erg mooi voor een fotoshoot.

Alleen al de namen van de stranden en rotsformaties doen je duizelen: Scoglio di Porto Malo, Spiaggia di Ferraglione, Isola Su Giudeu,…)

We bleven tenslotte een tijdje op een strandje in Teulada. Onderweg hadden we wat fruit gekocht: druiven, perzikken en corsicaanse (!) peren en Willem had een flesje Prosecco in de picknicktas meegesmokkeld. Dat werd dus een picknick in stijl.

De weg naar huis was helaas minder idyllisch. Het begon niet alleen te regenen (en ai ai, mijn was hing nog buiten). Maar we hadden er ook geen rekening mee gehouden dat het zaterdagavond was en dat je hier hetzelfde effect hebt als in pakweg Budva – Montenegro. 1 hoofdweg en heel Sardinië dat quasi op hetzelfde moment naar de grote stad wil… een enorme file dus. Mare en Lasse vonden dat we “precies terug in België waren”. Of hoe een vakantiegevoel heel snel weg kan zijn.

Onze ETA werd plots 20 h en we wilden eigenlijk weer een keertje zelf iets koken. We stopten onderweg nog aan een Auchan en rond een uur of 10 ´s avonds zaten we dan toch aan de apéro en konden we daarna genieten (op algemeen verzoek van de kinderen) van … schnitzel met gebakken patatjes!

Morgen trekken we naar ons hotel in de bergen, weer een heel andere omgeving, een beetje weg van de wereld. Hoewel je op minder dan een uur terug op een strand kan liggen natuurlijk, zo immens groot is Sardinië natuurlijk niet.

Betoverd

Je moet er iets voor over hebben om een stukje paradijs op aarde te ontdekken…

We reden gisteren het stuk kust af van Quartu naar Villasimius, op zoek naar een strandje om de namiddag door te brengen. Vanaf de weg zagen we dat alle stranden goed vol lagen, zeker deze met parasols en ligbedden in de aanbieding. Nu zijn we zelf ook niet zo gek van deze drukte, maar vooral onze kinderen zijn liever ‘alleen’ op een strand. Bij Spiaggia di Genn’e Mari (op aanraden van mr. Trotter) was het ook druk, maar wat verder op de weg kon je parkeren en zagen we benden een jeep 4×4 staan. Als die daar was geraakt moest het ons te voet ook lukken. We namen onze handdoeken, snorkels, lectuur en wat water en proviand mee.

Effectief, beneden gekomen waren we op een paar mensen na alleen. Er was in ieder geval genoeg ruimte per kop. We vonden een goed plaatsje op een aantal grote rotsen en de fun kon beginnen!

De klim terug naar boven op het einde van de middag was zeer pittig, maar we hadden tenslotte een hele namiddag geluierd natuurlijk.

Na de douche besloten we naar Cagliari te rijden voor de rest van de avond. Weeral op aanraden van onze vriend Trotter kozen we een parking dicht bij het centrum, maar vlot toegankelijk voor niet-inwoners. In Cagliari zijn blijkbaar bepaalde stukken van de stad enkel ´plaatselijk verkeer’ en wordt het een wespennest als je daar in verzeild geraakt.

Tot onze grote vreugde dropte de GPS ons aan de Castello, pal op het ´gouden uur’… prachtig om te zien en geweldig om je uit te leven met je fototoestel. Je hebt zicht op de haven en het stuk natuurgebied, maar er zit ook een stukje stad bij én wat industrie. Een zeer fascinerende mix, overgoten met een prachtig ondergaande zon.

En zo af en toe zie je een zwerm flamingo’s vliegen boven je hoofd.

Eens de zon zo goed als onder was, deden we een toertje door de rest van de stad. Kleine straatjes, mooie pleintjes met gerestaureerde kerkjes, gezellige terrasjes,… een geweldige stad! Je kan aan alles merken dat deze stad heel veel verschillende en waardevolle invloeden heeft gekend.

We vonden uiteindelijk (met wat geluk) een plaatsje om iets te drinken en te eten op het terras van de Bastione de Saint Remy. Het bruist daar van het leven, hoewel het ons opviel dat het in de rest van de stad heel kalm was. Blijkbaar hadden we de “place to be” gevonden.

Terug naar de auto slenterden we nog wat door de straatjes. Die lijken eindeloos.

Een mooie afsluiter van een mooie dag.

Acclimatiseren

Onze boottocht moest toch wel even verwerkt worden. We hebben allemaal redelijk goed geslapen, maar al bij al te weinig. Op volle zee waren er toch wel serieuze golven te overbruggen bijkbaar, ik kan geloven dat sommige mensen serieus zeeziek kunnen worden. We hadden dat vorig jaar ook al meegemaakt, maar het feit dat je in het pikkedonker in de buik van het schip in een bed ligt, maakt het net iets meer spannend.

Om 6 uur komen ze kloppen op deuren, dan moet je onmiddellijk de kajuit verlaten, dus waren we toch al om kwart na 5 opgestaan om te douchen. We konden op het dek verder wakker worden en de eerste glimpen van Sardinië opvangen.

om 7 uur stipt meerden we aan en reden we Olbia binnen.

We moesten dan nog 2,5 uur rijden richting zuiden voor onze eerste bestemming: Quartu Sant’Elena. Dus gingen we eerst ergens ontbijten. Dat deden we in de jachthaven en ook hier waten enkel zoete dingen te vinden. Ik word eraan gewoon te ontbijten met een tas koffie, een fruitsapje en een croissant (deze laatste weliswaar met lange tanden).

