Slow traveling

Vandaag namen we afscheid van Ella, vonden we wel jammer, want er hing een zeer goede sfeer. We danken zeer hartelijk onze gastvrouw en gastheer die ongelooflijk goed voor ons gezorgd hebben. Onze bagage wordt nog met de tuk tuk naar beneden gebracht tot bij C die zoals steeds keurig staat te wachten om ons naar het station te brengen voor de trein naar Nuwara Elyia. Op ons ticket staat 10h15, maar bij aankomst blijkt dat dat het vertrekuur is in Badulla, 40 km van Ella en dat hij pas op 11 uur zal passeren. We mogen ook het perron nog niet op. Het ticketsysteem is hier niet zo eenvoudig. Ik boek online, maar het eigenlijke ticket moet je vooraf nog ophalen in het station. Als je het perron op komt, wordt je ticket gecontroleerd en je plaats om te wachten aangewezen. Op de trein wordt je ticket nog eens gecontroleerd en bij het verlaten van je eindbestemming staat er iemand om je ticket in te leveren. De lokale NMBS is , zoals je al kan raden, een staatsbedrijf. We maken dus rechtsomkeer. C brengt ons nog even bij wijze extraatje naar een uitkijkpunt dat hij goed kent (wat kent hij niet) en daarna drinken we nog iets in de bar tegenover het station, waar om 10 uur ‘s ochtend al stevige reggae muziek uit de boxen knalt.

De treinen zijn hier misschien wel wat kaduk, de stations zijn in goede staat en geheel in koloniale stijl. De kostuums van de stationschefs en conducteurs zijn spot on. De chef draagt een kraakwit type mariniers kostuum, zijn hulpjes zijn in het bruin en de conducteur op de trein in het donkerblauw. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat ze een zekere sérieux uitstralen, daar valt niet mee te lachen.

Spoorlopen is bij ons tegenwoordig bijna op straffe van dood, hier is het de normaalste zaak van de wereld. Terwijl we op het perron staan te wachten zien we minstens 10 mensen passeren, op weg om boodschappen te doen of iets anders. Ze nemen huer gewoon de kortste weg (we zitten per slot van rekening in de bergen) ook al riskeren ze daarmee een ledemaat of hun leven.

En dan arriveert onze trein, een oud geval, maar uiteindelijk best wel comfortabel. Geen airco, maar alle ramen gaan open, want iedereen hangt hier constant uit het raam en er hangen kleine ventilators aan het plafond. Er waait een heerlijk briesje door de wagon. Ik reserveerde lang vooraf een zitje in de “observation class”, dat is de laatste wagon en de achterwand is geheel uit glas, waardoor je een weids zicht krijgt op de omgeving.

We zijn goed gezeten voor wat gekend staat als één van de mooiste treinreizen ter wereld. En wie zijn wij om hier tegen in te gaan. Op de 3 uur dat we onderweg waren (de trein rijdt tegen een 50 km/u) hebben we ons geen seconde verveeld… ogen kom je te kort. In het begin zijn het voornamelijk gewassen zoals bonen, kolen,…verder op zitten we terug volop tussen de theeplantages. We passeren heel veel huizen en boerderijen en krijgen zo een mooie inkijk in het gewone leven hier. Mensen staan langs de kant te zwaaien naar alle toeristen die uit de ramen en deuren van de trein hangen. In elk station is er wel iets te zien of te beleven. Ze komen rond in de wagon, nu eens met popcorn, dan met gebakken kip… we passen wijselijk hiervoor.

Bij aankomst in het station van Nanuoya staat C ons al op te wachten met onze bagage om ons naar het centrum van Nuwara te brengen. Maar eerst stopt C nog aan een tankstation op bij te tanken. Daar leren we weer een nieuwe praktijk. Terwijl het tanken bezig is begint hij het busje heen en weer te schudden. We dachten eerst dat het voor te lachen was, haha grappig, maar blijkbaar was het bedoeld om de luchtbellen uit de tank te halen. De Vampire in Walibi is er niets tegen, nog even en we moesten de spuugzakjes boven halen. Zijn idee om de tank meer dan bomvol te krijgen.

We zitten hier weer in een compleet andere wereld. Alles ademt hier Britse grandeur van weleer uit. Mooie koloniale huizen, golfterrein midden in de stad en zelfs een paardenracebaan. Hij brengt ons naar het Grand Hotel voor een lunch in één van de beste Indische restaurants van Sri Lanka (volgens hem). En weeral: wie zijn wij om dit tegen te spreken. Het eten was delicieus. Voor de setting waren we mogelijks wat underdressed, maar dat was niet aan de vriendelijke man die ons bediende te merken. Voor de ingang van het restaurant stond plots een bodyguard die 3 mannen begeleide. Bleek het later over een Minister te gaan die naast ons zat te eten. Veel poeha dus.

De keerzijde van deze stevige lunch (wat we normaal gesproken niet doen hier, meestal houden we het bij wat hapjes die we delen) is dat we daarna enkel nog zin hebben om naar ons hotel te bollen om wat te chillen. In het hotel kan je ‘s avonds ook à la carte eten, dus spreken we af met C dat hij ons de volgende ochtend komt halen voor alweer een goed gevuld programma: een wandeling door Nuwara om wat mooie gebouwen te bezoeken, een toertje rond het meer (waar we al langs reden) en op weg naar Kandy een bezoek aan een tea factory voor een tea tasting.

Het hotel is een mix van modern en Britse klassieke stijl. We hebben thee in het salon bij het inchecken, eten doen we in de huiskamer. Buiten ons is er nog een groep Britten die na het eten aan het bridgen slagen. Best wel gezellig. En voor te slapen hebben we warmte dekens in ons bed. De nachten kunnen hier best koud zijn en chauffages hebben ze hier niet. Het voelt zoals thuis, want dat hebben we in de winter ook in ons bed liggen. We genieten van de rust en halen wat “Vive le vélo” in.

Ella El-la

Gezien we het gisteren in de namiddag wat kalmer aan hadden gedaan, brak er vandaag een drukke dag aan, er stonden 3 kleppers op het programma. Een goed ontbijt met een behoorlijke vitamientjes shot was zeer welkom. We eten hier op ons eigen terras, dus met zicht op al dat prachtig groen en de dag die zich op gang trekt

Eerste afspraak van de dag is met C beneden aan het begin van onze straat om richting Lipton’s seat te rijden. We weten absoluut niet wat we mogen verwachten. Hiervoor had ik me nog niet voorbereid, dus we volgen C. Het blijkt een flink eind rijden te zijn en ik weet plots weer waaròm ik het nog niet had weerhouden als must see. We waren in eerste instantie van plan om veel met de tuk tuk te doen of openbaar vervoer en dan was dat net een tik te ver. Dus hier speelt dan toch het voordeel van last minute een driver genomen te hebben. Hoewel ik en Mare het er soms wel moeilijk mee hebben, die mannen leggen er hier wat teveel eieren onder en je moet ook wat tegengas bieden af en toe of ze zouden met hun auto recht uw hotellobby binnenrijden. Maar er zijn zeker ook voordelen dus en Willem en Lasse liggen heel de dag plat van het lachen met hem. Ondertussen weten we dat hij ex “special forces” is en dat merk je wel.

Maar op naar Haputale en omgeving dus. Haputale zelf doet me heel Indisch aan, in zeer scherp contrast met wat er vlak daarna komt: een adembenemende rit in de bergen tussen de theeplantages. Op 6 km van de top moeten we overstappen in tuk tuk’s, de weg wordt daar te smal om met gewone wagens te kruisen, de afgronden zijn ook weinig of niet afgeschermd en zeer diep op sommige plaatsen. We rijden door een klein dorpje waar voornamelijk theeplukkers wonen met hun gezin in zeer bescheiden huizen, we passeren een school en een klein hospitaal. Af en toe duikt er een imposante villa op van de “plant manager” of de “assistant plant manager” (die laatste al weer wat minder imposanter dan die van de eerste) op. Er is dus nog steeds flink wat hiërarchie blijven plakken vanuit de koloniale periode.

Het zijn meestal vrouwen die zich bezig houden in de plantages, ze zijn net aan het lunchen als we voorbijrijden. Ze zijn zeer bont gekleed, dragen kleurrijke gewaden. In deze regio zijn het quasi allemaal Hindi en dat zie je toch duidelijk.

Boven gekomen is er aan één kant van de berg flink wat mist komen opzetten, dus dat zicht hebben we dan helaas niet. Maar de geur van de theestruiken is zalig. We lopen nog wat rond, nemen wat foto’s (ook met het standbeeld van Mr Lipton) en besluiten terug naar beneden te bollen. We hebben nog flink wat op het programma staan vandaag. Halverwege krijgt de chauffeur van een auto voor ons (die dus het goede advies om met een tuk tuk naar boven te gaan compleet in de wind had geslagen) het aan de stok met die van een opkomende tuk tuk. Geen van beiden willen een duimbreed wijken en kruisen zou beteken dat de auto de ravijn in gaat. Chaos alom, monsterfile van tuk tuk’s aan beide kanten, claxon concert dat je oren tuiten en tot overmaat van ramp krijgt onze tuk tuk ook nog een klapband. Enfin, een 20 min later waren we terug op weg. Hoe dat die verkeersagressie precies opgelost is geraakt, dat weet ik nog steeds niet goed, volgens mij zit C er voor iets tussen. En ondertussen had onze chauffeur ook een reservewiel gestoken, terug op weg dus. Ware het niet dat die het nu plots nodig vond om ons bij elke bocht te stoppen, ons eruit te jagen om een 10-tal geposeerde foto’s te nemen. Vooral Mare was een interessant object en bij momenten leek het net of we met fotograaf op pad waren om haar communiefoto’s te nemen. We zijn uiteindelijk toch beneden geraakt, al was het dan ondertussen al 1 uur.

Op naar de volgende stop: Nine Arches Bridge. Die brug was bij onze kinderen zelfs al gekend wegens populair op Tik Tok. Het is inderdaad een prachtig gelegen brug en de een paar keer per dag komt een typische trein voorbij, niks spectaculairs op zich dus. Toch troepen mensen hier samen om dé foto te nemen. De weg ernaar toe is door het bos/jungle. Deze plaats wordt ingepalmd door uitheemse (lees Europese) sparren. Het is even klimmen en dalen en best wel een inspanning met deze temperatuur en luchtvochtigheid. Bovendien dragen Lasse en Willem uit voorzorg voor de muggen een lange broek, Mare en ik wagen het er op in korte. C verzekert ons dat enkel in Negombo Dengue muggen zijn en ze enkel uitvliegen tussen 6 en 9 ‘s ochtends en 3 en 6 in de namiddag. Top zo een mug die kan kloklezen en stipter is dan de trein hier. Want aangekomen aan de brug vragen we even na wanneer de trein zou passeren en naargelang de persoon aan wie je het vraagt, varieert het tussen 20 minuten en 1,5 uur. Ondertussen is er wel al aardig wat volk toegekomen en krijgen we zicht op de meest bizarre poses om de engagement rate op hun Insta profiel de hoogte in te krijgen, er zijn er die letterlijk aan de brug gaan hangen, zonder enige vorm van bescherming. De brug is maar liefst 24 meter hoog, onnodig te zeggen dat je een val niet kan overleven. Volgens C zijn het Tamils en die hebben geen respect voor het leven zegt hij (een beetje minachtend).

20 min later passeert de trein (die we morgen zelf gaan nemen) en klimmen we terug naar boven voor een volgende klim naar Little Adam’s Peak die 2243 m hoog is en voor Boeddhisten een heilige berg. Halfweg is er een poolclub, waar je een hele dag kan dobberen in de infinity pool met zicht op de bergen en je kan laten fotograferen op een grote schommel (waar je op vastgemaakt wordt uiteraard) zodat het lijkt dat je plots alleen in de bergen bent, een megaschommel versierd met bloemen tegenkomt, je net je lang rood wapperend kleed aan had en algauw een bloemenkrans had gemaakt van de meest prachtige bloemen… die illusie kan je wekken voor de luttele som van 25 dollar. De schommel zelf wordt in gang getrokken door een kabel en daarna zijn er mannen met helmen die om beurten van een platform springen en aan een touw onderaan de schommel hangen om zo met hun eigen gewicht de schwung erin te houden. We zien het graag gebeuren vanop een afstand, Lasse zegt dat hij het wel zou zien zitten om als vakantiejob de man met de helm te zijn. We trekken verder voor het moeilijkste stuk: steile rotsen en meer dan 1000 treden wachten op ons. Boven gekomen zie je dadelijk dat het de moeite waard is, wat een zicht! We blijven even boven om hiervan te genieten.

Dan keren we terug naar beneden en naar ons hotel. Ondertussen is het 18h en weldra donker. Rond 19 h is er een elektriciteitspanne in de hele regio, Willem stond net onder de douche. Dat gebeurt hier wel regelmatig, had ik ook vooraf al gelezen. Dus zeker een goed plan om een zaklamp mee naar hier te nemen. Die zorgt er ook voor dat we verder kunnen tot de noodgenerator van ons hotel aanslaat, maar dat kost ook wel wat moeite. Een klein uur later is alles terug gerepareerd. We vertrekken nog met zaklamp te voet naar het dorp om te gaan eten en zoals beloofd door onze ober van gisteren, krijgen we effectief de beste tafel van het restaurant. Als ik achteraf hoor hoeveel fooi Willem gisteren gaf, begrijp ik plots waarom. We worden zeer goed bediend. We gaan met de tuk tuk van onze lieve hoteleigenaar terug. Morgen springen we de trein op naar Nuwara Elyia, een rit door de bergen.

Waar is de…olifant?

Kleine aanvulling voor gisterenavond is nodig. Er zijn nog 2 grote broers komen opdagen van de kleine ‘gecko’ in onze tent… dus hebben we toch nog een uur jacht gemaakt. Wat hebben we geleerd? Om zo een beest te pakken te krijgen moet je verdomd snel zijn. Ere wie ere toekomt, Lasse was de held van de dag. Hij slaagde erin ze beiden buiten te zwieren, weliswaar met badlakens en al. De rest van de nacht hebben we toch niet zo top geslapen en het lag zeker niet aan se uitstekende kwaliteit van de bedden. Maar daar moet je nu eenmaal rekening mee houden als je in een tent in de wildernis gaat slapen… het had ook zomaar nóg erger gekund.

Het feit dat de wekker ook nog eens op 4h45 afliep was uiteraard ook geen hulp. Met kleine oogjes, maar heel veel goesting stonden we te trappelen om in onze safari jeep te kruipen. Allé ja, dat gold toch voor 3 van ons, Lasse was er nog steeds niet gerust in. En Mare had ook al tiktok’s gevonden van waar het misliep, maar had die gelukkig wijselijk voor zich gehouden.

Na een koffietje in « den bureau », konden we vertrekken. « Opperranger » was onze gids van dienst, hij neemt zijn job heel serieus en we hadden dadelijk door dat we bij hem in goede handen waren. Op naar de ingang van het park dus. Hoewel de Ecolodge grenst aan het park was het toch nog een 5 km rijden tot aan de officiële ingang.

We toeren en cruisen 3,5 uur lang door het park op zoek naar 3 van de 5 ‘big five’ van Sri Lanka: de Aziatische olifant, de lippenbeer en luipaard ( de andere 2 komen later aan bod en moet je in de sfeer van water en oceaan gaan zoeken(. De olifant, dat ging vrij vlotjes… net als je denkt: nu komt het niet meer, staat die plots voor je neus heel schattig te wezen. De andere 2 is helaas nog niet gelukt, de warmte kwam snel op en dat heeft ons parten gespeeld. Maar chapeau voor het team, ze hebben tot een maximum geprobeerd en op een gegeven moment zaten we er zeer kort bij. Met stilgelegde motor hebben we in spanning zitten turen naar het struikgewas. De gidsen konden uit de alarmkreten van de andere dieren namelijk afleiden dat er een luipaard aan het bewegen was… zeer indrukwekkend, alleen bewoog hij niet in onze richting, helaas.

Maar eerlijk is eerlijk… we hebben zeer veel dieren en vogels gezien, het park is prachtig en je hebt ook rechtstreeks toegang tot een stukje strand en Indische oceaan. Daar deden we een welkome tussenstop om te ontbijten op de laadklep van de jeep. Bovendien mogen we ook van geluk spreken dat we die olifant gespot hebben, de gidsen communiceren constant met elkaar en blijkbaar waren we vandaag niet alleen de eerste jeep om hem te ontdekken, maar ook één van de enige.

Vol adrenaline kwamen we terug in ons kamp toe. C zou ons om 11 uur komen ophalen om verder de bergen in te trekken. Onze volgende stop is Ella, op 1040 meter en met een echte oerwoud vegetatie. Onderweg stoppen we nog even aan een waterval, drinken we iets op een terras met ´amazing view’, leren we hoe rijst wordt geteeld en verbouwd en landen we aan ons hotelletje voor de komende 2 nachten.

