Vandaag hadden we nog een dikke 600 km voor de boeg om onze eindbestemming te bereiken: Monieux aan de voet van de Mont Ventoux. De eerste uren ging de rit vrij vlot, tot aan Lyon laat ons zeggen. Daarna hadden we toch tot 1,5 uur vertraging. We kregen ook heel veel meldingen op de GPS dat er mogelijk « detours » waren omwille van bosbranden. Het is hier droger dan droog, dat is ook hetgeen opa zich maar blijft over verbazen als hij buiten kijkt. Dat is ook hetgeen we lachend tegen elkaar zeggen als er iemand van ons even een dutje doet tijdens de rit : « er is er eentje opgedroogd ». Om een uur of half 5 verlaten we in Orange de autosnelweg en rijden we via de ´D-banen’ naar Monieux. We zien dan al heel gauw de « reus van de Provence » opdoemen, hetgeen wel wat nervositeit teweeg brengt bij onze wielrenners. Hij laat ons de rest van de rit ook niet meer los.
We moeten op een bepaald ogenblik een onverharde weg inslaan, die nog redelijk ver doorloopt en dan komen we aan bij onze B&B die we voor de komende dagen geboekt hebben. Onze gastvrouw Isabelle was via chat al heel de tijd ongelooflijk sympathiek en verwelkomend, dus we waren er al redelijk gerust in dat dat al goed zat. Isabelle haar huis is een oude (verbouwde) schaapskooi, dikke muren en zelfs bij 35 graden overdag niet echt airco nodig. De uitzichten zijn magnifiek! Ze heeft – samen met haar nu sinds 2 jaar overleden man – dit huis als rasechte Parisienne gekocht als buitenverblijf en verbouwd. Toen de kinderen (5 stuks) groot waren zijn ze hier permanent komen wonen en nu ontvangt ze op haar eigen magnifieke manier gasten. Isabelle is 67 en een kwikke dame en runt de B&B in de echte zin van het woord: mi casu es su casa. We aperitieven samen, eten samen en babbelen er op los. Voor oma en opa en Lasse niet altijd evident, want uiteraard in het Frans. Hoewel…Lasse en Isabelle schakelen al snel over op Engels. Maar opa haalt zijn beste koeterwaals boven ( zoals : je suis trop jeune pour rester dans le cul) en kan zich verbazingwekkend verstaanbaar maken, oma verstaat vooral alles heimelijk goed. Iedereen voelt zich al heel snel thuis, na een aarzelende start, want het is hier geen perfectie. Isabelle heeft heel veel herinneringen en heeft veel gereisd én gelezen. Haar huis staat vol souvenirs en boeken waar je ook loopt of kan zien. Verder heeft het huis zijn oorspronkelijke karakter bewaard: kleine kamers, weinig licht binnen, lage plafonds,… De trap naar onze kamer boven is op zijn minst een uitdaging te noemen, we laten oma en opa dan ook de kamer beneden nemen.




En het eten… dat is geweldig lekker. Isabelle kookt en bakt er lustig op los en niets is haar teveel. Baskische kip, speciaal met pasta voor onze wielrenners, kaas, en verse Tarte tatin, allemaal met lokale producten en doorgespoeld met excellente wijn, uiteraard ook van de lokale wijnboeren. Ze heeft ons al wat tips gegeven om de – in haar ogen – beste vignobles te bezoeken, ten vroegste vanaf donderdag, na de beklimming uiteraard. Verder massa tips over waar ze morgen best de beentjes losrijden en welke tour we kunnen doen om de mooiste dorpen te bezoeken. Genoeg te doen hier in ieder geval!

Ondertussen is Mare in het natuurpark aangekomen en hebben ze gisteren ook een wandeling van 6 km gedaan naar watervallen. Ze schijnt het daar erg naar haar zin te hebben. Morgen beginnen ze te werken.

