Nuraghe, nuraghi… het blijft iets dat ons vreemd is. Dus hoog tijd om eens van dichtbij te ontdekken wat het nu precies is. Het geluk wil dat er niet ver van ons hotel een site is met de best bewaarde en grootste nuraghi van de streek, die van Serbessi. Speciaal aan dit exemplaar is dat je nog tot op het dak kan zonder dat je je leven riskeert. In principe kan je een heel eind met de auto er naar toe, maar we wilden vandaag ook een stevige wandeling maken, dus lieten we onze auto op 3 KM van de site achter. Het was een goed bewandelbare weg tussen de bomen, de kanten bezaaid met oneindig veel stenen en rotsblokken en af en toe een opening waar je een glimp opving van één of ander prachtig uitzicht.

De verschillende soorten uitwerpselen op de weg lieten ons raden welk dier erbij hoort. Dat kan gaan van herten over everzwijnen tot geiten. Maar jammer genoeg hebben we geen enkel exemplaar gezien.
De eerste 2 Km kwamen we dus geen kat (of andere diersoort) tegen, wel een vreemde ervaring als je de enige weg opgaat naar een toch wel toeristische attractie… hier zijn werkelijk geen platgetreden paden!
Stilaan zagen we ons einddoel voor ons opdoemen en beseften we dat er ons nog een serieus klimmetje stond te wachten, want we hadden tot nu toe vooral bergafwaarts gewandeld.

Effectief, de laatste 700 meter gingen we flink in het rood. Dook er plots een hokje voor onze neus op’met 2 ´bewakers’ van de site, die uiteraard enkel een uitleg in het Italiaans konden geven. Waarom zouden ze ook anders, naar onze schatting en – op basis van wat met onze eigen ogen gezien hebben – passeert hier zo’n 30 man per dag. En dan is het nog hoogseizoen ook! Bovendien zijn de meeste toeristen in deze afgelegen stukken van Sardinië zelf Italianen. Enfin, ik had er weer zo goed als niets van verstaan (het gaat ook zo snel hé), maar Willem dacht wel het merendeel begrepen te hebben. Nog even verder klimmen en we zaten op de site met nuraghi.


Een beetje omkadering is misschien wel gewenst. Nuraghi zijn tapsvormige torengebouwen die opgetrokken zijn uit los op elkaar gestapelde grote stenen. Het markante is dat ze meer dan 1500 jaar oud zijn en er nog heel veel niet ingestort zijn. Ze zijn dus op een zeer ingenieuze manier gebouwd. Hun functie? Afhankelijk van hun positie gaat dit van uitkijkpost (op een kaap aan zee) tot toevluchtsoord (in de bergen, zoals deze die we bezochten) bij aanvallen van vreemde volkeren. Die zijn er door de eeuwen heen best veel geweest : Feniniciërs, Moren, Romeinen, Germaanse vandalen, Spanjaarden,… noem maar op!
Eens op het dak van de grootste nuraghe aangekomen, heb je een prachtig zicht op de omliggende bergtoppen en de vallei. En het feit dat je daar met z’n 4 alleen rondloopt geeft een machtig gevoel.
O ja, er was ook nog een grot. Die was mooi hoor en van groot historisch belang, maar we hadden er gisteren wel een ander exemplaar gezien, dus daar waren we minder van onder de indruk.
Terug op weg naar de auto dan, nadat we afscheid hadden genomen van onze vrienden in het hokje. De 3 km in omgekeerde richting was nu heel de tijd stijgend. Mare liep voorop en had de goede cadans gevonden, zij bepaalde een stevig tempo. In no time waren we terug aan de auto. Qua workout kon dit wel tellen!

Aangekomen bij de auto besloten we – nu we toch bezig waren – ook nog een bezoekje te brengen aan de Scala di San Giorgio. We waren er nu al een paar keer voorbij gereden op weg naar ons hotel (dat ernaar vernoemd is), maar hadden nog niet de tijd genomen om effectief de beklimming te doen. Het is een massieve rots van het soort dat je enkel via touwen en klimijzers op kan. Maar de heilige Giorgio vond ooit dat het mogelijk moest zijn om makkelijke naar de andere kant te komen en heeft trappen laten uithouwen in de rots zelf. En nu kan je er dus zelfs met het kleinste kind op! Tijd dus voor workout nr. 2 van de dag.