De tocht naar het zuiden verliep heel vlot. Er is hier – eens je de haven uit bent – bijna geen kat op de baan. Het is meestal een gewone weg waar je 80 à 90 mag rijden, maar iedereen vlamt hier goed door. Italianen zijn trouwens nog steeds geen heren in ´t verkeer.

De uitzichten waren bij momenten fenomenaal en door het feit dat we quasi heel het eiland hebben doorkruist, konden we al de sfeer van heel wat toekomstige bestemingen opsnuiven.

Je moet je ogen goed de kost geven, want leuke dorpen wisselen zich af met bergpaadjes waar je een boer op een zwaar bepakte ezel naar beneden ziet komen of een flank vol met schapen.

We bereikten sneller dan verwacht Quartu, dus hadden we nog ruim de tijd om alvast het strand te verkennen en iets te eten. Quartu is een badplaats net buiten Cagliari met een mooi, maar drukbevolkt strand. Maar het is een perfecte uitvalsbasis om de streek te verkennen.

En dan was het tijd om ons appartement op te zoeken, dat eigenlijk aan de overkant van het straat ligt. We hebben een hele bovenverdieping, dus hebben we zeezicht en zicht op Cagliari.

We hielden na het uitpakken een stevige siësta om toch ons slaaptekort wat te compenseren. Daarna even met z’n allen naar de supermarkt, want Willem wou dadelijk de Bbq uittesten. Zalig zo’n winkel vol met producten die je niet kent of die net iets anders smaken dan thuis. In ieder geval: morgen staan er voor het ontbijt eitjes en enkel maar hartige dingen op het menu!

Voor vanavond was het zeevruchten als “antipasti” en “primi”, tagliata di manzo en worst met pasta pommodori van mama Ilse als “secondi”.

Trouwens, de wijn (wit van Alghero en rood Cannonau di Sardegna) was ook zeer lekker en is goedgekeurd. Er zijn hier bepaalde wijnen die op het eiland zelf voldoende te krijgen zijn, maar die – wegens te kleine oplage – niet geëxporteerd worden. Dus daar willen we toch ook wat meer van weten en vooral proeven.

En dan was het tijd om gaan te slapen. Mare kreeg het ineens in haar hoofd om buiten op het terras te slapen, helemaal ingesmeerd met muggenzalf (“dat wast er morgen wel af in zee”). Zot geval hoor, we hebben haar maar laten doen.

Deze ochtend was de eigenaar langs geweest om de planten op het terras water te geven, had ze in ieder geval niets van gemerkt. Hilariteit alom, want die mens moet gedacht hebben dat we haar hadden buiten gezet.

Sardinië, here we come!

Op onze laatste dag Rome moesten we ons nog bezig houden tot 18 uur. De boot vertrok pas om 22h45 in Civitavecchia (op 1 uur van Rome) richting Sardinië en Willem had dicht bij onze B&B een bewaakte parking gevonden die enkel ’s ochtends tot 11 uur en ’s avonds vanaf 18h open is. Onze auto stond daar al 3 dagen onaangeroerd.

Op zich kwam deze timing ons goed uit, want we wilden nog een laatste stukje Rome ontdekken. Dus om 11 uur hadden we de auto al geladen met onze bagage en trokken we er opnieuw op uit, richting Circo Massimo en vooral La Bocca della Verità, de leugendetector avant la lettre. Deze laatste sprak zeer tot de verbeelding van de kinderen. We hadden voor elk van hen een vraag bedacht waar ze eerlijk moesten op antwoorden, anders ging – geheel volgens de legende – hun hand eraf!

Hun handen en vingers hebben ze nog, maar hun antwoorden zullen een goed bewaard familiegeheim blijven.

Dan bleef er nog een bezoek aan de Aventijn over, waar ik hen één van de “hidden secrets” van Rome wou laten zien : het beroemde sleutelgat van Rome, met uitzicht op de Sint-Pieter door een gat in de haag.

Moet je gezien hebben en je gelooft het niet als je het niet gezien hebt!

Op de Aventijn is het zeer rustig, je merkt dat je al enigzins in een uithoek van de stad bent en dat er al wat meer moeite nodig is om daar te geraken. Jammer dat we dit niet bij valavond gezien hebben, vanaf hier heb je een prachtig zicht op de stad vanuit een rustige boomgaard met sinaasappelbomen.

We reden met de metro terug richting centrum om iets te eten. Het plan was om daarna nog wat te chillen in het park rond villa Borghese, maar een grote onweersbui stak stokken in de wielen. Dan maar schuilen in een barretje, er zijn ergere dingen in het leven.

Tegen 18h gingen we retour naar de parking om richting Civitavecchia te rijden. Daargekomen bleek het onweer ervoor gezorgd te hebben dat de stroom was uitgevallen, zodat de bewaker de poort niet open kreeg… lichte paniek toch, want we moesten op tijd zijn voor de boot. Een paar inderhaast opgetrommelde sterke Italian boys duwden de poort omhoog, waardoor de bewaker naar binnen kon rollen om daar de noodgenerator aan zetten. Oef dus!