Hoe C is boven geraakt is me nog altijd een raadsel, het is hier pittig bergop en zeer smal. En om nu te zeggen dat hij met een goed trekkende motor rondrijdt is er zwaar over. Het is al een wonder dat we in Ella geraakt zijn. Dus vanavond trekken we onze plan om in het stadje iets te gaan eten en geven we hem vrijaf. Morgen zal hij ons brengen naar de start van de hike voor Little Adam’s peak, lipton’s seat & Nine Arch Bridge. De rest van de namiddag is het relax op het waanzinnig mooi terras van ons hotel. We hebben van hieruit ook zicht op watervallen, deze keer zonder toeristen.

Na een powernap/goede douche zijn we klaar voor het avonduitstapje. We gaan te voet naar het stadje, hetgeen een 15 minuutjes van ons verblijf is. Maar niet evident zo langs de kant van de weg stappen hier. Je bent heel de tijd verward door het links rijden en bovendien vlammen ze hier door en 3 dubbelen ze op een zeer onorthodoxe manier.

Ella is een typisch backpackers stadje, vol leven eens de zon onder gaat. De restaurants en bars hebben zich hier duidelijk aan het doelpubliek aangepast. Focus op healthy food, fancy cocktails en traditionele gerechten met een twist. We komen terecht in Chill Café, onze ober probeert Frans tegen ons te spreken, eens hij begrepen heeft dat we van België zijn. We voelen ons weer goed in de watten gelegd en het eten was dik in orde. Elke dag ontdekken we hier wel weer iets nieuws dat we zeker thuis ook zullen uitproberen. Deze keer waren het pikante gebrande pinda’s met chili en onion rings.

In het donker terug naar het hotel stappen durven we echt niet, de wegen zijn hier niet verlicht. Een tuk-tuk brengt ons terug, dat is ook nog een hele belevenis zo met z’n 4 achterin. Wonderbaarlijk, maar het lukt de man om ons boven te krijgen.

Nog even de was klaar leggen voor morgenochtend. Onze gastvrouw bood aan om die morgen te doen. Niet dat we al zo veel verzameld hebben, maar dit hotel is een soort Homestay en onze gastvrouw en gastheer zijn zo gedienstig en lief en doen zo hun best, Je gunt ze echt wel dat beetje extra inkomen.

Into the wild

Vanochtend werden we zalig gewekt door jungle geluiden… niet te geloven dat je uiteindelijk toch midden in een stad zit.

Mohan heeft zijn best gedaan voor ons eerste healthy onbijt in Sri Lanka. Veel hebben de mensen hier misschien niet, maar fruit en groenten zijn er à volonté. Dus is de tafel gevuld met vers gesneden papaya, watermeloen en banaantjes en krijgen we elks een watermeloen smoothie voorgeschoteld.

Zoals te verwachten stond C om klokslag kwart voor 11 claxonnerend voor de deur, we zien het patroon ondertussen. Vandaag trekken we richting oosten, de kustlijn af naar Yala National park. We slapen vannacht in een glamping tent op amper 50 meter van het park.

Maar eerst dus de rit naar ginder, we vragen C om zo lang mogelijk langs de kust te blijven. De zuidkust van Sri Lanka heeft wondermooie bountystranden, maar gezien je deze periode van het jaar hier meer kans hebt op regen, heb ik nog 2 maand geleden onze reisroute omgegooid en zullen we onze strandvakantie aan de oostkust houden.

C stelt voor om een korte tussenstop te doen in de schildpaddenboerderij. Hier vangen ze schildpadden op die gekwetst zijn om hen verder te verzorgen.

Dit is vooral Mare haar ding, Lasse is niet zo diergezind. Dat zullen we later op de dag nog meermaals mogen merken.

Onderweg vertelt C honderduit over wat we zien. Wat hebben we geleerd vandaag? Dat boeddhistische kinderen 5 dagen naar een gewone school gaan en op zondag, volledig in maagdelijk wit gekleed, naar de boeddhistische zondagsschool. Dat kaneel van een struik/boom komt. Dat er hier zoiets bestaat als katoenbomen en dat in deze streek de weg bezaaid ligt met kraampjes die hoofdkussens verkopen. Dat er per jaar 120 mensen sterven door olifanten. Dat de vissers die op palen vissen in zee ook effectief er een hele dag staan.

We zien het landschap veranderen van zeer groen naar geleidelijk aan minder groen, naar quasi volledig dor. We zien meren vol lotussen, maar ook draden met elecriciteit die gespannen worden om de olifanten van de snelweg af te houden. En meer en meer zien we tempels en immense boeddhabeelden opdoemen.

C stelt voor om ergens te stoppen voor een kleine lunch en daardoor doen we wat we zonder zijn hulp nooit zouden doen: eten in een ´barak’ langs de wegkant. Hopelijk hebben we er morgen geen spijt van.

Ons laatste stukje naar het kamp (C blijft geloven dat we in een hotel zitten en enkel een bezoekje brengen aan een kamp. Dat we aan de rand van een park met olifanten, luipaarden, beren en krokodillen slapen in een tent weigert hij precies te geloven) is er eentje waar we de schrik van ons leven krijgen. Er steekt plots een klein kind op een fiets over, zonder kijken, vanachter een bestelwagentje dat brood verkoopt, C kan nog net met alle macht door een noodstop een ramp vermijden, we vliegen allemaal de auto door. Het gezegde ´het scheelde geen haar’ was in deze situatie verre van uit de lucht gegrepen. Ei zo na was onze vakantie over. Het verkeer is hier echt kamikaze, maar nog rustig in vergelijking met India, zegt een andere reiziger/kampgast ons later op de dag.

Bij het oprijden van de zandweg naar het tentenkamp worden we al dadelijk getrakteerd op een bende apen die ongeneerd naar ons blijven kijken vanaf de kant van de weg. We worden ontvangen door een handvol « rangers » die ons begeleiden naar de ‘opperranger’ die ons in zijn buitenbureau incheckt en de laatste instructies geeft: schoenen ´s nachts binnen de tent houden, anders zijn de apen ermee weg. Alles wat we mee hadden van koekjes, Pringels en dergelijke zijn geconfisceerd. De dieren ruiken wat er in je tent ligt en zullen met alle macht proberen binnen te komen (het gaat hier dan voornamelijk over eekhoorns). En morgenochtend worden we om 5u15 verwacht voor onze safari.

En dan is het spannend wandelen naar onze tent, die redelijk ver afgelegen is van de gemeenschappelijke ruimtes. Dat belooft voor vanavond als we moeten terugkeren na het diner. Gelukkig heeft Willem een zaklamp en zijn Zwitsers zakmes mee ;).

Mare is dadelijk helemaal door het dolle heen, Lasse iets minder. Die gaat ervan uit dat er zeker en vast een beer op de BBQ zal afkomen die we straks voorgeschoteld krijgen, ons meteen erbij zal oogooien en ons daarna smakelijk zal oppeuzelen. Voor één keer is hij zelfs bereid een koude plat te eten, historisch moment zullen we maar zeggen. De tent is groot, mooi ingericht (er hangen zelfs kaders op), uitgerust met gezellige schemerlampen, wc, douche en ventilators. We installeren ons even en ploffen alle 4 op ons bed voor een zeer diepe powernap van meer dan 1 uur. De wildernis blijkt zeer rustgevend te zijn.

We douchen ons even (zalig douchen, zo in de vrije natuur) en gaan naar de restaurantruimte voor de apero. we worden daarna uitgenodigd voor een candlelight dinner met soep, pork & chicken on the BBQ en dessert.

Na het eten volgt nog een guided night walk langs de randen van het National park, op zoek naar diertjes… het kost ons wat moeite om Lasse mee te krijgen, nog steeds in de overtuiging dat we met garantie aangevallen zullen worden door een luipaard. Maar verder dan kikker, tarantula en pauw komen we niet. We leren wel veel bij, want de gids van dienst in André Ngo 2.0, onze allerliefste neef van Amerika die alles weet over reptielen.

We gaan met een meer als voldaan gevoel naar onze tent, morgen vroeg dag voor een nieuw avontuur.

Net voor we onder de wol duiken ontdekt Mare al een eerste indringer: salamander gespot, al is het een echt miniatuur exemplaar. Weldra echter gevolgd door grote broer. ‘

Een ‘warm’ welkom in Sri Lanka

Lang naar uitgekeken, vele uren voorbereiding later, op het punt gestaan een kant en klare reis te boeken, maar dan breekt de dag aan dat je vertrekt voor hopelijk een nieuwe “ervaring van ons leven” :Sri Lanka. Eerste keer Azië, dat kan tellen.

En dat was vanaf de eerste dag al van datte… eerste keer met Emirates vliegen… dat schept verwachtingen. En die lossen ze echt wel volledig in…everything is possible… included an Instax photo made by… de stewardessen.

Enfin, etappe 1: van Vaalbeek naar Dusseldorf. Dat scheelde ons los 1000 EUR op de tickets, de moeite om naar daar te rijden dus. Die ervaring hadden we al met onze Griekenlandreis en die was top! Auto inleveren, gewassen en gestreken terug krijgen… we do it! En via een shuttle bus staan we op minder dan 10 min in de vertrekhal.

Eerste vlucht van 6 uur tot Dubai is met een Airbus A380… 2 verdiepingen, 3 gangen. Voor een schrikkepiet met vliegangst zoals ik een droom, want je voelt amper dat je in de lucht zit. Daarna 3,5 uur “amusement” op de luchthaven van Dubai. Om in transit van gate A naar F te komen, doen we er maar liefst 25 minuten met de bus over. De tweede etappe is met een kleiner vliegtuig en van bij het opstijgen tot het landen krijgen we continu met turbulenties af te rekenen. We doen geen oog dicht, wat maakt dat we al bij al slechts een uurtje of 2 geslapen hebben die nacht.

Tweede domper op de feestvreugde kregen we bij ‘immigration’ te verwerken. Ik had blijkbaar een fout gemaakt in Mare haar geboortedatum bij de aanvraag van haar visum. dat moest dus ter plekke opnieuw aangevraagd worden en kregen we opnieuw 60 EUR (cash!) aan ons broek. Toen Willem een betaalbewijs vroeg was het toestel zogezegd stuk (?).

Onze chauffeur staat ons netjes op te wachten om eindelijk aan ons Sri Lanka avontuur te beginnen. Hij stuurde vooraf al tot 2 x toe het naambordje door dat hij zou meebrengen: “ilse Van Hoof & family”, handig voor mochten we na een lange en zware vlucht plots onze eigen naam niet meer weten.

Op naar ons vervoermiddel voor de komende 17 dagen waar onze chauffeur (en ja, ik blijf hem “chauffeur” noemen, want niemand van ons 4 kan zijn naam verstaan, laat staan onthouden. Ik zal hem dus vanaf nu als ‘C’ aanduiden) ons verrast met 4 kokosmoten en rietjes om onze dorst te lessen tijdens de 2 uur durende rit naar Galle, onze eerste bestemming. We krijgen er meteen ook een hele uiteenzetting bij over de typologie van de kokosnoten. De eerste indrukken zijn fenomenaal: het landschap telt 50 tinten groen en groener en plots zien we vanaf de snelweg in de verte een immens wit Boeddhabeeld opduiken op een berg tussen het groen: zeer indrukwekkend. Maar voor de rest van de rit dommelen we allemaal om beurten in, we hebben nog wat slaap in te halen.

In Galle heb ik een casa geboekt, een villa met 3 slaapkamers en zwembad om in alle rust op onze “effe” te komen, goed wetende dat de reis sowieso vermoeiend zou zijn. Het is een huis van 150 jaar oud in koloniale stijl. Zeer mooi en wat afgelegen.

We worden bij aankomst opgewacht door de housekeeper die voor ons zal zorgen… en dat doet hij als de beste. Een hongertje? Dan springt hij zijn fiets op naar een nabijgelegen winkel en een klein half uur later staat er een lichte maaltijd met rijst en kip op tafel. Zin in een apero? Hup op zijn fiets voor witte wijn. Groot is ons jolijt als hij met een fles Martini Dry terug komt (Willem had droge witte wijn gevraagd). Maar hé, wie gaat hier nu over klagen. We hangen wat rond het zwembad, proberen de vele nieuwe dierengeluiden wat thuis te brengen en slapen wat bij. Nu eens worden we gewekt door de trein die blijkbaar vlak achter ons doorkomt, dan weer door de adzan van de moskee in de buurt. 85 % van de bevolking is hier bhoedist, maar er zijn ook best wat moslims. En verder is het genieten van het geritsel van de bladeren, de vele vogels die fluiten of “roepen”, af en toe een aap en de stilte van de tempel naast ons.

Verder mogen we niet klagen bij een temperatuur van 29 graden en een luchtvochtigheid van 80 %. Van het moessonseizoen (dat deze periode van het jaar hier in het zuiden en het westen heerst) hebben we nog niet zoveel gemerkt. En de muggenplaag waar Willem zich vooraf zorgen over maakte (een prik van een besmette mug kan dengue veroorzaken): ik heb tot nu toe 1 mug gezien.

Tegen 18 uur komt C ons ophalen om naar Galle Fort te gaan, de overblijfselen van de Nederlandse bezetting en de place to be bij zonsondergang. De zee is hier zeer onstuimig door de wind. C vertelt ons over de Tsunami van 2004 en de 50.000 slachtoffers. We worden er stil van.

We wandelen op de resten van de omwalling verder door naar de vuurtoren om een restaurant te zoeken met zeevruchten op het menu, want die springen hier quasi rechtstreeks op je bord. We belanden bij ‘1 minute by tuk-tuk’, wat voor verwarring zorgt bij C als hij ons belt om te horen waar hij ons moet oppikken (oh, you take tuk-tuk back?). De zeevruchtenschotel, genaamd ‘it takes 2 to tango’ is overheerlijk. De kinderen houden het bij pasta en pasta, want dat krijgen ze thuis nooit.

We trakteren bij thuiskomst Mohan (zijn naam kunnen we wel onthuiden) nog op een martini als we terug komen en laten hem vertellen over zijn leven hier : hij heeft een vrouw en 3 kinderen, die op een uur van Galle wonen. Zo lang er gasten zijn blijft hij hier. Zijn kinderen gaan naar de staatsschool, maar daar is hij niet zo gelukkig mee. De kwaliteit van het onderwijs is niet goed, maar een privéschool kan hij simpelweg niet betalen. Er is hier echt wel veel armoede, al spreken ze allemaal hoopvol over de verbetering die ze de afgelopen maanden zien.

We kunnen het alleen maar samen met hen hopen en een goede fooi geven voor hun zeer excellente diensten.

D-day

Op zich pijnlijk, tijdens een vakantie zo vroeg op staan. De wekker stond om 6 uur. Maar de adrenaline begint al vroeg te stromen, dat helpt. Vooral Willem en Lasse zijn natuurlijk op hun qui-vive, het is dadelijk een op- en af geloop om alles klaar te leggen en voor te bereiden. Alles loopt goed, Isabelle zorgt op dit niet katholieke uur voor ontbijt… tot Willem zijn zadel nog wat wil bijstellen voor we vertrekken. Er breekt iets af en het is de onmogelijk om het zadel op zijn plaats te houden. Daar sta je dan. Met wat vertraging vertrekken we toch richting Bédoin, in de hoop dat één van de fietsverhuurders/fietsateliers daar ons kan depanneren. Zoniet zal hij toch nog een fiets moeten huren en dat is natuurlijk lastig, niet met je eigen fiets naar boven rijden.

Om 8 uur arriveren we in Bédoin en daar hebben we geluk: de man heeft het juiste stuk liggen om de fiets van Willem te repareren. Terwijl we wachten rijdt Lasse zich al wat warm beneden en merken wij hoe makkelijk het is met iedereen aan de praat te raken. Ze zijn hier allemaal maar voor 1 ding: de berg bedwingen. Iedereen is tegelijk nerveus en gebeten om eraan te beginnen. Alleen is de reden waarom men het doet nogal verschillend, zo leren we. We raken aan de praat met 3 Nederlanders die hetzelfde truitje aanhebben met de foto van een jong kindje en een QR code. Eén van hen is de papa van het kindje Fenna, dat te vroeg gestorven is aan een zeldzame aangeboren aandoening. Ze rijden om geld in te zamelen om onderzoek mogelijk te maken en deze drama’s te voorkomen Daar word je wel even heel stil van en kan je niet anders dan ter plekke doneren, wetende dat je kerngezonde zoon van 14 naast je klaar staat voor zijn afspraak met de 1912 meter hoge berg die je voor je ziet opdoemen.

