Trip to Jordan, first stop Amman

Ronduit spannend vonden we het. Na 2 jaar noodgedwongen rondtuffen in eigen land en buurlanden, konden we terug het vliegtuig nemen naar nog ongekende oorden. Niet dat Jordanië zo speciaal hoog op onze bucketlist stond, eigenlijk hadden we er voorheen nooit over nagedacht. Maar door omstandigheden (jobwissel, de eigen vakantieplanning van de kinderen,…) dreigden we achter te blijven met krap 10 dagen gezamelijke vakantietijd. Dus zocht ik een iets exotischere bestemming, niet teveel uren vliegen en klein genoeg om op 10 dagen een roadtrip te doen. En dan kwam ik al gauw bij Jordanië uit. Door nóg andere omstandigheden konden we plots toch 2 weken in juli weg, maar ik had me ondertussen al zo ver verdiept in het land dat er geen haar op mijn hoofd aan dacht om de bestemming nog te veranderen. Ik was op voorhand al verkocht.

Onze vlucht was gepland om 7h35, rechtstreeks vanuit Zaventem, maar we hoorden nogal wat echo’s dat vroeg genoeg gaan de boodschap was, want je riskeert anders je vlucht te missen. Mare had een dikke week eerder nog een vlucht genomen naar Chicago en dat was reppen om op tijd aan de gate te zijn. Na 1 uur aanschuiven, (want standaard zijn er maar 2 incheckbalies open), waren we onze bagage kwijt. En voor de rest van het verhaal ging alles supervlot, dus was er toch nog wat tijd voor een klein ontbijt.

Vliegen met Ryanair blijft een onderneming. Handbagage mag niet groter zijn dan iets waar je net je zakdoek in kwijt kan of het is bijbetalen. Eten en drinken doe je liever vooraf of je brengt best je bokes mee (wat blijkbaar ook veel mensen deden). De man naast mij vroeg een deken wegens te koud, maar dat hadden ze niet. We vermijden ze dan ook liefst, maar helaas is het de enige maatschappij die rechtstreekse vluchten doet vanuit Brussel.

Een korte vlucht was het wel, we hadden duidelijk wind mee. Na 4u vliegen zijn we in Amman geland, de hoofdstad. We hoorden van verschillende mensen dat er niet veel te beleven valt en dat we best zo snel mogelijk andere oorden moesten opzoeken. Maar op één of andere manier wou ik toch de tijd nemen om hier wat dingen te bezoeken en ons te laten onderdompelen in deze grote stad.

De taxirit van de luchthaven naar het hotel gaf onze kinderen de eerste indrukken van de Arabische en Islamitische cultuur, dit hebben ze nog nooit gezien/meegemaakt. Ik was wel benieuwd hoe ze zouden reageren en of de cultuurschok voor hen groot zou zijn. Maar dat schijnt allemaal best mee te vallen. Zo passeren we in de luchthaven verschillende gebedsruimten waar je mensen ziet bidden en op het plafond van ons hotel hangt een aanduiding van welke richting Mekka is. In het centrum van de stad zie je maar heel weinig ongesluierde vrouwen rondlopen.

Amman is groot, downtown is druk, met de typische verkeersinfarcten (maar volgens Willem rijden ze hier toch nog net dat tikkeltje gedisciplineerder dan in Napels) en weinig onderhouden pleinen en straten. De straat oversteken is hier volledig op eigen risico en ja, hier rijden nog steeds Mercedes auto’s type W123 rond, die volgens ons een aantal jaren keuring gemist hebben. Qua mobiliteit en LEZ hebben ze hier nog een lange weg te gaan. Als je van de hoofdstraten/souks in de wat achtergelegen straten terechtkomt en je de moeite neemt om wat hoger op te klimmen, kom je in een andere wereld terecht. De ietwat hippere bars en restaurantjes die je bij ons in pakweg Brussel ook zou tegenkomen. Je voelt duidelijk dat ook hier een nieuwe generatie het verschil kan maken.

Na ons geïnstalleerd en verfrist te hebben in ons hotel, gelegen in een drukke straat maar met zicht op de Citadel, gaan we op wandel.

Eerste stop is het Romeins Amfitheater, wat zeer mooi bewaard is gebleven, met een capaciteit van maar liefst 6000 zitjes. De temperatuur vandaag bedraagt 29 graden, redelijk te doen… maar we snakken toch naar een drank- en eetpauze, want dat is al van vanochtend vroeg geleden.

We beklimmen de trappen van een typische coffee/waterpijpbar (waar ze werken met dampsteentjes) en zetten ons op het terras. Hier kan je een hele dag doorbrengen en gewoon kijken naar wat er onder je aan het bewegen is… wat je hier allemaal ziet! Willem zijn koffie was van het Turkse type, hij kon er zijn lepel in recht zetten, pure teer!

Ik was toevallig door het googelen op een museum uitgekomen dat me een oase van rust leek in deze hectische stad en het was niet eens zo heel ver wandelen: Darat al Funun-The Khalid Shoman Foundation. Het bleek een goede gok: wat een verschil, wat een rust en wat een mooie locatie! En de prachtige stadszichten krijg je er gratis bij.

Via de souks gingen we terug naar het hotel, voor alweer een verfrissing en een kort dutje, we waren tenslotte al van 4 uur vannacht op pad en de dutjes in het vliegtuig zijn kort en oncomfortabel. Vanavond hadden we een reservatie bij Eosotrix Gastropub Bar, in het wat cleanere Jabal Amman. Een tip van Dhr Koenraad Stevens, aka de voormalige Consul van Jordanië en broer van onze goede vriend en vriendin David en Elke. Hij heeft 3 jaar in Amman gewoond en heeft ons heel wat bruikbare tips gegeven, niet in de laatste plaats wat eten en drinken betreft. Bruikbare tips kregen we trouwens ook van onze buurman Walter, begeleider van Joker reizen en hij was hier in mei nog. We hebben zelfs hierdoor een paar dagen voor vertrek nog wat wijzigingen aangebracht in het schema en toch 1 nacht Dana Biosphere ertussen gegooid.

In dit restaurant (met prijzen die iets hoger liggen dan gemiddeld in Jordanië) zie je geen hoofddoeken, de vrouwen zijn er heel mondain gekleed, de sfeer « internationaal » en het eten en de service uitstekend. Wat ons vanaf het eerste moment opviel algemeen is dat de mensen hier uitermate vriendelijk zijn, « warm & welcoming » zoals ze dat noemen.

Zeer moe, maar zeer voldaan nemen we een Uber taxi (elektrische versie) terug naar het hotel. Waarschijnlijk niet nodig om te zeggen dat we alle vier als een blok in slaap gevallen zijn.

Shop till you drop

Vandaag was er 1 hoofdactiviteit: shoppen. Je kan niet naar huis komen van Parijs zonder ten minste een serieuze poging tot shoppen gedaan te hebben. En er zijn zoveel mogelijkheden, er is dus voor elk wat wils. Zeker met pubers die hun eigen stijl aan het zoeken zijn is dit dé stad bij uitstek. Alleen al door op straat goed rond te kijken zie je de meest inspirerende dingen.

We hadden dus ruime keuze. Wat we zeker wilden doen was “Galeries Lafayette”, een gebouw met toch wel wat historische waarde en ook met alle grote merken, net zoals op de Champs-Élysées. Enige voordeel: je kan je er aan vergapen zonder dat je eerst volledig gescreend wordt vóór je binnen mag, wetende dat je zelfs nog geen paar sokken wil of kan kopen.

Verder had ik ook nog opgepikt van Bent ( Van Looy) in zijn boek “Mijn Parijs” dat de buurt “Le Marais” dé perfecte shoppingbuurt is. Veel leuke winkels (o.a. skateshops) én 2de hands shops. Het is ook een zeer gezellige buurt, met een bont allegaartje van mensen.

We beginnen met Lafayette, want dat leek ons door de regen een beter plan. Alles is daar zó mooi gepresenteerd, er komt ook geen einde aan én we vinden er kei-leuke dingen die je in de verste verte thuis niet kan vinden. Vooral Mare is net Alice in Wonderland en laat zich goed gaan. Terwijl wij de vrouwenafdeling afstruinen (die op zich is al 2x zo groot als de Inno in Leuven), zetten de mannen zich op hun gemak in de koffiebar.

Nadien hebben we al een klein hongertje, dus springen we op weg naar Marais binnen in een café waar de tijd is blijven stil staan. Ne croque monsieur voor de Lasse, chicken dips voor Mare, meer moet het niet zijn. Ondertussen blijft het de hele tijd regenen.

Als we buiten stappen is het dan toch even droog en zoeken we de platenzaak op die Bent ook meegaf in zijn boek: Lucky records, o.a gespecialiseerd in Madonna en Boy George. Maar er zijn wel wat hurdles op de weg, in de vorm van skateshops en vintagewinkels (stijl “ik betaal per kilo). We vorderen maar traag.

Eindelijk bereiken we de platenwinkel en daar kan Mare volledig haar hart ophalen. Ze gaat voor een dubbel elpee van ACDC.

Stilaan raken we het nu toch wel beu, bovendien valt de regen met bakken uit de hemel. We schuilen nog even op een terras en ook om onze voeten wat rust te gunnen. We bevinden ons ondertussen al op een respectabele afstand van ons appartement en bovendien zijn we zwaar geladen. We denken er nu toch aan om de metro te nemen, hoewel ikzelf dat minder goed zie zitten. Maar aangekomen in het metrostation zien we dat er – op de lijn die wij moeten nemen – ernstige storingen zijn. Dan toch maar liever een taxi. Aan een druk kruispunt houden we er eentje staande. De chauffeur is een Algerijn met 2 studerende kinderen. Hij was al eens in Brussel op citytrip met zijn vrouw en vond de Belgen veel aimabeler dan de Parisiens. Die zijn bits en agressief zegt hij en dat wij meer « zen » zijn. Hij is voor ons dan toch ook niet het typevoorbeeld van een Parisien, want ook heel rustig, vriendelijk en vooral filosofische.

Thuisgekomen moeten we letterlijk wat opwarmen en Willem steekt zijn schoenen onder de haardroger. Wat een vreselijk weer!

Als we daarna buitenstappen om te gaan eten is het dan toch eindelijk droog. We gaan naar Mamie waar we gisteren zo vriendelijk bediend werden. In afwachting van een tafeltje binnen drinken we alvast een apero buiten. Tegen de tijd dat onze tafel vrij is, zijn we toch blij dat we binnen kunnen. Deze temperaturen zijn er echt over in het midden van de zomer!

Ze hebben hier een uitgebreide kaart, maar het is duidelijk dat hun « haute burgers » de specialiteit van het huis is en we houden het dus daarop. Ook hier weer zeer lekker gegeten. Toegegeven: culinair is Parijs zeker niet tegengevallen.

En dan is het tijd om te gaan slapen, onze laatste nacht hier. Morgen na het ontbijt rijden we terug naar Huisje Vaalbeek. Met gemengde gevoelens, want die vakantie mag eeuwig duren. We hebben het super goed gehad, alles is voor de volle 100% meegevallen. We hebben van alles heel erg genoten, of het nu de imposante bergen waren, de spanning en ervaring van de Tour, de rust en uitgestrektheid van Aquitaine of de mooie dingen in Parijs. Maar we gaan uiteraard ook graag terug naar ons huisje en de familie. Door het feit dat je op zoveel verschillende plaatsen bent geweest, lijkt het of je een maand of langer bent weggeweest. We keren in ieder geval terug met mooie herinneringen.

De dag van het stalen ros

Vandaag gooien we het over een andere boeg, er staan namelijk 2 uiteinden van de stad op het programma: Père Lachaise en de Eiffeltoren. De afstand tussen de 2 is 10 km. Dus nemen we de fiets. Het is wel wat geklooi om alles geïnstalleerd te krijgen voor de Vélolib, hét deelfiets systeem van Parijs. En als we eindelijk 4 werkende fietsen losgekregen hebben, begint het plots hevig te regenen. Even schuilen onder een luifel dan maar. Het zal zo wel meerdere keren vandaag zijn, stevige (maar korte) buien, afgewisseld met een stralend zonnetje. We hebben hier al meermaals mogen horen van de horeca uitbaters dat ze nog nooit zo’n slechte zomer in Parijs hebben geweten.