Volgend stresjes kwam aan de haventerminal… ik had om te beginnen bij de reservatie 2 letters van Willem zijn nummerplaat verwisseld. En onze ervaring vorig jaar op de Griekse eilanden heeft weliswaar van ons doorwinterde ferryvaarders gemaakt, maar Italië is Griekenland niet. En bovenal : deze haven was toch van een ander kaliber dan die van pakweg Naxos. En hoe zou onze slaaphut eruit zien? En we hadden niet meer gegeten sinds vanmiddag, wanneer mochten we effectief de boot op? We vaarden tenslotte pas om 22h45 af…en uiteraard niet gedacht aan een picknick. Al gauw bleek dat we de enige waren, rondom ons stonden iedereen goed te smikkelen. Bij ons bleef het bij koekjes en wat snoep.

Veel uitleg vragen was er ook niet bij, hier stopt de communicatie in het Engels. Om iets voor 9 vlogen de kinderen en ik de auto uit en moesten wij met de bagage te voet het schip op. En dan op zoek naar onze kajuit, die was klein maar fijn.

Ondertussen was het restaurant en de bar, inclusief DJ open en konden we nog iets eten, de rest van het schip ontdekken en een afzakkertje nemen.

Benieuwd wat de nacht zal brengen, morgenochtend worden we wakker in Olbia.

De toeristische toer op…

Gelukkig had ik voor één keer voldoende kleingeld op zak, want voor we het wisten en enige instructies konden geven, lag het stuk van 2 x 50 cent in de fontein. Alleen niet op de juiste manier. Bij de 2 de poging was het wel raak: they will come back! Bij ons is dat althans toch gelukt, al hebben we wel een jaar of 25 op moeten wachten. Het was over de koppen lopen bij de Fontana di Trevi, maar het blijft een must do!

Het Pantheon en de tempel van Hadrianus kwamen we ook nog op onze weg tegen, daarna namen we de bus richting Colosseum.

Rome is niet alleen de stad van de 1000 terrassen, maar ook van minstens zoveel fonteintjes met drinkbaar water om je dorst te lessen.

Gelukkig, want de temperaturen stegen al dagen en dagen aan één stuk ruim boven de 30 graden uit. Het gevolg was dan ook onvermijdelijk: op de bus werden we reeds getrakteerd op een ongezien klank-en lichtspel. Heel speciaal zicht zo boven het Forum Romanum. Tegen de tijd dat we uitstapten, regende het flink door, een welgekomen afkoeling wel.

Waar ze het vandaan toveren weet ik niet, maar plots hadden de straatverkopers hun armen vol met regenponcho’s en plu’s. Waar dan ineens die tonnen en tonnen selfiesticks gebleven zijn is me een compleet raadsel. We besloten ons bezoekje van de 2 sites even uit te stellen en met de metro enige haltes terug te rijden om de innerlijke mens te versterken en daarna terug te komen.

Een uurtje later klaarde de hemel stilaan terug op en was er zuurstof genoeg “in the air” om aan te schuiven. Het is te zeggen, dat viel dan weer behoorlijk mee. Ik was vooraf wekenlang in dubio gebleven over het al dan niet reserven van tickets tot het kopen van de zgn. “Skip the line” tickets aan 28 Eur het stuk. Ik besloot het er op te wagen en ter plaatse de normale tickets te kopen aan het loket. Dat scheelt hem in ieder geval een slok op de borrel (80 Eur), waar we er ’s avonds dan ook 2 van hebben genomen.

Eerlijk waar, dat is – naast de restoproppers en de straatverkopers – hetgeen waar ik mij het meeste aan stoor hier. Zoek maar eens op de officiële website van het Colosseum de gewone toegangsprijs zonder al de toeters en bellen van rondleiding tot bezoeken aan het één of ander ondergronds en duister keldertje. Ik daag u uit!

Nadat we ter plaatse wat rustig hadden rondgekeken en vaststelden dat er effectief een héél lange wachtrij voor het Colosseum zelf stond aan te schuiven, ontdekte we een zeer korte rij aan een “ticket office” aan de overkant. Na amper 10 min. aanschuiven was het aan ons: 2 volwassenen + 2 kinderen : 24 Eur in totaal! Bam! En tot mijn grote vreugde zei de brave man aan het loket mij ook dat we nu een andere rij konden nemen die ongeveer 1/3 van de lange was. Na 20 min. waren we binnen. De lange rij naast ons waren de sukkelaars die thuis zelf al het werk hadden gedaan en online een ticket hadden geboekt en geprint…

Het Colosseum is en blijft een indrukwekkend gebouw, zeker met een beetje verbeelding over wat zich daar heeft afgespeeld.

We konden met hetzelfde ticket daarna gewoon het straat oversteken en binnenwandelen in het Forum Romanum, terwijl het zonnetje haar volle sterkte begon terug te vinden.

Dan was het tijd om terug naar onze B&B te “strompelen”. Zonder je het goed en wel beseft leg je kilometers en kilometers af, zelfs als je een stuk openbaar vervoer neemt. Bovendien is er een overdaad aan trappen in Rome, omdat je toch wel wat hoogteverschillen moet overbruggen. Onze beenspieren raken hier goed getraind.

Een douche en even chillen op bed was noodzakelijk. We besloten in de buurt te gaan eten, zodat we niet te lang meer moesten stappen. Een hele onderneming bleek, het ene na het andere goede restaurant is hier al in jaarlijks verlof (!). Rare mannen die Romeinen!