Eens Willem zijn fiets hersteld is, wordt het écht tijd om te vertrekken. We merken dat er steeds meer fietsers de rit aanvangen en hoe drukker het wordt, des te lastiger, niet in het minst voor de volgwagen. Niet lang daarna kruisen we al dalers en die gaan hard en zie je niet altijd van heel ver komen. Inhalen is niet zonder risico. En hoe langer je wacht, hoe warmer het ook wordt. Akkoord dat je een groot stuk door het bos van Bédoin kan rijden en dat de temperatuur daalt naarmate je stijgt, maar het is hier zo warm deze week dat dat het op de middag boven op de top toch ook een stevige 27 graden is.

De eerste kilometers, voor het echte klimwerk begint, rijden Willem en Lasse nog samen, maar ter hoogte van hotel « Le Guintrand », waar we nog een koffie op het terras drinken en dat ongeveer op km 3 ligt van de beklimming, zien we Lasse al verrassend snel alleen voorbij fietsen. Willem volgt op een respectabele afstand. We drinken vlug onze koffie op en vervolgen onze weg om iets hoger terug te parkeren en hen op te wachten. Voorbijrijden, checken of alles ok is, verderop parkeren en zo telkens weer. Als Lasse gepasseerd is proberen we bij aanvang ook nog op Willem te wachten, maar dat wordt steeds moeilijker. Ze hebben allebei hun live locatie opstaan en het verschil wordt steeds groter. Dat ligt niet zozeer aan Willem, maar eerder aan Lasse, die aan een meer dan stevig tempo naar boven trapt. De afspraak vooraf die ik maakte met Willem was dat we hem lieten begaan en ons vooral zouden concentreren op Lasse. Willem heeft met zijn marathons reeds heel wat ervaring met dit soort (laat ons eerlijk zijn) bovenmenselijke inspanningen. Bovendien heeft Willem een camelbak met 2,5 liter water, Lasse heeft 3 bidons op zak en die moeten aangevuld worden.

Langs het parcours is de samenhorigheid zeer groot. Je ziet ze in alle maten en gewichten passeren, van alle leeftijden en van elke nationaliteit en toch is er geen verschil en is het doel en ook vaak de blik in de ogen hetzelfde. Verbetenheid is misschien nog wel het meest passende. Er is niemand die niet afziet, zelfs niet diegenen die elektrisch rijden. En iedereen apprecieert elke aanmoediging. We zien ook heel veel jongeren en zelfs jonge kinderen.

Eens Lasse Chalet Renard gepasseerd is gaat het snel. We stoppen nog 1 keer om hem te bevoorraden en dan is het een kwestie van ons naar de top reppen om zijn aankomst niet te missen.

Dat het nog zo spannend zou worden, dat was niet te voorzien. Plots stonden we stil in een lange file. De ´boosdoeners’ van dienst waren een stuk of 500 schapen die over de weg gedreven werden. De fietsers konden nog vrij vlot passeren, maar auto’s niet. Eens ze allemaal beslist hadden om daadwerkelijk herder en herdershond verder naar beneden te volgen, waren we toch wel een dikke 10 min verder. Het gaf ons wel de gelegenheid om al rijdend nog een laatste check bij Lasse te doen. Ik dropte oma en opa dicht bij de aankomst af, zodat zij zeker al post konden vatten en ik had de schier onmogelijke taak om een parkeerplaats te zoeken. Dat is uiteindelijk gelukt, hoewel ik eerst noodgedwongen al moest afdalen naar Malauscène en nog teruggedraaid moest geraken. Toen ik bijna terug aan de top kwam had ik geluk. Al lopend naar boven kwam ik net op tijd om apetrots onze zoon boven te zien komen.

« Ik heb nog nooit zoveel afgezien, maar het was leuk afzien », dixit Lasse

En dan was het wachten op Willem. Dat hij het moeilijk zou hebben, daar was ik bijna zeker van. Zijn conditie is op dit moment door omstandigheden niet denderend. Maar dat hij niet zou opgeven, daar was ik vast van overtuigd. 45 minuten na Lasse zag ik hem in de verte opdoemen en stond ik klaar om hem naar de meet te schreeuwen en uiteraard nog wat memorabele foto’s te nemen.

En dan waren vader en zoon verenigd in dezelfde strijd die ze geleverd hadden, zichtbaar blij dat ze dit samen hebben kunnen doen. Opa en oma zijn ook bijna van hun stokje gevallen van trots natuurlijk en waren vooral ook blij dat ze allebei ok waren.

Willem wou graag afdalen, Lasse liever niet. Hij heeft ook geen schijfremmen, wat het sowieso wat riskanter maakt. Ik was daar heel blij om, op de weg naar boven hebben we aantal keer een bijna aanrijding gezien door een wagen die dubbel (!) en tegen hoge snelheid inhaalde en ei zo na een daler meepakte. We spraken af dat we elkaar zouden terugzien in Sault, die afdaling is zowel voor fietsers als volgwagens goed doenbaar en rustiger.

We lunchten in Sault bij « La Promenade ». Deze keer was het wel bijzonder druk in het stadje, de wekelijkse markt was er nog aan de gang.

Tegen de tijd we klaar zijn met eten is iedereen van ons uit op een siësta en rijden we naar onze B&B. Isabelle is op dezelfde markt in Sault vers varkensvlees van hier gaan halen en steekt vanavond de BBQ aan. Top!

Het vlees is goed van smaak, maar wat aangebakken, volgens Isabelle de schuld van de beenhouwer. Daar had ze ook haar eigen favoriet voor de apero gehaald: une cailette. Een soort van terrine met lever en veel kruiden. Dat valt ook zeer in de smaak bij Opa, die ondertussen door Isabelle al plagend omgedoopt is tot « le Générale », maar ze komen voor de rest wel goed overeen. Opa heeft ondertussen al hele conversaties in het Frans, van zijn kant wel met wat haar op, maar dat stoort niet… we lachen hier veel. Er was trouwens nog enige opschudding toen Lasse plots opmerkte dat hij een varken zag naast het huis. Wij dachten natuurlijk dat hij een grapje maakte, maar Isabelle wist meteen waar naartoe (letterlijk). Het bleek het varken van de buren te zijn dat op tijd en stond een stapje in de wereld zet.

De rest van de maaltijd is excellent. Isabelle had een hele hoop tomaten gekregen van haar vriendin. Dus die had ze met veel kruiden geprepareerd op de bbq… delicieus. Ze vertelt ook dat ze hier in de winter quasi al haar maaltijden klaarmaakt in de haard van de living. Als digestif krijgen we zelf opgelegde kersen op ´Eau de vie’. Nu weten we meteen wat die bokalen met kersen in de zon betekenen.

Dat en een goede nachtelijke babbel kunnen we goed gebruiken. We hebben ondertussen te horen gekregen dat Mare terug met hoge koorts naar een ziekenhuis in Kroatië is gebracht. We staan heel de tijd in contact met haar en met de begeleiding en ze worden geholpen door een local van het kamp die tolkt. We hebben ondertussen begrepen dat ze in goede handen is en een infuus met antibiotica krijgt. Ze weten nog steeds niet wat het precies is, maar haar ontstekingswaarden in haar bloed zijn opnieuw erg hoog. Veel zullen we vannacht niet slapen, maar we hebben er vertrouwen in: alles komt altijd goed!

Op verkenning

Onze nacht was op zijn minst weer speciaal te noemen… een typisch verhaal voor ons, anders zou mijn dagelijks verhaal ook maar saai worden natuurlijk.

We lieten ons raam vannacht uiteraard open staan om wat te koelte binnen te krijgen, weliswaar met het gordijn ervoor gedrapeerd. Om een uur of 2 word ik wakker van wat lijkt een dier te zijn dat in de kruin van de boom voor het raam zit (we slapen op de 1ste verdieping). Ik maak Willem wakker en plots horen we iets in onze kamer. Na het licht gauw aangestoken te hebben, blijkt dat we bezoek hebben van… Milou, de poes van Isabelle! Die staat nu miauwend voor onze deur, vragend om deze open te doen, zodat ze naar haar eten beneden in de keuken kan. Als ik later – na een nachtelijk toiletbezoek – voorbij Lasse zijn kamer kom en de deur op een kier zie staan, vermoed ik dat ze zich daar ergens heeft genesteld. Later blijkt dat ze effectief via Lasse zijn kamerraam terug de wijde wereld moet ingetrokken zijn. We zijn nu wel goed gewaarschuwd voor de nacht die volgt.

Het ontbijt onder de koele bomen op het terras geeft ons een echt vakantiegevoel. De haan van de buren is al van 6 uur aan het kraaien en begeleid ons ook verder tijdens het ontbijt. Opa moet wel wennen aan de koffiekoppen, die – zoals zo vaak in B&B’s in Frankrijk – van het type soepkom zijn en nogal groot uitvallen en geen oor hebben. Verder is er natuurlijk zelfgemaakte jam in alle soorten en gewichten, zelfgebakken cake in alle maten en gewichten, frans brood met gezouten boter en verse abrikozen.

Na het ontbijt gaan Willem en Lasse de spieren wat losrijden en fietsen naar het dorp van Monieux en de nabije omgeving errond. Oma, opa en ikzelf volgen met de wagen en wachten hen op ter plekke. Ik doe een kleine wandeling om wat foto’s te nemen in het dorpje zelf. Dat is wel wat klimmen onder toch wel hoge temperaturen. Oma en opa wachten even beneden.

Terwijl de mannen nog een afdeling doen, vatten wij de rit aan naar de « Gorge de la Nesque », via een spiksplinternieuw aangelegde asfaltweg die vooral ook plaats geeft aan klimmende en dalende fietsers. Het uitzicht boven bij het uitkijkpunt is fenomenaal en laat ons uiteraard weer een glimp opvangen van de Reus.

Daarna is het tijd om door te rijden naar Bédoin, waar we nog iets eten alvorens we de Mont Ventoux met de wagen gaan verkennen. We ontdekken er een leuke bistro, « Le Flandrien », uitgebaat door Vlamingen, maar het blijkt bijzonder populair te zijn. Er is geen plek en na wat vruchteloos wachten op een telefoontje (we staan op de «wachtlijst»), besluiten we toch maar ergens anders te gaan eten.

Lasse heeft het in zijn hoofd gestoken dat hij morgen absoluut via Bédoin wil vertrekken, maar dat is echt wel de moeilijkste kant. Hij zegt hier op zeer goed voorbereid te zijn. We proberen hem nog op andere gedachten te brengen door via Sault af te dalen, waaruit ontegensprekelijk blijkt dat dat de langste, maar de minst steile kant is. Benieuwd of het impact heeft gehad… we zullen het morgen weten.

Aangekomen op de top zoekt Lasse koortsachtig de eigenlijke eindstreep (en vermoedelijk ook de Strava-streep). Hij wil uiteraard het risico niet lopen om te vroeg de handen in de lucht te steken. Figuurlijk gesproken dan, want de slotmeters zijn niet van die aard dat je makkelijk je handen van het stuur kan losmaken. Ik zie zowel Lasse als Willem over de balustrade naar beneden kijken, naar de weg die ze morgen zullen volgen. Ik zie vastberadenheid, maar ook wat nervositeit.

We dalen af via Sault. Heg dorp ligt er wat verlaten bij. Amper mensen op de terrassen n in de straten, het is veel te warm (38 graden). We drinken iets en gaan dan terug naar onze B&B, om wat te rusten en ons op te frissen. Vandaag eten we buitenshuis. De eerste resto’s die ik bel (op aanraden van Isabelle) blijken « complet » te zijn. Ik vind uiteindelijk onderdak bij ´Bistro Canaille’. Ze zijn in principe ook « complet », maar de eigenaar belooft ons toch nog een tafeltje te fabriceren onder de platanen. De man doet ons denken aan Carlo Il Daino. die zou ook iedereen boven elkaar stapelen om toch nog maar een plaatsje te voorzien. Het eten is prima, de vriendelijkheid van het personeel ook. We eten Gamba’s, Piece du boucher en veau.

Daarna blijven we niet te lang meer hangen, het is bedtijd. Morgen om 6h30 zorgt Isabelle voor het ontbijt zodat we om 8 uur er in Bédoin kunnen aan beginnen. Het belooft een stressy dag te worden, maar waarschijnlijk ook een hele mooie. Dit is dé reden waarom oma en opa zijn meegereden: hun kleinzoon (en ops’s petekind) zien aankomen op de top van de Ventoux. Dat is zo goed als familiegeschiedenis schrijven. Maar misschien heb ik nog wel het meeste stress: ik moet zorgen dat ik zowel Willem als Lasse volg en kan bevoorraden (ze zullen elk hun eigen tempo rijden) en daarnaast moet ik ook voor de perfecte shots en fimpjes zorgen voor het foto archief. Dit alles met een automaat (ben ik niet gewoon, ik heb enkel nog maar handgeschakeld in de bergen gereden) en zorgend dat ik geen accidenten doe of iemand omver kegel.

En Mare stelt heg nog steeds goed. Ze hebben vandaag hun eerste vrijwilligerswerk achter de rug.

De reus

Vandaag hadden we nog een dikke 600 km voor de boeg om onze eindbestemming te bereiken: Monieux aan de voet van de Mont Ventoux. De eerste uren ging de rit vrij vlot, tot aan Lyon laat ons zeggen. Daarna hadden we toch tot 1,5 uur vertraging. We kregen ook heel veel meldingen op de GPS dat er mogelijk « detours » waren omwille van bosbranden. Het is hier droger dan droog, dat is ook hetgeen opa zich maar blijft over verbazen als hij buiten kijkt. Dat is ook hetgeen we lachend tegen elkaar zeggen als er iemand van ons even een dutje doet tijdens de rit : « er is er eentje opgedroogd ». Om een uur of half 5 verlaten we in Orange de autosnelweg en rijden we via de ´D-banen’ naar Monieux. We zien dan al heel gauw de « reus van de Provence » opdoemen, hetgeen wel wat nervositeit teweeg brengt bij onze wielrenners. Hij laat ons de rest van de rit ook niet meer los.

We moeten op een bepaald ogenblik een onverharde weg inslaan, die nog redelijk ver doorloopt en dan komen we aan bij onze B&B die we voor de komende dagen geboekt hebben. Onze gastvrouw Isabelle was via chat al heel de tijd ongelooflijk sympathiek en verwelkomend, dus we waren er al redelijk gerust in dat dat al goed zat. Isabelle haar huis is een oude (verbouwde) schaapskooi, dikke muren en zelfs bij 35 graden overdag niet echt airco nodig. De uitzichten zijn magnifiek! Ze heeft – samen met haar nu sinds 2 jaar overleden man – dit huis als rasechte Parisienne gekocht als buitenverblijf en verbouwd. Toen de kinderen (5 stuks) groot waren zijn ze hier permanent komen wonen en nu ontvangt ze op haar eigen magnifieke manier gasten. Isabelle is 67 en een kwikke dame en runt de B&B in de echte zin van het woord: mi casu es su casa. We aperitieven samen, eten samen en babbelen er op los. Voor oma en opa en Lasse niet altijd evident, want uiteraard in het Frans. Hoewel…Lasse en Isabelle schakelen al snel over op Engels. Maar opa haalt zijn beste koeterwaals boven ( zoals : je suis trop jeune pour rester dans le cul) en kan zich verbazingwekkend verstaanbaar maken, oma verstaat vooral alles heimelijk goed. Iedereen voelt zich al heel snel thuis, na een aarzelende start, want het is hier geen perfectie. Isabelle heeft heel veel herinneringen en heeft veel gereisd én gelezen. Haar huis staat vol souvenirs en boeken waar je ook loopt of kan zien. Verder heeft het huis zijn oorspronkelijke karakter bewaard: kleine kamers, weinig licht binnen, lage plafonds,… De trap naar onze kamer boven is op zijn minst een uitdaging te noemen, we laten oma en opa dan ook de kamer beneden nemen.

En het eten… dat is geweldig lekker. Isabelle kookt en bakt er lustig op los en niets is haar teveel. Baskische kip, speciaal met pasta voor onze wielrenners, kaas, en verse Tarte tatin, allemaal met lokale producten en doorgespoeld met excellente wijn, uiteraard ook van de lokale wijnboeren. Ze heeft ons al wat tips gegeven om de – in haar ogen – beste vignobles te bezoeken, ten vroegste vanaf donderdag, na de beklimming uiteraard. Verder massa tips over waar ze morgen best de beentjes losrijden en welke tour we kunnen doen om de mooiste dorpen te bezoeken. Genoeg te doen hier in ieder geval!

Ondertussen is Mare in het natuurpark aangekomen en hebben ze gisteren ook een wandeling van 6 km gedaan naar watervallen. Ze schijnt het daar erg naar haar zin te hebben. Morgen beginnen ze te werken.