De tocht brengt ons eerst richting Père Lachaise. Toch wel wat aanpassen, dat fietsen in de grootstad. Maar eerlijk is eerlijk, ze hebben hier – net als in Brussel – heel veel moeite gedaan om het de fietser makkelijk te maken en alles veilig te laten verlopen. Binnen de kortste keren staan we aan de andere van de stad en parkeren we onze fiets terug keurig in een dropzone.

Père Lachaise, ik bezocht het al 26 jaar geleden en was toen erg onder de indruk van de plaats. Ook het graf van Jim Morisson passeerde toen de revue, want in die periode ontdekte ik The Doors. Mare en Lasse willen absoluut ook het graf bezoeken, maar ik vreesde al dat hun verwachtingen erg hoog lagen. Er zijn daar inderdaad wel wat megatempels van graven te zien, waar één of andere hoogwaardigheidsbekleder van Parijs in ten grave werd gedragen. Mare merkt op: “wow, hoe groot moet het graf van Jim dan niet zijn?” Maar dat is dan wel een tegenvaller, want zo imposant is het nu ook weer niet. Maar het is iets dat je moét gezien hebben. Verder zoeken we ook nog Chopin en Edith Piaf. Je kan hier werkelijk een hele dag rondstruinen. Ook hier is het zeer rustig, enkel bij de “bekende” graven duikt wat volk op, maar dat is niet meer dan een handvol mensen. En als het toeristen zijn, zijn het Duitsers of Amerikanen.

Graf Jim Morisson
Chopin
Piaf

We zoeken de eerste de beste uitgang, dat is het voordeel van die deelfietsen, je vindt ze overal terug. Voor we terug naar een pick-up station stappen drinken we nog iets bij “L’Abribus” in het 20e arrondissement. Dat is écht al wel ver buiten de normale toeristische tracks. Dat merk je ook, niet enkel aan de prijzen, maar ook aan de bediening. Net alsof je in je stamcafé in Leuven binnenstapt. Verder zie je hier mensen van alles slag passeren; sukkelaars, LGBTQ in al zijn vormen, zakenmannen, de senioren van de buurt, … Dit vinden we leuk!

L’Abribus

Na deze pitstop passeren we met de fiets nog bij Centre Pompidou, daarna gaan we ons opfrissen op ons appartement. Hetgeen ondertussen meer dan nodig is, want op weg naar huis komen we in een stortbui terecht, midden in de Afrikaanse wijk. We voelen ons een vreemde eend in de bijt. Niemand laat het zich hier aan zijn hart komen, de onderhandelingen om zaakjes te doen gaan verder, ook in de pletsende regen.

Voor vanavond hebben we tickets voor de Eiffeltoren om 21:00 h, dus moeten we best vóór die tijd gegeten hebben. We besluiten dat we vandaag voor Japans gaan. Aan Japanse restaurants trouwens geen gebrek hier in Parijs. Er is zelfs een hele buurt met de ene Japanner na de andere, keuze genoeg dus. We gaan voor Kintaro, waar het blijkbaar goed uitkwam dat we er zo vroeg waren. Een half uur na onze aankomst zit het er overvol. Dat is op zich niet onlogisch, gezien de kwaliteit van de gerechten. Die waren ook weer om duimen en vingers af te likken. We like!

Daarna springen we terug de vélo op om zoals echte coureurs de Champs-Élysée te trotseren in een langgerekt klimmetje tot aan de Arc de Triomphe. Bij zonsondergang geeft dit wel een speciaal effect. De Champs-Élysées (het stuk van de winkels) daarenboven was nog bijzonder druk. Auto’s stonden overal gestationeerd om de shoppende wederhelften of dochters op te pikken.

Fietsen op de Champs-Élysées

Terug naar beneden bollend sloegen we rechts de Avenue Montaigne in, een prachtige statige straat waar de grote modehuizen hun thuisbasis hebben. We eindigen onze rit vlak voor de pont d’Alma, van daar gaan we te voet verder.

Aangekomen bij de Eiffeltoren worden we tot 4 keer toe gecontroleerd: 1 x voor de covidpas. Dat geldt hier al voor +18 als je wil binnenkomen bij de bezienswaardigheden (vanaf 1 augustus zal dit ook het geval zijn voor café’s en restaurants). De covidapp op de smartphone werkt perfect. Overal zie je hier her en der trouwens tentjes staan om je te laten testen. Bij de Covid check krijg ik een mega-compliment. De dame in kwestie zegt dat ik niets moet laten zien, want dat enkel nodig is voor 18+. Hilariteit alom bij de rest van het gezin. Ze twijfelen aan de geestelijke gezondheid van de vrouw. Verder worden we nog 2 keer gescreend op wapens en 1x voor de tickets. En dan zijn we helemaal klaar om de 704 treden tot de 2de verdieping te beklimmen (hoger kan je nu niet). Even puffen, want het is best wel beklemmend warm, maar eigenlijk ging het wel vlot. Daarna is het genieten van het uitzicht bij ondergaande zon. Voor de fotografen ideaal, want we profiteren van het gouden uurtje, het blauwe uurtje en de mooie lichtjes in het donker.

Terug richting binnenstad daarna (naar beneden ging iets vlotter). We hadden de keuze: vélib, metro of taxi. Te voet zou nu echt iets te ver zijn. Beneden gekomen zagen we een gemotoriseerde tuk tuk staan. We hebben al verscheiden keren hard gelachen met die mannen, die met luide muziek toeristen rond rijden. Maar nu leek ons dat een prima idee: waarschijnlijk nog goedkoper dan een taxi, veiliger (alhoewel, ze vlammen wel) en covidproof (want helemaal open). We lieten ons terug afdroppen aan het Louvre, want we zouden nog een bar zoeken voor een afsluiter te drinken. Wat een rit! Mare en Lasse mochten met de chauffeur zijn GSM zelf de playlist samenstellen en wat hebben ze gelachen! We voelden ons de kings & the queens onder de johnny en marina’s van Parijs.

De afsluiter in een bar in onze (ruime) buurt was weer een bijzondere meevaller. We streken neer bij Mamie, restaurant/cocktailbar. Ik bestelde een Chardonnay, die ik door lompigheid na 2 slokken omkieperde. Ik kreeg prompt een 2de glas van de zaak. Dat is niet hetgeen je direct verwacht hier. We denken hier morgen te komen eten, wat ook voor Willem prima is, want hij heeft zeker 5x herhaald dat zijn bier geweldig lekker was.

Morgen is het onze laatste volledige dag hier en is het shoppingtime! Dat zal weeral behoorlijk wat stappen opleveren. Voor de statistieken van de dag vertrouw ik op de informatie van Willem: 22 km op de fiets en 29000 stappen en 130 hoogtemeters via de trappen. Parijs staat gelijk aan een serieuze workout.

Een marathon, niets minder dan dat…

27400 stappen voor de eerste dag in Parijs, dat zegt al veel denk ik. Stappen (of met de fiets) is sowieso de beste manier om een stad te leren kennen, alle hoekjes en kantjes te ontdekken, de sfeer op te snuiven. Ondergronds zie je enkel mooie metrostations en meestal nogal nukkige mensen.

Nochtans zag het er ‘s ochtends niet te best uit. Tot 10 uur wel, geen druppel en zalig (niet te warm) weer had ik gemerkt toen ik verse croissants om de hoek ging halen. Maar toen we onze neus buitenstaken om op tocht te vertrekken begon het te drashen. Vlug vlug wat paraplu’s kopen, want die hadden we niet bij. Het plan was om dan te beginnen met het Louvre. Vooral Lasse wou daar graag naar toe. Voor Mare maakte het niet uit en wij waren meer pro Musée d’Orsay, hoewel we dat allebei al gezien hadden. We vreesden ook dat het Louvre ons een hele dag zou nemen. Daarom spraken we af dat we er een aantal zaken zouden uitpikken en het daarbij houden.

Maar dan brak als bij wonder plots de zon terug door en was het gestopt met regenen. We zouden die dag nog één stortbui meekrijgen, maar toen zaten we net op een terras een wijntje (letterlijk een mini-glas) van 7 EUR te drinken. Het eten is hier naar onze termen relatief goedkoop, de drank daarentegen naar goede gewoonte niet.

Verandering van plan: zolang het goed was, wilden we profiteren en stapten we verder naar de Notre Dame, waar je uiteraard niet binnen kon, maar waar we toch benieuwd waren of er nog veel te zien was van de brand. Conclusie: langs de buitenzijde alleszins niet.

Credits: Mare

Dit was tot nu toe met uitstek de drukst bezochte toeristische plaats die we tegen kwamen. Het is vooral laveren tussen de poserende mensen, met sommige partners-fotografen krijg je zowaar medelijden. We zagen er die tot 8 keer toe een nieuwe poging moesten doen om de juiste foto op hun smartphone te toveren en telkens terug naar af verwezen werden. Soms is mensen kijken 1000 keer interessanter dan gebouwen.

Het is zondag en het duurde even voor de straten zich begonnen te vullen met Parisiens. Maar tegen een uur of 1 begon het toch aardig druk te worden rond te Seine, die zich uiteraard leent tot gezellig kuieren met de familie, zeker als de zon van de partij is. Tot dan kwamen we enkel toeristen tegen en dat zijn er nu bitter weinig. We hebben wat dat betreft goed gegokt om naar hier te komen. Het is zeer rustig in Parijs. We moeten enkel zorgen dat we zelf wat oppassen: zoveel mogelijk in openlucht, drukke bars of café’s vermijden en zelf goed ons mondmasker dragen en handen wassen en ontsmetten, want ze nemen het hier echt niet nauw met de maatregelen.

En wij flaneerden nog wat verder langs Rive Gauche tot aan het Louvre. Het was een korte wachtrij, op een 10- tal minuten waren we binnen. In normaal omstandigheden sta je hier zonder reservatie of « skip the line » vlot 2 uur aan te schuiven. Eens binnen was er nog even een schermutseling. In onze rugzak zat blijkbaar een kurkentrekker die ik had meegenomen van thuis. Je kent dat, zit je in een B&B of een huurhuis, wil je een fles wijn openen en niets te vinden: Tantalus en zo. Maar nu zorgde dit object ervoor dat Willem helemaal binnenstebuiten werd gekeerd en dat de kurkentrekker in de sectie « na het bezoek terug op te halen voorwerpen » werd opgeborgen.

En dan kon de pret beginnen. Er zijn natuurlijk wel wat schilderijen die je absoluut wil zien, maar ook de setting en het gebouw op zich is de moeite waard. Bij de Mona Lisa was het aanschuiven om er vlak langs te passeren en dát zou echt wel 1 uur duren. Dat deden we dus niet, je kon er ook zijdelings langs en dat was zeker al voldoende. We hoefden nu niet per se te ontdekken of ze je scheel aankijkt of niet.

De andere schilderijen die we wilden zien bevonden zich in delen van het gebouw waar je soms bijna alleen was : Rubens, Delacroix, Rembrandt, Van Eyck. Straf !

Ik denk dat we nog het meeste tijd hebben doorgebracht op de +2, deel Richelieu waar het licht fantastisch binnenviel en waar zowel Mare, Willem als ikzelf met onze camera’s aan de slag gingen.

Credits:Mare
Credits: Mare

Ik weet niet precies hoe lang we hebben rondgelopen, maar onze voeten begonnen redelijk pijn te doen en onze maag te knorren. Tijd om wat frisse lucht te happen en onze magen te vullen. We kwamen boven aan de kant van Jardin de Tuilerie, waar er veel Parisiens aan het genieten waren. Je zag in de verte 1 stroom mensen komende van (of gaande naar) Champs-Elysées en Arc de Triomphe.

Na de innerlijke mens te hebben versterkt gaan we te voet terug naar ons appartement om wat te rusten en te douchen.