Uiteindelijk vonden we een leuk restaurantje: Calabascio. Het eten was waanzinnig lekker, maar we dachten nu toch wel écht dat we bij Basil Fawlty terechtgekomen waren. Het was niet dat de man echt onbeleefd was, maar volgens ons had er een handvol personeel zijn kat gestuurd, waardoor zijn stressniveau ongekende hoogten had bereikt. Hilarisch! We konden er wel om lachen en het was een leuke afsluiter van de dag.

551 treden…

Je moet best wat over hebben om je hemel te verdienen. Een lange broek, lange rok en een t-shirt met mouwen dragen bij 33 graden om de Paus te bezoeken bijvoorbeeld. Anders kom je er niet in, in zijn Basiliek. Echt met eigen ogen gezien: toeristen die 45 min. staan aan te schuiven in – toegegeven – een niemendalletje met net genoeg stof die wel door de veiligheidscontrole raken, maar dan net voor het het binnengaan teruggefloten worden door de wachters. “Dat ze bij een of ander toeristenstandje een sjaal kunnen gaan kopen om schouders en benen te bedekken”, terug naar af met andere woorden. We hebben ondertussen al begrepen dat Romeinen niet zo geweldig zijn in tijdig communiceren. Ander voorbeeld: op het einde van de wachtrij aankondigen dat ze geen kaarten en dus enkel cash accepteren om een ticket te kopen.

Gelukkig waren wij goed voorbereid en de rij viel mee, dus konden we redelijk snel binnen de San Pietro gaan bezichtigen. Prachtige kerk uiteraard, veel details om te ontdekken, je moet alleen wel door de massa kunnen kijken. Ik herinnerde me van mijn vorige passage hier dat ik toch wel onder de indruk was van de Pieta van Michelangelo, dat was deze keer niet anders.

Na een toertje koepels langs binnen bezichtigen (één van mijne favoriete objecten om te fotograferen), besloten we de grote koepel te beklimmen. Misschien waren we wat overmoedig om de 551 trappen te nemen, i.p.v. de optie stukje lift en dan nog 200 trappen te overwegen. Was me dat toch wel een stevige inspanning! laat ons zeggen dat we qua Kcal wat reserve hadden ingebouwd voor de rest van de dag. En even terloops vermelden – los van de inspanning – is het voor mensen met enige vorm van claustrofobie (ik bijvoorbeeld) ook geen lachertje. Op sommige stukken wordt de trap echt heel smal en volg je ook nog eens de kromming van de koepel : een heel benauwd gevoel. We moesten ettelijke mensen die het moeilijk kregen achter ons laten.

Maar eens boven is het uitzicht over het plein en Rome uiteraard adembenemend.

Een tussenstop langs onze B&B was daarna wel zeer noodzakelijk: kleren wisselen en de 2de douche van de dag.

Mare wou heel graag even naar het Hard Rock Café gaan, laat ons zeggen dat ze een nieuwe familietraditie in het leven wil roepen om overal waar we zijn er te passeren (en uiteraard ook een collectie t-shirts of pulls aan te leggen) . Dus namen we onze eerste metro in Rome richting Barberini. Geen wonder dat de metro op het heetste moment van de dag bomvol zit, ik vermoed dat ze de beste airco van de stad hebben. Dat was dus best wel een meevaller.

HRC ligt niet zo ver van de Spaanse trappen, dus dat hebben we ook nog even meegepikt. De zon op het witte marmer was verzengend, dus van de traditionele samenscholing van mensen van allerlei pluimage en soorten was nog geen sprake. Mare en Lasse begrepen dus niet zo goed wat hier dan wel speciaal aan was. “Het zijn toch maar gewoon trappen?”

Na een korte tussenpauze in het hotel en douche nummer 3 van de dag, gingen we op zoek naar een leuke eetplek in Trastevere. Deze wijk ten zuiden van onze B&B is misschien wel best vergelijkbaar met de buurt rond de Beurs in Brussel. Veel terrasjes, gezellige drukte, een trekpleister voor jong publiek en minder toeristisch dan Romeinse binnenstad.

De wandeling daar naartoe deden we langs de Tiber. Dat geeft prachtige zichten op de koepels en bezienswaardigheden van de stad bij zonsondergang.

We aten bij een Osteria (“Bacco in Trastevere”), uitgebaat door 3 zeer jonge dames: (h)eerlijk eten voor een kleine prijs.

De terugtocht naar het hotel deden we via de binnenstad met een onvermijdelijke passage bij een gelateria.

We trokken verder via Piazza Navone by night : Een groter contrast met de buurt waar we verblijven en waar we net aten kan je je niet inbeelden. Prachtig plein hoor, met de drie beroemde fonteinen. Maar je moet de verkopers met allerlei prullaria letterlijk van je af slaan.

Moe, 19.000 stappen en de 4 de douche van die dag verder, doken we onder de wol. Morgen belooft het minder warm te worden. Ideaal voor dag 2 van onze tocht door Rome.

34,5 degrees and rising…

Ik weet niet hoe het ondertussen in België is, maar wij blijven achtervolgd door een hittegolf. Vertrokken in Verbania in de regen (!), zagen we – eens we Milaan naderden – de thermometer alleen maar stijgen met een piek van 36 graden ter hoogte van Toscane.

De rit naar Rome bracht ons heel veel variatie in de landschappen: geen reliëf in de streek van Emilia-Romagna, bergachtig in Toscane en Umbrië. Deze laatste streek spreekt mij persoonlijk het meeste aan: het ene na het andere hooggelegen middeleeuwse dorpje, afgewisseld met akkers en weilanden. Me like!