In alle richtingen

Het weekje tussen onze 2 vakanties in bleek redelijk stressvol en het werd plots nogal onzeker of ook maar iemand van ons zou kunnen vertrekken. Mare kwam met hoge koorts en een ondefinieerbare ontsteking in het ziekenhuis terecht (waarschijnlijk terug te brengen naar een eerdere covid besmetting). Ze begon pas vrijdag terug min of meer de oude te worden. Zondag zou ze vertrekken naar Kroatië met de groep van Jongerenparochie om daar het natuurgebied Zumberak-Samoborske in het dorpje Sosice te gaan onderhouden. Niet bepaald een « ik lig op mijn gat aan het strand » vakantie. Maar zaterdag kwam de doorbraak en kon ze haar trekrugzak pakken en dat betekende gelijk ook dat wij (Willem, Lasse, oma, opa en ik) naar onze bestemming in Frankrijk vertrokken : Monieux op de zuidflank van de Mont Ventoux.

Het idee om de Mont Ventoux te bedwingen rijpte al een tijdje in Lasse zijn hoofd en ook Willem is niet vies van een sportieve uitdaging. Opa en opa wilden graag mee om dit moment mee te maken. Het is tenslotte opa, die door een 2-tal jaar terug een retro koersfiets voor Lasse te kopen, de fietsmicrobe bij hem aanstak. Lasse is vorige week ook goedgekeurd voor de dienst bij de medische controle voor zijn fietslicentie. Hart en algemene conditie ok en hier werd ook het vermoeden bevestigd dat hij Willem voorbij is gestoken in lengte: 181 cm.

Tegen de tijd dat Mare in de lucht hing, bereikten wij al onze tussenstop in Vittel. Ze waren veel te vroeg vertrokken naar de luchthaven, zo bleek achteraf, maar de dag van vandaag kan je bijna niet anders.

Het reed vlot op een zondagavond, nochtans een aangekondigd zwart weekend, maar dat geldt duidelijk vooral voor vrijdag en zaterdag. Er zijn zondagavond uiteraard ook geen vrachtwagens onderweg. Doordat Willem zijn GPS blijkbaar op « tolwegen vermijden » stond ingesteld rijden we de laatste 70 kilometer door de mooie landschappen van de Vogezen. Een feest voor opa, want aan koeien, tractoren en landbouwmachines geen gebrek.

Vittel, een typische kuuroordstad, te vergelijken met Spa bij ons, is een stuk vergane glorie maar er zijn ook redelijk wat renovatieprojecten aan de gang. Verder is het een zeer charmant en vooral rustig stadje.

Eten doen de we in ´Tout feu tout flam’, met flammkuchen als specialiteit. Het is er zeer druk, altijd een goed teken. En de dessertjes zijn voor de zoetebekken onder ons ook een 🥳.

Van Mare krijgen we tegen het einde van onze maaltijd het bericht dat ze veilig geland is en vertrekken naar hun hostel in Zagreb voor 1 nacht.

Kortom, het was een goede dag. Enige minpuntje was de nederlaag van OHL tegen Antwerp, waardoor ze van de eerste plaats van het klassement donderen en geen 9 op 9 halen. Zouden ze normaal gesproken moeten kunnen rechtzetten volgende week tegen Brugge.

Last trip to Amman

De langste rit van de vakantie stond vrijdag op het programma, 350 km en dus een dikke 4 uur rijden naar Amman. We deden in totaal 1400 km met onze Kia Cerato met 146.000 km op de teller. Veel peper zat er niet in zijn achterbumper, maar hij was goed genoeg voor de dienst. Ten eerste hebben we er geen rib uit ons lijf voor betaald, hetgeen al een hele kunst is tegenwoordig. De prijzen voor huurauto’s swingen de pan uit. Bovendien kan jij hier eenvoudigweg niet snel rijden. De maximumsnelheid op de grote highway’s is 110 km/u, maar dat haal je bijna nooit, want door de onhandige rijstijl van de Jordaniërs en het feit dat ze zomaar de snelweg te voet durven oversteken, moet je toch je snelheid wat matigen en bijzonder defensief rijden. Het feit dat hij al behoorlijk gekrast en geblutst is maakt dat we wat geruster rondrijden en hem ook overal durven parkeren. Maar nu is het dus tijd op onze kameraad binnen te leveren in Amman.

De rit verloopt super vlot, we verkiezen niet langs de bergen te rijden (want dat gaat dan weer moeizaam met onze Kia en we verliezen dan steevast tijd), maar via de relatief vlakke weg die passeert aan de Dode zee. Het enige oponthoud dat je hier riskeert is de vele controles, omdat je continu flirt met de grens met Israël, we zien de ijzeren « muur » naast ons lopen. En gecontroleerd worden we, een eerste keer bij het buiten rijden van Aqaba al, controle van paspoorten en boorddocumenten. Een tweede keer wordt vooral de inhoud van de koffer gecheckt. Nu ja, controles is een groot woord. Meer dan een vluchtige blik werpen is het niet, we blijven het gevoel hebben dat het allemaal pro forma is.

Verder is het genieten van de dingen die we rondom ons zien, je verveelt je tijdens geen seconde. De bedrijvigheid in de dorpen die je passeert is heel onderhoudend: verhuizen van een heel salon op het dak van de auto, overvol geladen kleurrijke vrachtwagens, plots zit er een hele rits marktkramers langs de weg waar je het nu wel echt niet zou verwachten, her en der nomadenkampen, zelfs aan de ingangswegen van Amman,…

We passeren deze keer ook weer de « zoutindustrie » en naast de weg liggen pakken zout. Het lijkt wel of je door een sneeuwlandschap rijdt.

We doen een tussenstop aan de mall naast het resort aan de Dode zee waar we eerder verbleven, om te picknicken(we gaan onze pas schoongemaakte auto natuurlijk niet terug onderkruimelen), maar vooral ook om gebruik te maken van de toiletten. Daarna is het nog maar 50 min verder naar Amman city en zijn we ruim op tijd om de auto in te leveren. Altijd weer spannend want je weet nooit waar ze nu weer mee zullen afkomen. Maar ook dat gaat vlotjes. Ik had ondertussen al een Uberke gedaan, en voor we het weten worden we verwelkomd door een enthousiaste Nabil in ons laatste hotel. Je kan hem best vergelijken met Johnny Depp in de rol van Willy Wonka. Zeer enthousiast, maar ook raar en geweldig content met zichzelf en zijn hotel. Dat laatste was ook wel terecht hoor, we kregen volgens hem een ‘very special room’.

Tijd dan om nog een stapje in Amman te zetten. We wandelen van ons hotel naar Downtown en passeren een kunstencentrum waar een leuke bar is. Het uitzicht is goed en aangezien het toch weer dicht tegen de 40 graden is, hebben we al nood aan een verfrissend drankje. Dé favoriet bij uitstek is lemon-mint. Overal worden hier vers geperste fruitsappen geserveerd.

Willem wil in één van de « parfum stalletjes » een geurtje scoren. Die mannen hebben min of meer gelijkende geuren van de grote merken en mixen dan voor jou ter plaatse een flacon voor letterlijk geen geld. Fake dus, maar we zien het als de plaatselijke economie steunen. De geur is na gebruik wel binnen de 10 minuten volledig weg.

Verder kopen we nog een magneet (verplicht nummertje voor op onze frigo), mudmask, bedoeïenen thee, henna voor Mare. Heel erg veel extra lukt niet meer, onze valiezen zitten nu al vol.

Terug in het hotel verfrissen we ons en doen we apero bij Red’s, een leuke bar in een toffe buurt. De straten rond « Paris square » zijn heel levendig. Er zijn heel wat leuke en hippe restaurants en bars en we zien het nachtleven op gang komen, het is tenslotte ook vrijdagavond. Tegenover ons hotel is er een leuk rooftop restaurant waar we (gelukkig) vooraf gereserveerd hebben.

De volgende dag na het ontbijt vliegen we terug naar huis. Op de luchthaven is het beduidend minder druk dan in Zaventem, toch kost het ons heel wat tijd om in te checken en de paspoortcontrole en douane te passeren. Heel efficiënt werken ze niet en bovendien zijn blijkbaar enkel de Europese reizigers met alles in orde. Altijd is er wel een discussie aan de gang, of het nu gaat om documenten of de bagage. Heel veel geduld moet je hebben. We komen nog wel met marge aan de gate aan, maar waren wel 3 uur op voorhand daar. Daar blijkt het weer « la cata« , ons vliegtuig moet blijkbaar nog landen vanuit Brussel (en dus ook nog geleegd, schoongemaakt en gevuld worden). Bovendien verloot het boarden ook nog niet vlotjes, weeral veel discussies, over handbagages deze keer. Nochtans zijn de regels bij Ryanair nogal duidelijk: 1 stuk en alles wat niet onder je stoel past is bijbetalen. Staan ze daar met 3 grote trolley’s te mekkeren dat het niet fair is. Vermoeiend allemaal. Met een klein uurtje vertraging kunnen we vertrekken, maar volgens mijn app is de vlucht nog steeds keurig op tijd.

En dat is het einde van een mooie vakantie, volgens mijn reisgenoten de beste ooit. Dat dit zo voor de kinderen zou zijn, daar val ik niet van achterover. Voor hen is dit uiteraard nooit eerder gezien en beleefd. Maar dat Willem dezelfde mening is toegedaan, dat beschouw ik als een compliment. Ik had bij het organiseren van de reis uiteraard veel voorbeelden online kunnen vinden, maar het « op maat » maken, het verzamelen van tips en het inlezen, het boeken en herboeken… het heeft me toch wel wat tijd en moeite gekost.

Is Jordanië een aanrader? Absoluut! Geen twijfel mogelijk. Een prachtig land met vooral prachtige mensen. Hebben we nu alles gezien? Nee, toch niet. We hebben o.a. Aljoun, Madaba, Mount Nebo en Baptism site niet gezien. Dus er is zeker reden genoeg om ooit nog eens terug te gaan.

Aqa-bakken

We beginnen aan onze laatste volledige dag in Aqaba, er stond nog wel wat op het programma, zoals snorkelen bijvoorbeeld. Maar dat laten we om verschillende redenen vallen. Ten eerste omdat we liever nog een dagje rust nemen om te lezen, te slapen, te zonnen. Ten tweede omdat aan ons resort de snorkel omstandigheden niet optimaal zijn en dat we dan een eind verder moeten rijden. Dan ben je gauw een dikke halve dag weg en aangezien het enkel Mare en ik zouden zijn voor het snorkelen zelf is dat wat zonde. Ten derde omdat we er allemaal nog niet gerust in zijn qua haai gevaar. De incidenten aan de Egyptische kust liggen nog vers in het geheugen en dat is niet zo zot ver hiervandaan.

Willem en ik installeren Mare en Lasse op het strand en gaan zelf met de auto naar de carwash. We moeten de auto morgen inleveren in Amman en er hangt een zeer dikke laag woestijnzand op en binnen is het al niet veel beter. We gaan ook tanken en nog wat proviand inslaan, dan kunnen we in 1 ruk doorrijden en nog maximaal profiteren van een dagje Amman, de stad die ons aan het begin van de reis zo goed bevallen is.

De carwash is uiteraard weer een belevenis. Met 5 mensen tegelijk beginnen ze eraan, maar dat blijkt nu niet per se efficiënter te zijn. Het verhaal van de afnemende schaalopbrengsten dus. Maar we zijn wel tevreden van het resultaat en de service en dat voor slechts 3 JOD (4,13 EUR)! We geven de mannen toch wel wat meer drinkgeld. Bij ons betaal je 5x zoveel en is het niet eens met de hand gedaan én moet je voor de binnenkant nog zelf de mouwen opstropen.

We rijden ook even door naar het zuiden, richting Saoudi-Arabië en de stranden waar er duik-en snorkelcentra gelegen zijn. We zien ook de resorts aan de zuidkust liggen (er is bijv. daar ook een Mövenpick) en zijn blij dat we in Aqaba city verblijven. Hier valt echt niets te zien, er zijn ook geen restaurantjes of barretjes buiten de resorts, zoals bij ons. En we zien ook dat – buiten misschien Berenice Beach dan – voor niet-snorkelaars het ook niet echt aantrekkelijk is. We zijn gerustgesteld. Verder passeren we ook de terminalhaven, waar de we containers van « Evergreen » zien opgestapeld staan.

Aqaba ligt ten noorden van de « golf van Aqaba », een uitlopende arm van de Rode Zee en die « golf » wordt begrensd door Jordanië, Israël (we kijken hier uit op Eilat), Egypte en Saoudi-Arabië. Als je hier een boottocht van 2 uur boekt kan je alle kustlijnen bezoeken. Aqaba was tijdens de Golfoorlog een belangrijke strategische plaats, waarlangs de Amerikanen hun bevoorrading lieten verlopen voor militair materieel (wist Willem mij te vertellen).

We passeren ook een immense afbeelding van de koninklijke familie, die hier wordt aanbeden alsof het goden zijn. Ze komen ook over als de ‘perfect family’ die de stabiliteit verpersoonlijkt. Hoe populair ze zijn kan je merken aan de ingekaderde familiefoto’s die zelfs bij McDonalds hangen, maar ook de autostickers met het hoofd van de koning, de banners met hun beeltenis, foto’s aan huizen, er komt letterlijk geen eind aan. Het koningshuis is hier mogelijks nog populairder dan dat van Engeland (Ik heb trouwens net de biografie verslonden van de hofdame van Prinses Margaret, ideaal leesvoer op vakantie).

De rest van de dag is het dus wat lezen en plonzen, competitie balletjes gooien in zee,… Mare gaat aan de slag met henna en ik krijg van haar een mooie tatoo. we hebben nog getwijfeld om te informeren naar de mogelijkheden om te parasailen, kwestie om ons avontuur in schoonheid af te sluiten. Maar bij het zoeken naar informatie duikt die haai weer op. Ik stoot op een artikel dat verslag brengt van een incident in juli 2021 in Aqaba waar een haai uit het water is gesprongen en de voet van de man aan de parachute heeft weggebeten. Fake news ? Misschien… maar we nemen geen risico en laten het voor wat het is. Het is bovendien bakken en braden en we bereiken net niet de limiet van wat draaglijk is: 43 graden. Ook de mensen hier klagen over de warmte. Toch ligt het strand vol met gesluierde vrouwen. Sommige hebben écht mooie burkini’s aan. Ook hier zijn er trends te ontdekken en ik vind persoonlijk de Nike lijn zeer geslaagd. We zien zo ook een vrouw in zwarte boerka hand in hand met haar man in een witte qamis over de pier flaneren.

We hebben voor vanavond opnieuw gereserveerd in de ‘Red Sea Grill’ naast ons appartement. Het was er zeer lekker en Mare is er nog niet geweest. Bovendien kunnen we dan nog heel lang op het strand blijven hangen en genieten van de zon die ondergaat achter de bergkam waar Eilat op gelegen is.

Het eten is trouwens weer om duimen en vingers af te likken. Willem en ik delen een mixed grill van zeevruchten, Lasse heeft een pasta met zeevruchten en Mare een Steak Tenderloin. De smaken zijn geweldig.

Ik verheug me al op de lange rit van morgen naar Amman, een 350 km terug naar het noorden. We zullen de Dead Sea Highway nemen, die is vlakker en dus met onze kar met weinig power waarschijnlijk sneller, hoewel op papier de weg via Wadi Musa sneller zou moeten zijn. We riskeren wel een paar controles te moeten passeren. Het is een 4-tal uur rijden, maar er valt altijd wel iets te zien of te beleven. Een mooi uitzicht, een ezel of een kudde kamelen die plots voor je auto opduikt of gewoon de mensen langs de weg.

Coming home to Wadi Rum – desert #2

De voorbije 2 dagen bestonden hoofdzakelijk uit horizontaal op het strand liggen. Mare heeft op die manier goed kunnen uitzieken. In feite was ze 24 u later er bovenop. We hebben voor de zekerheid hier in de apotheek 2 testen gekocht, maar dat was negatief. We houden het dus op een lichte ontsteking van keel en oren door een te straffe airco.

Het deed ook wel eens deugd om ons eigen ontbijt te maken in een fatsoenlijke keuken en naar onze normen, weliswaar vanaf nu altijd met olijfolie en een schoteltje Za’atar op tafel. Bovendien ontdekten we dat de « Bakery shop », deel uitmakend van het resort ook bij de residentiële gasten roomservice voorziet. Vanmorgen werden er dus verse croissants en enorme donuts geleverd om 8:30 h stipt. Het is dan wel niet van Fre den bakker, maar het gevoel is hetzelfde.