Om een uur of 7 trekken we richting Sacre Coeur en Montmartre, the place to be (zeker op een zondagavond) voor pubers (zoals die van ons) en jonge koppels. Meer hoeft dat ook niet te zijn. Ik kan me perfect inbeelden dat ik op 18 hier ook zou komen zitten met een stokbrood, wat kaas en een biertje (of in mijn geval: wijn). Mare kan ook al niet wachten tot ze alleen met wat vrienden hier naartoe kan komen. De sfeer is er onbetaalbaar, iedereen geniet, er zijn muzikanten en dansers die sfeer brengen. Het uitzicht is uiteraard ook fantastisch, maar dat is niet wat domineert.

Montmartre zelf (het gedeelte boven de kerk) is zeer gezellig en het is aanlokkelijk om hier iets te eten, maar we weten dat dit de grootste « tourist trap » van heel Parijs is, dus gaan we stilaan de berg af naar beneden (het is ondertussen al 9 uur) om iets te zoeken om te eten. We belanden bij een Indiër met een mooi terras op een mooie plaats én (in Parijs checken we toch altijd graag even) stevige recensies. Bovendien zien we dat er nogal wat locals zitten, dat stelt ons toch ook altijd gerust.

En effectief, niet dat we de grootste Indische keuken- kenners zijn, maar het was overheerlijk! Het was trouwens een mix tussen Indisch en Libanees. Enige « minpunt »: het was een alcoholvrij restaurant. Maar na zo ongeveer al 14 dagen elke dag minstens 1 glas te drinken, vinden we dit geen ramp.

Indiër « Ismaïl », gelegen in « laag Montmartre «

En dan was het toch nog weer een 15-tal minuten stappen naar het appartement. En zo kom je dus aan bijna 28.000 stappen op 1 dag, voor Mare en mezelf ongetwijfeld nóg meer, want gemeten met Willem zijn horloge.

Thuisgekomen springen we nog snel de « kruidenier » hiertegenover binnen voor koffie voor morgenvroeg. De man die het uitbaat blijkt een sheriff te zijn (zo ziet hij er toch uit) en stopt niet met in zichzelf te praten. Koffie wil ik er bovendien nog wel kopen, maar het fruit en andere verse waren die er bloot liggen toch maar liever niet. Het pak koffie had een laagje stof e.a. substanties die niet zo duidelijk aan te tonen waren. Dus meer dan een charmante buitenkant van de winkel kan de man niet bieden.

We bekijken nog even de foto’s van de dag, maar heel lang heeft het niet geduurd voor iedereen in een diepe slaap is gevallen, dromend van een nieuwe goedgevulde dag in Parijs. Morgenavond hebben we tickets voor de Eiffeltoren.

Paris, the city that never sleeps

Deze ochtend begint wel zéér vroeg. Om 4 uur om precies te zijn. Lasse wou graag de start van de Olympische wegrit in Tokyo zien en hij mocht me wakker maken. Ik ging waarschijnlijk nog 10 keer terug in de zetel in slaap vallen, maar het was uit gezelligheid en solidariteit dag ik de slaapkamer verruilde voor het salon.

De aankomst van de koers volgden we echter in de auto op iPad, want ondertussen waren we « en route » voor Parijs en werden we uitgezwaaid door Sue en Robin. Die laatste had voor mij en Mare een vers boeketje lavendel geplukt. Heel onze rit werden we nog herinnerd aan het mooie Camuzat. Maar wat was het ondertussen spannend daar in Tokyo en toch weer goed gereden van Van Aert! Zilver voor België!

Onze rit daarentegen schoot niet echt op. Zeggen dat er megafiles waren is teveel, maar wel aardig wat van het type accordeon. Komt nog eens erbij dat we weeral af te rekenen kregen met zeer zware buien, die ons het zicht belemmerden.

Tegen 18 h bolden we Parijs binnen, maar kregen we nog wat vertraging te verwerken op de Périphérique en in het centrum zelf. We huren hier een appartement voor 5 dagen en dat ligt zowat op de grens met het 9e, 2e en 10e arrondissement, op 1,8 km van het Louvre en 1,5 km van de sacre-coeur. Meer pal in het centrum kan je niet zitten. We huren het appartement via AirBnb van een Parijzenaar die blijkbaar zelf veel tijd in het buitenland doorbrengt. De sleutel moeten we in een keybox in een City Carrefour oppikken. Allemaal zeer goed geregeld.

Al rijdend door de boulevards van Parijs voel je het enthousiasme van onze 2 pubers stijgen. Ze kijken hun ogen uit. We reden de Seine over via Pont de la Concorde (en passerden dus alvast het reuzerad, zagen het Louvre en de Notre-Dame), maar ook de eerste mensen die proberen te overleven op straat.

Onze straat is gelegen in een levendige, maar nette buurt. Er zijn maar liefst 3 restaurants en een épicerie aan de overkant, naast ons is een kleinschalig theater, waar er duidelijke voorstellingen doorgaan, gezien de rij wachtenden voor de deur. We zitten ook vlak aan de « Folies Bergere », een theater dat dateert uit de laat 19e eeuw, waar o.a. Josephine Baker en Charlie Chaplin optraden.

Er is wel geen parkeer- of dubbelparkeer gelegenheid in deze straat. We laden onze auto uit terwijl we de straat blokkeren en Willem en de kinderen dragen alles naar boven. Ondertussen rij ik blokjes rond als er een auto door moet rijden tot we de auto ergens kunnen parkeren in een nabij gelegen parkeergarage. De auto blijft daar de komende dagen staan en we zijn van plan hier alles te voet of met de fiets te doen. Parijs heeft veel plaats gemaakt voor de fietsers en uiteraard is ook hier het concept van deelfietsen ingeburgerd. En zo vermijden we ook de metro.

Ondertussen is het 9 uur en gaan we op zoek naar een restaurant. We besluiten eerst onze buurt wat te verkennen, keuze genoeg: een dumpling restaurant, Thai, Mexicaan, Italiaans, Oezbekistaan, Marrokaans, … Willem heeft zin in Mexicaans, maar die zit vol. Volgende poging is een tapasrestaurant, maar daar ook « complet» (het is natuurlijk zaterdagavond) en zo belanden we bij een Italiaan die nog een plekje voor ons heeft. Een eenvoudige pasta, daar had ik nu eigenlijk ook wel zin in. Mare en Lasse delen trouwens zoals het in een stad als Parijs moet, heel romantisch een dessertje.

Na het eten wandelen we naar de Seine en het Louvre, snuiven we de sfeer op en doen we aan window shopping.

Wat is er veel leven in Parijs, de terrassen zitten afgeladen vol tot zeer laat. Hier is geen sluitingsuur meer. Verder is het hier een bijeen getroep dat het een lieve lust is. Ik denk dat we ons binnenkort aan een nieuwe lockdown in Frankrijk moeten verwachten. Met de maatregelen vanaf augustus (covidpas op café en restaurant) komen ze volgens ons te laat. Er waren hier bovendien ook betogingen tegen deze aangekondigde maatregelen gedurende de dag. Frankrijk en zeker Parijs heeft het los gelaten: voor hun bestaat er geen corona meer. Er passeert een dame langs de terrassen die luid fake niezend roept: »je suis malade et je ne porte pas de masque » als statement. 2 straten verder horen we haar nog, en ook het gelach van de mensen op straat die het super grappig vinden.

Louvre by night
Volle terrassen om 1 uur

Onze pubers zijn ondertussen heel gelukkig dat ze hier kunnen rondwandelen. Je ziet ze echt opleven. Maar ook ik krijg hier energie van. Hoezeer ik ook geniet van de rust en kalmte op de boerenbuiten, dit geeft ook mij zuurstof.

Met een hoofd vol impressies keren we om 1 uur ´s nachts terug naar ons appartement. Er is nog overal leven in de brouwerij, zo ook hier tegenover. We horen letterlijk de kurken knallen als we nog even uit ons raam hangen. Gelukkig heeft Mickael gezorgd voor zeer geluidsdichte ramen en kunnen we rustig gaan slapen.

Agricyclisme

Vanmorgen hadden we vooral boter nodig om onze benen in te smeren. Willem had 4 fietsen gehuurd die zouden worden afgeleverd aan de parking van de « Voie verte » in Condom, het startpunt van een traject van 17 km lopende tot aan Montréal-du-Gers. Het parcours is aangelegd op een oude spoorweg, dus relatief vlak, je kan hier en daar het pad verlaten en aanvullen met een bezoek aan de omliggende dorpjes.

Om 11 uur stond de verhuurder van de fietsen ons keurig op te wachten met 4 Trek-fietsen. Hijzelf was een Welshman van origine, een zeer aimabele man. En wij weg voor een tochtje van een paar uur. Eerste sortie was richting Cassaigne, dat hadden we nog niet bezocht. Eens je de spoorweg verlaat is het dadelijk wel stevig klimmen, in totaal hebben we vandaag 352 hoogtemeters gedaan. Helemaal mijn ding niet. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, is’t bergop rijden. Ik kan niet doseren, rij niet graag als een slak omhoog. Dus bijgevolg rijd ik steevast te snel om goed te zijn en ben ik al gaar om terug naar huis te keren op de eerste bergtop. Maar enfin, we zijn er geraakt.

Cassaigne, prachtig dorpje met een Middeleeuws kasteel. Je kon er ook Armagnac proeven, maar met nog dik 40 km voor de boeg leek ons dat niet het beste plan. Voor de rest, zoals zo vaak hier, geen estaminet te bespeuren. Verder door dan maar naar Mouchan, maar om de grote wegen te vermijden (ze rijden hier echt wel als gekken en fietspaden zijn er nergens) neemt Willem ons op sleeptouw door de (zonnbloem)velden. Weeral bunkeren dus.

Mouchan zelf is ook alweer een onooglijk klein en ingedommeld dorp. Ondertussen is ons water al bijna op, de temperaturen beginnen toch weer aardig de hoogte in te gaan. Maar ook hier geen café, noch winkel te bespeuren. We volgen de pijlen « lavoir – fontaine », in de hoop dat daar water is. Dat is er op zich ook wel, maar we zijn toch niet 100% zeker dat het drinkbaar is. En niemand in de buurt om ons dit te bevestigen of te ontkennen. Bij het buiten rijden van het dorp komt er dan ook toch net een vrouw haar voordeur uit. Ik pols toch even en effectief was het « non potable ». De vrouw is zo vriendelijk om onze flesjes te vullen met kraanwater. Iedereen is hier ongelooflijk vriendelijk en behulpzaam trouwens. Ook onderweg met de fiets, letterlijk elke passant, zonder uitzondering, wenst je een goedendag.

Daarna pikken we de draad terug op op de « voie verte » tot op het eindpunt. Je kan uiteraard nog verder rijden, maar dan is de weg niet helemaal goed aangelegd en we moeten ook nog de hele weg terug. We hadden ongeveer om 16h terug afgesproken om de fietsen in te leveren.

Morgen trekken we richting Parijs, we gaan nog even tot bij Sue & Robin om alvast afscheid te nemen en daar komen we tot de ontstellende ontdekking dat dit het laatste jaar is dat ze de gîte verhuren. Volgens hen worden ze te oud. Wat vinden we dat jammer, we kunnen hier dus nooit meer naar terugkeren.

Vanuit het huis zien we daarna een enorm hert aan de rand van de wei sluipen, erg op haar hoede. We durven niet teveel lawaai maken om haar niet af te schrikken, dus geen foto hiervan. Maar wat prachtig om te zien !

En dan vertrekken we naar Le Fréchou, één dorp, verder voor de marché gourmand, aanbevolen door Sue als de beste in zijn soort. We merkten in ieder geval dadelijk het verschil met Nérac: gescheiden in- en uitgang, mondmaskers voorradig aan de ingang (zonder kom je er niet in), alcogel en ruimte tussen de tafels. Het is er gezellig druk, er hangt een leuke en ongedwongen sfeer. Op het podium zet een ensemble van blazers (trompet en saxofoon) de muziek in, een bont allegaartje van mensen die duidelijk veel lol hebben.