En dan Rome. Het was al even zoeken op de ring, want de bewegwijzering was niet evident en kwam niet altijd goed overeen met wat mevrouw GPS ons vertelde. “Bestemming bereikt” bleek ook niet helemaal te kloppen, een straatnaam komt hier niet overeen met een straat, maar met een blok… kortom genoeg verwarring voor een discussie in Italiaanse stijl in de auto. Na een half uur zoeken en bellen hebben we onze B&B toch gevonden en konden we ons installeren.

Het plan om de wijk Trastevere vanavond nog te ontdekken (vlakbij onze B&B) hebben we maar laten vallen. 20 meter verder konden we terecht bij een prima italiaan : de eerste heerlijke pizza for the kids was een feit.

Morgen wordt het spannend, want dan mogen we op audiëntie bij de Paus…

On the road again…

We hebben er weer lang naar uitgekeken, eindelijk is het dan zover: we zijn volledig klaar om La Bella Italia onveilig te maken. Eerste plan was ons te beperken tot Sardinië, maar al gauw bleek dat Willem liefst met zijn eigen auto rondtoert. Het vliegtuig inclusief huurauto was dan ook geen optie en besloten we toch weer een “kleine” roadtrip te maken. Eerste stop : Lago Maggiore. Mare had ons al warm gemaakt, zij was aan het begin van de vakantie al naar Lago d’Isola met Kazou geweest. Ze vond het prachtig.

Onze rit naar Verbania verliep alvast heel vlot, geen enkele file, dus kwamen we om 5 uur in de namiddag aan, inclusief voldoende tussenstopjes (we denken aan de veiligheid). Willem heeft de hele rit voor zijn rekening genomen, wat mij toeliet om bijna in 1 ruk het toepasselijke “De acht bergen” van Paolo Cognetti uit te lezen, een prachtig verhaal over de vriendschap tussen 2 mannen in de bergen rond Milaan.

Onderweg maakten we plannen voor een weekendje Elzas in de nabije toekomst, de rits dorpjes die we passeerden waren prachtig en de glooiende heuvels nodigen uit tot mooie wandelingen.

In Bazel zwaaiden we nog even naar het hoofdkantoor van Roche (Willem heeft hier al heel wat dagen zijn broek versleten) en dan was het tijd voor de Gothard. We hadden sowieso besloten om de pas te nemen, onafhankelijk van enige aangekondigde drukte in de tunnel.

Terecht, want het is een prachtige rit! Enkel oppassen voor de vele waaghalzen per fiets of moto die naar beneden komen gestoven. Indrukwekkend ! Heel Zwitserland trouwens, dus ondertussen toch ook op ons lijstje. Het was geleden van mijn reis naar Maloya met de CM dat ik daar nog geweest was, ik denk zo’n 29 jaar geleden ondertussen.

En dan Lago Maggiore, dat leek verdacht veel op wat we in Kotor in Montenegro hadden gezien, maar dan veel toeristischer. We hebben genoten van een wandeling langs het meer en door de binnenstad.

Het seizoen lijkt hier al behoorlijk stilgevallen, want in de aperobar, zowel als in het restaurant kwamen we enkel locals tegen.

Na ons eerste Italiaans ontbijt – niet “my cup of tea” wegens teveel zoetigheid trouwens – maken we ons klaar voor de volgende etappe: Rome!

They took Berlin

Marathontime! En what a day it was!

Vandaag was het weer vroeg uit de veren voor onze mannen (en voor ons ook). Ze vertrokken al om 7 uur richting start. Er is daar redelijk wat animatie, anderzijds is dat niet evident en lang in spanning wachten als je weet dat je maar om 9h35 en 10h kan starten.

Wij hadden afgesproken dat we op km 24 zouden staan om te supporteren. Het weer zat in ieder geval niet erg mee, het was al de hele ochtend aan het miezeren en vlak voor de start nog een flinke stortbui. 

Dit maakt dat – toen de eerste lopers doorkwamen (zij die het wereldrecord wilden breken, maar hier helaas niet in geslaagd zijn: Bekele, Kipsang, Kipchoge) er nog maar weinig supporters en weinig ambiance was.


Via de geweldige trackingsapp konden we ondertussen de voortgang van onze mannen goed volgen en wisten we precies wanneer ze zouden passeren. 


Dat was dus weer joelen en brullen toen eerst Willem en daarna Koen voorbij gevlogen kwamen, de blik nog goed fris en een grote glimlach op het gezicht. Typisch voor een marathon: genieten en afzien tegelijk.

Met een gerustgesteld hart doken we de metro in naar het volgende punt op km 37. Dat ligt al dicht genoeg tegen de finish, als ze daar nog zouden passeren waren we zeker dat ze de wedstrijd op zijn minst zouden uitlopen. Hier was het al wat drukker en was er meer ambiance. De straten waren hier ook smaller wat een typische eindeloze dichte stroom van lopers teweeg brengt. 


Het was nog even wachten op de mannen. Je zou denken dat dat wachten lang duurt, maar voor ons supporters vliegt de tijd echt voorbij. Je bent de hele tijd bezig met tracken, communiceren met het thuisfront , maar ook kijken naar de lopers. Veel nationaliteiten, mensen die verkleed zijn (zelfs als Brandenburger Tor), zelfs mensen op blote voeten. Je kan het zo gek niet bedenken. 