Verder was het dus liggen, zwemmen, opdrogen, cocktail drinken, repeat. Willem en Lasse doken nog eens de gym in, die zeker groter is dan aan de Dode Zee, maar blijkbaar was de fiets niet veel waard. Tegenvaller dus.

Aan het strand is ruimte zat, ook hier geen overrompeling en onnodig om handdoeken te leggen. Hoewel we op de eerste rij er toch al 4 zagen liggen vandaag van, bleek later, een Spaans gezin. Foei!

Tot gisteren namiddag was heg enige spannende dat we konden melden dat we regelmatig bezoek krijgen van Tristrams spreeuwen die zonder schroom op je stoel neerstrijken. Zo van dichtbij hebben ze echt wel een zeer scherpe bek en stevige klauwen. Die hebben er dus al wel meermaals voor gezorgd dat ik pijlsnel uit de horizontale positie kom.

De tweede keer dag mijn hartslag de lucht in ging was toen ik net het water in was om te verkoelen (het is hier rond een uur of vier een 45 graden) en ik op kleine afstand een serieuze vin boven de oppervlakte zag steken. Het was duidelijk dat dit exemplaar wat groter was dan bbq-waardig (enfin, je zou hem al in verschillende stukken erop moeten leggen). Ik was in recordtijd terug op het strand. Achteraf gezien belachelijk om te denken dat het een soort haai zou geweest zijn (de laatste weken worden verschillende plaatsen aan de Rode Zee. o.a. in Egypte, geteisterd door haai aanvallen op achteloze zwemmers zoals ik), maar er zitten er wel. Enfin, ik kijk nu toch wel dubbel zo goed rond als ik wat ga dobberen, met als gevolg dat ik ook de niet-gevaarlijke vissen zie tussen onze benen zwemmen. Je bent gewoon opmerkzamer.

Avondeten deden we in een restaurant in de buurt, maar dat was tot nu toe de minst goede ervaring. Het was niet echt slecht, maar we hebben zeker al beter gegeten en zeker ook gedronken. Willem bestelde witte wijn (hij bedoelde een fles), maar klaarblijkelijk (het was er nogal traditioneel met veel locals) dachten ze dat hij alleen zou drinken en kwamen met enkel een glas voor hem aanzetten. Na 1 slok geproefd te hebben, hebben we wijslijk besloten om de fles te laten voor wat het is en verder te gaan met de spa bruis.

Aangezien Mare terug fit genoeg was, nam ik opnieuw contact op met onze vrienden in de woestijn om af te spreken voor de jeepsafari. Het plan was om in de late namiddag naar daar te rijden en meteen na de trip terug te komen. We hadden ´s middags al wat gegeten in het hotel en de kinderen hadden hun zinnen gezet op Mcdo, (dat hier vlak om de hoek zit) voor achteraf. Maar dat was natuurlijk buiten nonkel ‘Arafat’ en nonkel ‘Paf’ gerekend (deze laatste heeft Willem zo gedoopt omdat het nogal een kettingroker is), de 2 broers/eigenaars.

Bij aan komst aan het kamp was er een warm onthaal door nonkel ‘Paf’ die totaal niet meegekregen had wat we kwamen doen. Hij dacht dat we terug kwamen overnachten. Na veel 5-en en 6-en was de dinar gevallen. We hadden ook de voorziene tocht in uren wat ingekort (oorspronkelijk 4 uur), zodat we niet te vroeg op de dag vanuit Aqaba moesten vertrekken en zodat de temperatuur voor de woestijnsafari al wat draaglijk was. Gevolg was dat ´nonkel’ Arafat met zijn pick-up al weg was voor een tocht met andere gasten en dat er in allerijl een oplossing werd gezocht voor ons. Omari, de zoon van nonkel ´Arafat’ belde wat rond en daar kwam de kookploeg terug gereden met de pick-up waarvan nonkel ´Paf’ 2 dagen geleden nog fier over zei dat hij al 30 jaar oud was. Omari zou onze chauffeur worden, wat we fijn vonden. Hij kan helemaal niet zo goed Engels, maar het is een zeer lieve, eerder verlegen jongen. We hielden alleen ons hart vast voor het feit dat de auto het zou kunnen trekken, zo op die woestijnduinen. Maar dat waren zorgen voor later en eigenlijk ook niet voor ons. Er werd nog gauw een snowboard in de laadbak gedropt en dan mochten wij ook instappen. De verwachtingen waren hoog, het was tenslotte bijna « sunset » tijd.

Daar gingen we dan de woestijn in. Bij de eerste stop konden we al dadelijk ´sandboarden’. Na alle spectaculaire dingen die we hier al deden, is dit een eitje. Maar wel leuk om te doen en het levert ook prachtige plaatjes op.

Dan reden we door naar de « Nabatean temple » waar je nog op slechts 6 km van de Saoudische grens zit. Hier stonden zeker zo’n 50 kamelen bij elkaar, wachtend op liefhebbers om een ritje te maken.

Toen we terug plaatsnamen in de laadbak merkten we al dat het starten wat langer duurde… niet dat de motor sputterde, maar er was iets dat niet klopte. Maar we reden dan uiteindelijk toch verder door naar Khazali Canyon.

De auto stond licht bergop geparkeerd en toen we terug wilden vertrekken heeft het toch wel zo’n 10 minuten geduurd voor Omari de juiste versnelling vond. Blijkbaar was er toch iets serieus mis en moesten we ons goed vasthouden aan de takken van de bomen want de jeep schokte dan eens achteruit, dan eens vooruit de zandberg op. Dit is weer typisch voor ons om in deze situatie terecht te komen. Gewoon instappen in een jeep en zonder problemen rimpelloos genieten van een tocht staat niet in onze woordenboek. Maar dat maakt het net zo leuk, we fantaseerden al dat we onder de blote sterrenhemel moesten wachten tot nonkel ‘Arafat’ ons kon komen takelen.

Maar zo ver was het nog niet. We reden door naar « Lawrence ´s spring « , de uitvalsbasis van Lawrence of Arabia in WO I en de tegenoverliggende zandduinen zijn ook nog eens het decor van de film « Dunes » geweest. We kregen hier ook een thee aangeboden van een Bedoeïen die volgens Mare en Lasse dadelijk kon gecast worden als de goede slechterik, wat dat dan ook mag zijn.

Hier terug vertrekken was een kleine ramp en we kregen zo langzamerhand medelijden met Omari. Het stond hier vol jeeps en naar goede gewoonte kris-kras door elkaar. Jordaniërs kunnen langs geen kanten met de auto rijden, zijn super chaotisch in het verkeer, denken dat claxonneren voldoende is om geen aanrijdingen te hebben en zetten hun auto in elk beschikbaar gat dat ze denken te zien. Vertrekken kon nog met veel schokken en veel moeite, maar hij moest daarbij ook serieus gas geven en dan heb je niet de luxe om precies te mikken tussen 2 geparkeerde jeeps. Wat moet die jongen gezweet hebben ! Maar ere wie ere toekomt, hij is er toch in geslaagd om ons daar weg te krijgen én met de glimlach!

De laatste stop was de rots waar je een mooi zicht hebt op de zonsondergang. We waren net op tijd op nog een plaatsje op de eerste rij te bemachtigen. En dan was het genieten. De woestijn is met stip toch onze favoriete plek hier. Hoewel we Dana en de bergen ook machtig vonden, is dit toch net dat tikje extra. Die weidsheid, dat licht, dat rustgevende, je voelt je heel klein. Het is hier prachtig!

We reden met het laatste licht terug naar het kamp (het laatste vertrek met de jeep was een steile bergaf, dat ging vlotjes). Daar aangekomen werden we uiteraard dadelijk uitgenodigd voor de thee. Nonkel ´Paf’ bleef aandringen om ook te blijven eten, maar we zeiden dat we toch graag voor het echt pikkedonker willen vertrekken. We stonden dan ook vertrekkensklaar toen nonkel ´Arafat’ kwam aangereden met zijn gezelschap. Hij kwam dadelijk met open armen afgelopen en er was nu geen sprake meer van vertrekken zonder mee aan te schuiven voor het avondmaal.

We beleefden dus een 2de keer het ritueel van de pot uit de grond. Het was trouwens exact dezelfde maaltijd als 2 dagen terug, niet dat we dat erg vonden want het is super lekker, die geur alleen al bij het openen van het deksel. En uiteraard werd er ook weer gedanst. Er waren meer gasten aanwezig dan toen wij er verbleven en de groep zorgde ook voor meer ambiance. We stonden plots met 30 in een kringetje de aanwijzingen van de klusjesman te volgen voor het ritme. Voor het echt helemaal uit de hand liep namen we dan toch maar afscheid en werden we uitgezwaaid door nonkel ´Arafat’. Net voor we de auto instapten kwam Omari nog achterna gelopen met een bord dessert en dan reden we in het pikkedonker onder een prachtige sterrenhemel de woestijn uit.

Het moderne en toeristische Aqaba is perfect om een paar dagen op adem te komen, maar de vriendschap die je voelt bij de bedoeïenen, de ervaring, de gastvrijheid en ook de omgeving, of het nu in de bergen is of in de woestijn, in Amman of tijdens een tocht in een Wadi: dat is hetgeen je hart met warmte vult en waar je energie van krijgt.

We komen na een pittige rit (in het donker rijden ze hier nog slechter), komen we veilig aan in ons resort. Wat een dag alweer!

Relax, take it easy

Het was een warme nacht. Airco die niet werkte, zieke dochter. We sliepen met de deur en het ‘raam’ open zodat de tocht toch wat voor verkoeling kon zorgen. En aangezien ik om 4 uur toch net wakker was om Mare een dafalganke te geven, was ik ineens ook klaar voor de zonsopgang. Die was niet alleen sneller (op 30 min was het gebeurd) dan in Dana, maar misschien ook nog wel mooier. Anders in ieder geval.

We melden bij het ontbijt dat Mare niet in staat is de jeepsafari mee te doen en dat we het willen verplaatsen. Dat blijkt geen probleem te zijn. Straks dus geen definitief afscheid van de woestijn, we komen terug als ze geen koorts meer heeft en zich goed genoeg voelt.

Het Italiaans koppel van hut 1 merkt bij vertrek dat hun Fiat Tipo niet meer start. Ik zou onze “rescue ranger” gebeld hebben, maar daar kwam “Arafat » al aangesneld (1 van de 2 eigenaars-broers, we hebben zijn naam nooit begrepen want hij praat nogal speciaal én hij lijkt er wat op). Hij roept op een medewerker om ook te komen helpen en met een gereedschapskist in de hand steken ze het terrein over. Zo zijn ze hier in hun element, als ze kunnen helpen of ten dienste zijn. En wat meer is, dit voorval lost alvast 1 prangende vraag op die al lang door mijn hoofd spookt: wat dragen die mannen onder hun lang wit gesteven katoenen kleed? Wel, een lange wit gesteven katoenen broek!

Een paar minuten later kwam de auto sputterend weer tot leven en konden ze vertrekken. wij waren ook zo goed als klaar om te vertrekken. Ik had contact genomen met Reem, de eigenaar van ons appartement in Aqaba om te vragen of we niet sneller konden inchecken, dan kon Mare toch al iets comfortabeler verder uitzieken. Dat bleek geen probleem. De rit is maar een 50 min. dus voor we het wisten doemde de zee voor ons op. Dat doet ook weer eens deugd, na al die rotsen en al dat zand.

Onderweg passeerden we het eerste echte checkpoint. Men had ons gewaarschuwd dat je op de grote wegen aan de kust (ook aan de Dode Zee) redelijk wat controle zou kunnen krijgen. De grens met Israël is dan écht super dichtbij. Eilat ligt bijv. op 16 km van Aqaba. Aan de Dode Zee, al rijdend in je auto, is je gsm net een flipperkast. Dat springt van “welcome in Jordan » naar « welcome in Israel » en omgekeerd, zo een 10-tal keer. De meeste controles zijn mobiele, maar we werden nooit tegengehouden. Sommige zijn vast, maar meestal is er dan niemand aanwezig als je passeert. Deze keer hadden we prijs. In het slechtste geval is het al je bagage laten fouilleren. Ik had alle paspoorten en documenten alvast zichtbaar in de hand genomen. De vriendelijke agent vroeg hoe het ging met ons en de standaardvraag : « where are you from? ». En dat was het, we mochten direct doorbollen. Tof, want de man van het verhuurkantoor stond ons al op te wachten aan de brug van het resort. We verblijven de komende 4 nachten in het Mövenpick Aqaba resort.

Ook hier weer een geweldige komedie voor we toegang krijgen. De man vraagt ons om eerst te passeren via het hotelgedeelte om al onze bagage te laten checken. Daarna mag hij ons pas aan de overkant van de weg aan het appartement gedeelte brengen. De portier van het hotel checkt onze paspoorten en begint moeilijk te doen: ‘what is this?’. Blijkt dat hij Lasse zijn paspoort in zijn pollen heeft en dat hij de foto aan het vergelijken is met Willem! Hij had onze slapende zoon achteraan nog niet ontdekt en het feit dat hij 4 paspoorten vast had deed precies ook geen belletje rinkelen. Enfin, zijn fout inziend en 100 excuses later, deed hij de bareel open en konden we verder rijden naar de bagage check. Daar werden we opgewacht door een andere man die zei :´only the big bags’. Ok, logica ver zoek, maar tof voor ons. De 4 grote zakken terug in de wagen, het domein af en dan volgden we onze man naar de overkant, waar er wéér een paspoort check was aan de toegangspoort van het domein. En dan waren we eindelijk binnen. Ons appartement blijkt pal aan het strand te liggen, ons hart maakt een sprongetje. We zien trouwens dat de doorgang van de parking naar het strand alweer bemand wordt door een ‘guard’ die een hele dag in de hitte op een stoeltje zit om te vermijden dat er onbevoegden het strand zouden betreden. Nu moet je mij eens vertellen hoe dat überhaupt nog zou kunnen, na al die controles. Ons terras kijkt uit op zee én op het zwembad. Het is ruim, netjes, prima in orde, wasmachine, droogrek én strijkijzer (hoera voor Lasse zijn hemdjes die hij zo graag aandoet). De airco werkt prima en er is een zalig terras. We blijven!

Plots krijg ik een bericht binnen van Mahmoud, onze begeleider van de Wadi Aya trip. Hij vraagt hoe het gaat en nodigt ons bij hem thuis uit in Aljoun. Donderdag doet hij daar in de buurt een trip met in groep in de Wadi Rajeb, we mogen van hem gratis mee, zegt hij. Als we echt willen kunnen we hier zeker 3 weken vullen zonder een frank op te doen aan activiteiten, eten en drinken. Ik zeg hem dat we nu in Aqaba zijn, dus op zo’n 5 uur rijden en dat dat wat veel is en bedank hem én vraag hem gelijk nóg eens om de foto’s en fimpjes van onze trip (voor de 3de keer al), maar dat schijnt hij precies niet helemaal te begrijpen.

Mare ploft de rest van de dag in de zetel. Willem en ik doen boodschappen (drank, snacks en ontbijt) in de (jawel) Carrefour. We kopen er ook Za’atar, wat een keuze heb je hier! En ook een olie voor de huid die een wel heel jonge jongen ons laat proberen. Ik denk dat je hier geen 16 moet zijn om een « studentenjob” te doen. Lasse en Willem verkennen het terrein en doen een plonsje in zee. Lasse komt me daarna aflossen om bij Mare te blijven en Willem en ik duiken de jacuzzi in.

´s Avonds is Mare al een heel stuk beter, mee gaan eten doet ze toch nog liever niet. Maar aangezien we eten in het restaurant tegenover ons terras (en op dezelfde hoogte), is het ok voor haar dat we met z’n 3-en gaan. De ´Red sea grill’ is dus een restaurant op het domein met vooral visspecialiteiten. Het is er superlekker! Mijn vis (gebakken in een zoutkorst) wordt bovendien met een kleine vuurshow geserveerd. Goede prijs-kwaliteit hier, de rekening is zeer schappelijk.

We lopen nog even het strand op naar de zee en Lasse zet zich in de « life guard stoel ». Voor we het weten komt er al een man van de security de hoek om geslopen. We reppen ons dan maar gauw naar boven. Nog even de was plooien en dan gaan we slapen. Morgen is het luie dag met zon, zee, strand en cocktails in de hand.

De roze stad

Petra is voor de meeste mensen dé reden om naar Jordanië te komen en is 1 van de zeven wereldwonderen. De site is een paar jaar geleden ook toegevoegd aan de Unesco lijst van werelderfgoed. Allemaal mooie titels dus Aangezien we het Colloseum al bezochten, is dit nummer 2 op de lijst van wereldwonderen dat we kunnen schrappen. De stad, waarschijnlijk ontstaan in de 1ste eeuw v.c. en ontdekt door een Zwitser in 1812, is door de Nabateeërs volledig uitgehouwen uit de rotsen. Er woonden rond de eeuwwisseling naar schatting 25.000 mensen. De verwachtingen zijn dan uiteraard ook zeer hoog gespannen, voor het ene gezinslid al hoger dan voor het andere uiteraard.