We drinken een Floc de Gascogne en eten er een stukje foie bij. De kinderen vinden niet dadelijk hun goesting tussen het eten (en qua drank is er enkel alcohol), dus besluiten we naar Nérac te rijden om te eten bij L’Escadron Volant op het pleintje bij de chateau de Nérac. Dat gedeelte van het stadje voelt erg Toscaans aan. Het is een mooie afsluiter van dit stuk van onze vakantie. De streek is ons enorm bevallen, het is « La france profonde » zoals Robin zegt: puur natuur, eenvoudige maar vriendelijke mensen, de natuur heeft hier ruimte voor vrij spel en de enorme rust die ervan uitstraalt is al overheersend. We vertrekken hier met een zeer goed gevoel.

Op het water

Vandaag zou het hier 36 graden worden, oeftie! We voorzagen dus een “promenade en canoe” om wat verkoeling te zoeken op het water. Daarvoor moesten we om 11 uur in Lavardac zijn, aan de oevers van de Baïse. Een heel rustig stukje rivier, er zit weinig stroming op, dus kies je zelf hoe je het aanpakt. Ze stellen een route voor, waarbij je rechts de Gélise opgaat en links op de Baïse blijft. Rechts is het meer schaduwrijk, zijn er wat obstakels en is de fauna en flora meer gevarieerd. We besloten eerst die weg te nemen. We kregen 2 uur tijd hiervoor. Ondertussen is kayak, kano of rafting een traditie geworden op vakantie (we deden het ook al eerder in Frankrijk, Sardinië en Umbrië). Hierdoor komen we al zeer goed vooruit en het navigeren lukt steeds beter. Bovendien heeft Mare onlangs nog een zeer goede opfrissing gekregen in Zweden, waar ze op 2-daagse ging mee de Kano op zeer woelige wateren. En Lasse heeft serieus veel kracht gekregen, dus dat gaat plots heel snel.

Het was echt zalig! Geen mens te zien op heel het stuk, mooie natuur, complete stilte en rust.

Het keerpunt van de “rechterarm” kon je niet missen, want die liep “dood” op een waterval. Perfecte stopplaats om wat verkoeling op te zoeken.

We hadden nog tijd over, dus deden we ook nog het linkse stuk. Dit was breder, meer open en daar was het keerpunt een brug. We keerden terug met 4,2 km op de teller.

Willem werd op de valreep nog kletsnat toen hij « gezwind » aan de aanlegkaai uitstapte om onze kano’s op het droge te trekken. Hij dacht dat het op dat stuk ondiep was…niet dus! We lagen allemaal strijk in onze kano.

Op weg naar huis (nadat we allemaal droge kleren hadden aangetrokken) dachten we nog eentje te gaan drinken aan het water in Nérac, ware het niet dat we eerst nog voor een snelle boodschap gestopt waren aan de supermarkt. Verkeerde volgorde dus, we moesten eerst naar huis om de frigo te vullen. Dan maar verder door naar Mézin, waar deze keer het café wél open was (maar waar we nog steeds quasi de enige gasten waren) en waar de kinderen ook een ijsje aten.

Thuisgekomen was het tijd om te zwemmen, een dutje onder de appelboom, een potje Trivial (ik versloeg Lasse op de valreep) en om de bbq aan te steken.

We deden nog een facetime met oma en opa vanuit onze bbq-hoek. dat was supergezellig! Ik bestelde ook nog tickets voor de Eiffeltoren voor maandag… en door dit te doen kwam ik tot de ontdekking dat we al die tijd een verkeerde vertrekdag in ons hoofd hadden! We dachten dat we hier zondag zouden weggaan, maar dat blijkt dus al zaterdag te zijn. Dat was even snel schakelen in ons hoofd. Op zich is dat geen probleem, maar dat betekent dat we enkel morgen nog hebben om afscheid te nemen van deze prachtige locatie. Dat zullen we voor een stuk al fietsend doen, want dat is wat we voorzien hebben voor morgen.

Slow motion

De dag begon wat grijs, de zon had erg veel moeite om door te breken. Maar in vergelijking met de voorbije dagen, was dat perfect om te doen wat we van plan waren te doen. Terwijl onze kinderen zich nog eens omkeerden in hun bed en nadat wij een eerste koffie hadden gedronken op ons dakterras, deden we een ochtendwandeling tussen de velden. We hadden ons voorgenomen om – de periode dat we in het huis zaten – ons niet druk te maken over de lang slapende pubers en, indien het uitkwam, gewoon ons ding te doen. Bij deze bunkerden we door de graan-, bieten- en zonnebloemvelden.

Credits WG
Overal op de velden liggen de pakken klaar, al vanaf we hier toekwamen. Er wordt geen regen verwacht lijkt me.

Na ons ontbijt (en nadat de jeugd stilaan de trap afdaalde) gingen we boodschappen doen én eerst en vooral ook op verkenning voor de komende dagen.

Eerste stop was Lavardac, waar een kanoclub is. Niet meer dan een schuur waar een 4-tal pubers (die duidelijk wél vroeg opstaan) de dienst uitmaken. We reserveerden alvast 2 kano’s voor morgen. Ik denk niet dat er op de Gélise spectaculaire passages zullen zijn (maar zeker ben je nooit), maar een paar uur op het water in slow modus is altijd aangenaam.

Daarna richting Barbaste, eigenlijk om geld af te halen. In Frankrijk is het nog steeds de gewoonte om cash of met cheque te betalen in veel gevallen, ik vermoed dat ze aan de staart van het peloton bengelen qua non cash oplossingen. Maar ook in Barbaste geen geldautomaat te vinden. Dit verklaart perfect het succes van Nickel (soon also in Belgium), waarmee je een zichtrekening kan openen in een krantenwinkel én ook geld kan afhalen. Maar niet getreurd, we vleien ons dan maar neer op een terrasje dat we bij een vorige passage in het dorp al hoorden roepen: zet u en drink ene!

Daarna was het nu écht wel tijd voor de boodschappen: vanavond staat er forel op het menu.

Op de terugweg rijden we nog snel langs Fréchou, het zoveelste kleine, charmante dorpje op een boogscheut van ons verblijf. Dit werd door Sue sterk aanbevolen om de marché nocturne te doen, vanwege de kleinschaligheid en het unieke karakter. Toch even piepen hoe het zit met de bereikbaarheid, kwestie dat we niet minstens over een 4×4 moeten beschikken om daar te komen. Die Britten hebben andere normen wat dat betreft. Het bleek goed te zitten: heel afgelegen, dat wel en door elkaar geschud, dat ook, maar het zag er gezellig uit. We hebben er alvast zin in voor vrijdag.

Thuis hebben we nog wat baantjes getrokken. Tegen de tijd dat ik er 30 heb gedaan, pikt Lasse mee in. We eindigen tegelijk met 50… ik voel me net een escargot. Verder de obligate volleyralley (record staat voorlopig op 104). Qua jeu de boulle toernooi stond Lasse voor vanavond los aan kop, maar Papa is hem nu vlotjes langszij gegaan. Tussenstand: Willem 8 pt, Lasse 7 pt, Mare 4 pt en Ilse 3 pt (waarbij ik 1 punt extra haalde doordat Mare in de laatste worp mij dichter ketste, hier is het niet “Kempen boven “ zegt Mare).

En dan gaan de visjes op de Bbq. Overheerlijk, goede marchandise zoals ze zeggen. komen gewoon van de Intermarché van de verstoog, maar topkwaliteit. Sue zegt dat Carrefour hier absoluut te vermijden is.

We worden weerom getrakteerd op de mooiste zonsondergang en sluiten we af met een Facetime met moeke, vake, Toon en Anke in Heverlee. Fijn om ze – al is het op een afstand – terug te zien!

Tour de région

Vandaag had ik de opdracht op mij genomen om een dagvullend programma te voorzien in de sfeer van kunst en cultuur en amusement. Willem zal de komende dagen nog zorgen voor sport en recreatie.

Ik zwierde iedereen in de wagen voor een mini-roadtrip in de regio. Ik had vooraf een route uitgestippeld van plaatsen die me de moeite leken.

Starten deden we in Valence-sur-Baïse, het meest « zuidelijke » punt van de dag. De reden: je kan hier in extremis nog een blik werpen op de Pyrénées. Hiervoor moet je via een klein deurtje in de kerk op het marktplein een smalle wenteltrap naar boven nemen. Dan kom je op een brug terecht tussen de 2 torens, van waaruit je een mooi zicht zou krijgen op de omgeving en bergen. Zou, ware het niet dat er boven een wespennest zat en het er krioelde van de wespen. Het deurtje naar de torens hielden we dicht. Iets te gevaarlijk om op die hoogte wespen van je af te moeten slaan. Een snelle blik en foto door de halfgeopende deur volstond voor ons. Het is zo goed dan we het gehad hebben, zeggen ze dan.

De wespennest
Een glimp van de Pyreneeën

Dan maar een terrasje doen met zicht op de kerk bij « la table d’Emma’. Het was net 12 uur geworden en het terras zat vol bejaarden en bouwvakkers voor de lunch. 14,50 EUR voor een 3-gangen lunch vragen ze hier. Het was duidelijk eenvoudige, maar lekkere kost. En Emma zelf was het zonnetje in huis. Ik bestelde een Perrier en toen realiseerde ze zich plots dat George nog niet was komen leveren en dat de Perrier op was. « Papi » kwam ter hulp gesneld en liet weten dat George net gebeld had om te zeggen dat hij wat vertraging had. Ah bon, dan zou ze Badoit brengen. Ook prima ! Nog geen 5 min. later stopte George voor de deur. Gelukkig, eind goed al goed!

Volgende stop was Larresingle, wat gebrandmerkt staat als « het kleine Carcassonne». Op weg er naartoe kwamen we eerst ook nog « le Pont d’Artigues » tegen, een Middeleeuwse gerenoveerde brug over de l’Osse tegen. Eerste vermelding van de brug werd teruggevonden in de 15de eeuw, maar is hoogstwaarschijnlijk nog ouder en ligt op de route naar Compostella.

Larresingle zelf is een mooie nederzetting, daar niets van, maar een typische toeristische site. Hoewel het er nu ook weer niet over de koppen lopen was.

Daarna was het verder richting Montréal en meer bepaald de site van Séviac, waar er een romeinse villa bewaard is gebleven. Er bleek een heel belevingscentrum rond de site gebouwd te zijn en je moet wel een 3-tal uur hiervoor uittrekken. We besloten dit als joker te houden voor mocht er nog een gat in onze activiteiten van de komende dagen vallen. Laat ons eerlijk zijn, voor een korte wandeling tussen opgravingen krijg ik mijn manschappen nog wel warm, maar 3 uur is wat van het goede teveel.

Montreal zelf is ook weer een typisch bastide dorp (zoals alle dorpjes die we vandaag bezochten). Het meest kenmerkende aan bastiden is dat de dorpsinrichting bepaald wordt door het regelmatige en rechtlijnige stratenpatroon. Als een dambord liggen deze rondom het centrale marktplein. Dat was en is nog altijd het kloppende hart van het openbare leven in het dorp.

Laatste stop was Fourcès, ook een bastide, maar enig in zijn soort omdat het dorpsplein nu net niet rechthoekig maar rond is. Heel charmant dorpje, maar ook weer redelijk desolaat en ingedommeld. Veel toeristen kwamen we tot nu toe nog niet tegen. We dronken een smoothie of aten een ijsje in de zowat enige brasserie van het dorp. Verder leerden we ook nog de burgemeester kennen (dat hij het was konden we afleiden uit de begroeting van een bewoner die hem passeerde). Hij was druk bezig met het wijziging van de gemeentelijke website (lees: hij was het aankondigingbord in een glazen kast aan het herschikken). Lasse maakte ook nog de grap dat de kast niet op slot werd gedaan en er dus een groot risico op hacking was.

Na een verkwikkend plonsje in het zwembad, maakten we ons klaar voor de marché nocturne in Nérac: een soort foodtruck festival zeg maar met producenten uit de streek, alles feestelijk omkaderd met een streepje lokale muziek. Vol verwachtingen en met een rammelende handtas (je neemt je eigen bestek mee) reden we richting Nérac.