 Het was dan ook pas op het moment dat Carmen 2 cracotten opviste dat we beseften dat het ver over lunchtijd was, niet van ons gewoonte. Na wat zoeken vond ik in mijn rugzak nog wat “colaflesjes”, een overblijfsel van Willem zijn carboloading. Daar konden we wel mee verder. 

Ook op dit punt waren ze allebei nog goed op schema en tegen de tijd dat Koen gepasseerd was, kwam Willem ongeveer over de finish. Hij deed 30 min. beter dan zijn eerste marathon vorig jaar in Kasterlee!  We keken er naar uit om onze marathonhelden in onze armen te sluiten.

Het familietreffen was achter de Reichstag gelegen en op die manier konden we ook nog eens genieten van de prachtige omgeving daar aan het water. 



Ondertussen was Koen ook binnen met een geweldige tijd, een topprestatie voor een eerste marathon! We vonden hen terug bij de “B” van België uiteraard.


Stilaan tijd dan voor een badje of douche om de spieren te soigneren en even te recupereren. We besloten om het verder rustigte houden en te genieten van een goede apero (dat hadden ze nu wel verdiend) voor we naar de “Fleischrei” zouden gaan eten. We hadden hier vrijdag reeds gereserveerd, anders is er hier geen binnenkomen aan.


We vonden een leuke bar in de Torstrasse (wijk Mitte) met speciale bieren, type Geuze en biowijnen. Een leuke plek en het bier en de wijn waren ook een ontdekking. 

De “Fleischerei” zelf was geweldig. Het is een voormalige slagerij, omgebouwd tot een hip restaurant. Het interieur was aangenaam en gezellig, het eten was super! Het vlees smolt als boter op je tong, de smaken een feest voor je smaalpapillen. Een echte aanrader dus. 


En dit was meteen ook de laatste etappe van ons weekendje. Al good things come to an end. Morgen nemen we het vliegtuig en we kijken er allemaal naar uit om onze schatjes terug te zien! Het lijkt wel of we hier een week zijn geweest,door de vele indrukken en dingen die we hebben gedaan. Het was in al zijn aspecten een topweekend: uiterst aangenaam gezelschap, lekker eten, een geweldige stad met veel leuke dingen om te doen en te zien. We komen zeker terug! 

Onderschrift Temperature is rising…

Dag -1 voor de marathon of hoe hou je de stilaan opkomende zenuwen in bedwang?

De ochtend is voor onze marathonmannen alweer vroeg gestart met de “frühstückslauf”, de gelegenheid voor iedere deelnemer van heel de wereld om de beentjes nog eens rustig los te lopen. Een feestje onder lopers dus.  


Maar in Berlijn krijgt dit soort evenement nog een extra laagje als je weet dat de eindstreep  in het legendarische olympische stadion ligt. Dát stadion waar in 1936 de Olympische Spelen werden gehouden. Onze mannen kwamen toch lichtelijk onder de indruk van de confrontatie met zoveel historie op sportief vlak terug.

 

Ondertussen in het hotel zijn de marathonvrouwen à l’aise opgestaan, hebben op het gemak ontbeten en hielden zich bezig met het plannen van de rest van de dag…unterschied muss sein.

Na een relax ontbijt besloten we de metro links te laten liggen en toch ook onze bijdrage te leveren tot het strekken van de beentjes. We trokken richting stad, onze mannen hadden gisteren hun walhalla al gehad, nu was het onze beurt met een bezoek aan de Nike & Adidas stores. Ook wij waren lichtelijk onder de indruk van zoveel keuze.  Moesten we toch even van bekomen op een terrasje.

Terug hereenigd met onze mannen zijn we fietsen gaan huren. Heel goed georganiseerd hier (we kozen voor Dunkey Republic, te vergelijken met Villo bij ons), helaas waren er op de eerste locatie slechts 3 fietsen beschikbaar, dus reden we naar de volgende en ging het met Carmen van “achterop de fiets”.



Nadat iedereen zijn eigen vervoermiddel had, was onze eerste stop de “Monkey Bar” voor de lunch, één van de hipste plaatsen in Berlijn. Erg hip zo bleek, want alles was al volgeboekt voor vandaag, morgen en – als we de man bij het onthaal mochten geloven – bijna de rest van het jaar ook. Dus zochten we onze heil bij L’Osteria, de zaak ernaast. 


Dit kon moeilijk een straf genoemd worden, want superlekker en werkelujk tafelgrote pizza’s. Werkelijk alles is hier groot en groots! 


De dames hielden het deze keer bij een bescheiden slaatje, no carb loading for us.

Tijd dus om de calorietjes er terug af te werken met een fietstocht door de wijk Mitte en een bezoek aan de voornaamste trekpleisters van Berlijn: a date with history! 


Achtereenvolgens bezochten we het monument van de Holocaust, Brandenburger Tor, checkpoint Charlie, de overblijfselen van de muur,… Berlijn is heel leuk om te fietsen, de architectuur is zo intigrerend, je kijkt je ogen uit.


Alleen was de dag voor deze fietstocht niet ideaal, de inline skate marathon was nog bezig. We ondervonden aan den lijve wat de inwoners jaren en jaren aan den lijve ondervonden: het parcours leek wel een muur en het was zoeken naar een opening om aan de andere kant te geraken en de tocht verder te zetten. 

Voordeel is dat we Bart Swings voor de 5de keer op rij de inline skate marathon hebben zien winnen. Bij de vrouwenmarathon was er ook al een Belgische gewonnen.