Normaal gesproken bezoekt men de site gedurende 2 dagen en start men liefst om 6 uur ‘s ochtends met het bezoek. Heel extreem zijn er mensen die er 3 dagen kunnen rondhangen. Ik was al zeer tevreden dat we tegen 11 uur zouden binnen wandelen en dat de kroost het de rest van de dag zou uithouden. Bovendien was de nacht weer onderbroken, want we verblijven terug in een stad en we werden verschillende keren gewekt voor de oproep tot het gebed. De minaret staat op nog geen 100 meter van ons hotel.

We ontbijten om 8h30 en effectief, na nog 2 keer terug het hotel moeten binnen gaan voor vergeten voorwerpen, konden we nog voor elven de tocht naar de Siq, de befaamde toegangsweg van de stad aanvangen.

Het ontbijt was prima verzorgd en zeer uitgebreid. Geen buffet hier trouwens, aan tafel geserveerd. We zijn dan ook met 6 gasten in totaal aanwezig hier. Dan kan je rekenen op volledige aandacht natuurlijk.

De temperatuur scheen wel mee te vallen, er werd rond de 30 graden voorspeld. Dat is niet weinig voor een serieuze inspanning, maar ook doenbaar. De toegangsweg is trouwens goed begaanbaar en redelijk schaduwrijk, omdat je eigenlijk door een canyon wandelt. Prachtig wel die stenen, een mengeling van zandsteen en graniet. En voor je het weet bereik je de “Treasury”, het welbekende mausoleum. Wel goed opletten hier voor paarden, paard en kar en… golfkarretjes om de afgepeigerde toeristen terug naar de uitgang te brengen. Soms zijn de doorgangen bovendien zeer smal.

We lopen verder de site af en dan is het al bijtanken in een “oase”, want in volle zon en door het woestijnzand lopen is best lastig. Maar we hebben tijd, dus een pauze tussendoor kan zeker geen kwaad. we passeren o.a. de « straat met facaden », de « royal tombs », het « Nymphaeum », de « winged lion temple » en het theater. Allemaal even indrukwekkend.

Deze tijd van het jaar lijken er meer gidsen, ezelsbegeleiders, ruiters, ezels, paarden en kamelen te zijn dan toeristen. Je wordt constant aangesproken “want a donkey ride”? Zeker naarmate je de klim naar Ad-Deir (The Monastery) nadert. Er zijn dus werkelijk mensen die zichzelf op een ezel hijsen en dat beest de 900 trappen laat doen. Ik weet dat ezels lastdieren zijn, maar het ziet er toch wat zielig uit. Wij proberen het te voet. De mensen die we kruisen zien er toch nog ok uit, dus we overleven het wel. Lasse zijn motto is: op’t gemakske, af en toe stoppen en even in de schaduw afkoelen, dan lukt alles. Heel Petra doen op 1 dag is niet mogelijk, dus moet je keuzes maken. En dan lijkt dit hetgeen dat een must do is. Ik had heel graag de “backdoor hiking” willen regelen. Dat wil zeggen dat je via “Little Petra” wordt afgezet met de 4×4 en dat je in omgekeerde richting de site binnenkomt. Dat wil ook zeggen dat je de 900 ongelijke, in steen uitgesleten trappen enkel naar beneden moet wandelen en niet eerst naar boven en dan ook nog eens omgekeerd naar beneden. Maar die toegang is blijkbaar sinds covid afgesloten en niet meer heropend. Er zijn nog wel wat oplichters die je zogezegd kunnen afzetten, maar die gebruiken dan een zij-ingang waar je niets aan hebt.

We begonnen zeer moedig aan de klim, maar aan die trappen leek geen einde te komen. Onderweg naar boven zijn de enige schaduwplekken de vele souvenierstalletjes (het zijn er zeker 50) bemand door bedoeïenen. Er zijn er zelfs een aantal onder hen die nog steeds op de site slapen, net zoals vroeger nadat de Nabateeërs de stad hadden verlaten. Het is tussendoor ook nog oppassen geblazen als er weer een bedoeïen op een ezel naar beneden komt gevlamd, nadat die een toerist boven heeft afgezet.

Puffen, zweten, afzien was het, dat is zeker. Maar ook wel een ervaring. Op het einde moedigen de souvenieruitbaters je zelfs aan en helpen je door de laatste loodjes.

En dan bereik je eindelijk een indrukwekkend gebouw (groter dan de Treasury). Is het specialer? Niet zozeer. Maar op een manier dan toch weer wel. Omdat je weet dat dit de weg was die al meer dan 2000 jaar aan een stuk wordt genomen om naar dit klooster te lopen, omdat het een overwinning is als je er geraakt en dat niet iedereen de moed heeft om dit te doen.

Het is wel even op positieve komen nadien en natuurlijk genieten van het zicht, voor we de tocht terug naar beneden aanvatten. Zeg trouwens nooit op weg naar boven dat je misschien later even naar hun souveniers kijkt. Ze zijn erop getraind en hebben blijkbaar een goed geheugen… komt als een boomerang terug : »you promised madame that you would buy later», de «maybe» die je erbij had gezegd vergeten ze gemakshalve.

De tocht naar beneden ging vlotter en sneller, maar dan is het nog 4 km verder naar de uitgang. Tot aan de Treasury houden we het uit. Maar vooral Mare wil graag met paard en kar naar de uitgang gebracht worden. We kunnen de prijs vastzetten op 30 JOD, hetgeen nog steeds niet weinig is, want het is eigenlijk relatief gezien maar een kort stukje. Maar niet-zeurende kinderen na meer dan 4 uur ronddwalen in Petra mogen gerust beloond worden. We hebben de dag ervoor ook gezien hoe ‘s avonds laat mannen de paarden nog aan het verzorgen waren. Er zijn ‘weiden’ langs de weg hier. Dus zijn we er redelijk gerust in dat deze dieren wel goed verzorgd worden. En dan wordt het een memorabele rit langs de rotswanden van de SIq. Mare gelukkig, Lasse zag een beetje bleekjes. Dan is het toch nog dik 10 min stappen door de hitte naar het visitors center en vooral «The Cave bar» voor een welverdiende cola/pint/cocktail.

In het hotel is het snel douchen om in de lobby Wout Van Aert de slottijdrit te zien rijden van de Tour. Hij wint en dus maakt dat de dag alleen nog maar completer.

We klokken ondertussen af op 23.000 stappen, veel zin om er nog veel extra te zetten op zoek naar eten hebben we niet. Maar dat moeten we nu ondertussen wel eens gaan doen, eten gaan zoeken. Onze magen beginnen serieus te knorren. We hebben namelijk sinds vanmorgen slechts 1 doos Pringles met ons 4 binnengewerkt. Je hoofdbekommernis is voldoende drinken en je bent zo erg bezig met de inspanning en het is overdag zo warm, dat je eigenlijk niet eens aan eten denkt. Gelukkig weten we waar het goed is en zullen we ongetwijfeld zeer welkom zijn bij Mohamed van Zawaya. Bijkomend, niet te versmaden voordeel: we kunnen er zowaar vanuit ons hotel naartoe rollen als het nodig is.

Hij zag ons effectief graag komen :’welcome back my friends’. We krijgen meer hapjes dan we bestelden, tegen de tijd dat we het hoofdgerecht voor onze neus krijgen zitten we eigenlijk al vol. Lasse neemt vanavond ook de Mansaf, heel moedig van hem, want ook hij moet het met zijn handen eten.

De kers op de taart komt er als OHL zijn eerste match van het seizoen tegen Kortrijk wint en we op die manier ontdekken dat Mohamed geen Jordaniër is maar een Egyptenaar. Dat komt omdat Musa al-Taamari, een Jordaanse speler bij OHL gescoord heeft. Lasse was natuurlijk super enthousiast en we vragen of aan Mohamed of hij ook fan is. Aangezien hij Egyptisch is volgt hij het niet zo, dus nee. Hij werkt 8 maanden in Jordanië en de rest van het jaar is hij in Egypte bij zijn vrouw en kinderen. Daar worden we dan weer even stil van bij onze muntthee van het huis.

Morgen rijden we door naar de woestijn, iedereen van ons kijkt er erg naar uit. We slapen in een bedoeïenen tent, die – naar alle eerlijkheid en althans op foto – er comfortabeler uitziet dan onze tent in Dana. Spannend!

In alle vroegte…

Onze nieuwe vrienden hielden het nog tot een uur of half drie uit in de centrale tent op het terrein en dat weerklonk tot in onze tent. Het werd dus een korte nacht, want om 5h30 klingelde onze wekker ons uit bed. Goed zot natuurlijk om op vakantie zo vroeg op te staan, maar we wilden de zonsopgang niet missen. Uiteindelijk hebben we nog een uur moeten wachten voor dat madame soleil helemaal achter de berg is komen piepen. Met een pull aan, voor de eerste keer nodig deze reis, want s nachts is het op die hoogte best wel koud en is er vooral koude wind. Maar het schouwspel op de tegenoverliggende berg waar de eerste zonnestralen de hemel en de rotsen meer en meer in vuur en vlam zette was prachtig. En eens ze er was, warmde de zon ons snel weer op. We kropen daarna kog even terug in de tent, het ontbijt zou pas tegen 7h30 geserveerd worden.

Goed ontbijtje en zalig (opnieuw) wakker worden zo op onze berg, maar de kinderen waren nog steeds doodmoe, dus lieten we hen nog even terug naar de tent gaan om wat te rusten. Voor ons was er entertainment genoeg. Raad (hij zegt dat zijn naam “donder” betekent), een van onze kampvuurvrienden heeft een eigen zaak in materiaal om koffie te zetten. Hij is dus meegewipt op de slow coffee trend. In dat kader was hij trouwens onlangs nog in Brussel, Gent en Brugge. Hij schijnt alle goede Belgische koffieshops te kennen. Hij haalde plots een hele set (inclusief mini gasvuur) boven om een koffie tasting te doen. We beloven hem een paar pakketjes van Ray & Jules op te sturen, de koffiebranderij bij ons in de buurt die op lage temperatuur en met behulp van zonne-energie en herbruikbaar water koffiebonen brandt.

We hebben nu wel genoeg koffie binnen om aan de rest van de dag te kunnen beginnen en we maken de kinderen wakker voor de “Mountainhike” die start vanuit het kamp. De groep vrienden hadden gisteren ook grootse plannen en zouden vóór en nà het ontbijt een hike gaan doen (“feel free to join”), maar na hun nachtelijke escapades hebben ze zich – tot hun vertrek – teruggetrokken in de gemeenschappelijke tent waar kussens liggen om te rusten. Dan waren wij wat dat betreft flinker. De temperatuur bedroeg ondertussen trouwens ook alweer een kleine 30 graden. De wandeling ging – zoals nogal logischerwijs af te leiden is uit de naam – voor de helft bergop en nog stevig ook. Volgens de tracker overbrugden we 200 hoogtemeters. Onnodig te zeggen wel dat het uitzicht adembenemend was. Dieren (die zitten er, o.a. Ibix en vossen) zijn we jammer genoeg niet tegen gekomen. Salamanders des te meer en vogels ook. Er zitten in het reservaat 170 verschillende soorten. Wat zoogdieren betreft zouden er 137 soorten zitten, daarvan kunnen we er 1 afvinken: de muis. Die had Mare gisterenavond gespot en per ongeluk ook gemeld dat ze die gespot had. Dat was waarschijnlijk nog een reden waarom ik niet zo heel vast heb geslapen, je ligt tenslotte op een matras (weliswaar een comfortabel exemplaar) in je tent.

We deden 1h20 over de wandeling van 4 km, het hoogteverschil en de temperatuur meegerekend, met 2 pubers die nog altijd moe waren: il faut le faire. Pluim voor onszelf. Toen we terug beneden waren, zochten we onze spullen bij elkaar en lieten we ons terug met de truck naar boven rijden. Dit was met stip de beste stop tot nu toe. Dat wil wel wat zeggen want over de voorgaande hadden we ook niet echt reden tot klagen.

Op naar nieuwe oorden: Wadi Musa, waar we 2 nachten blijven om Petra te bezoeken. Onze etappe bedroeg 1,5 uur en we reden voornamelijk langs uitgestrekt woestijnachtig gebied met zeer weinig bewoning, tenzij hier en daar een nomadenkamp. Af en toe passeerden we een klein dorpje waar de kinderen altijd enthousiast zwaaien naar ons.

Eerste indruk Petra: toeristischer dan de rest van wat we al gezien hebben, maar aanvaardbaar. Er is hier geen overrompeling van volk en om iets te vinden om te eten is er keuze genoeg. We zien vanuit ons hotel de site liggen en dat is best wel indrukwekkend: een mastodont van een rotsformatie midden in de stad, waarvan je weet dat er vele mysteries achter schuil gaan… kwestie van de spanning op te bouwen.

We spoelden het stof van de bergen van ons af in de douche en trokken op pad door de hoofdstraat. Toeristischer staat gelijk aan proppers aan de restaurants, maar laat ons zeggen dat ze eerder uitnodigend dan opdringerig zijn. We stapten helemaal tot aan het visitors center en ontdekten de “Cave bar” waar ze zowaar bier en cocktails hebben. Ik bestelde “one night in Petra” en voelde na 2 slokken dat ze niet heel zuinig waren geweest met de alcoholische ingrediënten. Ik kon er weer tegen voor een paar dagen! De ober was zelf fan van Kriek (liet hij weten, na de obligate vraag van waar we zijn). Maar hij drinkt het gemixt met Tequila, want anders is het een drank voor vrouwen volgens hem.

Onderweg kwamen we ook nog een bedoeïen tegen, recht uit de cast van “Laurence of Arabia”. Willem had niet in de mot dat de man in zijn toch wel opvallende jeep zat en was foto’s aan het nemen. Toen hij zich ging excuseren hingen we er uiteraard aan vast. Heel vriendelijk hoor, maar op een paar minuten tijd kenden we heel zijn levensverhaal en moesten we alle moeite van de wereld doen om zijn aanbod om ons mee te nemen beleefd af te slaan. Hij leeft normaal gesproken in de woestijn en is daar een soort “rescue ranger” om gestrande reizigers te redden. Hij wou absoluut zijn auto laten zien, hij heeft een matras om op het dak te slapen, hij heeft een jerrycan verbonden aan een douchekop, keukenmateriaal, kortom zijn auto is zijn huis. “Freedom” zegt hij. Hij was in Wadi Musa om zijn 102-jarige moeder te bezoeken, hij heeft 7 broers en 9 zussen. En hij begreep niet dat we om 18 h hier rondliepen, niets te zien volgens hem. Hij wou ons mee naar “Little Petra” nemen, waar alle locals op vrijdagavond naartoe trekken om samen te zijn en te bbq-en. Enfin, we moesten hem maar komen zoeken als we hem nodig hadden.

Dan was het tijd om te gaan eten, er was een goed restaurant naast ons hotel. Ik had dat alvast vooraf genoteerd en was het ook het enige restaurant dat niet met een propper werkt, hetgeen mijn gedacht geen toeval is. Willem probeerde voor de eerste keer “manseff”, hét traditiegerecht van Jordanië. Dat wordt gemaakt met lamsschenkel, yoghurt, rijst. Hij kreeg er wel de waarschuwing bij dat hij het – zoals het hoort – met zijn (enkel) rechterhand moest eten, geen bestek toegelaten. Bij het serveren werden er nog instructies gegeven over de manier waarop het moest gegeten worden. Hilariteit alom!

De rest van het eten mocht er ook zijn, ik nam “Musakhan” een kipgerecht met een plat brood en in rode wijnazijn gedrenkte uien.

Het zou best wel eens kunnen dat we hier morgen terug komen eten.

Petra by night is trouwens heel mooi, we konden nog genieten van een prachtig tafereel. we zijn heel benieuwd naar wat we morgen gaan te zien krijgen.

Kamperen

Vandaag was het tijd om te verhuizen, een stuk het binnenland in en de bergen in. Ontbijten zouden we doen in de mall, maar de ontbijtbar scheen niet open te zijn, zo melde ons de ‘vriendelijke’ mijnheer van de supermarkt. Maar we konden bij hem wel sandwichen, kaas en plastieken messen krijgen. Dan maar picknicken onder een boom op de parking. Toen we nog even terug binnenliepen voor een koffie van de koffiebar, bleek de ontbijtzaak plots toch open. Goed gezien van de man en wij goedgelovig.