Ik had vooraf even met de organisatie gemaild omdat het ons niet duidelijk was of je vooraf moest reserveren of niet (in coronatijden weet je nooit). Dat was niet nodig, maar tijdig komen wel indien je aan een tafel wou zitten. 19h30 was duidelijk niet tijdig genoeg, het was er al zeer druk, maar we wisten toch in eerste instantie een staan tafel te bemachtigen. Bij wijze van apero namen we onder andere wijngaardslakken en mosselen, doorgespoeld met een glas witte wijn van chateau de Lisse.

Ondertussen waren we al opgeschoven in de rangorde en zaten we aan een tafeltje. We konden nu naar hartelust het schouwspel van dit soort evenementen aanschouwen. Deze markt zal ongetwijfeld een goede weerslag zijn van de mensen die de communauté Nérac bevolken, mensen van alle soorten en gewichten. Je kan hier trouwens met een goede 10 EUR op zak al aardig gegeten en gedronken hebben. We keken zelfs achter de schermen mee naar heuse familieruzies ! Het liefste wat we doen, mensen kijken.

Als « hoofdgerecht » gingen wij voor boeuf, Lasse koos paëlla. De beide kramen met de hamburgers met magret was tot een half uur aanschuiven en bovendien leek ons de saus van foie gras en de bijhorende frieten, gebakken in eendenvet ons ook een serieuze raketaanval op onze maag. Dus werd het hamburger en een brochette, maar dan wel eentje om duimen en vingers af te likken. Echt waar lang geleden dat we nog zo een smakelijke hamburger gegeten hadden in al zijn simpliciteit.

En dan aten de kinderen – zoals het echte bourgondiërs betaamd – nog een crèpe met vers gesmolten chocolade (nee, hier smeren ze geen nutella) als dessert. En Willem verkoos nog een Armagnac om alles door te spoelen, waarop het programma van morgen al deels vastgelegd werd: armagnac proeverij in een « ferme » hier in de buurt.

Op verkenning in de stad die de kinderen doet gniffelen

7 am, dat was het uur waarop ik de eerste keer wakker werd vanmorgen. Ik had vannacht de deur naar de gang open gezet, ik krijg het soms wat benauwd als ik het gevoel krijg dat alles dicht zit. De klapdeuren naar het terras van onze kamer kunnen wel open, de vraag is alleen: willen we ze open laten? De eerste avond zag Lasse een toch wel uit de kluiten gewassen veldmuis langs de muur naar boven kruipen. Dat heb je als je in een wel zeer landelijk gebied zit. Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik op het punt heb gestaan om de auto in te springen en naar huis te rijden toen ik die muis lustig zag muurklimmen.

Dit alles om te zeggen dat ik bij het openen van mijn ogen door het raam op “den allée” kon kijken en een prachtig mistig landschap zag… en dan kriebelt het. Dus sprong ik uit bed en liep ik op mijn sletsen naar buiten door de hemelse dauw om wat foto’s te nemen. Een uur later was de mist weg en nam de zon serieus aan kracht.

Vroeg op, iets vroeger ontbijt en dus konden we nog vóór de middag (stel je voor, geen evidentie met 2 pubers) naar Condom (de stad “kinderen niet toegelaten”, dixit Lasse) vertrekken, een iets groter stadje ten zuiden van Moncrabeau.

Iets groter betekent niet noodzakelijk meer leven. Ook hier parkeerden we vlot onze wagen in het centrum en was er geen kat op straat… tot we een koppel kruisten die ons met een heel beladen Frans accent aanspraken. Bleken het West- Vlamingen te zijn die duidelijk héél blij waren om landgenoten tegen te komen. We kunnen ze het best beschrijven als inspecteur Sapperdeboere en die mevrouw met haar zwarte dot die in elke strip van Kiekeboe langsloopt, maar geen naam heeft. Enfin, de hele Belgische biercultuur, de West-Vlaamse mentaliteit, het Vlaamse waterbeleid en de beste mobilhome camperplaatsen (erg handig om te weten) zijn op toch wel ruim een half uur de revue gepasseerd. Gelukkig had Sapperdeboere (dus ook een sterke gelijkenis met de strip) een reuze honger, anders denk ik niet dat we al thuis waren geweest. Maar wel geweldig sympathieke mensen!

Na een wandeling door de stad en een naburig park, waren er bepaalde leden van het gezin met grote dorst, andere met grote honger. Ik laat het aan de lezer om te raden wie onder welke categorie valt, combinaties zijn ook altijd mogelijk. We zagen een authentieke bar vanuit de verte, dus dat was bingo. Geen kaart, we hadden het maar te vragen. De eigenares was – ik schat – 1m40 en duidelijk een metal fan, maar o zo vriendelijk! We bestelden een “plancha” en een Croque Monsieur. Bij de vraag naar de witte wijn, kwam ze aandraven met een proefglas Portugese natuurwijn, niet direct wat je verwacht in dit soort bar. Maar ze bleek zelf van Portugese afkomst en duidelijk trots dat ze in het (wat wijn betreft) stugge Frankrijk eens gehoor kreeg. De wijn was bovendien voortreffelijk! De « plancha » hebben we nooit opgekregen en we hadden eigenlijk voor de rest van de dag genoeg gegeten. Niet de meest charmante locatie, want aan een drukke weg waar vooral veel tractoren passeren, maar de charme van de zaak en de dame geven we 10/10.

Nog een ommetje langs de kathedraal, het standbeeld van de 3 musketiers en d’Artangnan (die was van hier) en de « office du tourisme » en we waren weer redelijk gaar gestoofd. Tijd voor wat airco.

We besloten om nog even door te rijden naar Andiran waar we 19 jaar geleden met de familie (niemand van ons had toen al kinderen of was al getrouwd) verbleven in een voormalig stationsgebouw. Heel eclectisch (een mooi woord voor chaotisch) ingericht, maar supercharmant. Een paar keer per week kwam er in de achtertuin (en vlak voor ons slaapkamerraam) een stoomlocomotief doorgeboemeld. Willem wist nog perfect waar we het huis konden vinden, waar mijn broek lichtelijk van afzakte, want oriëntatie is doorgaans niet zijn sterkste kant. Veel was er – op het eerste zicht – niet veranderd aan het huis.

Daarna wad het terug richting Camuzat (Moncrabeau), we snakten ondertussen naar een frisse duik en de hangmat onder de bomen.

We sloten de dag weer af met een mooie zonsondergang.

Bakken en braden

Ondertussen lopen de temperaturen hier ook op tot een 32 graden. Op het gevaar af op de brandstapel te komen hiervoor (want we gaan nu toch niet klagen), is dat toch al een tik te warm voor mij. Tenzij je natuurlijk het grootste deel van de dag pendelt tussen zwembad en ligstoel onder de appelboom, hetgeen we ook effectief deden.

De dag goed begonnen met een loopje voor Willem en ikzelf zorgde voor de boodschappen. Vanavond komt er een pièce de résistance op de bbq in de vorm van een Côte â griller. Ik maak nog snel een vers tomatensausje, marineer de steak, de crevettes en de encornet en doe de voorbereiding voor de gegrilde groenten. En daarmee zijn we om 11 uur klaar voor een rustig ontbijt en een langgerekte dag nietsdoen.

In de namiddag rijden we even richting Mézin, waar we 19 jaar geleden ook al eens met de familie een marktje bezochten toen we in het “stationnetje” in Andiran verbleven. Het beeld van het dorpsplein doet dadelijk een belletje rinkelen, maar destijds was er wel wat meer leven in de brouwerij. Het plan was om een terrasje te doen, maar dan kwamen we van een kale reis terug. Het enige café-restaurant, tevens ook épicerie, was gesloten. Achter de kerk waren de locals aan het petanquen en dat deed ons zin krijgen om hetzelfde te doen.

We keerden terug via een aantal andere dorpjes, die stuk voor stuk heel charmant ogen, maar waar er nauwelijks leven is. Bar tabac definitief gesloten, geen bakker of beenhouwer te zien. Iedereen moet hier duidelijk toch wel een aantal kilometer rijden om proviand in te slaan of om überhaupt sociaal contact te hebben. De feestzaal, die dan wel in elk dorp aanwezig is, ziet er meestal nogal ongebruikt uit.

De uitgestrekte landschappen met de oneindige zonnebloemvelden stralen een ongelooflijke rust uit, hier schakel je automatisch een paar versnellingen minder. En dat was nu net wat we beoogden voor dit deel van onze vakantie.

Terug in Camuzat sloegen we zelf aan de petanque. Voorlopig trekt Lasse de kop van het toernooi, maar we hebben nog wel een aantal dagen te gaan. Niets is gewonnen of verloren!

Woutje, Woutje, wat doe je nu?

Toch wel 2 uur rijden naar Saint-Émillion… zijn we nu niet compleet gek geworden? Dat schiet toch wel door je hoofd als je spoorslags na het ontbijt de auto instapt, niet om wat uitstekende wijnhuizen te boezoeken, maar om naar de “contre la montre” te gaan kijken. De rit liep over 30 km van Libourne naar Saint-Émillion tussen de wijngaarden. Een heel mooie streek, met al die prima onderhouden en majestueuze chateaus her en der. Ik kan me voorstellen dat deze rit op TV ook een lust voor het oog moet geweest zijn.

We hadden wel nog plan B (het tussenpunt in Montagne) en plan C (dat was terugkeren) in gedachten, want zomaar aan de aankomst geraken, dat leek ons geen evidentie, zeker niet omdat we daar toekwamen als de eerste renners al gestart waren. Dat bleek niet zo ver van de waarheid, quasi elke toegangsweg was op 5 km al afgesloten. Maar een korte consultatie bij een meer dan behulpzame gendarme, leerde ons dat we via via nog wel aardig in de buurt konden komen. En inderdaad, we zwierden onze auto op 1,8 km van het dorp tussen de wijnstokken neer en gingen te voet verder. Eerst lieten we ons nog vangen door het syndroom van kuddegedrag, waardoor we vastliepen op de VIP-toegang. Willem deed nog een vergeefse poging om ons hier binnen te krijgen, maar dat was eerder hilarisch dan dat het iets bijbracht.

Zicht op Saint-Émillion
Bunkeren

De tweede poging om op het parcours te raken was wél succesvol, we volgden deze keer een groep scouts en raakten al bunkerend door de wijngaarden op de juiste plek. Méér nog: plots stonden we in de straat waar alle ploegen hun bus en auto’s hadden opgesteld. Bij Lotto Soudal ontwaarden we onze Belgische vrienden Philippe Gilbert en Thomas De Gendt. Indrukwekkend ook die ploegbussen, die compleet uitgerust zijn met ingebouwde wasmachine en al.

Philippe Gilbert, zag er niet al te gelukkig uit en was ook weinig aanspreekbaar
Thomas De Gendt

Even verder liepen we naast het podium door naar de toegang tot het parcours. Dadelijk binnenlopen konden we niet, de coronaregels werden hier ook gerespecteerd en je kon pas binnen als er evenveel mensen buiten kwamen. Mondmaskers, dat was duidelijk je eigen verantwoordelijkheid, want heel veel mensen droegen het niet en werden er ook niet op gewezen.

We veroverden een plaatsje, eerste lijn (er was namelijk ook geen tweede en derde lijn, juist door het mondjesmaat binnenlaten van de toeschouwers) op 100 meter van de finish, net waar je ze de bocht ziet uitkomen en ze dus iets van snelheid minderen: perfecte locatie om foto’s te trekken. Weliswaar met high-speed continuous shooting én AI servo modus.

En dan was het genieten van de sfeer en de renners die – elk ongeveer om de 3 minuten doorgevlamd kwamen. Je werd goed vooraf gewaarschuwd als er een renner zat aan te komen, doordat iedereen dan met zijn vuisten op de metalen afsluiting bonkt.

En dan hoorden we via de speaker de eerste berichten over Wout binnenkomen, vooral dat hij al een zeer indrukwekkende tijd neerzette bij de tussenmetingen. In Montagne, het laatste tussenpunt, had hij 21 seconden voorsprong op Asgreen, die tot dan al die tijd al aan de leiding stond. Het wachten duurde daarna minder lang dan wat we berekenden,we zagen de heli al cirkelen. Hij was nóg versneld! De menigte schreeuwde en een daverend lawaai ging uit van de vuisten tegen de hekken… hier was de uitspraak :”the crowd goes mad” van toepassing. Wat kan die jongen op veel sympathie rekenen, enkel bij Alaphilippe en Pogacar was het enthousiasme ook zo groot. Nochtans hebben we zeer weinig Belgen gespot.