Kort bij Alexanderplatz hebben we de fietsen terug ingeleverd, het begon helaas te regenen. De rest is voor morgen.

We keerden met de metro terug naar het hotel waar er een geweldig pastabuffet klaar stond voor nog wat meer koolhydraten. Morgen staat er vlees op het menu, dat staat nu al vast! 

En dan was het stilaan tijd om de laatste voorbereidingen te treffen voor de grote dag: kleren klaarleggen, beslissen in welk shirt er gelopen wordt (moet goed ogen op de foto’s), trackingchip op een ingenieuze manier aan de schoen bevestigen en kiezen uit de voorraad eten wat er nog vóór het ontbijt van 6 uur aan krachtvoer moet genuttigd worden. 


Willem, Koen als het kon zouden we 42 km lang naast  jullie lopen om jullie aan te moedigen. Helaas lukt dit niet, maar denk maar dat wij dat engeltje (of duiveltje) op jullie schouder zijn voor het extra duwtje richting finish. Geniet van de sfeer en al het moois dat jullie te zien krijgen en de prachtige ervaring. Al jullie harde inspanningen en ontberingen van de afgelopen maanden (trainingen in het holst van de nacht, letten op eten en drank, …) zullen ongetwijfeld hun vruchten afwerpen. Go, go, go! 

Berlin tripping

Lang naar uitgekeken en veel opofferingen later – voor de ene al meer dan voor de andere – is het eindelijk zover: Berlin Marathon time!  


De oorspronkelijke reden dat we hier zijn is de loopwedstrijd, maar dat belet ons niet om tegelijk te genieten van de stad en elkaar, samen met onze goede vrienden Carmen en Koen. En onder het motto “laten we eens zot doen” hebben we alle kinderen thuis gelaten deze keer. Dit eerder noodgedwongen, aangezien ze naar school moeten gaan.

Vroeg uit de veren want onze vlucht is ’s ochtends bij het krieken van de dag.  Eerste klucht was bij het inchecken van de bagage. Ken je die mensen die met hun valiezen open nog in allerijl het één en ander aan het herschikken zijn? Wij dus! 

Bekend gezicht van de dag was Dennis, de Kine-coach van Koen en Willem. Hij loopt ook mee, maar dan als semi-prof. Die man moet je zeker in de gaten houden op Belgisch niveau. 


Na nog wat laatste adviezen en aanmoedigingen doken we in onze taxi richting hotel. Dit gaf al direct aanleiding tot de dijenkletser van de dag. Naar goede gewoonte installeerde Willem zich naast de chauffeur voor zijn gebruikelijke chitchat. Hij stelde de vraag – in zijn beste Duits – of het weer goed zou zijn (“schönes wetter”), waarop Koen op de achterbank zich afvroeg waarom Willem een compliment maakte over de man zijn trui.

Eens ingecheckt waren we klaar voor onze eerste verkenning van de stad, ook omdat we stilaan een klein hongertje hadden. 

Het weer was echt nog meer dan ok en we streken neer op een terrasje bij Ottavio voor tartaar, vitello, salade caprese en pasta. 


En daarna was het tijd om naar het Walhala voor de marathonloper te gaan en de startnummers op te halen. Maar liefst 5 hallen op een oud bedrijventerrein gevuld met marathonlopers, sponsors en de laatste snufjes op loopgebied. 


We besloten nog te profiteren van het goede weer, bleven niet te lang hangen in de expohallen en trokken te voet verder richting Potsdamplatz. 


Mijn eerste persoonlijke indrukken van de stad: aangenaam sfeertje, een zeer weids ruimtelijk gevoel (brede lanen met veel groen) en de zotste, maar soms ook zeer mooie architecturale combinaties



Ik heb Carmen en Koen vandaag trouwens heel vaak horen zeggen dat Berlijn een beetje als New York aanvoelt. Ik geloof hen op hun woord. 

We namen daarna de metro (alles is hier trouwens uitstekend bereikbaar per metro en dat is bovendien ook een zeer aangename manier om je hier te verplaatsen: clean en vlotte aansluitingen) naar de wijk Prenzlauerberg voor de apero en een hapje te eten. 

Voor het eerste vonden we een hippe cocktailbar (het interieur kwam duidelijk van bij de moemoe) :Kani Mani.


De zoektocht voor het diner verliep langs de vele restaurantjes en winkeltjes die deze wijk rijk is. Het aanbod is immens! Je zou overal wel willen binnengaan (we konden dan ook niet weerstaan toen we “Sneakersnstuff” passeerden). Iedereen denkt hier duidelijk goed na over concept en interieur, geen 2 zijn hetzelfde.  Uiteindelijk werd het “Royals & Rice” (met dank aan Jonas Andries voor de tip) om eens iets anders te doen dan het Italiaans waar we allemaal zo verzot op zijn. Het eten was een mix van Vietnamees, Thais en Japans, de sfeer en het gezelschap zeer aangenaam. Kortom, onze eerste dag en avond in Berlijn was top! 

Relax, take it easy…

Vandaag rustdag met als zwaarste inspanning een rondje minigolf en de 50 m naar het strand.



Onze laatste avond in Santorini brengen we door in een visrestaurant, we delen een mixed schotel en worden in de watten gelegd door Dimitris. 



Morgen op de middag nemen we de ferry voor onze laatste nacht in Athene. 