De tocht naar Dana Biosphere Reserve liep een groot stuk langs de Dode Zee, zodat we ook de zoutwinning en de bijhorende industrie mochten ontdekken. Op sommige plaatsen zie je effectief dat er “gaten” vallen. Het peil neemt 1 meter per jaar af, door klimaatopwarming maar ook door het verhoogde waterverbruik. Er wordt teveel water onttrokken uit de rivieren die de Zee moeten voeden. Er zijn – zo lijkt het – droge gebieden die de zee (wat uiteraard eigenlijk een meer is) onderbreken. Wat er bloot ligt zijn grote plekken gedroogd slib, waar grote kraters of gaten inzitten. Hierop lopen lijkt me een afspraak met het gat in de wereld.

Aangezien we nog wel even tijd hadden, dankzij ons quick & dirty ontbijt, maakten we een tussenstop in Kerak om het kasteel daar te bezoeken. De stad zelf kwam ons over als “little Amman”, maar dan nog veel chaotischer. Onmogelijk om daar met de auto rond te rijden. Na 500 meter was ik al op van de zenuwen, gord dat we zo een excellente chauffeur hebben. Het kasteel zelf gaf ons prachtige vergezichten op de vallei.

Rond het kasteel waren een aantal restaurants en bars, waar er nogal opdringerig werd gedaan. Dat was de eerste keer dat we het zo voelden hier en zeer onaangenaam, op het agressieve af. veel tijd hebben we er niet doorgebracht. Het werd tijd om hoog de bergen in te duiken en de rust op te zoeken.

De app van Booking.com geeft een routebeschrijving naar de exacte locatie, hetgeen in dit geval er 15 km naast zat. We wisten dat we niet zelf tot in het reservaat konden komen en we ergens zouden opgewacht worden voor een transfert, dus toen we in een klein dorpje toekwamen dachten we de plek gevonden te hebben. We werden al gauw tegen gehouden door een paar mannen die buiten zaten om ons te helpen. Hun Engels was van het soort van Mahmoud, maar wel al met 2 woorden :”ah, want hike? I have hike”. “Ah, want transfer? Have transfer”. “Ah, want sleep? Have sleep”. Toen ik – in het Arabisch – het adres liet zien, viel zijn frank en belde hij met zijn eigen gsm de eigenaar van het kamp die ons verder hielp met de juiste instructies. Aan de “toren” stond ons vervoer al klaar om naar het kamp gebracht te worden. Het leek wel op een deportatie, want we moesten allemaal in de laadbak van een open truck.

Eens aangekomen keken we onze ogen uit, het is er prachtig. En ook hier weer is iedereen zeer vriendelijk en verwelkomend. We kregen direct een rondleiding van de chef en uitleg over de hikes rond het kamp bij de thee. Hij werd ook erg filosofisch over geluk en het leven. Een man van veel woorden, rechtstreekse afkomst van de bedoeïenen. Hij vervloekte de gsm, zei dat we daar ongelukkig van worden… maar loopt zelf wel met 2 exemplaren rond. We besloten voor het avondeten nog een verkennende wandeling te doen van een 3-tal kilometer.

Het avondeten werd geserveerd op het terras van het enige gebouw op de site en bestond uit een variëteit aan lekkere gegrilde groenten, kip en rijst en hummus. We waren de enige die het diner hadden genomen, dus er was meer dan genoeg. Alles wordt hier klaar gemaakt op grote schotels, genoeg om een heel bataljon te voeden. Lasse heeft zeker 3 keer zijn bord gevuld.

We konden maar niet snappen dat de groep die samen met ons naar het kamp werd gereden niet kwamen eten. Later, toen we naar de “theetent” gingen begrepen we waarom. Het was een groep vrienden, uit verschillende steden van het land die hier blijkbaar regelmatig samen komen kamperen. Ze steken een vuur aan en brengen hun eigen eten mee om een stoofpotje te koken. We mochten mee aanschuiven aan het vuur en Willem haalde gauw zijn zaklamp boven om te helpen bijschijnen. Het werd een zeer gezellige avond en we leerden het gezegde « vuur is het parfum van de bedoeïenen”. We zullen hier steeds aan terugdenken, thuis bij onze vuurschaal, als iedereen weer eens klaagt dat ze naar de rook stinken. Onze agenda voor onze laatste dag in Amman wordt bovendien steeds gevulder. Als we nog meer vrienden bijmaken in de komende dagen zullen we moeten bijboeken. We worden nog steeds verwacht op de koffie bij onze Souksboys en nu zijn we ook nog uitgenodigd om bij iemand thuis het traditionele gerecht Manseff te gaan eten.

Rond een uur of half 11 wilden we onze tent inkruipen, maar er werd uiteraard op gestaan dat we nog mee proefden van het gerecht. Het was delicieus. Dan was het toch tijd om erin te duiken, we willen namelijk om 5h30 opstaan om van de zonsopgang te genieten. “You can’t miss it”, zeggen onze nieuwe vrienden. Dat gaan we dan ook niet laten gebeuren.

Sun, sea & mud

Dag 5 in Jordanië. Het is best al pittig geweest, niet alleen qua activiteiten, maar ook het reizen op zich. Dan weet ik dat het tijd is om een rustpauze in te lassen. Vooraf kreeg ik veel tips en er zijn echt wel heel veel dingen te ontdekken hier. Je kan effectief vlotjes 3 weken van hot naar heir en quasi elke dag ergens anders overnachten. Maar ik mag nooit uit het oog verliezen dat we met 2 pubers op stap zijn. Die houden wel van avontuur, dingen ontdekken en roadtrippen (hebben ze van kleins af gedaan), maar het blijven pubers, die hebben nu eenmaal veel slaap nodig en het blijft ten slotte ook nog vakantie.

Daarom bleven we vandaag in het resort om te chillen en om de volledige modderceremonie in de Dode Zee op ons gemak te kunnen doen. Bijgevolg skippen we de Byzantijnse kerk en mozaïeken van Madaba én ook de volledig toevallige ontmoeting die we met Paul zouden kunnen hebben. Die komen we in de komende 10 dagen nog wel ergens tegen.

Dolle pret dus aan de zee, na een verkwikkende en ietwat langere nachtrust. Wat is er leuk aan dit resort? Dat het zo kalm is, heel weinig volk hier. Het zijn voornamelijk appartementen en ik heb de indruk dat slechts weinig eigenaars hun stekje verhuren. Gevolg is dat het ‘privéstrand’ aan de zee hier beneden ook echt privé is. Dan kan je al eens zonder schroom onnozel doen en een uitgebreide fotosessie houden… ik denk dat we vlotjes aan 100 drijf- en modderbad foto’s komen, op de middag en ook nog eens bij zonsondergang.

Wat is er niet goed aan dit resort? Bijvoorbeeld dat er een mooie bbq plaats is om te gebruiken, tussen de prachtige bloemen, met zicht op de zee en Israel, maar dat we in de verste verte niet zouden weten waar je hier aan een fatsoenlijk stukje vlees raakt zonder 40 km te moeten rijden. Er is een mall op 10 min wandelen met een supermarkt, maar ze hebben daar vooral chips en frisdrank, droge voeding (we hebben wel de Nutella gevonden) en een zeer beperkt aanbod verse producten (kaas, eieren en kippenwit). Dus zelf koken vraagt wat creativiteit.

Op dag 2 hier wipten we even de supermarkt binnen en het hulpje (een kleerkast van een man) kwam ons opzoeken tussen de rayons en gedroeg zich nogal mysterieus. Hij begon op een fluistertoon te spreken. We dachten dus spontaan allebei dat hij ons ‘onder de toonbank’ alcohol kwam aanbieden (dat is hier ook in de supermarkt niet te krijgen, enkel in de Engelse pub). Maar in werkelijkheid wou hij ons zijn waarschijnlijk illegaal handeltje in dode zee producten aanbieden (zeep, scrub,..). Dat hebben we vriendelijk afgeslagen.

Verder zijn ze hier nogal streng aan het zwembad. Gisteren merkten we al dat een Spaans koppel dat wat liefdevol samen ronddobberde uit elkaar moest. Teveel intimiteit is hier verboden. Verder mogen er geen kinderen in de Jacuzzi, ook niet als de ouders erbij zijn. Nu tellen ons kinderen blijkbaar al niet meer als kind of we zijn door de mazen van het net geglipt, want later op de dag werd met veel gegesticuleer ( de ‘badmeester’ had zelfs de security erbij gehaald) een bende tieners eruit gebonjourd. Onnodig te zeggen dat die van ons zelfs hun kleine teen er niet meer durfden insteken.

En dan heb je nog het effect van de zogenaamde weelde. Niet dat het hier poepsjiek is hoor, maar je merkt wel dat de werknemers hier ietwat gedemotiveerd en ongelukkig rondlopen. Elders in het land, waar iedereen gelijk is (buiten het feit dat de ene een kameel meer heeft dan de andere) komen de mensen gelukkig en vooral tevreden over. Altijd lachen, altijd vriendelijk, la vie est belle. De enige die hier zijn job schijnbaar graag doet is de portier aan het begin van het domein, die de in- en uitgaande bewegingen moet noteren en de bareel moet bedienen. Maar we hebben al gemerkt dat hij gisteren van een uitgaande gast/eigenaar een hele fruitkorf toegestopt kreeg. Dus was Lasse zijn conclusie dat we toch de veiligheid met een korrel zout moeten nemen, want dat hij waarschijnlijk voor 2 appelen en een peer om te kopen is. Maar voor de rest hebben we hier heel goed gezeten, alles was in orde en de locatie was prachtig!

De rest van de dag hebben we ons koel proberen te houden door af en toe in het zwembad te duiken. Willem en Lasse zijn zich ook nog gaan terugtrekken in de fitness. Willem op de loopband, Lasse op de fiets. Binnen een dikke 2 weken gaan we nog naar de Mont Ventoux en het is de bedoeling dat die 2 er op fietsen, dus die beginnen wat nerveus te worden.

Eten deden we in de bar aan het zwembad. We ontdekten dat ze een hele rits mocktails en cocktails op kaart hadden. Ook goed op tijd zou je denken, maar het was een maat voor niets, want van de 8 die er op stonden was enkel de virgin mojito ‘in stock’. We vergeten soms dat het hier eigenlijk laagseizoen is. En dan was het verder ook nog intelligent inpakken. Next stop is kamperen in de bergen. We moeten onze auto in Dana aan het visitors center laten staan en dan pikken ze ons op om naar Rummana camp site te rijden in Dana Biosphere Reserve… spannend wel. We gaan dus onze zakken in de auto laten en maar net meenemen wat we nodig hebben.

En oh ja, voor ik het vergeet, weetje van de dag (een ietwat ambetant weetje voor Willem)… Lasse is de papa voorbij gestoken in lengte en nog niet zo een klein beetje. Dat moet echt slechts op een paar weken tijd zijn gebeurd, een goede scheut erbij dus. En Willem had hier niet eens een pintje om het nieuws door te spoelen!

Avontuur avontuur

Ik had me voor ons vertrek en bij het plannen van de reis voorgenomen deze keer mijn grenzen serieus te verleggen en dat had ik ook tegen Willem gezegd. Niet tegen de kinderen, want een mens heeft toch nog graag een escape button achter de hand. Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik een angsthaas eerste klas ben als het over hoogtes en snelheid gaat en alles wat te maken heeft met je leven in andermans handen leggen. Zo heb ik ook behoorlijk wat vliegangst, maar die knop heb ik leren omdraaien, anders kom je niet zo ver natuurlijk.

Wat hier zeker niet op je programma mag ontbreken is een hike in een van de vele wadi’s die het land telt. Wadi betekent letterlijk «rivierdal » in woestijngebied. Uiteraard was het niet de bedoeling gewoon langs een riviertje te gaan wandelen, want in tegenstelling tot mezelf is de rest van het gezin wel in voor een avontuur. Hoe straffer, hoe beter. Ik had dan ook heel erg mijn best gedaan om een organisatie te zoeken die een tocht aanbood met voldoende uitdaging en toch toegankelijk voor -18 jaar. En die vond ik dus toevallig op Facebook in een groep van Jordanië. Altijd wel spannend natuurlijk, want iedereen kan zijn diensten via Facebook aanbieden.

We zouden dus vandaag naar het oosten van de Dhiban regio rijden, in de buurt van Um Al-Rasas naar de Aya vallei, een uitloper van de Mujib. Mahmoud zou ons daar opwachten. Gewoonlijk vertrekken ze vanuit Amman met busjes naar daar, maar dat zou wat zot geweest zijn. Dus besloten we zelf de plek te zoeken en met de auto vanuit ons appartement aan de Dode Zee te vertrekken. De tocht verliep over de bergen, dieper het binnenland in en zou dus toch wel 1,5 uur nemen. De communicatie met Mahmoud verliep via Whatsapp en de man bestookte ons om de 5 min. met de vraag waar we waren. Ik ging ervan uit dat het nogal een zenuwachtig type was, google gaf mij perfect de tijd aan waarop we afgesproken hadden, geen paniek. Maar eens Um al-Rasas gepasseerd begon Google maps serieus te flippen en reden we eigenlijk in rondjes en stond de groep al op ons te wachten.

We zijn uiteindelijk met serieus wat intelligente navigatieskills in de juiste richting geraakt en volgden een aantal kilometer een onverharde, bumpy weg. Ondertussen waren ze ons al komen zoeken en kruisten we Mahmoud in tegenrichting… van een chaotisch begin van de dag gesproken. En daardoor vergeet ik nog te vertellen dat de weg van de zee de bergen in via Madaba prachtig was. De zichten zijn fenomenaal! we reden door kleine dorpjes met boeren (in plaats van koeien zie je kamelen in de “wei” staan) en er zijn best veel nomadische tenten met enkele geiten of schapen op de bergflanken te spotten.

Aangekomen op de plek waar we zouden vertrekken bleek onze groep al naar beneden gebracht te zijn, maar konden we met de 4×4 auto’s van de groepen die nog moesten starten mee naar beneden, uiteraard met een stuk of 10 zittend in of op de laadbak. Op sommige momenten doe je dan toch even je ogen dicht, want de wegen zijn zeer steil en smal naar beneden en de afgronden wel heel diep (niet teveel nadenken, Ilse). Alles verliep nogal chaotisch bij de start, we namen nog gauw een rugzak met wat zonnecrème en een fles water mee en lieten onze gsm wijselijk in de auto. Zelf foto’s of video’s nemen van onze avonturen zat er dus niet in, maar voor alles is er een oplossing.

Benden bij de rivier aangekomen hadden we pas door dat we onze groep moesten bijbenen en nam Mahmoud ons op sleeptouw. Hij ziet er zelf uit alsof hij Kamp Waes heeft gewonnen, dus dat was even pittig, maar het lukte ons om hem bij te houden. Hij spreekt niet zo goed Engels, dus communiceert hij met enkele met losse woorden : ‘fish’, ´push’, ‘jump’,… plots springt hij de rivier en vangt hij voor onze neus niet alleen een krab met zijn blote handen, maar ook een vis die volgens mij bbq waardig was. Bij de krab steekt hij vervolgens voor de grap een (niet brandende) sigaret tussen zijn scharen… hilariteit alom natuurlijk. De sfeer zat er al goed in!

Binnen de kortste keren hadden we onze groep ingehaald en waren we al een paar keer van rotsen de rivier in gesprongen. Het feit dat ik geen tijd had gekregen om na te denken is mijn redding geweest. De knop was omgedraaid. Onze groep bleek te bestaan uit enerzijds Jordaniërs en anderzijds 3 Jordaanse zussen die 20 jaar geleden naar de USA waren verhuisd, vergezeld van een aanzienlijk aantal kinderen. We waren de enige niet-Islamieten in de groep, alle vrouwen en jonge meisjes waren gesluierd en droegen lange broeken en lange mouwen. Maar stuk voor stuk aangenaam gezelschap. Het tempo was nu beduidend lager, gezien de mix in leeftijd en niveau. En dan werden we vervolgens neer gelaten in een kleine kloof via een touw, moesten we ons van watervallen laten afgleiden, springen van rotsen (soms optioneel en extra, hetgeen Mare, Lasse en Willem deden vanop 20 meter hoogte (!) ) en eindigden we met een zipline in het water. Bibi heeft nergens al wandelend een omweg genomen en alles dapper meegedaan. Enkel op het einde moesten we een hoge rots onbeveiligd opklimmen en dat was niet zonder risico. Daar hadden we zomaar beneden kunnen liggen. De tocht was in totaal 4 km en we deden er toch wel een 4-tal uur over. De beelden hieronder zijn voorbeelden, want Mahmoud ging ons gisterenavond de foto’s en de filmpjes die iemand van de begeleiding nam doorsturen. « Als God het belieft » , zei hij. Maar God heeft het duidelijk nog niet gewild. De gepersonaliseerde beelden volgen later nog.