En alweer prachtige zichten o.a op de omliggende dorpen Gairo en Osini. Ik denk dat we genoeg familieselfies hebben voor de rest van ons leven.

Daarna was het tijd om iets te gaan drinken in het hotel en ons op te frissen. We vinden de wijn hier heel goed en wilden toch eens passeren bij een wijnboer. We zitten hier specifiek in de streek waar de cananau druif wordt geteeld, dus was het nu of nooit.
Op’weg naar daar, hadden we in Jerzu een afslag gemist, wardoor we in de wel zeer smalle steegjes terechtkwamen met de auto. Ik heb Willem nog niet vaak weten panikeren, maar nu brak het koud zweet hem toch wel uit! En ik… ik heb meer mijn ogen dicht gehad dan open. Op sommige plaatsen moesten we de zijspiegels inklappen en hadden we langs beide kanten nog amper 1 cm over. Deze straatjes zijn nog net voorzien op de generatie van hoekige Fiat Panda’s, maar daar stopt het bij. Zo’n exemplaar reed trouwens vlotjes achter ons. Een glaasje wijn om de emoties en de schrik door te spoelen was dus meer dan welkom!

We bezochten ´Vitivinicola Antichi Poderi’ om wat wijntjes te proberen en te kopen.

Na wat research hadden we al begrepen dat deze wijnen bijna niet te verkrijgen zijn in België. De wijnboer kon dit bevestigen. Hij voert heel weinig uit en enkel een beetje naar Duitsland. Via Duitse sites had ik er al wat gevonden, maar de prijzen die ze daar vragen zijn ridicuul! Jammer genoeg hebben we niet genoeg plaats meer in de auto om een grote voorraad in te slaan, maar we kunnen wel een aantal flessen meenemen om thuis nog eens herinneringen op te halen.
Nu we toch in Jerzu waren, besloten we het stadje ook te voet even te verkennen en daar te eten. Jerzu is een typisch bergdorp, met meer kappers en café’s dan bakkers, Met kleine straatjes en waar je je niet van de indruk kan ontdoen dat je 30 jaar terug in de tijd reist.
De café’s hebben allemaal een stapel stoelen staan, je neemt er eentje af en zet je erbij op de stoep of op straat, waar er nog plaats is. Althans, voor zover je een man bent. De vrouwen zitten samen op het pleintje, druk pratend op een bankje onder de bomen met hun kroost. En de wat oudere weduwen haasten zich, volledig in het zwart gekleed, naar de avondmis.

Een groepje jongens tussen de 10 en 15 zagen we samentroeoen in een hoekje van het plein, een soort opbodspelletje spelend en stiekem trekkend van hun eerste sigaret.
En als kers op de taart komt er plots een man met kind op een paard voorbij gegalopeerd in de toch wel drukke hoofdstraat, los erop zonder zadel!

We hebben dit alles zorgvuldig kunnen observeren, want we hadden een ideaal plaatsje gevonden op het terras van ristorante “Da Maria”. We waren hier naar Italiaanse normen zeer vroeg om te dineren, de vaste ober was nog niet aangekomen voor de service (die zagen we iets voor 20h komen binnenwaaien). La mama riep haar dochter erbij (we schatten haar een jaar of 11) om ons te bedienen. Dat deed ze vlekkeloos, duidelijk al van jongs af aan de kneepjes geleerd. De zoon van een jaar of 7 mocht eerst nog wat voetballen met de maten op het plein, maar werd – eens het drukker werd – ook aan de afwas gezet.
De bediening was dus uitstekend, de setting geweldig en het eten tenslotte overheerlijk. En dat alles voor een zeer zacht prijsje! We komen hier zeker morgen terug!

Het werd tijd om onze tocht naar boven – in het donker deze keer – terug aan te vatten. Gelukkig kennen we ondertussen elke bocht wel, dus gaat het al wat vlotter en kwamen we met een écht vakantiegevoel, mijmerend over een prachtige dag, terug aan in ons zeer afgelegen hotel voor een afzakkertje en een potje UNO voor het slapengaan.