Wout Van Aert reed gemiddeld 51 km/h

Nadat alle renners gepasseerd waren, veroverde ik een plaatsje om de podiumceremonie te fotograferen. Hiervoor moest ik wel wat halsbrekende toeren uithalen. Willem keerde met de kinderen al terug naar de straat van de ploegbussen om post te vatten bij Jumbo Visma, net op tijd om – via de ploegleider – de drinkbus van Van Aert te kunnen recupereren. Die zat nog vol met gekoelde drank. Lasse kon het niet laten om de inhoud in zijn mond te spuiten. Dus àls er al sprake zou zijn van doping, dan zouden we het snel genoeg merken :). (Noot: we zijn al een goede 18 uur verder en Lasse reageert nog compleet “normaal”.

Dé drinkbus van Wout

We vroegen de ploegleiding bevestiging dat hij hier nog zou passeren, dat was het geval. We zijn dan best nog wel een tijdje blijven staan, tot plots de laatste mobilhome vertrok en hij dus blijkbaar toch al op een andere manier was vertrokken. Zelfs dat is hem vergeven, ander keertje dan maar. Ik stond nochtans helemaal klaar om luidkeels “Kempen boven” te scanderen.

We keerden via de wijngaarden terug naar de auto, ondertussen (buiten Lasse dan) compleet gedehydrateerd, want – ook naar goede gewoonte – hadden we voor de temperaturen weer te weinig water mee in de rugzak. Dat terwijl de koffer volstak. Op en rond het parcours is er ook niets te krijgen. De focus daar ligt op TDF gadgets, eerder dan “de dorstigen laven”.

Normaal gesproken zouden we op de terugweg nog het dorpsfeest van Barbaste meepikken, maar we hadden zoveel prikkels te verwerken gekregen, dat dat nu even een brug te ver was. We stopten in Nérac voor een rustige pizza en een zeer goed fles Buzet. Een mooie afsluiter van een mooie dag!

Platte rust op den boerenbuiten

Zen. Dat is het woord dat het meest past bij het gevoel dat je overvalt in Camuzat. Uitgestrektheid, absolute stilte (buiten één of andere boer die altijd wel ergens een weide aan het maaien is of het geluid van 2 vechtende salamanders). Af en toe springt er een haas of een hert voorbij. En dan nog de geur van vers gemaaid gras.

Lang slapen (althans de kinderen toch), koffietje op het slaapkamerterras om wakker te worden, lang ontbijten, luieren aan het zwembad, een toerke lopen, lange apero, een beetje volleyballen en op ‘t gemak de bbq aansteken voor een heerlijke magret (credits voor WG). Meer moet dat niet zijn in’t leven.

Toch één spannende gebeurtenis vandaag: de kinderen gingen volleyballen op het grasplein vooraan, waarop Robin kwam aangesneld om hen te waarschuwen voor “ les explosifs” die hij in de grond gestopt heeft om de “loup” te verjagen. We hoorden de kinderen geëxciteerd aangelopen komen op het grind van de oprit. Alleen al aan hun looppas kon je horen dat er een verhaal ging volgen!

“Hier zitten wolven”! “Robin heeft bommen in de grond gestopt om die te verjagen”… hilariteit alom van onze kant natuurlijk, want het betreft “détaupeurs” (om mollen te verjagen) die we al hadden zien steken. We hebben een flauw vermoeden dat Robin zijn Frans, ondanks dat hij hier al 16 jaar woont, nog niet helemaal op punt staat. En in mijn verbeelding zag ik hem al (een rasechte Brit) hevig gesticulerend aangelopen komen met een helm op, recht uit een oorlogsfilm.

De dag afsluiten doen we met een prachtige zonsondergang. Het “blauwe uurtje” is hier machtig, geen greintje luchtpollutie in de buurt.

Morgen staat de tijdrit in Saint-Emillion op het programma om Woutje nog eens aan te moedigen en sluiten we af met het dorpsfeest van Barbaste, waar we aanschuiven voor de feestdis.

Ambiance!

Vandaag is zogezegd een tussendag: we laten Oloron-Sainte-Marie voor wat het is en trekken naar onze volgende bestemming: Camuzat (entre Lot-et-Garonne), gelegen aan de rivier La Baïse, die net als wij vanuit de Pyreneeën komt en uitvloeit in de Garonne.

Maar eerst nog een “drukke” dag in de Tour. Na het ontbijt (de bakker had duidelijk wél vers brood geleverd vandaag), propten we onze auto vol. Nog even wat proviand inslaan bij de épecerie op de hoek en met dit feit hadden we bij deze de totale middenstand van Oloron een duwtje in de rug gegeven. En dan was het richting Bardarros, alwaar we een goede parking aan de sporthal hadden gespot en we een 800 m verder al op de top konden staan van wat de 1ste klim van de dag voor de renners zou zijn. Goede voorbereiding is alles.

De parking was nog bijna leeg, maar druppelsgewijs kwamen er toch wat toeschouwers. Alles werd om 11 h afgesloten, daarna wordt het wat moeilijk, tenzij je zelf ook met de fiets komt. De gendarmerie daarentegen was op dat ogenblik op alle kruispunten en op de weg al zwaar in de meerderheid! Wat een machtsvertoon voor een koers! Wat we toen nog niet wisten is dat Macron vandaag ook een stuk zou meerijden in de wagen van Preudhomme. Zou er wel eens iets mee te maken kunnen hebben.

Op weg naar boven werden we dadelijk al zeer warm onthaald door de bewoners van de straat. Iedereen had er duidelijk zin in. Hoewel de Tour al 72 keer startte in Pau, was het 20 jaar geleden dat deze straat in het parcours zat.

We veroverden een goed plekje en dan kon het wachten beginnen : nog 4 uur te gaan! Maar eerlijk is eerlijk, we hebben ons geen seconde verveeld en naarmate de tijd vorderde werd het er aardig druk, maar niet in die mate dat de coronaregels in het gedrang kwamen.

Het enige dat je moet weten is dat je je tenen moet binnenboord houden als de officials komen voorbij gevlamd tegen 100 per uur voor de parcourscontroles.

Eens de tourkaravaan passeerde piekte ook het ambianceniveau: wat een feest! Nooit gedacht bovendien dat ze nog zoveel “gadgets” zouden uitgooien. Heel eco-friendly is het allemaal toch niet. De wagen waar iedereen het meest gek van werd, was die van Haribo trouwens. Er stonden namelijk ook nogal wat kinderen naast de weg.

Eens de karavaan weg is, is het in spanning wachten op de renners, die niet lang daarna vertrokken in Pau. Vanaf dan zie je iedereen wat nerveus posities innemen voor een goed zicht en nog 10 keer veranderen.

Er was net voor de passage een schifting gebeurd, waardoor je een kopgroep, de achtervolgers (aangevoerd door Alaphilippe ) en het peloton (aangetrokken door onze Wout) had. Dus dat was een meevaller en veel leuker als toeschouwer dan 1 langgerekt peloton.

En dan is het voorbij… en gaat iedereen naar huis. Net alsof je op een goede fuif bent waar het nog vollenbak ambiance is en iemand doet plots alle lichten aan en ze spelen:”ge moogt naar huis gaan, vaarwel goodbye”. En net zoals op een fuif heb je nog wel enkele goed beschonken exemplaren die door de bezemwagen opgekuist moeten worden.

In de auto luisterden we uiteraard naar Radio 1 voor het vervolg, maar de interventies uit de tour werden steeds korter en de onheilsberichten over de waterramp in België steeds dramatischer. Wat een ellende en wat een ramp! Hoe verschrikkelijk om al je hebben en houden op die manier te moeten verliezen! En hoe kan dit toch allemaal! We werden er heel stil van.

Na een uur of 2 bereikten we ons huisje, waar we zeer warm verwelkomd werden door de eigenares, een Britse (bejaarde) vrouw die hier met haar man al 16 jaar woont.

Sue en Robin sparen duidelijk kosten noch moeite om alles hier spic en span te houden. Wat een ruimte, wat een zichten en wat een aangenaam huis. Ze wonen in het stuk naast ons, maar de tuinen, terrassen en het zwembad zijn alleen voor ons. Ondertussen hadden we ook goed weer (en dat zou zo blijven voor de komende dagen), wat alles nog een laagje extra glans gaf. Instant happiness noemen ze dat.

Vooraanzicht huis
Terras achteraan
“Gazebo” (zegt Sue) to have a nice drink in the sunset
The pool
Terras aan de slaapkamers
De “Bbq area” die we waarschijnlijk veel zullen gebruiken

Ik denk eerlijk gezegd niet dat ik de komende dagen veel te vertellen zal hebben, want we zullen hier zeker een paar dagen genieten van het huis en de rustige omgeving. We zagen alvast hazen in het veld en er lopen hier ook herten rond. De rust die een welkome schakel is tussen de eerder goedgevulde dagen en wat er nog zit aan te komen in Parijs. Maar zaterdag gaan we alvast nog naar de tijdrit in Saint-Emillion, helemaal niets doen is aan ons nu ook weer niet besteed.

Alles ademt TDF

Where to begin…bij het ontbijt lijkt me. Na een verkwikkende nacht (geen klachten over de bedden) trokken we naar de eetruimte. Ook hier enkel zoetigheden, niet zo mijn ding, maar vers fruit en goede yoghurt volstaan. Het stokbrood echter was wat aan de harde kant, maar daar zat een verhaal achter waar je toch wel de wenkbrauwen bij kan fronsen. Wie kan geloven dat een rasechte Fransman VERGAT dat het 14 juillet is, tevergeefs zat te wachten op de levering van vers brood, zijn “camion” (dixit) nam, naar beneden naar de bakker is gereden en toen hij daar ook voor een gesloten deur stond, zijn franc pas gevallen is. Kleine kanttekening hier nog bij: de camion waarvan sprake is een nogal afgeleefde camionette… kwestie van een beetje te overdrijven.

De camion van mijnheer Patrick

Hij was tevens ook de hele nacht in de weer geweest met zijn geodriehoek en de weerkaarten om ons de beste route met kans op “dégageren” van de wolken uit te stippelen. Het trof dat dit exact dezelfde route was als diegene die we zelf ook 5 min. eerder hadden uitgestippeld.

Tijd om te vertrekken, want we hadden een druk programma voor de boeg. Eerste taakje van de dag was een parcoursverkenning voor de tourrit van morgen en uitvogelen waar we precies het best een plaatsje kunnen veroveren. We moeten tijdig ter plekke zijn, want vanaf een bepaald uur sluiten ze alles af. Je zoekt best een stekje op een helling, want anders sta je 3 uur te wachten en is het in een flits voorbij, zonder je ook maar één renner herkend hebt. En dan is er nog corona, waar je liefst ook dikke pakken mensen uit de weg gaat. Het parcours volgen was niet zo moeilijk, want er hangen overal fluo gele pijlen op om aan te geven hoe het peloton zal rijden. We voelden ons op zoektocht met de jeugdbeweging.

We malen het ene charmante dorpje na het andere af (Nay, Pouzzac, Barrège,…) en overal hangen er vlaggetjes of zie je wel iemand strak ik het pak zich naar het centrum haasten voor één of andere ceremonie ter gelegenheid van de nationale feestdag. Zo ook in Lourdes, dat ook op onze weg lag. De flink opgeblonken helmen van de troepen schitterden kilometers in de omtrek, een aantal soldaten (?) stonden paraat met hun geweer. We besloten even halt te houden om van dichtbij gaan te kijken en zo konden we de hele ceremonie volgen. De orkestratie was waarschijnlijk niet zo strak als op de Champs-Élysées, maar het was toch indrukwekkend, zeker toen het koor de Marseillaise inzette (eat this Leterme!) en een hele duiventil duiven gelost werden.