En ook hier weer vergeten we bijna te zeggen dat de omgeving zelf ook alweer prachtig was! Doet denken aan de Grand Canyon, want de rotsen rondom je heen hebben de typische woestijnkleur, maar diegene waar je op loopt zijn spierwit.

Terug boven, na alweer een pittige rit, moeten we nog even wachten op de rest van de groep en mogen we daarna volgen om te gaan lunchen. We worden naar een huis gebracht waar een deel van het gezelschap boven mag plaats nemen op het (overdekt) terras en wij 4 als koningen mee in het salon mogen zitten. We vermoeden dat Mahmoud zeer blij is met ons als Europeanen, ook hier zijn ze op zoek naar diversiteit, en we zien zijn commerciële kant naar boven komen. Hij hoopt uiteraard op een goede review. Thuisgekomen zie ik inderdaad dat op zijn Facebook pagina tot hier toe quasi uitsluitend Arabische reviews staan.

De lunch bestaat uit een kipgerecht met rijst, zeer lekker. Een meevaller voor de kinderen ook, want op weg naar de lunchplek waren ze elkaar aan het plagen met « het zal wel een visje op de bbq zijn » (Lasse tegen Mare) en « neen, het zullen boterhammen met kaas zijn » (Mare tegen Lasse). Klein stresske langs beiden kanten dus, want ze zijn te beleefd om niet eten, zelfs al lusten ze het echt niet. We hebben hier trouwens ook voor het eerst al zittend op de grond gegeten. Hoewel Mahmoud kwam aangesneld met de enige 4 « tafeltjes» die de woning rijk was.

Wat ons opviel was, toen we arriveerden in het huis, het vooral de zeer jongen mannen (lees:tieners) waren die hun matje ogenblikkelijk uitrolden om te bidden.

En dan was het stilaan tijd om ´huiswaarts’ te keren. We nemen afscheid van Mahmoud en zijn groep (toch wel 5 begeleiders in totaal + een 3-tal chauffeurs) en vangen de mooie rit naar de Dode zee aan. Onze schoenen, die we op het dak hadden gezet, waren al quasi droog. De temperatuur bedroeg een 34 graden, doenbaar wel. Maar toen we arriveerden aan de Dode zee liep die weer op tot 40. Tijd voor nog een plonsje in ons zwembad en we eten op het appartement een zelfgemaakte pasta pommodore. Af en toe een eenvoudige pasta kan deugd doen.

Jerash en de start van een roadtrip

Dat was weer even alle indrukken laten bezinken voor ik nog maar kon beginnen te schrijven. Ken je van die dagen dat je op de middag het gevoel hebt dat de ochtend gisteren was? Yes, zo een dag was het. Vanmorgen vroeg begon het idee te rijpen om het dagprogramma grondig te wijzigen. Directe aanleiding was een post op Facebook van een organisatie die canyoning trips organiseert in Jordanië. Het plan – voor ons vertrek – was de Siqtrail van Wadi Mujib te doen, maar slechts een paar dagen terug ontdekte ik dat dit pas vanaf 18 jaar kan. Dus was ik op zoek naar alternatieven, maar klimmen op en afgleiden van watervallen, zipline in het water e.d. vond ik niet direct terug voor -18 jarigen. We waren dus van plan om als alternatief vandaag naar Ajloun te rijden (best wel nog een stuk noordwaarts) om daar een nieuw geopende zipline over Ajloun forest reserve te doen. Maar onze weg loopt eigenlijk naar het zuiden, dus niet ideaal. Na wat over en weer ge-Whatsapp kon ik de nieuw ontdekte tocht boeken en besloten we vandaag ons te beperken tot de site van Jerash, ook naar het noorden maar een stuk minder ver.

Maar voor we nog maar uberhaupt naar Jerash konden bollen, moesten we natuurlijk onze huurauto ophalen. Die konden we oppikken in hotel Intercontinental, op 15 min met de taxi van ons hotel. Ik bestel dus naar goede gewoonte een elektrische Uber voor 4 pers. Muhammed had de rit bevestigd, dus tot zover dik ok. Ware het niet dat ik al nattigheid begon te voelen bij het type wagen dat op weg was, een Chevrolet Bolt. Dat klonk voor mij als een klein hondje… niet dat ik iets van wagens ken… maar ook naar goede gewoonte vond mijn wederhelft dit geen reden tot paniek… tot de chauffeur in kwestie kwam aangereden. De auto was inderdaad veel te klein, Muhammed bleek zelf bovendien ook een beetje een mismatch, wegens minstens 2 meter groot en kleine 120kg. Een 10-tal minuten puzzelwerk met 4 grote reiszakken en even zoveel rugzakken later, reden we dan toch richting afzetplaats, hoe kan ik nu nog niet navertellen. Wel goed dat het maar 15 min was. Muhammed kreeg van ons trouwens wel een dikke fooi, hij was de meest spraakzaamste en joviale chauffeur tot nu toe. En over elk restaurant dat we passeerden had hij wel een goedschikse review klaar… een echte gourmand zoals ondergetekenden dus.

Aangekomen bij Intercontinental begon de volgende cinema. We werden voorgereden en al onze zakken werden zonder pardon door een 3-tal piccolo’s uit de wagen gehaald, naar de lobby gebracht, door de veiligheidscontrole gehaald om dan naast een balie gedropt te worden, zonder dat we nog maar hadden kunnen zeggen waarvoor we kwamen. Enfin, wijzelf ook door de security en nadat het duidelijk was dat we gewoon een auto kwamen oppikken (en dus heen nieuwe hotelgasten waren), werden we verder begeleid naar een kantoor, bureau stijl « Persez » van De Collega’s. De online boeking werd helemaal herberekend en nog eens herberekend en we moesten zogezegd nog opleggen voor een dag extra, aangezien we de auto binnen 2 weken op een later tijdstip komen terugbrengen dan de ophaal, terwijl dit al in de online prijs verrekend zit. Nadat we dit weigerden, mocht het ook aan een halve dag extra. En nadat we voet bij stuk hielden, was het dan plots toch ok. Kortom, een 45 min later waren we op weg naar jerash. Niet zonder slag of stoot om eerst de hectiek van Amman te kunnen verlaten. Eens op de autoweg kom je de zotste dingen tegen en iedereen doet maar wat. De pechstroken staan vol let fruitkramen, dus als iemand voor jou een klein hongertje heeft wordt er plots op de rem getrapt. Tractors en zelfs fietsers in tegenrichting of plots zit er een kameel braaf te wachten langs de kant van de weg of moet je je een weg banen door een kudde geiten.

Jerash, waar er een immense site is met Romeinse ruines en waar het – tegen de tijd dat we arriveerden – ook pokkeheet was. Maar aangezien we nog meer zuidwaarts zullen trekken is elke vorm van hittegewenning mooi meegenomen… het zat er vandaag dicht tegen de 40 graden. Op zich doenbaar, ware het niet dat je een paar uur rond loopt (een inspanning dus) zonder schaduw. Goed hydrateren was dus de boodschap.

De site zelf was wat ik noem ´op en af’, met hoogtes en laagtes. Heel indrukwekkend was de hippodroom, de kleinste van het Romeinse Rijk, maar de best bewaarde. Heel de site is trouwens van uitzonderlijke kwaliteit, allemaal nog heel tastbaar. Maar wat voor mij het hoogtepunt had moeten zijn, de tempel van Artemis op de heuvel, was dan weer een dikke tegenvaller. Die stond vol met kranen, containers en rommel. Er was dus weinig sacraals te voelen daar. Het hoogtepunt van dit bezoek kwam daarentegen uit een heel andere hoek… op onze terugweg naar de uitgang merkte ik uit mijn ooghoek een naderend individu die me heel bekend voorkwam… en daar was Paul! Had ik dit nog niet pas gisteren voorspeld? Het was in ieder geval alweer een blij weerzien en na een kort praatje gingen we ieder weer onze eigen weg, met de belofte dat we elkaar woensdag geheel toevallig terug zouden tegenkomen in Madaba. We doopten hem om tot « Paul van Kiekeboe » (naar analogie de mevrouw die in quasi elk album passeert).

Verder kan ik nog zeggen dat je in Jerash toch al wel meer moet oppassen dat je niet in het ootje genomen wordt. Je wordt er ook om de haverklap aangesproken, wat een verschil met Amman!

Nadat de temperatuur in onze auto terug een respectabel niveau had bereikt van 40 graden(!), vertrokken we richting hapje en drankje, welverdiend zou ik zeggen. We besloten nog een kleine detour te doen om een tip van Koen te volgen: we reden de bergen in naar Tal al-Rumman. Het bleek dé ultieme « Gouden raad van Koenraad ». Een prachtige locatie en heel lekker eten. Bij het binnenkomen werden we compleet omver geblazen door het uitzicht op de omliggende bergen. We kregen een tafel aan het open raam, waardoor er een zalig briesje binnenstreek. Het interieur bestond uit zeer mooi houtwerk en toch waren de prijzen zeer respectabel.

We waren aan de vroege kant, want na ons werd de ene tafel na de andere gevuld met duidelijk zeer gegoede families. Dat bleek ook als we aan de parking onze auto gingen ophalen, we vielen met onze Kia nogal uit de toon. En eten dat die Jordaniërs kunnen, man man, schotels vol, tafels vol eten! Alles in dikke stoofpotten die flamberend aan tafel worden gebracht. En

Ons buikje was ook weer vol, hoewel we qua hoeveelheid eten wel behoorlijk uit de toon vallen en dan moeten we nog « stoempen ». Copieus eten in deze temperaturen is toch niet onze dada.

En dan was het tijd op door te rijden naar onze volgende stip voor 3 dagen: de Dode Zee. Je voelt je oren al kilometers voor aankomst dichtgaan omdat je continu sterk aan het dalen bent en daarnaast zie je de temperatuur nog meer de hoogte ingaan. Aangekomen bij ons resort, na aanmelding bij de security en de hartelijke verwelkoming van « Mister William » (terwijl de boeking wel op mijn naam staat, maar ik had de paspoorten vooraf moeten doorsturen), werden we weer door een hele hele delegatie naar ons appartement begeleid. Een echte aanrader, de appartementsformule hier in de resorts. Directe toegang tot het strand van de Dode Zee en gebruik van de zwembaden voor een redelijke prijs. De appartementen zijn bovendien zeer ruim.

Gauw opfrissen en dan de promenade op richting zee, net op tijd om de prachtige zonsondergang te zien en de laatste drijvers te spotten. Lasse was bovendien dolblij met een prachtig gelegen voetbalveld, net boven het zeeniveau. De pelouse werd duidelijk aangelegd door Tonton Willy. Daarna gaan we nog gauw naar de Mall in de buurt op onze frigo wat te vullen, iets te drinken en iets (heel) klein te eten.

Morgen moeten we op tijd weg voor onze trail, het wordt opnieuw een pittig dagje. Daarna zullen we toch wat rust moeten inbouwen denk ik, want er staan ons nog heel wat avonturen te wachten.

Amman – part II

Had ik al gezegd hoe vriendelijk en aangenaam de mensen hier zijn? We hebben het vandaag weer dubbel en dik mogen ondervinden… en eigenlijk moeten we dat niet zo vreemd vinden. Als wij toeristen in pakweg Leuven tegenkomen doen we dat toch ook? Mensen verwelkomen, geïnteresseerd zijn en vragen van waar ze komen en met trots vertellen over waar en hoe we leven. En toch staan we hier elke keer versteld, omdat dat toch niet standaard en overal zo is… maar dus hier wel. Ze zijn hier ook echt wel bijzonder fier op hun land, er wappert altijd wel ergens een Jordaanse vlag.

Met dank aan de rolluiken in onze hotelkamer hebben we vlotjes en vast geslapen tot een uur of 9, hoewel ik even wakker werd rond 5 uur en in de verte van de stad toch al wel weer wat claxon’s hoorden weergalmen… letterlijk elke seconde gebruikt iemand hier zijn claxon… Lasse kan er niet van over, want vaak is het raden naar de direct aanleiding.

Na het ontbijt (het brood is hier een feest) vertrokken we voor een stadswandeling richting de Citadel, een oude site op het hoogste punt van Amman, waar je de restanten kan terugvinden van verschillende heerschappijen die Jordanië hebben beïnvloed ( Nabateërs, Romeinen, Byzantijnen, Egyptenaren,…).

Op weg daar naartoe kwamen we onze vrolijke Hollander tegen die bij aankomst op het vliegveld achter ons in de rij stond aan te schuiven voor de paspoort- en visum controle. Alleen op reis deze keer, want zijn vrouw is thuis gebleven om te zorgen voor zoon en schoondochter die terminaal is. Hij doet het bezoek van de Citadel samen met ons. Hij is hier 3 weken, maar komt uiteraard ook nog op plekken waar wij zullen zijn… wedden dat we hem nog zullen tegenkomen? Zeer aangename mens trouwens.

We hebben zeker al veel van dit soort plekken gezien (Rome, Griekenland, Sardinië, …), maar deze komt toch hoog in het lijstje te staan. Heel uitgestrekt, maar toch niet te groot. Heel sereen zo hoog boven de stad. En je kan je bij de restanten nog iets levendigs voorstellen. Echt de moeite om hier een uurtje of 2 rond te lopen. We zijn bovendien getuigen van het middaggebed dat tot boven klinkt… een magisch moment.

De skyline aan de noordkant van de heuvel doet ons trouwens wat denken aan Leuven, waar je achter het Arenbergkasteel de Imec toren ziet domineren.

📷 Mare
📷 Mare

Voor we de tocht terug naar benden beginnen en nadat we afscheid genomen hebben van Paul , stoppen we bij Dar Ne’meh, een bar die zich bijzonder inzet voor de ontwikkeling van Jordaanse vrouwen. We dachten een kleine mezze besteld te hebben, maar gelukkig zaten we aan grote tafel… het kon weer niet op ( en we kregen het ook letterlijk niet op!). Met deze temperaturen is je eetlust sowieso wel wat minder. Maar heerlijk was het wel!

Met een goed gevuld buikje namen we de trappen naar beneden. Een Amerikaans koppel gaf ons spontaan de tip om binnen te springen in een art gallery waar lokale kunstenaars exposeren. Wat is dit toch een fijne stad om in rond te lopen!

Onze tocht wordt daarna verder gezet door de verschillende souks: groenten en fruit, hardware, speelgoed, schoenen,… ook hier maken we weer vrienden. 2 broers zien Mare met haar camera bezig en vragen haar een foto van hen te nemen in hun zaak en deze door te sturen.

Heel de stad door kom je ook behoorlijk goede streetart tegen en omdat de huizen hier in de heuvels ingebouwd worden, zijn sommige exemplaren van op heel veel verschillende plaatsen in de stad te zien. Heel indrukwekkend.

Tijd daarna voor een kleine siësta in het hotel en de welgekomen verfrissing van een douche om daarna op shopping trip te gaan. De Jordaniërs hun fierheid is al zodanig overgeslagen, dat de kinderen wat mooie streetwear met Jordaanse knipoog willen scoren. We zoeken Rainbowstreet op, waar er kleinere en lokale shops zijn en zo de lokale handel ondersteunen.

Wie Rainbowstreet zegt, zegt ook toffe bars en resto’s. We nemen alvast een apero op rooftop bar « la calla ».

Wisten wij toen veel wat er nog moest komen… ik had gereserveerd bij de zogenaamde beste Libanees in town (Nur) en die bleek in 1 van de chiqueste hotels te zitten. Onze taxi werd vóór het « voorrijden » gecontroleerd, lees: zelfs de koffer werd open gedaan (Mare zei achteraf: « er moest maar eens een lijk in liggen »)

Bij het binnenkomen moesten de handtassen op de screeningsband en werden we gefouilleerd. En dan werden we naar onze tafel geleid… zie je onze gezichten? Het was er een beetje over… en wij waren er (althans de jongens) qua dresscode een beetje onder. We hebben ons dan maar voorgedaan als rijke Amerikanen die zich alles kunnen permitteren, zelfs een mottige short en vuile wandelschoenen.

Maar eerlijk waar, het eten was top top top! Dus op zich wel een aanrader. Het was weer een leuke avond en we nemen met gemengde gevoelens afscheid van Amman. Benieuwd om te ontdekken wat nog komt, maar jammer dat we hier alweer weg moeten. Het was een aangename kennismaking.

Oh ja, wat ik nog bijna vergat: onze vrienden in de souks waren zo blij met de foto dat we uitgenodigd zijn voor de koffie… dat zal dan voor onze laatste nacht Jordanië zijn, dan slapen we nog 1 keertje in Amman. We kijken er al naar uit.