Tequila Sunset

Aangezien we in Perissa logeren (de oostelijke kant van het eiland met de toegankelijke stranden), hebben we niet elke dag de wereldberoemde zonsondergang van Santorini van op ons terras. Hiervoor moeten we naar de westelijke kant gaan. 

De meeste toeristen reizen hiervoor naar Oia, het uiteinde van het eiland. Helaas betekent dit dat 1000-en mensen zich elke dag een kwartier staan te verdringen om de beste foto te nemen.

In realiteit is elk plaatsje op het eiland aan de juiste kant goed voor een adembenemende zonsondergang. Dus besloten we in de namiddag reeds Oia te bezoeken om de grote drukte te vermijden.

Zicht op de baai van Ammoudi

We namen de bus terug richting Fira, maar besloten af te stappen in Firostefani en het laatste stuk te voet te doen. Dit is een gekend wandelpad dat start in Oia en eindigt in Fira (of omgekeerd) en waarbij je constant een andere blik op de vulkaan kan werpen. 

Liefdessloten

In Fira namen we verder de bus richting Perissa met tussenstop aan  het Mexicaans restaurant waar we vooraf een speciaal plaatsje reserveerden op het terras. We hadden dit restaurant al eerder op onze terugweg gespot en tripadvisor gaf bovendien zijn zegen. De kinderen waren maar wat blij dat ze vanavond eens iets anders dan de Griekse keuken konden eten. 
Het bleek een ware Mexicaanse fiesta!  Het beste Mexicaans eten dat we ooit gegeten hebben, meer dan genoeg en de frozen margarita was de perfecte compagnon om op de sunset te wachten. 

 

En dan was het zover… rond 20 uur begon de zon te zakken en zaten we op de eerste rij voor een prachtig schouwspel.


En zagen we de lichtjes op Fira en Oia langzaam aangaan. Tijd om naar ons hotel terug te keren. 

Morgen onze laatste dag in Santorini. Zoals gewoonlijk maken we er dan een totale rustdag van. 

Vroem vroem…

We moesten zeker nog een aantal plekjes op het eiland zien die met de bus minder goed bereikbaar zijn. Dan heb je de keuze tussen een auto huren of quads. De kinderen kozen voor wat meer avontuur, dus werden het quads.


En het was de hele dag dikke fun! 

Eerst wat oefenen natuurlijk, ik had zelf nooit op zo’n ding gezeten. En nu nog een kind achterop, dus toch zeker zijn dat alles safe is. 

En dan vertrokken we, eerst op wat minder drukke banen langs een oude vissershaven Vlychada om dan verder door te rijden naar het meest zuidelijke punt van het eiland: Akrotiri en Red beach (er is daarnaast ook nog een White en Black beach hier, je kan dus de keuze van het strand matchen met je outfit van de dag als je wil).

Vlychada
Red Beach
 

Hier was het nog vrij druk! Alles wat met té kleine stranden te maken heeft of plekjes die makkelijk bereikbaar zijn (en waarvoor je dus niet te veel inspanning moet doen) zijn altijd bijzonder druk. Niet enkel in Santorini trouwens.

Arkotiri

Daarna ging onze tocht verder langs minder drukke plaatsjes. Af en toe moesten we noodgedwongen wel langs de hoofdweg en dan was het oppassen geblazen. Maar al bij al wordt hier redelijk braaf  gereden, hetgeen eerder a-typisch is voor een zuiders land.

Wijngaarden zover je kan zien
 

We gingen op zoek naar een wijnroute en kwamen zo uit in het middeleeuws dorpje Mechalochori, hier zijn behoorlijk wat lokale wijnhuizen te bezoeken.


We proefden wijn van “Gavalas”. Ik moet zeggen dat de witte wijn in heel Griekenland bijzonder goed is meegevallen. Elke huiswijn die je neemt is meer dan ok en je betaalt rond de 4 Eur voor een halve liter. 


We verdwaalden in het dorp en hebben best wel lang moeten zoeken naar de parking waar de quads geparkeerd stonden, oriëntatie is duidelijk niet onze sterkste kant. 


Daarna vertrokken we richting Pyrgos waar we onze tocht naar boven naar het 18 de eeuwse klooster van Profitis Ilias begonnen (ligt op ongeveer 600 m hoogte), gelukkig dus niet te voet deze keer.


De moeite waard, alleen al door het feit dat dit het hoogste punt van Santorini is en pal in het midden ligt. Je kan dus van alle kanten over heel het eiland uitkijken en de vorm zoals een kaart herkennen. 

Zicht op Arkotiri
Zicht op Oia
 

Terug “beneden” in Pyrgos zelf gingen we te voet via de trappen op zoek naar Franco’s. 

Als je alle trappen moest tellen die we deze vakantie al gedaan hebben, kom je makkelijk aan 10.000! Mare beweert dat ze – eens thuis – beneden in de zetel  zal slapen om te vermijden nog trappen te moeten doen.

Ook de plaatselijke Schroeders doet zijn levering aan de hogeropgelegen hotels hier per ezel.

  

En dan even uitblazen op het terras van Franco’s (met dank aan Dominique van Delhaize in Weert voor de tip, hij had gelijk: de sfeer, het uitzicht en hun voorkeur voor opera- en lounge muziek is fantastisch!)


We zijn daarna nog wat gaan rondtoeren met onze quad, genietend van de uitzichten en de zon die stilaan onderging. 


Al bij al een prachtige dag : veel gelachen (met het geklungel van mama op de quad), veel mooie dingen gezien en vooral genoten van de vakantie en van elkaar.