En dan was het tijd om de eerste van de twee cols van die dag op te rijden. Geprezen en gevreesd door velen: de col du Tourmalet. Ondertussen was het weer inderdaad aan het beteren, dus hadden we prachtige zichten. Aangezien de col ook morgen in de rit zit, stond de hele weg vol met mobilhomes bezaaid die ongetwijfeld hier al een paar dagen de beste plaatsjes veroverd hadden. Het is duidelijk een kwestie van je favoriete col uitzoeken en daar tijdig je plaats claimen.

Door de grote drukte (ook veel wielertoeristen trachten elke rit één dag vóór het peloton te rijden) is het echt aan een slakkengang naar boven rijden. Hierdoor voel je echt de spanning, de nervositeit, de ambiance, de verbondenheid onder de kampeerders.

En dan is daar de top, duidelijk een heel pak graden minder, een onherbergzaam landschap en de vreugde en blije gezichten van alle fietsers die het gehaald hebben. Schitterend!

We vonden ondertussen dat we ook een opkikkertje verdiend hadden en wandelden naar een berghut in de buurt. Instant après-ski gevoel, want ook daar heerste een uitgelaten sfeer. We aten op het terras een flinke plak paté artisanal en de kinderen uiteraard wat hand in hand gaat met een ski-hut: een bakje frites. Dus toch nog een beetje skivakantie dit jaar.

Op naar de volgende col dan: col d’Aubisque! Daar was juist niks gedégageerd en – in alle eerlijkheid – was het bij momenten gevaarlijk. Zeer dichte mist, de weg is daar een pak minder goed dan de biljarttafel van de Tourmalet en het is één grote zone pastorale. Concreet wil dit zeggen dat er zo af en toe een koe in het midden van de weg je staat aan te staren. Maar je ziet ze pas als je al wel heel dichtbij bent. Vooral de afdaling was zeer pittig, want hier en daar zijn er in de bochten geen muurtjes die je eventueel kunnen tegenhouden.

Waar de sfeer op de Tourmalet uitgelaten was, is die op de Aubisque sereen. Geen vreugdekreten als men bovenkomt, maar ingetogen blij dat er geen accidenten zijn gebeurd.

Ondertussen is het al bijna 6 uur en zetten we koers naar Pau, waar ons onverwacht een aangename verrassing wacht. Al dagen zijn we onder ons aan het speculeren waar onze vrienden van de VRT zouden neerstrijken om verslag uit te brengen van de rit die start in Pau. We parkeren ons aan het station, nemen de funiculaire naar de Boulevard en stuiten op… Een opname van Sporza met Maarten Vangramberen, live in het VRT nieuws. We wachten geduldig tot hij klaar is en doen dan een meer dan leuk babbeltje met hem. Sympathieke jongen. We vroegen hem naar zijn prono voor morgen, want hij zat er al een paar keer op. Hij mikt op Vingegaard.

En dan zoeken we de Italiaan op voor ons avondmaal, de kinderen zonnen op Pizza vandaag. Enkel de naam was wat verwarrend (L’Entrecôte), want voor de rest prima in zijn soort!

Bovendien is dit restaurant – weer geheel toevallig – gelegen tegenover de Best Western waar we druppelsgewijs de hele tourkaravaan de parking zien binnenrijden… de spanning stijgt alleen maar.

Nog even naar de Boulevard om de festiviteiten van 14 juillet op te snuiven. In Pau geen vuurwerk dit jaar, ze hadden het idee opgevat om de burgers wensbalonnen te laten opstijgen. Een prachtig zicht.

Op weg naar Oloron krijgen we als kers op de taart toch nog vuurwerk te zien.

Regen… regen… en nog eens regen.

De rit naar het zuiden was heftig… zeer heftig. Een rit van ongeveer 6,5 uur, maar wel met ongelooflijk veel wateroverlast. De ruitenwissers konden het met momenten niet aan en ken je het geluid van overmatig opspattend vocht dat tegen de kappen van de auto schuurt? We hebben verschillende rally piloten al flikkerend met hun lichten zien voorbijsnellen en even later schuins geparkeerd in de berm zien eindigen. Gelukkig zonder grote brokken.

Dan probeer je te denken dat, eens Bordeaux voorbij het weer wel zal keren… neen dus! Het zag er even niet te best uit. Zeker niet als je man al weken vooraf herinneringen aan het ophalen is van de zonnige flaneerboulevard in Pau, bezaaid met palmbomen en magnifiek zicht op de Pyreneeën. Dus eerlijk gezegd nooit gedacht dat we in staat gingen zijn ook maar zoveel als onze kleine teen buiten de auto steken zonder kletsnat te worden. Maar het moet zijn dat we de rest van het jaar allemaal heel braaf zijn geweest, want bij het binnenrijden van Pau brak er zowaar een zonnestraal door de nog steeds dreigende wolken.

Pau, hoe zal ik het omschrijven… een stad die toch al wel flink uit de kluiten gewassen is, veelzijdig met een agrarisch karakter? Waar anders rijd je op de ring en zie je plots links een weide die bezaaid is met pas gemaaide strobalen? Ik zie het alvast niet zo direct in Leuven. En al wandelend op de ietwat mondaine boulevard, ontwaar je wat lager op een grasflank grazende geiten.

Leuke stad, heel mooie gebouwen. Toffe, kleine straatjes. Maar dan moesten we weer binnenvluchten voor de volgende bui.

In de bar à vin waren we welkom, maar hier vroegen ze toch weer onze telefoonnummer, uit voorzorg. Blijkbaar niet echt verplicht, maar aangezien Macron vandaag weer verstrenging van de maatregelen heeft aangekondigd vanaf 1/08, zie je de vertwijfeling. Of het bij ons ook zo is? Ja, het was zo bij ons. Oh, zegt de bazin, maar dat gaat bij jullie ook terug komen. Als we vroegen naar de vaccinatiegraad bij hen, blijkt dat hier niet meer dan 50% te zijn. Toch wel een stuk minder dan in België. Volgens haar typisch: Belgen doen gewoon wat ze moeten doen en willen graag onbezorgd op café. Fransen moeten eerst nog wat kunnen klagen en zagen voor ze overstag gaan.

Tijd om dit alles door te spoelen met een Jurançon (mij toch we wat te zoet) en een paar tapas. De “Bruschettas de Sardine à la Gelée de Piment d’Espelette” was een op het eerste zicht onbetamelijke combinatie, maar verrassend lekker!

Buikje gevuld, bui over. Tijd om onze overnachtingsplaats op te zoeken, 30 min verder door naar het zuid-westen, naar een dorpje aan de voet van de Pyreneeën met de meer dan welklinlkende naam van Oloron-Sainte-Marie. Blijkbaar bestaat Oloron uit 3 delen en zitten wij in het hoogstgelegen stuk, “la butte” zoals ze hier zeggen. Dat het nogmaals een Kiekeboe dorpje zou zijn, dat had ik begrepen, maar buiten 1 kruidenier en een crêperie (die bovendien gesloten was), is hier enkel nog de Chambre d’hôtes waar we reserveerden. Deze is gelegen in een gebouw uit de 17de eeuw, met authentieke elementen. Krakende vloeren, dikke stenen muren. En bij mooi weer, met zicht op de Pyreneeën.

De verwelkoming werd gedaan door mijnheer Patrick die dadelijk enthousiast begon te vertellen over de streek en waar we konden gaan eten. Table d’hôtes doet hij niet meer wegens corona, want hij heeft 1 lange tafel en kan dus niet per bubbel werken. Zo ook voor het ontbijt werkt hij in shiften. Die van 7h30 was al besproken, maar hij kon ons nog wel 9 h aanbieden, wat op algemeen gejuich van op de pubertribune werd onthaald.

Room with a view

En wat we morgen dachten te doen? Wij dachten een rit door de bergen te doen, een beetje de Tour verkennen één dag op voorhand. Daar kan hij ons morgenochtend nog wel mee helpen. Hier op “de butte” gaat het nog heel nat en grijs zijn, maar als hij morgen een blik kan werpen op de méteo, en de invloed van de Atlantique, la Méditerranée en Spanje kan inschatten, belooft hij ons een route uit zijn hoed te toveren zodat we -bij wijze van spreken- alles voor ons zien openbreken. Het is nen echte.

We springen daarna snel in onze wagen om – op zijn aanraden – iets te gaan eten in “Le Loft” een wat Amerikaans aandoende “diner”. Op het menu onder andere hamburger met Magret de canard. Lekker allemaal en we spoelen dit door met een glaasje Madiran van de streek.

En dan is het tijd om terug te keren naar onze B&B. Deze keer lukt het wel om de chromecast te installeren en kijken “we” (ik heb het de volle 5 min volgehouden) naar Vive le Vélo.

Schotland! Nee, Noord-Spanje…of Moraira? Griekenland! Doe toch maar La Douce France.

Makkelijk is het voor niemand om in de huidige omstandigheden een reis te plannen. Ook wij hebben bekeken en herbekeken, geboekt en herboekt. Maar de noodzaak om – indien je meerdere landen bezoekt tijdens de reis – steeds opnieuw te testen en het feit dat stukken van Europa afvielen wegens terug “rood” op de kaart, heeft ons doen besluiten om het te beperken tot Frankrijk. Maar deze keer een mini-roadtrip én de “andere” kant van het land, richting Pyrénéens.

We vertrokken in de voormiddag, “op ‘t gemakske” (want het is ten slotte vakantie) naar onze eerste tussenstop :Marolles! Een kleine 5 uur rijden naar de table d’hôtes van Julien : Taty Ginette. http://www.booking.com/Share-fq7esIe

Marolles ligt net onder Orléans, dus maakten we gebruik van de gelegenheid om daar een korte wandeling te maken en een terrasje te doen. Wat we leerden vandaag: de Fransen doen nog steeds niet mee aan “de keuken is doorlopend open”. Dus bleef het bij een goed glas Loire wijn en een ijsje.

Een rondje kathedraal konden we niet laten liggen. Te meer ik net – tijdens mijn wandelsessies thuis – de podcast van De Bourgondiërs beluisterde (het boek had ik 2 jaar geleden al gelezen, maar de vertelkracht van Bart Van Loo is zo fenomenaal!). Ik heb dus pas de heldendaden van Jeanne “de maagd van Orléans” d’Arc nog eens in geuren en kleuren mogen aanhoren. Rondwandelend kan je je zo inleven in wat het moet geweest zijn in de 15de eeuw. Daar krijg ik alvast kippenvel van!

Glasraam met Jeanne d’Arc op de brandstapel

En dan was het toch wel stilaan tijd om koers te zetten naar Marolles, wat bleek een dorpje van 2 man en een paardenkop te zijn, recht uit een strip van Kiekeboe. Ik verdenk Julien ervan naast B&B uitbater, ook nog de Maire te zijn.

Ik koos deze B&B omwille van de aparte inrichting (en de hoge score van andere gasten). De werkelijkheid was nóg geweldiger dan de foto’s: overal waar je kijkt zijn er snuisterijen, vreemde voorwerpen, souvenirs,… maar alles heel smaakvol ingericht. Een echte lust voor het oog, zowel in als rond de B&B.

We kregen een hele verdieping voor ons alleen (thema “exotic”) en installeerden ons. En dan was het tijd voor een apero aan het zwembad (dat niet verwarmd was, dus durfde niemand van ons het aan om een duikje te nemen). Maar het zonnetje was op het juiste moment van de partij en het instant vakantiegevoel was ook daar.

Het diner werd binnen geserveerd in de knotsgekke diner-en leefruimte van de B&B. Van aangeklede etalagepoppen tot ouderwetse kindervoituren, je kan het zo zot niet bedenken! En een aquarium met vissen was er ook, dus we voelden ons helemaal thuis!

En dan het eten. Het is hier een table d’hôtes, dus 1 menu. Maar zeer lekker! We hebben er echt van genoten: crème de carottes, verrines crevettes & saumon avec avocat, poulet avec sauce base de tomates et risotto en als afsluiter charlotte au chocolat. En dat alles met een streepje Jazz op de achtergrond.

We trokken zeer voldaan naar de kamer, waar we nog samen naar Vive le vélo keken… dus allemaal gezellig in 1 bed. Weetje van de dag daar was: gebruik nooit de waterkoker op je hotelkamer, er riskeert daar iemand vóór jou zijn onderbroeken in gewassen te hebben… zat Mare daar met haar vers gezet kopje thee, recht uit de waterkoker. Smakelijk! Meer weetjes van de dag heb ik niet meer meegekregen, want het einde van de uitzending heb ik alvast niet gehaald.

Na een zalige nacht (niks geen lawaai, ah neen, want 2 man en een paardenkop maken geen lawaai) in een goed bed kregen we – geheel in de stijl van het huis – een a-typisch ontbijt voorgeschoteld: vers gebakken citroen- en chocoladecake, pannenkoeken, een batterij verse confituren, …

En dan is het tijd om koers te zetten naar de Pyreneeën voor … de koers. De Tour karavaan is ondertussen in die contreien neergestreken. We hebben het niet expres zo voorzien, maar het is mooi meegenomen. Het wordt wel nog spannend om de juiste plekjes te zoeken, maar saai zal het niet zijn. Enkel de weergoden moeten we nog overtuigen, de komende 2 dagen is er veel regen voorspeld rond Pau. Maar laat dat nu de pret niet bederven.

Hit the town

De laatste volledige dag in Napels en we hebben eigenlijk tot nu nog maar 10% van de stad gezien. Tijd dus om erop uit te trekken met een all day metroticket.

Van metro’s gesproken: niet het meest transparante netwerk, maar sommige van de stations zijn wel meer dan de moeite en eigenlijk is alles ook wel netjes.

Om werkelijk alles te zien, dat zou ons niet lukken. Dus had ik vooraf enkele must-sees geselecteerd. Eerste stop was het historisch centrum, met een aantal kerken (die kom je om de 50 meter nog wel tegen) en vooral ‘via San Gregorio Armeno’ om volledig in de kerstsfeer te blijven: de straat vol met handgemaakte kerststallen, om vervolgens verder te gaan naar Montesanto. Daar vertrekt de funicular om naar een bovengelegen deel van Napels te gaan. Strak plan, ware het niet dat volgens mij heel Italië op dat moment in die straten liep. We deden een half uur over 50 meter.

Dus zijn we tamelijk snel op goed geluk wat straten ingedoken, hebben we een rustige lunch in de universiteitsbuurt genomen (met de befaamde pizza fritti), daarna per metro naar het hoger gelegen deel van Vomero, de funicular naar een aangename residentiële buurt om tenslotte af te sluiten in de Galeria Umberto I en de omliggende straten. Niet de klassieke weg dus, maar wel genoeg om een goede indruk te krijgen van de minst toeristische delen van de stad en die zijn best wel aangenaam. Op zich zijn die nog te vergelijken met Rome.

Na nog wat helse ritten op de metro waar ik letterlijk mensen er terug heb afgeduwd om te vermijden dat Lasse compleet verpletterd werd, waren we maar al te blij om in onze banlieue thuis te komen. Waar we dachten dat het daar hectisch is, lijkt het hier nu de meest rustige buurt ooit.

De dag afsluiten doen we vlakbij in een restaurant op Piazza Garibaldi “Amoroso dal 1876 – Ristorante e Pizzeria“, een meer dan waardige afsluiter. Warme welkom, kraakverse en lekkere vis, geweldige bediening. Hier wordt met de beste ingrediënten gekookt. We verlaten Napels met een aangenaam gevoel.

Als we het moeten samenvatten: geen standaard behapbare stad, maar geweldig warme mensen die ondanks veel armoede gelukkig lijken. Heel veel schrille contrasten, tussen mensen, maar ook tussen stadsdelen: Wit en zwart, arm en rijk, mooi en lelijk.

We hebben veel stukken niet gezien en we moeten absoluut nog terugkomen voor Pompeï. Dus voorlopig nog geen “tick in de box”.

Hopelijk is het nu niet van “Napels zien en sterven”, maar eerder van “arrivederci”.

Amalfi

Dat het vrijdag 27 december en dus terug een gewone werkdag in Napels en dat ondervonden we snel genoeg. Blijkbaar waren ze terug begonnen aan de werken hier in de straat en was er een leiding geraakt, waardoor de hele blok, maar ook de hele straat zonder water zat. Nochtans konden we geen enkele werkman bezig zien vanaf het balkon…vreemd. Enfin, Willem en ik hebben nog net een kattenwasje kunnen doen met de laatste druppels uit de leidingen. Wij moesten vroeger op pad om onze huurauto op te halen in de buurt van het vliegveld. We namen hiervoor de bus aan het station en vervolgens werden we aan de aeroporto opgepikt door iemand van het verhuurbedrijf. We hadden een Ford Galaxy besteld met 7 zitplaatsen, maar we kregen plots een Mercedes Vito met 9 plaatsen onder onze poep geschoven, wegen geen 7-zitter voorradig. Leuk dachten we, dat is heel ruim !

Wij terug op weg om de rest van de familie in de stad op te pikken. Dat werd al direct een helse rit in het Napolitaanse verkeer. We hebben gelukkig heel wat ervaring met het rijden in Italië (ik schat dat we al zo’n slordige 4000 km op Italiaanse bodem reden, inclusief Rome city), maar dit is toch weer een ervaring buiten categorie. Je moet je letterlijk een weg wringen tussen de auto’s die van alle kanten komen, voetgangers die zich overal tussengooien, slingerende vespa’s met papa, mama en de kleine van 2 jaar op en – naar we vermoeden een relatief nieuw fenomeen hier – dappere fietsers. Ik was maar al te blij dat we een full option verzekering hadden genomen, want ik zag het niet direct goed komen… maar dat was zonder de perfecte kamikaze (en eeuwig kalme) chauffeur Willem gerekend, binnen de kortste keren konden we de rest oppikken en ons een weg terug uit de stad banen.

De weg naar de Amalfikust verliep, zoals wij die hadden uitgestippeld, slechts gedeeltelijk over autostrade en na een 25-tal km begonnen we al aan de haarspeldbochten van de Monti Lattari.

In de afdaling naar de kust (Tramonti) passeerden we ontelbare terrassen met citroenkwekerijen waar overal zwarte doeken over gedrapeerd waren om de vruchten te beschermen tegen de koude nachten. Dit is dé streek van de Limoncello!

Daarna konden we onze tocht langs de kustlijn verder zetten. We passeerden prachtige stadjes: Ravello, Minori, Amalfi, Furore, Praiano, Positano om uiteindelijk te eindigen in Sorrento.

Prachtige zichten, en doordat het nog een zonnige dag was – helderblauw water.

We hadden ondertussen al wel een hongertje en de terrasjes aan het water zagen er in de zon meer dan uitnodigend uit… alleen was ons grote probleem het parkeren… hier wordt overal vlotjes langs de weg geparkeerd, maar dat betreft dan wel auto’s die een 4-tal keer in de onze gaan. Verder zijn er quasi nergens echte parkings te vinden, enkel van die dakparkings van restaurantjes en hotels, maar die waren bezet of afgesloten met een bareel. In Praiano vonden we een min of meer reguliere parkeerplaats. Ik moest dan wel op de weg de auto’s tegenhouden om te kunnen manoeuvreren en eens op z’n plaats bleek onze auto een slordige 1,5 meter uit te steken op een weg die zelf amper breed genoeg was om 2 auto’s te laten kruisen… de Ford Galaxy had toch de betere optie geweest.

We moesten dus tot Positano wachten om een echte parkeergarage te vinden, en we waren blijkbaar niet de enige met dat probleem.

Tegen die tijd waren de meeste zaken aan hun Siësta begonnen. We vonden een kleine kruidenier met La Mama achter de toog, die voor ons een heerlijke piadina met vers afgesneden ham en geweldig lekkere mozzarella klaarmaakte.

En dan was het tijd voor onze laatste tussenstop : Sorrento. We hadden er best wel lang over gedaan om de route te rijden. Het kost wat tijd, omdat er vaak rode lichten zijn om wisselende verkeer te regelen wegens weg te smal, een aantal keren moet je even terug de bergen in omdat de kustweg afgesloten is en verder is het op vele plaatsen stapvoets wringen om elkaar gekruist te raken (en je spiegel niet af te rijden).

Sorrento is van oudsher een grote en mondaine stad, maar zeker nog geen vergane glorie en ze hebben hier echt hun best gedaan om de kerstsfeer erin te brengen. En dan krijg je dus een gek gezicht: een mega kerstboom gecombineerd met palmbomen en sinaasappelbomen vol lichtjes.

Na een tussenstop in een gezellige bar met alweer zeer vriendelijke obers (dat moet ik nu toch nog wel even vermelden. Van taxichauffeur tot ober tot winkeleigenaar tot buschauffeur tot autoverhuurder: we werden hier nog geen enkele keer geconfronteerd met norse of onvriendelijke mensen. Stuk voor stuk behulpzaam en goedlachs hier in het zuiden), keerden we terug naar Napels.

Nadat we de auto volledig heelhuids hadden afgezet, besloten we om terug bij Lucien gaan te eten. Het is er lekker en gezellig, wat moet een mens nog meer. We werden weer goed ontvangen door onze ober met de lange neus, (hij lijkt weggeplukt uit de Soprano’s met zijn haar vol brillantine) en La mama achter de kassa.

Op weg naar het appartement stopten we nog even bij een kappelletje om te bidden voor een goede nachtrust, die vind je hier op elke hoek van de straat.

To the top

Na een goede nachtrust was iedereen vandaag klaar om een stevig stapje richting zuiden van Napels te zetten.

Maar eerst moesten we onze ontbijtbar nog uitproberen, waar Antonio ons vouchers voor gegeven had. Zoals te verwachten was het een authentiek “ontbijt” : espresso + cornetto. We mochten al blij zijn dat de eigenaar al zijn cliënteel wegjoeg van zodra we binnen kwamen om ons aan zijn 2 tafeltje te plaatsen. Dit is het soort bar waar iedereen uit de buurt binnenloopt om snel en vooral rechtstaand iets te eten en een ristretto te drinken. De keuze van de dag: cornetto al cioccolato, cornetto alla marmelata, cornetto al crema of cornetto vuoto… ik word daar nog steeds niet warm van.

Daarna namen we de circumvesuvianum (iets tussen trein en metro) richting Ercolana-Scavi om de Vesuvius te beklimmen. Wegens het goede weer (het is hier nog steeds 16 graden en zonnig) en vakantie was het gezellig druk en wat duwen en trekken, want deze lijn gaat richting Sorrento en de Amalfikust. Eigenlijk een beetje zoals pendelen op de spits richting Brussel.

Na aankomst namen we de bus naar de laatste parking vóór de top van de Vesuvius, wat ons een paar spectaculaire haarspeldbochten opleverde en vooral een concert van claxons. Daarna is het nog 1 km naar boven stappen om de krater te kunnen zien. Vooral het eerste stuk is stevig stijl en zwaar lava-zand. Boven in de krater zie je hier en daar ook rook uit spleten en gaten komen, maar het mooiste is natuurlijk wel het uitzicht over de baai van Napels én het eiland Capri.

Kers op de taart was een prachtige zonsondergang toen we stonden te wachten op de trein terug.

Terug thuis wilden we nog even de boodschappen voor morgenochtend doen, omdat we de komende dagen toch ook wel iets hartig als ontbijt willen eten. Helaas bleef de supermarkt ook vandaag gesloten, dus zochten we een alternatief. Kwamen we terecht in een multiculturele buurtwinkel, uitgebaat door zowel Chinezen als Afrikanen en couleur locale ten top… druk, luid, chaos… in een hoek van de winkel werd er zoals op een markt waren versjacheld, nogal verwarrend allemaal, want je moest ook langs de kassa passeren… terug op de stoep moet je toch even bekomen.

Na een rustpauze op het appartement, gingen we eens de andere richting uit om te eten bij Lucien… (O’ Luciano), op 3 min. wandelen van ons appartement. Het grote voordeel van niet in het toeristisch deel van de stad te zitten is dat je met een warme onthaal excellent kan eten tussen de locals. Dat hebben we vanavond aan den lijve ondervonden. De beste penne arriabata die ik ooit mocht eten!

Morgen halen we onze Ford Galaxy op om te cruisen langs de kust… met dit weer kijken we er geweldig naar uit!